Persvrijheid? Ja, maar alleen als het ons uitkomt

Facebooktwittergoogle_plusmail

De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, werden naar verluidt zwaar getroffen door online propaganda en ‘tendentieuse’ informatie van de Russen. Fake news, in het Nederlands nepnieuws, vormt sindsdien de kern van een woelige strijd. Als je niet akkoord bent met iets roep je gewoon dat het fake news is.  Er zijn immers maar weinig mensen die kunnen zeggen wat fake news echt is. Dat verhindert de massamedia en de internetreuzen niet om te trachten nieuws te censureren.

De nieuwste poging ziet een alliantie tussen ’s werelds twee machtigste technologiebedrijven, die verantwoordelijk zijn voor wat de overgrote meerderheid mensen online zien. Google en Facebook werken samen met 75 andere wereldwijde nieuwsorganisaties en technologiebedrijven om online zogenaamd misinformatie met het ‘Trust Project’ te bestrijden.

Google en Facebook werken samen met 75 andere wereldwijde nieuwsorganisaties en technologiebedrijven om online zogenaamd misinformatie met het ‘Trust Project’ te bestrijden.

Het ‘Trust Project’ zal proberen een ‘transparant’ systeem op te zetten om de betrouwbaarheid van een artikel en de nieuwsbron die het heeft geproduceerd te beoordelen en te labelen.

De vraag is echter of een algoritme kan worden vertrouwd als de gatekeepers die het ontwerpen al een verleden hebben van het aanpassen van hun algoritmen om het bereik van onafhankelijke mediasites te beperken?

Google News

Tot ongeveer 2006 of 2007 leverde Google een uitstekende zoekmachine. Vervolgens begon het prioriteiten te stellen en meer algemene resultaten te presenteren, zelfs wanneer men naar zeer specifieke informatie zocht. Het werd steeds lastiger om bepaalde details te vinden. De situatie is er sindsdien niet op verbeterd.

Ik ben nieuwsgierig. Letterlijk. Ik wil altijd zoveel mogelijk weten over wat er in de wereld gebeurt. Vroeger, jaren geleden dus, zocht ik veel nieuws op via Google News. Meestal begon ik bij de Amerikaanse versie maar pastte mijn zoeken aan al naargelang wat waar in de wereld plaatsvond. Zo kon ik dan bij wijze van spreken soms eindigen bij bijvoorbeeld Google News Maleisië. Wat niet echt handig was gezien ik geen Maleis lees noch versta. Dit even terzijde.

Neem nu de huidige VS-versie van Google News. Bewijs jezelf een dienst en verspil geen tijd aan zoeken op dat ‘ding’ (en bij uitbreiding op Google in het algemeen).. Het enige dat je voorgeschoteld krijgt is wat je zelf ‘s morgens aan de ontbijttafel al in je krant kon lezen of op de radio kon horen. Op Google News verwijst elke  zoekopdracht naar steeds dezelfde 20 of 30 sites. De titels van de MSM, de massamedia. Letterlijk gecopypaste of lichtjes herschreven artikels van persbureaus als Associated Press, Agence France Presse en andere Reuters. Wat is een zoekmachine waard die steeds naar dezelfde sites verwijst en waar een link naar een ‘ander verhaal’ enkel berust op een bug in het algoritme?

Hoe de situatie vandaag in Europa zit weet ik niet zo goed, ik gebruik immers Google News of andere Google zoekmachines niet meer, maar ik denk wel dat we mogen veronderstellen dat wat de praktijken zijn in de VS zullen overwaaien naar Europa. Zo we al niet zo ver zijn. In de VS worden sinds augustus ‘liberal’ of ‘progressive’ of ‘alternative’ websites, kortom sites die zich ‘links’ van het politieke spectrum bevinden nog maar met mondjesmaat tot de resultaten van de zoekopdrachten toegelaten. Het gevolg laat zich gemakkelijk raden, als ze niet meer te zien zijn op de resultaatpagina’s klikt er ook niemand op de link en het verkeer naar deze sites daalt spectaculair.

