Ludo De Witte schreef een sterk pleidooi voor ‘ecosocialisme’

Facebooktwittergoogle_plusmail

Auteur Ludo De Witte schreef ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op – Kapitalisme versus de aarde’. Zolang we de echte oorzaak van de klimaatverandering niet erkennen en aanpakken is het menselijk leven op aarde gedoemd. Dat systeem heeft een naam: kapitalisme. Een vlijmscherp betoog. De Witte geeft echter een mogelijke uitweg. (lees ook ‘recensie én repliek’  van Walter Lotens)

Net wanneer niets ontziende orkanen de Caraïben en de VS teisteren, verschijnt het boek van Ludo De Witte met de wel heel lange titel Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op – Kapitalisme versus de aarde. De Witte start met twee citaten. Die zijn van Naomi Klein en Karl Marx. Daarmee is de toon gezet, De Witte windt er geen doekjes om. Hij gaat recht op zijn doel af.

‘Slaapwandelend gerommel in de marge’

De eerste twee van de vijf hoofdstukken van zijn boek zijn geen opbeurende literatuur. We gaan ‘slaapwandelend naar de afgrond’, wat we tot nu deden, doen en van plan zijn te doen is ‘gerommel in de marge’. Heel wat mensen keren zich af van de waanzin van eeuwige groei en gaan biologisch tuinieren, kopen bewust, nemen de trein of de fiets, eten vegetarisch. De Witte is daar niet meewarig over, integendeel: “Prima op zich, maar als het daarbij blijft, is het bezigheidstherapie waar broodnodige actie bij inschiet … Lokale initiatieven zijn waardevol. Maar ze mogen geen eindpunt zijn, wel een vertrekpunt, een uitvalsbasis.”

De Witte refereert veel naar de Canadese klimaatactiviste Naomi Klein, vooral naar haar voorlaatste boek This Changes Everything van 2015. Gewaagd om zich met hét icoon van de klimaatbeweging te vergelijken, maar De Witte krijgt het gedaan. Meer zelfs, hij schuwt kritiek op bepaalde aspecten en standpunten van haar analyses niet.

Het wordt zeer dringend. “Vandaag leven ongeveer een miljard mensen minder dan 25 meter boven het zeeniveau.” De oplossing? Het Klimaatakkoord van Parijs 2015 is, in tegenstelling tot de vele officiële zegebulletins, ruim onvoldoende.

Bovendien vervalsen landen hun prestatiecijfers. Een sprekend voorbeeld: “Wanneer Noorse zalm naar China wordt verscheept voor verwerking en daarna weer wordt verscheept naar Noorse supermarkten … dan is het misleidend om de emissies van het transport en de verwerking China aan te rekenen, terwijl ze eigenlijk Noorwegen moeten worden aangerekend.” Het is slechts één van vele. Ook in eigen land loopt het scheef. Belfius investeert in Shell, Chevron en Gazprom. Ondertussen moet de NMBS 3 miljard euro besparen, terwijl 4,1 miljard belastinggeld naar bedrijfswagens gaat.”

De Witte staaft zijn strenge oordeel met talloze voorbeelden. Hij gelooft niet in het hoera-gedoe over nieuwe duurzame investeringen. De sommen die worden geïnvesteerd in vormen van alternatieve energie lijken wel enorm, tot je ze vergelijkt met de totaalsommen van de volledige energieproductie. Hoe groot de sector van de schone energie ook groeit, ze compenseert nauwelijks de bijkomende vervuiling die door het stijgend verbruik wordt veroorzaakt.

Klimaatactie is ook een ideologische strijd

Het probleem is ook ideologisch. Alle degelijke oplossingen die werken gaan in tegen de dogma’s van de ‘vrije markt’, zijn ‘protectionistisch’ of ‘marktverstorend’. “Alles waar het neoliberalisme voor staat, is een rem op structurele klimaatregelingen.” Overheidsingrepen zijn dus taboe. Vrijhandelsakkoorden als TTIP en CETA zullen de crisis nog verergeren, want ze stellen niets voor om het milieu, de natuur en de mens te beschermen. Bovendien, die verdragen verhinderen dat landen klimaatbeschermende maatregelen nemen.

Of het nog niet erg genoeg is, zit er nu een notoir klimaatontkenner in het Witte Huis. Volgens De Witte is echter niet Trump het probleem. “In de massamedia wordt de indruk gewekt dat het volstaat om Trump te vervangen om weer op het goede spoor te zitten.” Niets is minder waar. “Het doet ertoe hoe we het systeem noemen. It’s not called Donald Trump, it’s called capitalism.”

Neen, de eerste twee hoofdstukken van dit boek klinken niet hoopgevend. De Witte is niet alleen keihard voor de klassieke voorbeelden Thatcher en Reagan. Ook sociaal-democratische leiders al Helmut Schmidt, François Mitterrand, Tony Blair en Gerhard Schröder hebben het kapitalisme – en al wat daar uit voortvloeit – omarmd. Dat heeft een hele generatie vergiftigd (figuurlijk en letterlijk).

Groen of rood kapitalisme is geen oplossing

Ook hedendaagse denkers blijven grotendeels geloven dat een soort verlicht groen kapitalisme met verantwoordelijke bedrijfsleiders mogelijk zal zijn en een oplossing zal bieden. Een aantal van hen blijft zelfs in kernenergie geloven. De Witte is echter vooral kritisch voor zij die verdedigen dat het de bevolking zelf is die moet inkrimpen. We zouden gewoon met teveel zijn. Daarmee blijken dan vooral de armere lagen van de bevolking bedoeld te worden. Zowel hier als in het Zuiden. Niet toevallig.

De boodschap van deze denkers: “In het Noorden moeten we minder consumeren, in het Zuiden minder kindjes maken.” De Witte ziet daarin een prachtige boodschap voor al wie niet aan het systeem wil raken. Dat de rijkste één procent van de aardebewoners even veel koolstof uitstoot als de armste helft van de bevolking, is dan geen punt. De Witte haalt nog veel meer voorbeelden aan, onder meer over de absurditeit van ons systeem van massaproductie van voedsel. Er is echter meer, veel meer. Zo zijn er nog de verpakkingsindustrie, de reclamesector, de kledingsector, de winkelketens, de chemische industrie, de voedseladditieven, de lobbyisten en de belangenvermenging, de vleesindustrie, de zuivelindustrie, de farmaceutische industrie, de automobielsector en de wapenindustrie …
Een schrijnend voorbeeld van dat gerommel in de marge vindt hij in eigen land. Wat baat een mooi klimaatneutraal plan voor de stad Gent als in de Gentse haven het 56ste meest vervuilende bedrijf van Europa verder mag werken (ArcelorMittal)?

System change, not climate change

Het alternatief dat De Witte voorstelt is ‘system change, not climate change‘. Hij noemt dat ‘ecosocialisme’. “Het wordt tijd dat milieu-activisten en socialisten dat door de sociaaldemocratie en het stalinisme besmeurde project als het hunne claimen, en fier zeggen waar het voor staat: de mensheid redden van een economie die uitsluitend de belangen van de kapitaalbezitters voor ogen heeft.”

De Witte heeft zich goed voorbereid. Hij citeert auteurs en boeken die teruggaan tot de vroege jaren 1970. Hij gaat zelfs nog verder terug in de geschiedenis om het begin van het kwaad te duiden. Ierland, de allereerste Britse kolonie, werd een complete ecologische ramp. Hetzelfde fenomeen zette zich voort over heel de wereld. Vandaag kopen agrobedrijven hele delen van landen op, vooral in Afrika, maar ook in Azië en Latijns-Amerika. Dat doen ze niet om de lokale bevolking te voeden.

Dit boek is echter ook bikkelhard voor ‘het falen van links’. Rusland en China werden ecologische rampgebieden en in het Westen stelden sociaal-democraten geen vragen over de kapitalistische groeimotor van de economie. Tot vandaag.

