Koerdistan, de terugslag van een ander referendum

Facebooktwittergoogle_plusmail

Enkele dagen voor het Catalaans referendum werd ook in Iraaks Koerdistan een referendum georganiseerd. Een niet-bindend referendum over onafhankelijkheid. Meer dan 92% van de kiezers stemden voor. Maar net als de Catalanen zijn ook de Koerden van een koude kermis thuisgekomen.

De droom van een onafhankelijk Koerdistan zal voorlopig een droom blijven. De Iraakse Koerden zijn niet alleen politiek door iedereen in de steek gelaten, ze zijn ook militair verslagen. De ‘Blitzkrieg’ die het Iraakse leger met de steun van door Iran gesteunde milities tegen de Peshmerga voerde is uitgedraaid op een totale overwinning voor de Iraakse regering.

Van meet af aan was Bagdad fel gekant tegen het referendum dat het ongrondwettelijk noemde. In een reactie op de organisatie ervan startten het Iraakse leger en de sjiitische Hashd al-Shaabi milities op 16 oktober een militaire actie. In een eerste fase leidde die ertoe dat de olierijke Kirkuk-provincie en grote delen van andere omstreden gebieden die eerder door de Koerden werden gecontroleerd terug in handen vielen van de centrale Iraakse regering.

Koerden verliezen

Het kwam niet tot een open oorlog. Noch de Koerden, noch de Iraakse regering wilden dat. Toch vonden er een min of meer belangrijke reeks schermutselingen en gevechten plaats met doden en gewonden aan beide kanten. Uiteindelijk kondigde de Iraakse premier al-Abadi op 27 oktober een wapenstilstand af om gesprekken tussen de Irakezen en de Koerden mogelijk te maken.

Twee dagen eerder, op 25 oktober, had de Koerdische Regionale Overheid (KRG) al aangeboden om gesprekken te beginnen. Ondertussen zou het resultaat van het onafhankelijkheidsreferendum bevroren worden. Dat was echter onvoldoende voor Iraaks premier al-Abadi. Vanuit Teheran, waar hij op bezoek was, verwierp hij dat Koerdisch aanbod radicaal. We zullen niets anders accepteren dan de annulering [van het referendum] en respect voor de grondwet“, liet hij verstaan..

Tot de gesprekken dan uiteindelijk begonnen voerde het Iraakse leger nog meerdere aanvallen uit tegen de Koerden ten zuiden van Erbil, de hoofdstad van Iraaks Koerdistan, en bij Faysh Khabur, de strategische grensovergang tussen Syrië en Irak.

De stafchef van het Iraakse leger, luitenant-generaal Othman al-Ghanmi, zei op 28 oktober, na slechts een gespreksronde, dat de Peshmerga zich moesten terugtrekken tot aan de regionale grenzen van vóór 2003. Tegelijkertijd bevestigde premier al-Abadi dat de de gesprekken bedoeld waren om een vreedzame inzet van Iraakse troepen bij de grensovergangen met Turkije, Iran en Syrië te bekomen.

Tijdens de verdere onderhandelingen werd het snel duidelijk dat de overdracht van alle grensovergangen aan de Iraakse federale overheid een van de belangrijkste eisen was van Irak. Faysh Khabur en Ibrahim Khalil zijn de grensovergangen van Irak naar respectievelijk Syrië en Turkije. Het probleem voor Bagdad was dat die grensposten zich pal binnen het erkende grondgebied van de Koerdische autonome regio bevinden. Bagdad heeft daardoor geen rechtstreekse toegang tot de Turkse grens zonder door de Koerdische regio te gaan. Bagdad wil echter olie naar Turkije kunnen exporteren zonder daarbij door de Koerden gehinderd te worden. Het wil ook voorkomen dat de Iraaks Koerden toegang hebben tot Syrië – of beter gezegd, Syrisch Koerdistan (Rojava) aan de andere kant van de grens.

De controle van de grenzen geeft Irak de kans om de opbrengst van de olieexporten terug in eigen handen te krijgen. Die werden sinds 2014 immers eenzijdig door de Koerden geïncasseerd en nooit of slechts gedeeltelijk doorgestort naar de Iraakse centrale regering. Het resultaat van de besprekingen was snel duidelijk. Een dag later verlieten de Koerden effectief de Faysh Khabur en Ibrahim Khalil grensovergangen waardoor ze die de facto overhandigden aan de Iraakse overheid.

Barzani treedt af

Weer een dag later, op zondag 29 oktober, kondigde Massoud Barzani, de president van Iraaks Koerdistan via een brief aan dat hij geen verlenging van zijn presidentieel mandaat meer beoogde. Dat liep af eind oktober en nieuwe regionale parlements- en presidentsverkiezingen waren gepland voor 1 november. Die zijn ondertussen uitgesteld.

Met dat besluit kwam Barzani zijn belofte van tijdens de campagne voor het onafhankelijkheidsreferendum na. Hij zou de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het referendum op zich nemen. Die gevolgen zijn duidelijk. Sinds 25 september heeft de Koerdische regio 30 procent van zijn grondgebied, de helft van zijn olie-inkomsten en de controle over zijn grenzen verloren. Daarmee is het politieke landschap van de Iraakse Koerden helemaal door elkaar geschud.

Op korte termijn is de belangrijkste vraag of Irak tevreden is met het bekomen resultaat.

De centrale Iraakse regering heeft de controle op de grenzen in handen en daardoor ook de controle op de geldstromen die de olie-export met zich meebrengt. Daarnaast hebben ze de provincie Kirkuk en tegelijkertijd de olievelden in die provincie in handen. De controle op de regionale luchthavens staat eveneens op het verlanglijstje van de de Iraakse regering. De vraag is of het meer wil en misschien ook de controle overnemen van de olievelden die binnen het grondgebied van het autonome Koerdistan liggen?

De stilte van nagenoeg de hele internationale gemeenschap, met uitzondering van Israël dat tegelijkertijd voor een onafhankelijk Koerdistan en tegen een onafhankelijk Palestina ijvert, zou Irak wel eens kunnen motiveren om zich niet al te terughoud op te stellen.

Verleden week trachtte premier al-Abadi de spanning tussen Koerdistan en Bagdad te verlichten. Hij stuurde een ‘geruststellende’ boodschap. Het Koerdische volk was niet het doelwit van de strafmaatregelen. Trouwens, zei hij, binnenkort zullen de salarissen van het overheidspersoneel en de Peshmerga door het centrale Iraakse gezag worden betaald. Daarmee speelt hij sterk in op de loyaliteit van dat personeel en de Koerdische troepen. Het zal naar verwachting de kern van de economie van Koerdistan treffen en het gezag van Erbil ondermijnen. Erbil kan immers onmogelijk zo’n aanbod weigeren.

De Koerdische media liggen in de vuurlijn. Rudaw, een Koerdische mediagroep verbonden met de Koerdische Democratische Partij (KDP) van, nu oud-president, Barzani, in het bijzonder. Premier al-Abadi zei dat de Koerdische media bij de gevechten om Kirkuk het doden van Iraakse troepen hebben aangemoedigd en dus oorlogsmisdaden hebben begaan. Van zijn kant adviseerde de Iraakse mediacommissie met name het leger om journalisten van Rudaw te verhinderen hun werk te doen, hen te arresteren en hun materiaal in beslag te nemen. Dit op basis van het feit dat Rudaw enkel een vergunning heeft van de Koerdische plaatselijke regering en niet van de Iraakse federale regering.

Volgens de Iraakse grondwet is Koerdistan een autonome regio met een eigen Koerdische regionale overheid dat recht heeft op 17% van het nationale budget. Hoewel die 17% in het verleden nooit gerealiseerd zijn stonden ze wel steeds als zodanig in het jaarlijks budget ingeschreven. Het budget van 2018 daarentegen spreekt nu van 12.67%. De afgelopen dagen heeft de federale regering ook laten doorschemeren dat zij de provincies binnen de Koerdische regio als afzonderlijke partners gaat behandelen. Zij zouden voortaan hun aandeel in de nationale begroting rechtstreeks uitbetaald krijgen. Daarmee zou de Koerdische Regionale Overheid buiten spel gezet zijn.

Winnaars

Irak komt als winnaar uit de strijd te voorschijn. In het slechtste geval is de winst slechts tijdelijk. De Koerdische kwestie in Irak zal op middellange of lange termijn niet verdwijnen. Een element in de beheersing ervan is de manier waarop de Iraakse regering en met name de sjiitische milities, met enerzijds de Koerden en anderzijds de Soennitische stammen zullen omgaan. Om de vrede te bewaren moet Bagdad dringend op zoek naar een systeem waar sjiitische en soennitische Arabieren vreedzaam naast Koerden en Turkmenen kunnen leven.

Voor de Koerden geldt dan weer hun capaciteit om terug te ‘vechtendoor onder elkaar overeen te komen, en samen te werken met de soennitische stammen.

Internationaal gezien heeft Irak aan invloed gewonnen door in deze eerste fase de kaart van stabiliteit en vrede te trekken. Zowel Iran als Saoedi-Arabië kunnen daar, beiden om verschillende redenen, alleen maar tevreden om zijn. Irak kan blijven rekenen op de niet-aflatende steun van Iran. De invloed van Iran is sterk gestegen en hun uiteindelijke doel, toegang krijgen tot de Middellandse Zee is dichterbij gekomen.

Saoedi-Arabië, Iran’s belangrijkste regionale concurrent, heeft door in de kwestie van het referendum premier al-Abadi te steunen laten verstaan dat het betere betrekkingen wil met Irak. De Saoedi’s willen het oppompen van olie beperken om de prijs ervan boven de 60 euro/vat te houden en Irak is de tweede grootste olie-exporteur van de OPEC. De concurrentie met Iran over Irak zal eerder gebeuren door gunsten te bedingen dan door bedreigingen.

Nog een winnaar is Turkije. Het land heeft samengewerkt met Irak om de grensovergang tussen beide landen over te nemen van de Koerden. Het is nu in onderhandelingen met Irak om zijn olie via de Turkse Middellandse Zeehaven van Ceyhan te exporteren. Ondertussen is president Erdogan aan zijn topprioriteit voor Irak begonnen. De PKK uit het land verdrijven. Op 4 november hebben Turkse vliegtuigen diverse kampen van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Noord-Irak gebombardeerd.

De VS verliezen aan twee kanten

Irak ligt in het hart van de Amerikaanse strategie om Iran in te dammen. De VS hebben in Irak zo’n 12 bases, meer dan 5000 troepen en ‘s werelds grootste ambassade, liefst 42 hectare met duizenden personeelsleden.

De VS kozen partij voor de Iraakse regering in de zaak van het referendum maar hebben daarbij hun trouwste bondgenoot in de regio, de Koerden, een mes in de rug gestoken. Daarmee zijn echter niet alle bij de Irakezen geslagen wonden geheeld. In Irak zijn ze nog niet vergeten dat toen IS het land binnenviel, Iran het eerste land was dat militaire hulp stuurde terwijl de VS maandenlang aarzelden om ter hulp te komen. Het was dan ook slechte timing van de Amerikaanse staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken Tillerson toen hij op 22 oktober suggereerde om de door Iran gesteunde Hashd al-Shaabi milities te ontbinden eens de strijd tegen IS gewonnen was. De Hashd al-Shaabi milities hebben een grote rol gespeeld in de oorlog tegen IS en het onder controle krijgen van Iraaks Koerdistan. De Iraakse reactie liet dan ook niet lang op zich wachten. Premier al-Abadi antwoordde dat niemand het recht heeft om te interfereren in de binnenlandse zaken van het land.

De Koerden van hun kant voelen zich momenteel in de steek gelaten, zo niet helemaal verraden, door de Verenigde Staten en alle landen van de door de VSgeleide coalitie. Ondanks de efficiëntie van de Peshmerga in de oorlog tegen IS, heeft het Westen niets gedaan om de Koerden te helpen terwijl het Iraakse leger en de Iraakse regering alle door Koerdistan sinds 2003 behaalde resultaten terug inpikten.

Washington zal vroeger eerder dan later actie moeten ondernemen om de crisis tussen hen, de Koerden en de Iraakse regering te ontmijnen. Er zal veel diplomatie nodig zijn, een kwaliteit die niet onmiddellijk met de Trump-administratie vereenzelvigd wordt.

Het is moeilijker om de impact op de Russische invloed in te schatten. Rosneft, het Russisch staatsoliebedrijf had net een groot contract getekend met de KRG over de exploitatie van olievelden in de buurt van Kirkuk. De Iraakse federale regering was daarover zeer misnoegd omdat zij daar niet bij betrokken werden. De gemoederen zullen vermoedelijk al bedaard zijn gezien de minister van Buitenlandse Zaken van Irak Ibrahim Jaafari na een ontmoeting met zijn Russische tegenhanger Sergey Lavrov in Moskou op 23 oktober, zei dat Bagdad sterkere economische banden en een strategisch partnerschap met Rusland wil ontwikkelen.

De Russen hebben voorlopig het voordeel boven de VS. Zoals Al-Monitor verleden week opmerkte, terwijl Poetin elk manoeuvre behoedzaam uitvoert en daarbij steeds rekening houdt met Iran en het voortdurende veranderende regionale landschap, beperken de Verenigde Staten hun mogelijkheden door elke Iraanse beweging als vijandig te beschouwen. Dit tot grote frustratie van premier al-Abadi, die liever zou hebben dat de VS en Iran hun vijandigheid niet in Irak uitspelen.

Waarschijnlijk zullen de volgende belangrijke gebeurtenissen in Syrië plaatsvinden. Hoewel de Syrische context sterk verschilt van die in Irak worden de kansen van de Koerden in Syrië om een autonome federale regio in Noord-Syrië te bekomen steeds onwaarschijnlijker. Rusland had de PYD (Democratische Uniepartij), de belangrijkste Koerdische politieke partij van Syrië uitgenodigd voor het door hen, Iran en Turkijke geplande vredesoverleg op 18 november in Sochi. Voor Turkije was die uitnodiging ‘onaanvaardbaar’. De PYD is volgens hen een afdeling van de Turkse ‘terroristischePKK. Die protesten (en de tegenstand van Iran en de Syrische overheid) hebben ertoe geleid dat Poetin het congres heeft uitgesteld.