Statistische gegevens die World Socialist Web Site opvroeg bij SEMrush, een internet-marketing bedrijf, gaf voor 13 Amerikaanse ‘linkse’ sites met veel potentiële lezers een gemiddelde daling van 37% bezoekers aan. Met een piek van 67% voor wsws zelf.

De censuur is trouwens niet beperkt tot ‘linkse’ media. Het beïnvloedt ook politiek ‘neutrale’, ‘anarchistische’, ‘syndicalistische’, ‘conservatieve’, ‘rechtse’, enz media. Het is met andere woorden gericht op de meeste media die geen deel uitmaken van de reguliere en/of door de staat of de oligarchie goedgekeurde media.

De daling van het aantal bezoekers is een gevolg van het wijzigen in de zoekevaluatieprotocollen van Google. Ben Gomes, de baas van de zoekmachines van Google, vertelde in april 2017 dat de bijwerking van de zoekmachines de toegang tot ‘aanstootgevende’ sites zou blokkeren, terwijl hij eraan zou werken om meer ‘gezaghebbende inhoud’ te promoten.

Verleden week kondigde Google dan aan dat het RT.com, de website van het internationale Russische tv-station en Sputniknews.com, het persbureau van de Russische Federatie zal censureren

Verleden week kondigde Google dan aan dat het RT.com, de website van het internationale Russische tv-station en Sputniknews.com, het persbureau van de Russische Federatie zal censureren: Artikels van die twee sites zullen zodanig gerangschikt worden ‘dat ze moeilijk te vinden zullen zijn’ zei Eric Schmidt, de CEO van Google. Hij beweert geen voorstander van censuur te zijn. Hoe  het opzettelijk verlagen van een website met relevante inhoud geen censuur is versta ik niet, maar goed, ik werk natuurlijk niet voor Google..

Heel lang geleden bij de start van Google hield het algoritme dat het bedrijf gebruikte rekening met onder andere het aantal hits naar één site als een maat voor de relevantie ervan. Dat was acceptabel. In 2004 vermeldde de gedragscode van Alphabet, de holding van Google: “Medewerkers van Alphabet en haar dochterondernemingen moeten het juiste doen – de wet volgen, eerlijk handelen en elkaar met respect behandelen”.

In 2004 lieten de oprichters van Google, Larry Page en Sergey Brin weten: “Onze zoekresultaten zijn de beste die we weten te produceren. Ze zijn onbevooroordeeld en objectief, en we accepteren er geen betaling voor of voor opname of frequenter bijwerken (…) We vinden het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot de beste informatie en onderzoek, niet alleen tot informatie waar mensen voor betalen om die te zien”.

Eind 2009 vermoedde Google dat Chinese hackers inbraken in hun systeem. Op 12 januari, 2010 publiceerde het bedrijf een lange verklaring op zijn blog waarin het hackers in China beschuldigde van aanvallen op de infrastructuur van Google maar ook uitte Google kritiek op de Chinese overheid voor het censureren van bepaalde inhoud op het internet en het onderdrukken van mensenrechtenactivisten.

Gefundenes fressen voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat toen in handen was van Hillary Clinton. Een dikke week later verspreidde Clinton haar eigen verklaring: “We zijn door Google geïnformeerd over deze aantijgingen, die zeer ernstige vragen opwerpen”, zei ze. “Het vermogen om met vertrouwen te werken in cyberspace is van cruciaal belang in een moderne maatschappij en economie”. Clinton riep China op om te stoppen met het censureren van internetzoekopdrachten en het blokkeren van de toegang tot websites die kritiek hadden op de leiders van het land. Ze vergeleek dergelijke virtuele barrières met de Berlijnse Muur.

Google op zijn beurt zei dat het zou stoppen met het filteren van zoekresultaten voor woorden en onderwerpen die waren verboden door censoren van de Chinese overheid. En als Peking bezwaar maakte, was Google bereid om de Chinese markt volledig te verlaten, waardoor miljarden dollars aan potentiële inkomsten verloren zouden gaan.

