Jean Meslier: een atheïstische en communistische pastoor

Facebooktwittergoogle_plusmail

Een pastoor die godsdienst uit den boze acht, die geloven mensonwaardig vindt, die de fabels uit de Bijbel afwijst, die zijn parochianen ertoe aanzet zich te laten leiden door de rede, die de grondslag legt voor materialisme en socialisme? Ja, die heeft bestaan. Het was Jean Meslier (1664-1729) wiens Testament in tijden van toenemende godsdienstverdwazing brandend actueel is.

Waarom aandacht besteden aan een pastoor die nu bijna driehonderd jaar geleden overleed? Heel eenvoudig, omdat hij in ieder opzicht een pastoor buiten categorie was. Vele jaren voor de Franse Verlichtingsfilosofen aan bod kwamen zette hij aan tot redelijk denken en dus tot een breuk met de godsdienst. En anderhalve eeuw voor het marxisme doorbrak kwam hij op voor sociale rechtvaardigheid, wat zeker in die tijd alles behalve kenmerkend was voor een lid van de katholieke clerus.

Maar de schijnwerpers mogen ook opnieuw op Jean Meslier worden gericht omdat in deze tijden van secularisering en leeglopende kerken plots een nieuw soort belangstelling voor de godsdienst ontstaat. Er is de toenemende invloed van de islam in onze contreien en de wildgroei van allerlei sektes. Sommige filosofen en godsdienstwetenschappers leiden hieruit af dat we begrip voor de godsdienst moeten opbrengen, omdat, zo zeggen ze, godsdienst toch altijd zal blijven bestaan. Ja, er zijn nog van die dingen die altijd zullen blijven bestaan: oorlogen, moorden, diefstallen, verkrachtingen, uitbuiting, sociale dumping enz. Allemaal goedpraten?

Voorloper van Verlichting

Wie was Jean Meslier? Hij werd op 15 juni 1664 in het Franse Mazerny geboren als zoon van een textielfabrikant of kaarsenmaker. Veertig jaar lang, van 1689 tot zijn dood in 1729, was hij pastoor van de dorpjes Etrépigny en Balaives niet ver van Charleville-Mézières in de Franse Ardennen. In de loop van zijn leven schreef hij zijn ‘Pensées et sentiments’, een tekst van in totaal meer dan duizend bladzijden, bestaande uit drie delen van ieder 370 bladzijden. Na zijn dood werden hiervan samenvattingen gepubliceerd. Een ervan werd verzorgd door de filosoof Voltaire. Maar de opportunistische Voltaire zwakte het onverbloemde atheïsme (loochenen van het godsbestaan) van Meslier af tot een deïsme (aanvaarden van een godsbestaan). Gelukkig zorgde de atheïst en consequente Verlichtingsfilosoof D’Holbach voor een ongekuiste versie die hij als titel gaf: ‘Le bon sens du curé Jean Meslier, suivi de son testament’.

Dat de filosofen van de Verlichting een samenvatting van de ‘Pensées et sentiments’ van Meslier uitgaven hoeft niet te verbazen, want die tekst werd door al die filosofen gelezen. Meslier was dan ook niet de eerste de beste. Hij beschikte over een uitgebreide bibliotheek, waarin niet alleen de Bijbel, de werken van de Kerkvaders, de verslagen van de concilies prijkten, maar ook de werken van de Latijnse auteurs Titus Livius, Seneca, Tacitus, Flavius Josephus en filosofen van zijn tijd zoals Montaigne, La Bruyère, La Boétie, Pascal en anderen. Zonder overdrijven mag worden gezegd dat het denken van Meslier aan de grondslag ligt van de Franse Revolutie, het materialisme en het socialisme. In verband met het materialisme schreef hij: ‘Wij zien, voelen en kennen niets anders dan materie.’ In Moskou staat in het Alexandrovskipark een obelisk met de namen van enkele socialistische denkers. Jean Meslier staat op de zevende plaats.

In zijn ‘Pensées et sentiments’ weerlegde Meslier alle leerstellingen van de katholieke Kerk en van het christelijk geloof in het algemeen. Hij verwierp dit christelijk geloof en pleitte onomwonden voor het atheïsme. Een atypische pastoor? Zeer zeker. In het voorwoord van zijn Testament noemt hij het priesterschap ‘een beroep dat volledig in strijd was met mijn gevoelens’. Hij werd priester ‘om mijn ouders te gehoorzamen’, zoals hij zelf schrijft. Een fenomeen dat ook in de twintigste eeuw nog altijd voorkwam. Ik ben geenszins priester geworden uit hebzucht, aldus Meslier. Integendeel, zijn priesterlijke taken oefende hij dikwijls gratis uit. Ik geef liever dan te krijgen, zo schreef hij. Huwelijken zegende hij gratis in. Was dat revolutionair? Vast en zeker. In de jaren zestig van de twintigste eeuw besloot een jonge pastoor in Deurne (Antwerpen) geen geld meer te vragen voor begrafenissen. Hij haalde zich de woede van de pastoors uit de omgeving op de hals. Meslier deelde de opbrengst van een klein stukje familiegrond uit aan de armen. Hij verweet de Kerk haar steun aan de heersers en aan de uitbuiting van het volk.

