Saudi-Arabië stuurt aan op oorlog met Iran

De Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman en Poetin (Wikimedia Commons)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Saudi-Arabië haalt de banden met Israël aan. Vorig jaar bezocht een gepensioneerde Saudi-Arabische generaal Israël, naar verluidt om te praten over een Saudisch vredesplan van 2002
waarvoor Israël nooit enige interesse heeft getoond. Interesse was er des te meer voor het “Iraanse gevaar”. Ook dit jaar waren er Israëlisch-Saudische contacten op hoog niveau. Vorige week ging het nog een stap verder: een Saudische krant publiceerde een interview met de Israëlische militaire stafchef die Saudi-Arabië steun aanbood voor de strijd tegen Iran, dat beide landen, en ook de Verenigde Staten, als het grootste gevaar voor het Midden-Oosten zien.

Koning Salman, 81, en zijn zoon en kroonprins, Mohammed bin Salman, 32, komen duidelijk meer en meer in de verleiding een nieuw militair avontuur te beginnen tegen de verfoeide sjiieten van over de Golf. Ze zetten via salafische milities de indirecte oorlog voort tegen Iran in Syrië, een oorlog die in 2011 werd begonnen door wijlen koning Abdallah. Een paar maanden na diens dood openden ze in maart 2015, ook met eigen soldaten, een nieuw front in Jemen, waar de Arabische lente evenals in Syrië tot een burgeroorlog had geleid.

Beide avonturen verlopen niet goed. In Syrië zijn de pro-Saudische soennitische milities zo goed als militair verslagen door het Syrische leger, dat hierbij de steun krijgt van Rusland, Iran en sjiitische milities uit Libanon (Hezbollah), Irak, Iran, Afghanistan… Het offensief in Jemen, met de steun van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en van huursoldaten uit onder meer Latijns-Amerika, tegen de tot de sjiitische tak van de islam behorende houthi-rebellen, is na enkele successen, zoals de verovering van de havenstad Aden, al maandenlang vastgelopen.

Dure avonturen

Bovendien kosten de oorlogen, met inbegrip van de enorme wapenaankopen in de westerse landen en van de hulp aan de armlastige Arabische landen die Saudi-Arabië steunen, miljarden en miljarden dollars. Reken daarbij dat de olieprijs al enkele jaren op een laag pitje staat, dan zal het niet verwonderen dat zelfs Saudi-Arabië financieel in de problemen komt. Sedert oktober verkeert het land officieel in een recessie. Vorig jaar diende het geld te gaan lenen op de internationale markten om de begroting sluitend te maken. En ook dit jaar is de begroting zwaar deficitair. Geen wonder dat de kroonprins al plannen lanceerde om een deel van de nationale oliemaatschappij te verkopen. Voorstellen om de Saudische ambtenaren te doen inleveren op hun lonen verdwenen in de koelkast wegens het enorme binnenlandse verzet.

Ook de wreedheid van de oorlog in Jemen, die zelfs de Amerikaanse en Britse bondgenoten in verlegenheid brengt, heeft het imago van Saudi-Arabië in de wereld zware schade berokkend. Zowat 18 miljoen van de 27 miljoen Jemenieten hebben internationale hulp nodig om te overleven. Al zeker 10.000 Jemenieten zijn omgekomen bij zware bombardementen op markten, scholen en hospitalen. Het aanzien werd verder ondermijnd door de hulp aan terroristische organisaties die hun actieterrein uitbreidden tot de westerse wereld. En dat laatste is er te veel aan: zolang de terroristen vijanden van het Westen doden is er niets aan de hand en worden ze zelfs geholpen. Maar als ze hun weldoeners beginnen te belagen is het hek van de dam. Zelfs in het Belgische parlement werd door regeringsleden gepleit voor de stopzetting van wapenleveringen aan Saudi-Arabië, evenals voor het opschorten van de erfpacht voor de grote moskee in Brussel, die wordt beschouwd als een haard van salafistische propaganda.

Les niet geleerd

Men zou denken dat dit alles tot voorzichtigheid, zelfs tot een opening voor onderhandelingen zou aanzetten. Niets daarvan totnogtoe. In plaats van te stoppen met schieten wordt gepoogd het Saudische blazoen op te poetsen. Om van het terroristische imago af te geraken werd plots buurland Qatar ervan beschuldigd het terrorisme te steunen. Wat ook wel zo is, maar Qatar steunt de “verkeerde” terroristen, de moslimbroeders die door Saudi-Arabië als vijanden worden beschouwd omdat ze in principe tegen het koningschap zijn. Waardoor Saudi-Arabië zich geviseerd en in verlegenheid gebracht voelt want de koran is niet mals voor koningen. Om dat tegen te gaan laten de Saudische koningen zich al jaren liever “behoeders van de heilige plaatsen” van de islam, met name Mekka en Medina, noemen.