Ook de deeleconomie en de coöperatieve initiatieven krijgen een kritische plaats in De Witte’s boek. Hij erkent er de zeer positieve kenmerken van maar niet de mythe dat ze voldoende zouden zijn om de crisis op te lossen. Dat kan alleen als al die initiatieven ook politieke macht verwerven. En dat op zijn beurt kan alleen als de groene en de rode partijen gaan samenwerken.

Niet alleen de sociaal-democraten moeten anders. Ook de groene bewegingen en partijen moeten dringend ‘anders’. De Witte: erken het kapitalisme als de hoofdoorzaak van de klimaatcrisis. Teveel goedbedoelde groene analyses gaan er van uit of doen alsof de ‘powers that be’ niet bestaan of slechts neutrale achtergrondfactoren zouden zijn. Zij verwijzen ook nooit naar “de klasse van kapitaalbezitters – de sociale klasse die het bestaan van sociale klassen ontkent …” Het groene denken blijft met andere woorden “fundamenteel een liberaal denken”. Ver weg is het sociaaleconomisch congres van Agalev (Groen) van 1985. Dat bepleitte nog de nationalisering van de energiebedrijven en de banken.

De Witte is zeer kritisch voor de groene regeringsdeelname van 1999 tot 2003. Daarna kwam het volgens hem nooit meer goed en vervelde Groen tot een linksliberale partij, die milieucorrecties bepleit zonder het systeem ten gronde aan te pakken. Harder nog is hij voor de Duitse Groenen. Zij stonden mee aan de wieg van het beleid dat leidde tot de fatale inleveringsplannen voor Griekenland, die ze in 2015 mee goedkeurden.

Rood-groene samenwerking van onderuit

De uitweg uit deze impasse is voor De Witte duidelijk. Verandering kan er alleen komen als de groene en rode partijen van onderuit fundamenteel van koers wijzigen en samen het project van ‘ecosocialisme’ dragen. Met de huidige machthebbers aan de top van die partijen zal dat niet gebeuren. Daarom dat deze partijen terug ledenpartijen moeten worden. Jeremy Corbyn maakt er werk van in Groot-Brittannië.

Er zijn veel mensen voor dit idee te vinden, meer dan de mensen zelf denken. Om hen daar terug bewust van te maken, dat hun ideeën niet wereldvreemd zijn, maar integendeel breed worden gedragen, is een beweging nodig die hen daarbij begeleidt. Dat is het ecosocialisme, volgens De Witte, het samengaan van het beste uit de rode en de groene bewegingen. Die strijd is trouwens al een tijd bezig. Het ‘systeem’ laat dat ook niet zomaar gebeuren, en slaat keihard toe, zoals de totale overgave van Syriza heeft aangetoond. Niet naïef zijn is dus de boodschap.

Er moet volgens De Witte een “overeenstemming komen tussen ecologische en sociale bewegingen, vakbonden en milieuactivisten, ‘roden’ en ‘groenen’… met eisen die de steun verdienen van alle kleuren van de regenboog: rood en groen, maar ook het paars van de vrouwenbewegingen, het wit van de vredesbewegingen, het zwart van anti-autoritaire stromingen …”

De Witte eindigt zijn boek met een opsomming van mogelijke alternatieven.

Naïef is dit boek niet, maar al evenmin gemakkelijk. De uitdagingen zijn enorm. Ludo De Witte schreef een zeer sterk pleidooi. Zijn voorstellen zijn verre van af, maar dat hoeft ook niet. De pleidooien voor het ‘ecosocialisme’ zijn geopend en krijgen met dit boek een ijzersterke start.

Ludo De Witte schreef eerder De moord op Lumumba (1999), Wie is bang voor moslims (2004) en Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (2014).

Deze recensie verscheen eerder op De Wereld Morgen:
http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2017/09/10/ludo-de-witte-schreef-een-sterk-pleidooi-voor-ecosocialisme

Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op – Het kapitalisme versus de aarde.
Ludo De Witte
EPO, Antwerpen
2017
222 pp. zonder voetnoten en literatuurlijst
978 94 6267 116 4