Vanop de preekstoel gaf hij de plaatselijke kasteelheer ervan langs omdat hij de boeren slecht behandelde. Dat leverde hem zware verwijten op vanwege zijn bisschop. Maar Meslier was een vurig verdediger van de rechtvaardigheid. Hij stelde vast dat zich in de samenleving een ware klassenstrijd afspeelt. Hij pleitte voor verzet, voor burgerlijke ongehoorzaamheid, voor het niet betalen van belastingen, voor het afwijzen van de dwangarbeid, voor de afschaffing van het privé-bezit, voor gratis onderwijs en gratis geneeskunde. Meslier lanceerde begrippen als ‘openbaar nut’ en ‘algemeen welzijn’. Zijn diepste wens: ‘Dat alle groten der aarde en alle edelen zouden worden opgehangen en gewurgd aan de darmen van de priesters’.

Godsdienst is vals

Godsdienst is voor Jean Meslier volledig uit den boze. Er is geen enkele secte (religie), zo schrijft hij, die kan bewijzen dat haar godsdienst van goddelijke oorsprong is. Omdat die bewijzen ontbreken vinden allerhande bedriegers er niets beters op dan leugens te verspreiden en te verdedigen. Voor Meslier zijn alle godsdiensten vals en wel omdat iedere godsdienst waarvan de mysteries, de doctrine en de moraal op een reeks vergissingen zijn gebaseerd en zelf een bron is van verwarring en verdeeldheid onder de mensen, geen echte godsdienst en geen goddelijke instelling kan zijn. Voor Meslier is het ondenkbaar dat een God die van eenheid en vrede en van het welzijn en het heil van de mensen houdt, ooit zijn godsdienst een basis zou geven die tot blijvende verdeeldheid en onrust onder de mensen zou leiden.

De christelijke godsdienst is onaanvaardbaar omdat zowel de leer als de moraal ervan gebaseerd zijn op wat men geloof noemt. En wat is geloven? Dat is het blind aanvaarden van enkele wetten of van enkele goddelijke openbaringen en van een of andere godheid. Voor Meslier is het evident dat het blind geloof in alles wat zich voordoet in naam van en op het gezag van God een geheel van vergissingen en leugens is. Meslier ontpopt zich tot een ware rationalist waar hij het volgende schrijft: ‘Als je het licht van je verstand volgt, zul je even goed als ik inzien dat alle godsdiensten ter wereld menselijke uitvindsels zijn en dat alles waarvan je godsdienst je verplicht te geloven dat het bovennatuurlijk en goddelijk is, in feite niets anders is dan dwaling, leugens, begoocheling en bedrog.’

Meslier maakt brandhout van alles wat in zowel het Oude als het Nieuwe Testament staat geschreven over mirakels, visioenen, profetieën. Hij acht het ook uitgesloten dat God een bepaald volk (het joodse) tot zijn uitverkoren volk maakte. ‘Want God, de auteur van de natuur, de vader van alle mensen, moet ze allemaal beminnen.’ Het joodse volk is trouwens nooit het grootste en sterkste volk ter wereld geworden, in tegenstelling tot wat God beloofde. En is God mens geworden om ons te redden? Geenszins zegt Meslier, want wij zijn niet verlost van onze gebreken. Vanzelfsprekend moet men bij Meslier niet komen aandraven met smoesjes als de heilige drievuldigheid of Jezus die geboren werd uit een maagd. De verdedigers van het christelijk geloof zeggen dan dat men de ogen van de menselijke rede moet sluiten en de mysteries moet aanvaarden zonder ze te begrijpen. Maar dat blindelings geloven is voor Meslier mensonwaardig.

De rede is de ware religie

Jean Meslier besluit aldus: ‘Laat het ons bij de “natuurlijke religie” houden, die ons leert een ander niets te doen waarvan we niet willen dat men het ons doet (…) God heeft ons die religie gegeven door ons de rede te geven.’ Die woorden zijn een echo van die van Spinoza [Baruch Spinoza, 1632-1677]die al zei dat als we ons verstand gebruiken, we weten hoe we moeten leven: rechtvaardig en liefdevol.

Meslier richt zich in zijn Testament als volgt tot zijn parochianen: ‘Ik heb jullie nooit tot kwezelarij aangezet en jullie zo weinig mogelijk over domme dogma’s gesproken. Hoe dikwijls heb ik niet geleden omdat ik verplicht werd jullie leugens voor te houden die ik in mijn binnenste verwierp? Hoe groot was mijn misprijzen voor die bijgelovige mis en de belachelijke toediening van de sacramenten, vooral als dat alles met de nodige plechtigheid moest gebeuren die jullie vroomheid en goedgelovigheid aantrok? Hoeveel wroeging heeft jullie gelovigheid mij niet bezorgd?’ En tot slot: ‘Ik hoop, beste vrienden, jullie een afdoend voorbehoedsmiddel (préservatif) tegen al die dwaasheden te hebben gegeven’.

ter info: Het Testament van Jean Meslier is in het Nederlands te lezen op

https://verbodengeschriften.nl/html/het-testament-van-jean-meslier.html

 

Testament de Jean Meslier
Jean Meslier
Hachette Livre
64