Het verbreken van de relaties door Saudi-Arabië en zijn bondgenoten met Qatar en de blokkade van het land had echter ongewenste neveneffecten. Nog een voorbeeld dat kroonprins Salman eerst handelt en dan denkt. Zo kreeg Saudi-Arabië ruzie met Turkije, dat ook een positieve kijk heeft op de Moslimbroederschap. Het land stuurde meer militairen naar Qatar om in geval van een invasie de Saudi’s te stoppen. Nog erger is dat Iran nog een stap dichter bij de grenzen van Saudi-Arabië kwam, want Voor Teheran was het bijstaan van Qatar een goedkope manier om de Saudi’s nog verder te jennen.

Vanuit Riad, de Saudische hoofdstad, werden ook diplomatieke initiatieven gelanceerd in de hoop nieuwe bondgenoten te vinden tegen Iran. Zo ging kroonprins Mohammed bin Salman op bezoek bij de Russische president Poetin, een bondgenoot van Iran, om te praten over samenwerking en handel. Er werd zelfs gevraagd of de Russen geen S400 luchtafweerraketten zouden kunnen leveren. Een verzoek waar Poetin mee instemde – tot grote woede van Washington dat al boos was omdat ook Turkije, een NAVO-bondgenoot een besteling voor dat systeem plaatste. President Trump stemde plots in met een eerder afgehouden Saudisch verzoek om het modernste Amerikaanse luchtafweersysteem te verkopen.

Al maanden lang wordt Irak, de voormalige aartsvijand van Saudi-Arabië, opgevrijd in de hoop het los te weken van Iran. Wat niet evident is: Saudi-Arabië heeft in grote mate bijgedragen tot de vernietiging van Irak nadat de toenmalige president Saddam Hoessein in de zomer van 1990 het emiraat Koeweit onder de voet had gelopen, en maakte ook de Amerikaanse invasie van 2003 om Saddam Hoessein ten val te brengen mogelijk. Wat tot een nog steeds niet helemaal gebluste brand in het land leidde. Twee niet zo’n verstandige Saudische beslissingen. Irak werd sedert zijn oprichting door de Britten na de Eerste Wereldoorlog geleid door soennieten, geloofsgenoten van de Saudi’s, ondanks het feit dat de meerderheid van de Irakezen bestaat uit sjiieten, die dankzij de Amerikaanse invasie aan de macht kwamen. Ook steunde Saudi-Arabië jaren lang Iraak-soennitische milities tegen de sjiieten. Saudi-Arabië zal dus wel heel wat hebben moeten uitleggen in Bagdad en met financiële hulp over de brug zijn moeten komen. Zonder enige zekerheid dat de Irakezen afstand zullen nemen van Iran. Het is nu wel al zo ver geraakt dat er weer diplomatieke betrekkingen zijn aangeknoopt en de gemeenschappelijke grens is geopend.

Harde aanpak

Elders konden de Saudi’s het zich permitteren minder tegemoetkomend te zijn en een harde aanpak te gebruiken. Zo kwam het in 2016 tot een grote ruzie met Egypte, waar het koningshuis nochtans miljarden had ingepompt om de moslimbroeders van de macht te verdrijven. Oorzaak: Egypte had in de Verenigde Naties een Russische resolutie over Syrië gesteund. Gevolg: plots zetten de Saudi’s de beloofde leveringen van geraffineerde olieproducten stil. Het heeft tot de eerste maanden van dit jaar geduurd vooraleer het geschil werd opgelost. President Sissi kon niet anders dan toegeven: zijn land zit al jaren financieel en economisch aan de grond. Hij leerde wel zijn les en is nu een belangrijke bondgenoot van koning Salman en diens zoon in de coalitie tegen Qatar.

