Cambodja volgt de trend

Leger waakt in Phnom Penh (Al Jazeera/Omar Havana)
Facebooktwittergoogle_plusmail

“Het koninklijk paleis is dicht vandaag, net zoals het ganse stadscentrum”, krijgen we te horen van militairen die het stadscentrum van Phnom Penh volledig hebben afgegrendeld. Donderdag 16 november is de dag waarop het Hooggerechtshof van Cambodja moet oordelen of de grote oppositiepartij CNRP schuldig is aan samenzwering om de macht te grijpen. Zoals verwacht: zo schuldig als iets. De rechter die daarover het laatste woord heeft, zit toevallig ook in de leiding van de regerende Cambodjaanse Volkspartij (CPP) van premier Hun Sen. Met die coup volgt Cambodja de autoritaire trend in de regio.

Gekleurd

Rechter Dith Munty, voorzitter van het Hooggerechtshof, is lid van het permanent comité van de CPP en was jarenlang adviseur van premier Hun Sen. Als rechter beoordeelde hij de klacht van het ministerie van Binnenlandse Zaken tegen de CNRP (Cambodia National Rescue Party). Die partij wordt ervan beschuldigd samen met de Verenigde Staten te hebben samengezworen om een “kleurenrevolutie” te ontketenen, naar het voorbeeld van de omwentelingen in Georgië, Oekraïne.

De leider van die CNRP, Kem Sokha, was in september al opgesloten, net als andere partijleiders. Terwijl de helft van de parlementsleden en talrijke andere partijmensen naar het buitenland zijn gevlucht. Waarom zou die CNRP een staatsgreep plannen, terwijl ze goede kans maakt om de verkiezingen van juli volgend jaar te winnen. Ze deed het zeer goed bij de recente lokale verkiezingen.

Ex-oppositie

Het zag ernaar uit dat die partij haar succes van vier jaar geleden – 56 zetels tegen 67 voor de CPP – nog zou kunnen verbeteren en zou kunnen winnen. Of is het daarom dat de partij moest verboden worden en 118 vertegenwoordigers nu verbod kregen vijf jaar lang aan politiek te doen. Ze kregen wel een uitweg: ze mogen overstappen naar de CPP of een andere partij die met de CPP samenwerkt… Deze CNRP is een fusie van de ‘Mensenrechtenpartij’ en de Sam Rainsypartij, een liberale groep genaamd naar zijn leider die lang de chouchou was van de Europese liberalen, o.a. van Anne Marie Neyts.

In Phnom Penh en langs de wegen zijn alleen nog de borden van de CPP en de foto’s van Hun Sen te zien. De concurrentie is uitgeschakeld, het succes van Hun Sen’s Volkspartij is verzekerd. In 2013 had ze haar verlies – 23 zetels – alleen kunnen beperken door fraude. In sommige districten was het aantal kiezers met 50 % toegenomen, wat demografisch niet kon verklaard worden. Er waren na die verkiezingen dan ook felle straatprotesten. Maar Hun Sen kon en kan op zijn leger en politie rekenen. Die betogingen tegen fraude liepen uit op massale betogingen tegen onder meer de ellendige arbeidsomstandigheden in de textiel- en andere bedrijven. Eind 2013 organiseerden de vakbonden een nationale staking in de textielsector, met als centrale eis het optrekken van het minimumloon van 80 tot 160 dollar per maand. Begin 2014 vielen bij de repressie van een betoging vier doden.

Vietnamezen

VietnamezenSommige protsten waren ook anti-Vietnamees gekleurd. De oppositie speelt soms in op de latente anti-Vietnamese xenofobie bij veel Khmers, deels een gevolg van de Vietnamese verovering in de 18e eeuw van de Mekongdelta op het Khmer-rijk. De etnische Vietnamezen in Cambodja krijgen het vaak hard te verduren, bij de onlusten van 2013-2014 werden talrijke winkels van Vietnamezen geplunderd. De Rode Khmer, aan de macht van april 1975 tot begin 1979, speelden ook al sterk in op de anti-Vietnamese gevoelens.

Het waren tenslotte Vietnamese troepen die eind 1978 begin 1979 de Rode Khmers uit Phnom Penh en het grootste deel van het land verdreven, samen met Khmers, zoals Hun Sen, die eerder uit Cambodja waren gevlucht. De opluchting bij de meeste Cambodjanen was niettemin groot. Ik had toen de kans, begin 1979, om ter plaatse getuige te zijn van de ravage – Phnom Penh met enkele duizenden net teruggekeerde bewoners en foltercentrum Tuol Sleng, even verder de killing fields.

Hun Sen

En Hun Sen, gewezen regionaal bevelhebber van de Rode Khmers tot zijn eenheid in 19777 werd weggezuiverd, die me in een interview uitlegde hoe noodzakelijk de alliantie met de Vietnamezen was om de Rode Khmer te verdrijven. Die Rode Khmer waren niet uitgeteld, ze bleven nog jarenlang uitgebreide militaire en diplomatieke steun krijgen van China, de VS, het Verenigd Koninkrijk en… België. China en het Westen zorgden ervoor dat de Rode Khmers tot 1991 de Cambodjaanse zetel in de VN bleven bezetten. Vooral Leo Tindemans was erg actief in de strijd tegen Vietnam.

