De G-20, media en geweld

Facebooktwittergoogle_plusmail

De afgelopen dagen verscheen er een vraag op facebook om de berichtgeving over de G-20 in Hamburg te analyseren en een vergelijking te maken tussen bijvoorbeeld De Wereld Morgen (DWM) en de mainstream Vlaamse kranten.

Het is een terechte vraag, maar er is niet eens een analyse nodig om een eerste resultaat te kennen: DWM berichtte uitsluitend over wat op straat gebeurde, de mainstream kranten hadden het over handdrukken, geweigerde handdrukken en vage teksten.

Dat is bijzonder jammer, want over de inhoud van de gesprekken en over de alternatieven die werden aangereikt, de twee enige punten die er voor de wereld van vandaag echt toe doen, leerden we niets.

Is de G-20 legitiem?

Een kreet die vaak gehoord wordt tijdens de protesten tegen internationale bijeenkomsten is dat ze niet legitiem zijn. Ik heb dat nooit goed begrepen, want wie wil vergaderen, wie dan ook, mag dat toch? De BRICS doen dat ook (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika). De G-20, net zoals de G7, is een informele bijeenkomst waarop geen beslissingen worden genomen, en de G-20 is door de bredere participatie in elk geval een stuk representatiever dan de rijke-landenclub. En juist omdat er geen echte beslissingen worden genomen (dat kan enkel in de VN, en dan nog, maar vooral bij de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds (IMF) is het wel interessant te zien wat en hoe er wordt besproken. Overigens, de stem van landen als China en India weegt zwaarder door op deze informele ontmoetingen dan in de Wereldbank of het IMF.

Een analyse van de besprekingen in de G-20, de G-7 en particuliere bijeenkomsten – mét politici – zoals het Wereld Economisch Forum van Davos is zeer leerrijk omdat ze ons vertelt wat ‘er in de lucht hangt’, waarover er binnenkort wél formele beslissingen zullen genomen worden en in welke richting die gaan. Het is, bij manier van spreken, kijken in de toekomst, en voor wie verzet wil organiseren tegen het neoliberale beleid dus zeer belangrijk. Op het ogenblik dat de internationale besluitvorming doorsijpelt op het nationaal vlak is het veel te laat, het gebeurt maar zelden dat een regering nog afwijkt van de internationale afspraken.

De G-20 is een resultaat van de eerste besprekingen die na de Aziatische financiële crisis van 1997-99 werden gehouden met de ministers van financiën. De eerste echte G-20 top werd gehouden in 2008 en sindsdien is de agenda voortdurend uitgebreid. Het officiële mandaat is het bespreken van de internationale agenda, en dan vooral de financiële en economische onderwerpen. Wereldbank en IMF zijn prominent aanwezig.

In 2011 kwam sociale bescherming op de agenda, hoewel er op dat vlak niet veel vooruitgang werd geboekt. Wat je in de teksten kan lezen is dat sociale bescherming ook hier vooral in dienst staat van de economie, en tegelijk een besef dat de kosten van de mondialisering en de ‘modernisering’ van het economisch systeem dringend moeten opgevangen worden. Of dat gebeurt is natuurlijk een andere zaak, maar dit zijn de marges die verzetsbewegingen kunnen gebruiken om sociale maatregelen af te dwingen.

Even interessant is het besef dat de zogenaamde ‘vrijhandel’ niet langer alles zaligmakend is. Landen moeten zich kunnen beschermen, zo staat er. De 20 deelnemende landen, met de EU, de Wereldbank en het IMF spraken ook af dat verder wordt gewerkt aan een ‘faire’ internationale fiscaliteit.

Wij willen solidariteit

Natuurlijk is dit alles een kapitalistische agenda. De internationale agenda zal niet gauw socialistisch worden, daar hoeven we niet op te wachten. Maar veel verzetsbewegingen organiseren zich wel transnationaal en mondiaal en maken van deze bijeenkomsten gebruik om hun agenda verder uit te werken en bekend te maken.

Er zijn in Hamburg honderden workshops gehouden over vrede, schuldenlast, migratie, nationalisme, duurzaamheid, democratie, racisme, handel, en zo voort. Er werd aan deelgenomen door anti-kapitalisten, door sociaal-democraten, door groenen en door politiek daklozen. Zonder een grote kans om zich te vergissen kan men zeggen dat het progressieve mensen zijn die oprecht aan een betere wereld willen werken.