In 2014 wilde Frankrijk wapens verkopen aan Libanon omdat dit land de schokgolven voelde van de oorlog in Syrië. Tot eerder dit jaar was overigens een deel van het grensgebied tussen Libanon en Syrië bezet door leden van Islamitische Staat (IS) en andere terroristische groepen. Afgesproken werd dat Saudi-Arabië de rekening van zowat twee miljard euro zou betalen. Ondanks het feit dat de pro-Saudische Saad Hariri in 2016 voor de tweede keer eerste minister werd sprong de deal af. Omwille van de aanwezigheid van de sjiitische Hezbollah (Partij van God) in de regering verbraken de Saudi’s de afspraak zodat de Fransen zelf hun fabrikanten moesten betalen.

Hervormingsgezind en gematigd?

Tussen al die diplomatieke en minder diplomatieke acties door probeerden koning Salman en zijn zoon Mohammed zich tegenover de buitenwereld een progressief en hervormingsgezind imago aan te meten. Niet zonder succes. Grote bijval kreeg Mohammed door zijn verklaring dat vanaf juni volgend jaar vrouwen met de auto op straat zullen mogen rijden. Evenveel voor zijn belofte dat hij het land weer op het spoor van een “gematigde islam” zou zetten en er een “open maatschappij” van maken. En nog meer voor zijn grootscheepse plannen, samengevat in de slogan “Horizon 2030”, voor grootscheepse investeringen om het koninkrijk minder afhankelijk te maken van de olieopbrengsten.

Echt gematigde zal die islam niet zijn. Het sjiisme blijft voor de Saudi’s een ketterij die moet worden aangepakt. In eigen land zijn er zowat 10 % sjiieten. De toon van de nieuwe koning en zijn zoon werd gezet begin 2016 toen ze de leider van de sjiitische gemeenschap, Nimr Baker al-Bakr lieten terechtstellen. En de toon tegen het Iraanse sjiitische bewind is niets gemilderd. Integendeel zelfs. De Saudi’s zijn duidelijk uit op oorlog maar ze hebben wel problemen om genoeg bondgenoten te vinden. De Europeanen zijn alles behalve enthousiast en president Trump mag dan wel anti-Iraans zijn, hij aarzelt toch om er een oorlog bij te nemen nu de Amerikanen er niet in geslaagd zijn president Bashar al-Assad te verdrijven en ze zich genoodzaakt zien bijkomende soldaten te sturen naar Afghanistan in een poging de verdere opmars van de Taliban te stuiten.

Begin deze maand hebben de Saudi’s nieuwe anti-Iraanse initiatieven genomen. Onder voorwendsel dat de raket die houthi’s in Jemen richting de hoofdstad Riad zouden hebben afgevuurd van Iraanse makelij was, werd Teheran met vergelding bedreigd. Jemen zelf kreeg een totale blokkade opgelegd, waardoor geen hulpgoederen meer naar het land konden worden gestuurd. Een volgende zet was premier Hariri van Libanon tijdens een bezoek aan Saudi-Arabië te overhalen om af te treden als eerste minister onder voorwendsel dat er een moordcomplot was tegen hem. Vervolgens werden alle Saudi’s in Libanon aangemaand onverwijld terug te keren Saudi-Arabië. Van Israëlische kant werden berichten de wereld ingestuurd dat er wellicht wel een nieuwe gevechtsronde met Hezbollah in Libanon op komst zou kunnen zijn.

Staatsgreep

Om binnenlands verzet te voorkomen tegen die politiek pleegden koning Salman en zijn zoon een verkapte staatsgreep. Ze plaatsten een 200-tal prinsen, oud-ministers en zakenlui in luxehotels en trokken ook de laatste touwtjes van de macht naar zich toe. Zo werd prins Miteb bin Abdullah ontslagen als baas van de Nationale Garde – een aparte militaire organisatie met als taak de leden van het huis van Saud te beschermen tegen eventuele pogingen dat huis omver te werpen. Miteb was eerder getipt als opvolger van zijn vader koning Abdullah (1924-2015) wegens de ouderdom en zwakke gezondheid van diens broer Salman (nu 82 jaar), de laatste nog levende zoon van koning Abdul-Aziz ibn Saud, de stichter van het Saudische koninkrijk, die voor de opvolging in aanmerking kwam. Maar uiteindelijk werd Salman, om de traditie voort te zetten, toch koning, .

De arrestaties werden voorgesteld als een actie tegen de corruptie in het koninkrijk, maar volgens sommige berichten zou het eerder een actie zijn om de staatskas te spijzen. Er zou met de opgepakten worden onderhandeld over hun vrijlating in ruil voor een flink deel van hun fortuin. De opbrengst zou tot ongeveer 300 miljard dollar kunnen bedragen. Geld om nieuwe acties tegen Iran te financieren?

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.