Bij mijn tweede bezoek, in 1992, was het tij gekeerd. De Rode Khmer waren op het terrein uitgeschakeld. In 1991 kwam er op een conferentie in Parijs een vredesakkoord waarop Cambodja twee jaar onder VN-bestuur kwam. Ik zag in 1992 hoe VN-vertegenwoordigers en allerlei ngo’s door Phnom Penh raasden, hoe velen zicj als rijke bezetters gedroegen; hoe Franse VN-soldaten in Angkor beelden roofden. Het gaf veel Cambodjanen geen fraai beeld van de “internationale gemeenschap”.

Uitbuiting

Hun Sen most toen even de machtdelen, maar schakelde al snel de co-premier en andere rivalen uit. Het ging nauwelijks om politike meningsverschillen. Als gewezen communist heeft Hun Sen geen probleem met kapitalistische uitbuiting. Bij mijn bezoek in 2001 kreeg onze persgroep een uitgebreid bedrijfsbezoek aan confectieateliers om ons te laten zien hoe goed het er op de werkvloer aan toe ging. Diverse rapporten gewaagden toen van sweat shops waar zeer lange dagen tegen zeer lage lonen en met gebrekkige veiligheid werd gewerkt. Cambodja had toen en heeft nog een van de laagste lonen van Zuidoost-Azië. Er bestaan goede wetten op arbeidsomstandigheden, maar twee jaar geleden nog wees een rapport van Human Rights Watch op de wijdverbreide corruptie onder arbeidsinspecteurs die in ruil voor een enveloppe de andere kant opkijken.

In 2001 was een wet aangenomen om staatsgronden ter beschikking te stellen van privé ondernemingen in de vorm van “economische grondconcessies”. Drie miljoen hectare is zo overgegaan in privé-handen. Met nare gevolgen voor veel plattelandbewoners – driekwart van de bevolking – die dikwijls plaats moesten maken voor suiker- en andere plantages. Andere terreinen werden opengegooid voor het toerisme. Sindsdien kende Cambodja dan ook talrijke conflicten rond grond, met straatprotesten en processen waarbij de rechters doorgaans doof blijven voor de klachten. Zoals rechter Dith Munty van het hooggerechtshof, zijn veel rechters lid van de CPP.

Cambodja 2017: de schijn wordt steeds minder opgehouden. Een partijrechter bant de oppositie, het leger waakt dat er geen protest komt. Elk protest kan vanaf nu uitgelegd worden als ondermijning van ’s lands veiligheid. De verkiezingen van volgend jaar zijn nog een formaliteit.

China

De VS hebben nu hun bijdrage voor de organisatie van die verkiezingen ingetrokken. Goed zo, zegt Hun Sen, dat ze maar helemaal opkrassen, dat ze alle hulp maar stopzetten. Cambodja kan het zonder de VS stellen, er zijn immers de zeer nauwe banden met China, op alle vlakken. Intussen wordt de Cambodjaanse munt, de riel, alleen gebruikt als klein wisselgeld, alle andere transacties zijn in dollars.

China is de grootste investeerder in Cambodja, is de belangrijkste handelspartner en ook de grootste donor voor ontwikkelingsprojecten. De voorbije jaren trokken ondernemers, ook Chinese, weg uit China om in Cambodja, met zijn lagere lonen dan de Chinese, te investeren. Chinese bedrijven zijn ook erg actief in de, deels illegale, houtkap en in grootse toeristische projecten.

Die nauwe banden tussen Cambodja en China zijn niet naar de zin van Vietnam dat geacht wordt een beste vriend van de Cambodjanen te zijn. Vlak nadat Vietnamese troepen begin 1979 Phnom Penh hadden ingenomen, vielen Chinese troepen Vietnam binnen “om de Vietnamezen een lesje te leren”. Het waren echter de Chinezen die een lesje kregen, ze moesten afdruipen zonder resultaat, tenzij de vernieling van heel wat infrastructuur in het al zo zwaar getroffen Vietnam. Vietnam is nog altijd niet gerust in de Chinese expansiedrang en ziet met lede ogen hoe de Chinese invloed toeneemt in Cambodja, en in Laos.

Asean

Met de coup van 16 november volgt Cambodja een regionale trend. Cambodja is lid van de Asean, de vijftigjarige Alliantie van Zuidoost-Aziatische Naties. Myanmar is wel wat gaan democratiseren, maar de crisis met de Rohingya toont aan hoe het leger daar in alle opzichten het hoogste en laatste woord heeft. Thailand is sinds 2014 (weer) een militair regime. Vietnam en Laos zijn éénpartijsystemen. In Maleisië krijgt de oppositie steeds minder bewegingsruimte, Singapore is een feitelijk éénpartijregime. Op de Filipijnen regeert president Duterte als ‘autoritaire democraat’, op Brunei is de sultan alleenheerser; Indonesië ontsnapt aan de trend, maar de straatdruk van islamisten doet twijfel rijzen. Hun Sen zat op de recente Asean-top dan ook in gelijkgezind gezelschap.

Zie ook over Rode Khmer tribunaal:

Internationale rechtspraak is politiek theater

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.