Sindsdien is de intensiteit van de samenwerking van Google (maar ook van Facebook, Twitter en tientallen andere cyberbedrijven) met Amerikaanse inlichtingendiensten zoals de NSA en CIA alleen maar gegroeid. De privégegevens die het bedrijf van gebruikers verzamelt bijvoorbeeld, worden ingevoerd in de databases van de NSA.

Al vanaf het begin had Google een aantal vertrouwelijke banden met de Amerikaanse inlichtingendiensten.

Al vanaf het begin had Google een aantal vertrouwelijke banden met de Amerikaanse inlichtingendiensten. Lees daarover meer in de twee artikels van de Britse onderzoeksjournalist Nafeez Ahmed How the CIA made Google en Why Google made the NSA. De relatie is tweerichtingsverkeer. Google Earth en zijn kaartproducten zijn bijvoorbeeld oorspronkelijk gemaakt door de Amerikaanse inlichtingendiensten en voor praktisch geen geld aan Google gegeven. Google maakt daarop winst met het plaatsen van advertenties en levert speciale versies terug aan de inlichtingendiensten.

Maar ook Europa is gewonnen voor de strijd tegen fake news en het uitoefenen van censuur. Om de haverklap klaagt ‘het vrije westen’ het muilkorven aan van de pers in landen die niet tot de vriendenkring behoren. Terwijl er bij ‘ons’ toch ook wel iets aan de hand is. Enkele recente incidenten ter illustratie…

Reporters Zonder Grenzen

Reporters Zonder Grenzen is naar eigen zeggen de waakhond van de persvrijheid in de wereld. Ieder jaar publiceert het daarover een stand van zaken, de zogenaamde World Press Freedom Index. Hun moto is vrij vertaald “Wacht niet tot nieuws je wordt onthouden voordat je het verdedigt!” Je zou dan ook denken dat zo’n organisatie zich niet durft wagen aan een poging tot censuur. Niet dus.

De Zwitserse Press Club organiseerde op 28 november een debat over de “Witte Helmen”. Je weet wel, die organisatie die in Aleppo actief was voor het Syrische leger de stad heroverde. Ze kregen een oscar uitgereikt voor een Britse film die over hen werd gedraaid, verzamelden de onderscheidingen, werden geprezen door de westerse media en zelfs genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. De rol die ze speelden werd echter in vraag gesteld door getuigen en diverse journalisten. Volgens hen beschermden ze niet de inwoners van Aleppo maar speelden ze onder een hoedje met de ‘opstandelingen’.

De Press Club nodigde drie mensen uit voor dit debat. Vanessa Beeley, een journaliste die al lang de fraude van de “Witte Helmen” aanklaagt, Richard Labévière, een Franse kritische journalist gespecialiseerd in het Midden-Oosten die bij RFI (Radio France International) werd ontslagen toen hij in 2008 al-Assad interviewde. Dat was enkele dagen voor diezelfde al-Assad eregenodigde was van Sarkozy op de nationale feestdag van 14 juli! De derde genodigde was Marcello Ferrada De Noli, de voorzitter van de Zweedse ngo ‘Swedisch Doctors for Human Rights”.

In een venijnige brief aan de voorzitter van de Press Club schreef Reporters Zonder Grenzen dat lid is van de Press Club (vrij vertaald):

(…) Wij distantiëren ons volledig van deze gebeurtenis en willen niet geassocieerd worden met een conferentie die een zogenaamde journaliste verwelkomt, mevrouw Vanessa Beeley, die het Syrische regime wil beschermen door het gebruik van foltering te rechtvaardigen. Zij heeft nooit gepubliceerd in onafhankelijke media. Het is opmerkelijk dat er minstens tweehonderd keer naar haar wordt verwezen in de Russische mediapropaganda (SputnikNews, Russia Today).

