Abe, winnaar bij verstek

Foto JapanTimes/Yoshiaki Miura
Facebooktwittergoogle_plusmail

Shinzo Abe blijft na de vervroegde verkiezingen van 22 oktober premier van Japan. Abe heeft dat voor een deel te danken aan de zwakte van de opposities. De grootste oppositiepartij, de Democratische Partij van Japan (DPJ) pleegde eind september zelfs harakiri, zodat de oppositie slechts bestond uit enkele snel ineen geknutselde partijen. Het betekent wel dat Abe, een  negationist die onder meer de Japanse oorlogsmisdaden ontkent, werk kan maken van een herziening van de grondwet zodat Japan ongehinderd kan deelnemen aan de bewapeningswedloop.  De spanningen rond Noord-Korea hebben Abe ook geholpen om het protest tegen zijn militaristische plannen te counteren.

Harakiri

De lage opkomst van 53 %, de tweede laagste sinds 1945, geeft al aan dat dit geen KO-zege is. De Liberaal-Democratische Partij (LDP) van Abe haalt met 281 zetels net evenveel als in de vorige Kamer (die nu wel 10 zetels minder telt). Maar zijn bondgenoten van Komeito, de politieke arm van een boeddhistische beweging, vallen van  41 op 29. Hoe dan ook, samen genoeg voor een twee derde meerderheid die een referendum kan uitschrijven over artikel 9 van de grondwet.

De oppositie stelde de voorbije jaren niet veel voor. De belangrijkste partij, DPJ, droeg in het  begin van de eeuw een tijdlang de hoop op verandering. Nochtans waren verscheidene van de stichters eind vorige eeuw veteranen van de LDP, sommige waren  nauwelijks minder rechts dan de LDP. Maar de Japanse Socialistische Partij, tot dan dé oppositiepartij, had eerder harakiri gepleegd, verscheidene veteranen van die partij zochten onderdak bij de DPJ.

Terugkeer

Die DPJ won de verkiezingen in 2009 waarmee ze een einde maakte aan een halve eeuw bijna ononderbroken heerschappij van de LDP. De regering van de DPJ werd een ontgoocheling, politici die echt iets wilden veranderen, botsten op halsstarrige tegenwerking van het machtige overheidsapparaat en kregen ook uit hun eigen sterk tegenwind. De LDP kwam terug, ze won, met Abe aan het hoofd, de verkiezingen van 2012. Alles viel terug in de oude plooi, met een LDP bestaande uit diverse belangenfracties en dynastieën, waaronder de dynastie waaruit Abe voortkomt.

De PDJ viel daarop uiteen, de tegenstellingen tussen de conservatieve vleugels en de meer progressieve maakte het gewoon onmogelijk ernstig oppositie te voeren. Het ontbrak nochtans niet aan munitie. Met het liberale economische beleid van Abe namen de ongelijkheden sterk toe. En naar schatting 40 % van  de werknemers zit nu in precaire statuten. Maar het gevoel van machteloosheid is groot en verklaart mee de lage opkomst bij de  verkiezingen.

Hoop

De DPJ ontbond zichzelf dus nog voor de verkiezingscampagne begon. De nog nieuwe partijleidster van de DPJ, Renho Murata, gaf de uittredende gekozenen  de raad zich aan te sluiten bij de nieuwe Partij van de Hoop. Die was net opgericht door Yuriko Koike, die vorig jaar als onafhankelijke kandidate verkozen was tot gouverneur van Tokio met een programma tegen corruptie en voor transparantie.

Koike is allesbehalve progressief, zij weigerde gewezen DPJ-parlementsleden die volgens haar te links waren. Op de meeste punten – economisch beleid, grondwetsherziening enz. – staat ze even rechts als Abe. Zij legt het accent op strijd tegen corruptie en dacht daarom ook garen te spinnen bij twee schandalen waarin Abe werd genoemd. Zonder resultaat, want van de 57 uittredende parlementsleden, onder wie veel ex-DPJ, werden er slechts 50 herkozen.

Andere leden van de DPJ waren overgestapt naar een andere politieke formatie, de CDP, Constitutionele Democratische Partij. Het is niet echt een partij, wel een coalitie rond drie groepen: de Sociaal-Democratische Partij (SDP, een restant van de vroegere Socialistische Partij), de Communistische Partij (CPJ) en gewezen DPJ-leden. De Japanse communisten zijn vooral actief in de vredesbeweging en in milieubewegingen. De CPJ had in het uittredend parlement 21 zetels. De CDP, waar ze nu deel van uitmaakt, haalde 54 zetels en  is daarmee de grootste oppositiegroep.

Negationisme

Het relatieve succes van de CDP geeft links weer hoop. Abe zal wellicht zijn militaristische agenda willen doordrukken. In het parlement is de tegenstand zwak, maar die is wel sterk in de maatschappij. Radicaal rechts droomt er al lang van artikel 9 van de grondwet te schrappen, maar totnogtoe liepen de meeste Japanners daar niet warm voor, integendeel. Abe rekent nu op de angst die er is door de internationale spanning rond de nieuwe kernwapenmogendheid Noord-Korea.

Abe behoort tot de radicale rechtervleugel van de LDP, zij die jaarlijks in augustus een bezoek brengen aan de Yasukuni tempel in Tokio waar ook negen oorlogsmisdadigers opgebaard liggen. Dat zijn de mensen die vinden dat Japan helemaal geen oorlogsmisdaden pleegde – zoals het bombardement van Nanjing – 300.000 doden, dat Japan alleen defensief oorlog voerde in China en Zuid-Azië, dat het Korea terecht koloniseerde…. Het zijn deze kringen die de schoolboeken doen herschrijven, die vier jaar geleden een zwijgwet doordrukten om kritiek de mond te snoeren uit naam van de nationale veiligheid. Wat tot gevolg heeft dat Japan vaak op gespannen voet leeft met zijn Aziatische buren.

Abe komt rechtstreeks uit deze hoek. Hij is sterk beïnvloed door zijn moeder, een dochter van Nobusuke Kishi. Die had zeer hoge posten in het Japanse oorlogskabinet, hij was onder meer minister van Handel en Industrie in 1941 toen Japan de VS aanviel. De Amerikanen arresteerden hem in 1945 op de verdenking van oorlogsmisdaden. Maar toen ze in naam van het anticommunisme beslisten die oorlogsmisdadigers in te schakelen, werd hij vrijgelaten. Hij werd in 1957 zelfs premier, tot hij na drie jaar moest aftreden na massabetogingen tegen het militair verdrag met de VS. Een grootoom van Abe, Eisaku Sato, werd premier van 1964 tot 1972, maar was minder militaristisch. Hij kreeg in 1974 zelfs de Nobelprijs voor de vrede omdat hij een plan bleek te hebben om Japan kernwapenbrij te maken.

Identiteit

Voor de LDP van Abe moet er nu eindelijk komaf worden gemaakt met de beperkingen die uit artikel 9 voortvloeien. De grondwet zien zij als een permanente vernedering opgelegd door de Amerikaanse bezetter.  “Japan is terug”, was Abe’s leuze in 2013. Nu kopieert hij zijn vriend Donald Trump met ‘Make Japan great again’. Het wekt heftige bezorgdheid bij Japans buren. Abe steunt het Comité voor de studie van de geschiedenis dat wil aantonen dat Japan geen agressies pleegde. Dat maakt vooral Koreanen en Chinezen woedend.

Het wekt ook woede bij de vele Japanners die zich gelukkig achten een pacifistische grondwet te hebben. Abe rekent op zijn vrienden in de media om de bevolking te hersenspoelen. Een van die vrienden is Shigeta Komori, de baas van Fuji met FujiTV en enkele kranten en tijdschriften.  Zij zien zich als de herauten van het “eeuwige Japan”, van het herstel van Japans identiteit. Waar horen we dat meer de jongste tijd, die klemtoon op identiteit?

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.