Het is te vroeg om hiervan een balans te maken. Wat deze alternatieve bijeenkomsten, dit keer met een klemtoon op solidariteit, zo interessant maakt, is dat ze grensoverschrijdende samenwerking van burgerbewegingen bevordert. Tot vandaag zijn de meeste bewegingen met een nationale agenda bezig en houden veel te weinig rekening met wat door anderen in andere landen gedaan wordt. Als wij een ‘ander Europa’ of zelfs een ‘andere wereld’ willen, dan kan het niet anders of we moeten met mensen en groepen uit andere landen rond de tafel gaan zitten. Het is op dit soort alternatieve bijeenkomsten dat de argumenten tegen de handelsverdragen, zoals CETA en TTIP zijn uitgewerkt.

Die bewegingen staan, ondanks een goede dertig jaar organisatie (de ‘battle of Seattle’ was in 1999) nog in de kinderschoenen en boert op sommige punten zelfs achteruit. Meer en meer trekken bewegingen zich terug op het lokale vlak en hoe belangrijk dat niveau ook is, van daaruit alleen zal je de wereld niet veranderen.

Maar goed, over wat op al die alternatieve bijeenkomsten werd gezegd, hebben we in onze pers dus geen nieuws gelezen of gezien.

En het geweld?

Natuurlijk heeft de politie geprovoceerd, natuurlijk is er terechte woede bij veel groepen van vooral jongeren. Ik ben het echter volledig eens met al diegenen die stellen dat het geweld in Hamburg contraproductief was. Ik heb de berichten of facebook gelezen, ja, maar denkt er nu echt iemand dat dit geweld ons één stap vooruit helpt? En is er iemand die echt denkt dat dit gewoon ‘boze jongeren’ zijn? Of, meer nog, dat dit ‘revolutionair’ geweld is? Of dat er steun voor dit geweld te vinden is bij de bevolking?

En ja, het klopt dat de woede tegen dit onrechtvaardige neoliberale beleid steeds groter wordt. Alleen, dit is niet in Europa begonnen maar in Latijns Amerika, in Azië en in Afrika. De Europese solidariteit voor de verzetsbewegingen ginder bleef vaak beperkt. Nu is de woede ook hier merkbaar. Wat we vooral niet mogen denken is dat het begin van een nieuwe beweging is.

Het Europese ‘black bloc’ heeft wel degelijk een agenda, vechten en vernielen, en de manier waarop de politie zich opstelt maakt het hen makkelijk. Maar ik zie geen enkele verantwoording voor het vernielen van winkels en auto’s. Het geweld dat uitgaat van het neoliberalisme is géén excuus om met kleiner geweld te antwoorden. Dergelijk protest zal altijd de duimen moeten leggen voor het grotere geweld van de politie, en zo nodig van het leger. Een paar duizend mensen zijn niet voldoende om de machthebbers echt bang te maken. Dit geweld is en zwaktebod van mensen met weinig of geen argumenten.

Dat het ook anders kan, werd getoond door de prachtige betoging van de zombies, en op 8 juli door de grote en vreedzame mars van 75.000 mensen door de stad.

Bij de Europese Unie, bij de Wereldbank en het IMF weet men zeer goed dat het neoliberalisme niet houdbaar is en op zijn laatste benen aan het lopen is. Er worden meer en meer ‘alternatieven’ voorgesteld die alleen wat correcties willen aanbrengen. Meer en meer worden de deuren open gezet voor burgerorganisaties met betere ideeën, en in sommige gevallen is men blij met de druk die wordt uitgeoefend. En nee, nogmaals, een socialistische programma moet men van die internationale instellingen niet verwachten. Maar een omver werpen van het kapitalisme zal ook niet van de gewelddadige groepen komen.

Besluit

Kortom, de media zijn tekort geschoten. De verantwoording van het geweld  is onaanvaardbaar, en het is redelijk pervers dit ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ te noemen, een concept dat juist op geweldloosheid slaat. Een linkerzijde die zichzelf au sérieux neemt en meent alternatieven te hebben, pleit voor geweldloosheid, want enkel zo kunnen de machtsrelaties veranderen. De strijd die de linkerzijde moet voeren is in eerste instantie een ideologische strijd. En daarvoor zijn argumenten nodig die de bevolking kunnen overtuigen.

Er moet veel meer nagedacht worden over wat de precieze doelstellingen zijn en over welke strategieën er werkbaar zijn. Er moet veel meer transnationaal worden georganiseerd, de technologische middelen die daarbij kunnen helpen zijn beschikbaar. En de media kunnen ook helpen, we hebben ze broodnodig.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.