(…) Bovendien is het onaanvaardbaar om de heer Marcello Ferranda De Noli, de voorzitter van de Zweedse Artsen voor de Mensenrechten, uit te nodigen, een vereniging waarvan wij geloven dat deze fungeert als een instrument voor Russische propaganda.
Reporters Zonder Grenzen eist verder gewoon dat het debat zou afgelast worden en ‘hoopt’ dat het zijn lidkaart niet moet terugsturen.

Uiteraard gaat de Press Club niet in op de vraag. Guy Mettan, de voorzitter schreef een uitgebreid pertinent antwoord terug. Een (weerom vrij vertaald) uittreksel:

(…) Aan de ene kant lijkt het mij een ernstige inbreuk op de vrijheid van meningsuiting en totaal in tegenspraak met de “vrijheid om te informeren en te worden geïnformeerd over de hele wereld” dat RZG beweert te verdedigen in zijn handvest en een  zin die is opgenomen in jullie briefhoofd. Het zou er dan op lijken dat journalisten en hoofdredacteurs voor idioten worden aanzien die niet in staat zijn om de feiten en argumenten die hen worden voorgelegd te analyseren en voor zichzelf een mening te vormen.

(…) Sta mij toe om u niet te antwoorden met betrekking tot de persoonlijke aanvallen tegen onze collega Vanessa Beeley en tegen de heer De Noli. Ze zijn de journalistiek onwaardig.
Voor de volledige versies van beide brieven, klik je hier.

Le Monde

De Franse krant Le Monde maakt deel uit van het ‘International Consortium of Investigative Journalists’ (ICIJ) dat de Paradise Papers heeft onthuld. Het dagblad meldde dat Bernard Arnault, de rijkste Fransman en baas van LVMH, het grootste conglomeraat van luxeproducten ter wereld, ten minste acht verschillende adviesbureaus heeft gebruikt om zijn vermogen in zes verschillende belastingparadijzen te parkeren. Het was te voorspellen dat Bernard Arnault daar niet blij mee zou zijn. In een eerste reactie zei hij dat de activa die door Le Monde in het kader van de Paradise Papers geciteerd werden “volkomen legaal” zijn. (Misschien is dat wel zo maar dat is nu juist het probleem).

Anderzijds legaal of niet, hij heeft er waarschijnlijk een slapeloze nacht aan overgehouden. Le Canard Enchaîné is een toonaangevend satirisch weekblad dat bekend staat om zijn onthullingen van kleine en grote afkeurenswaardige praktijken in Frankrijk. De feiten worden elke woensdag onverbloemd en met veel bijtende humor verteld. Volgens Le Canard zou Bernard Arnault besloten hebben om tot het einde van het jaar de geplande advertentiepagina’s van de luxegigant in te trekken bij Le Monde. Dat zou een minderinkomst van een half miljoen euro betekenen voor de krant. De LVMH-groep van Bernard Arnault, van zijn kant, weerlegde een “totale besnoeiing” van zijn advertenties in Le Monde maar zegt, “al enkele maanden een reflectie” te voeren om zijn investeringen in “klassieke media” in het voordeel van “digitale media” te verhuizen. “De investeringen in Le Monde zullen natuurlijk niet onderbroken worden,” reageerde de woordvoerder uiteindelijk, toen de controverse begon aan te zwellen.

Als toemaat kunnen we nog vermelden dat Bernard Arnault, de schoonvader is van Xavier Niel, een van  de grootste aandeelhouders van Le Monde.

Hongarije

Begin november kondigde het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken aan dat het een miljoen dollar ging uitgeven om antiregeringskranten op het Hongaarse platteland te steunen. Dat zou een  direct effect moeten hebben op de komende Hongaarse parlementsverkiezingen van april of mei 2018.  Euh…is verkiezingen willen beïnvloeden niet iets wat die malafide Russen deden met de presidentsverkiezingen in de VS?  Is dat ‘niet hetzelfde’ als de VS het doen? Is dat enkel des duivels als het de Russen zijn?

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten