Hedendaagse Balkanisering

Facebooktwittergoogle_plusmail

De Balkan leek na de oorlogen van  de jaren 1990 tot rust en inkeer gekomen, maar de bezorgdheid over wat nu de West-Balkan wordt genoemd, neemt de jongste tijd weer toe. De conflicten van de jaren 1990, en van  een eeuw eerder, zijn slechts bevroren maar niet verzwonden. De EU ontfermt er zich over en organiseerde in Triëst een bijeenkomst met zes kandidaat-lidstaten, de vierde dergelijke conferentie in het kader van  het “proces van Berlijn”. Slovenië en Kroatië waren er dus niet bij, die zijn al lid. Maar ook Kroatië baart zorgen.

Wachttijden

In de loop van de jaren 1990 implodeerde de federatie Joegoslavië in vijf staten, later zeven met Kosovo en Montenegro erbij. Het rijkere Slovenië kwam al snel in aanmerking om bij de EU aan te sluiten (2004), Kroatië deed dat in 2013. Met West-Balkan duidt men tegenwoordig meestal de kandidaat-lidstaten uit de regio aan – Servië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro, Macedonië, Kosovo en Albanië, dat geen deel uitmaakte van Joegoslavië. Maar Kroatië, wel lid, is ook probleemgebied. De manier waarop rechtse Kroaten de geschiedenis willen herschrijven zet veel kwaad bloed bij de Serviërs.

Het “proces van Berlijn” werd in 2014, in Berlijn, ingeluid om de kandidaat-leden uit de westelijke Balkan zogenaamd perspectief te bieden. Dat perspectief reikt niet erg ver, uitbreiding van de EU wordt meer en meer op de lange baan  geschoven. Er komt geen uitbreiding in mijn termijn, zei EU-Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker – dus tot eind 2019.  Alleen  met Servië en Montenegro zijn besprekingen begonnen, de anderen moeten zelfs daar om diverse redenen op wachten. Kosovo omdat vijf EU-lidstaten – en natuurlijk ook Servië – Kosovo nog altijd niet erkennen. Macedonië onder meer omwille van Grieks verzet tegen het gebruik van de naam. Bosnië dat innerlijk te verdeeld is.

Zoethouder

De kandidaten zullen wellicht veel langer dan 2019 moeten wachten, want de EU is voorlopig veel meer bezig met de inkrimping (Brexit) en met lastige lidstaten als Polen en Hongarije. Terwijl de toetreding van Bulgarije en Roemenië in 2005 vaak wordt bestempeld als “veel te voorbarig gebeurd”. Voorzichtigheid is dus geboden eer men verder uitbreidt.

Dat wordt dus wachten. Intussen wordt de kandidaten zoet gehouden met een voorstel ‘Berlijn plus’ voor een economisch samenwerkingsverband. Waarom hebben ze dan Joegoslavië doen uiteenspatten, luidt het bij bewoners van de ex-republieken van wie sommigen heimwee. Heimwee naar het toch betrekkelijk vreedzaam samenleven ten tijde van Tito’s Federatie. De problemen waren toen ook niet verzwonden. Maar de implosie ervan leidde niet alleen tot moorddadige nationalismen (van alle kanten), door de westelijke Balkan lopen ook belangrijke maffiaroutes, die van de smokkel in mensen, drugs, wapens, sigaretten, met medeplichtigen in regeringen, politie, administratie…De wijdverbreide corruptie is ook hier het geliefkoosde wapen van diverse maffiagroepen.

De in Triëst besproken samenwerking zou de onderlinge handel moeten bevorderen, investeringen aantrekken in infrastructuur, zoals transport en energie. Er staat een project op het getouw van 200 miljoen euro, wat gezien de noden een peulschilletje is. De werkloosheid is torenhoog, in diverse delen heeft de helft van de jongeren geen werk, wat ook de hoge emigratie verklaart. En vijfde van de bevolking van Macedonië is uitgeweken, Serviërs met een diploma trekken massaal naar Duitsland of andere EU-landen.

Russen en Turken

Het scepticisme is aan Balkan kant dan ook groot. Enkele jaren geleden was er nog veel enthousiasme om lid van de EU te worden. Een recente peiling in Servië toonde aan dat dit snel slinkt: acht jaar geleden was nog 67 % voorstander van toetreding, nu zakte dat tot 43 %. De EU heeft een beetje concurrentie. Zowel Rusland als Turkije gebruiken alle mogelijke hefbomen om invloed te winnen.

Rusland speelt in op Slavisch-orthodoxe verbondenheid. Dat heeft vooral effect in Servië waar de – zeer conservatieve – invloed van de Orthodoxe kerk zeer groot is, een kerk die liever geen grote westerse invloed ziet. Rusland heeft ook bondgenoten in Macedonië, namelijk de tot voor kort regerende rechts-nationalistische VMRO. Die kon het blijkbaar moeilijk verkroppen dat haar rivalen (sociaaldemocraten en Albanese partijen) een regering vormden, rechtse stoottroepen vielen gewoon  het parlement binnen om orde op zaken te stellen. In Montenegro loopt momenteel een proces tegen twee oppositieleden die er van beschuldigd worden met Russische steun een staatsgreep te hebben willen plegen.

Turkije heeft onmiddellijk na de implosie van Joegoslavië en na de instorting van het communistische bestel in Albanië geld noch middelen gespaard om in deze regio invloed te herwinnen. Turkse moslims stuurden massaal geld en imams naar Albanië en Bosnië, later ook naar Kosovo, om moskeeën te renoveren, te bouwen en te bevolken. In Sarajevo en Mostar is de groeiende Turkse invloed duidelijk te merken.

Taalstrijd

Die invloed is ook te merken aan de herlevende talenstrijd in de westelijke Balkan. In de Joegoslavische periode sprak men van één centrale taal, het Servo-Kroatisch, dat in Servië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Montenegro werd gesproken, met het Sloveens, Albanees, Macedonisch en zovele andere talen daarnaast. In Sarajevo zeggen ze me dat ze Bosnisch spreken, in Split spreken ze Kroatisch, in Belgrado Servisch en in Montenegro zowaar Montenegrijns.

De Bosnische Moslims (al dan niet gelovige moslims) benadrukken de vele Turkse of verturkste woorden om te beklemtonen dat het om een andere taal gaat dan die gesproken door de Servische en Kroatische buren. Dat is natuurlijk een politieke keuze, om duidelijk te beklemtonen een ander volk te zijn, het volk dat hier thuishoort.

Dat drijft de nooit verdwenen spanningen op. De openbare aanklager in Sarajevo onderzoekt een klacht tegen Milorad Dodik, de president van de Republika Srpska, het Servische gebied van Bosnië. Dodik wordt beschuldigd haat te zaaien tegen Bosnische Moslims die willen terugkeren naar Prodinje, het gebied waaruit ze een kwarteeuw geleden werden verdreven. Dodik zou het hebben gehad over bezetters.

Aan Servische kant wordt er alles aan gedaan om de Servische taal, met haar cyrillisch schrift, als de oertaal van de familie te beschermen. Dat is vooral een moeilijke strijd tegen Internet met zijn latijns alfabet. In EU-lidstaat Kroatië laten de regerende nationalisten niets onverlet om de taal te ‘kroatiseren’. Terwijl Bosniërs en Serviërs een luchthaven gewoon een “aerodrom” noemen, wordt dat in Kroatië “zracna luka”, om toch maar het onderscheid te maken. Terwijl uiterst-rechts, met steun uit de invloedrijke katholieke kerk, in Kroatië invloed wint en aanstuurt op eerherstel voor de oestasji’s, de Kroatische fascisten die tijdens de Tweede Wereldoorlog massaal Serviërs (en joden en Roma) afslachtten.

Onwil

Servo-Kroatisch was een kunstmatige taal, argumenteren Bosnische en Kroatische taalzuiveraars. Het Servo-Kroatisch was een uitloper van het Congres van Wenen van 1850 waar Servische en Kroatische intellectuelen overeenkwamen uit diverse gesproken talen één literaire en onderwijstaal te creëren. Zo ongewoon is dat niet, in een groot deel van Europa kwamen er pas in de 19de eeuw gestandaardiseerde talen, en voor sommige werd dat zelfs de 20ste eeuw. Italiaans kwam er pas na de eenmaking in 1870, het Duits werd pas iets later op punt gesteld, modern Zweeds is van rond 1900. Het Servo-Kroatisch bleef wel gescheiden door het alfabet: Serviërs en Montenegrijnen het cyrillisch, Kroaten het latijns. En natuurlijk waren er grote dialectverschillen, maar welke Vlaming herkent dat niet.

Deze talentwisten staan haaks op de plannen van “het proces van Berlijn” tot regionale samenwerking in afwachting dat de poorten van de EU opengaan. Die twisten weerspiegelen onwil om samen te werken, de diverse nationalisten hebben liever de verschillen te beklemtonen.

En dat zijn niet de enige tegenstellingen. De “Albanese kwestie” weegt ook zwaar door. De Kosovaars-Albanese nationalisten zijn na de recente verkiezingen aan zet om een regering te vormen. De vorming van een  Groot-Albanië (Albanië, Kosovo, deel van  Macedonië en stukje Montenegro) staat niet op de voorgrond, maar speelt wel mee. In Macedonië leidde de coalitie van sociaaldemocraten en Albanese partijen tot bijna een opstand van de Macedonische nationalisten die vrezen dat de Albanezen een deel van het land willen afscheiden met het oog op Groot-Albanië.  In die context duiken ook islamistische groepen; zowel uit Bosnië als Kosovo zijn jihadisten richting Daesh (IS) vertrokken.

Het “proces van Berlijn” geeft vooral aan dat er bij de EU grote bezorgdheid is over de “West-Balkan”. Maar de EU blonk deze eeuw zeker in Bosnië en Kosovo uit door volkomen onbekwaamheid en medeplichtigheid met bestuurders die de zaken liefst op hun beloop laten. Terwijl de EU ook in Kroatië alleen maar toekijkt op onrustwekkende evoluties. Omdat de regerende HDZ bij de EVP zit?

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.