La Sinistra in shock

Ansa/La Stampa
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Italiaanse linkerzijden verkeren in shocktoestand. De lokale verkiezingen van eind juni werden een ramp en ondanks alle pogingen om verbrokkeld links te lijmen, is de verwarring groter dan ooit.  Rechts wrijft zich in de handen, de rechtse lijsten deden het goed, veel beter dan die van de M5S, de Vijfsterrenbeweging die zelf elke dag wat meer naar rechts opschuift. Met de parlementsverkiezingen van volgend jaar in zicht geen goed nieuws voor links in Europa. Over die uitslagen hangt wel de schaduw van de lage opkomst, minder dan de helft, soms slechts een derde van de kiezers dat opdaagt.

Rechts wint

In steden en stadjes die al 70 jaar zeer trouw links stemden, hebben rechtse coalities gewonnen. De grote havenstad Genua krijgt een rechtse burgemeester. In het dieprode Pistoia, bij Firenze, wint een neofascist van Fratelli d’Italia. Links verliest vijf stadjes in het “rode” Emilia Romagna. Sesto San Giovanni, nabij Milaan, werd het Stalingrad van Italië genoemd, een felrood bolwerk. Gedaan, rechts wint ook daar na een  felle campagne (“moslims buiten”) tegen de bouw van een grote moskee.

De schok komt hard aan, want het betekent dat verenigd rechts de parlementsverkiezingen kan winnen. Verenigd rechts, dat is de uiterst-rechtse Lega (Nord), zusterpartij van Vlaams Belang, dat is Forza Italia van ex-premier Silvio Berlusconi en de uiterst-rechtse Fratelli d’Italia. Echt verenigd is rechts wel niet, want Berlusconi flirt tegelijk met ex-premier Matteo Renzi. Hij is af en toe voor een “gematigd rechts”, op de lijn van de EVP waartoe zijn partij nog behoort, maar sluit wel akkoorden met uiterst-rechts. Wat doet de EVP daar aan?

Rechts surft op de vluchtelingengolven die dagelijks vanuit Libië komen, tot 12.000 op twee dagen. En ook al heeft Italië 61 miljoen inwoners, toch komt dit via de media over als een invasie. Rechts vergroot dat uit, de regering van Paolo Gentiloni slaat alarm en roept de EU op om te helpen, terwijl de Vijfsterrenbeweging resoluut de anti-migrantentoer opgaat. Paus Franciscus staat redelijk alleen met zijn pleidooien tot solidariteit.

Wonderboy

Wonderboy Renzi, ex-premier en leider van de ‘centrumlinkse’ Democratische Partij (PD) is desondanks niet ongerust, hij rekent erop volgend jaar te winnen, zonder coalitiegenoten, en weer premier te worden. Een deel van links van de PD is al in schijfjes uit de partij getrokken om nieuwe politieke groepen te stichten, maar Renzi ziet geen probleem. Hij wentelt zich nog altijd in de 40 % die de PD bij de Europese verkiezingen haalde, hetzelfde percentage waarmee hij in november vorig jaar zijn referendum over de hervorming van de senaat verloor.

Van samenwerking met de groepen ter linkerzijde wil hij niet horen. Ex-premier Romano Prodi uit de tijd van de Ulivo, de coalitie van radicaal-links tot en met centrum, heeft een poging gedaan om de brokken te lijmen. Renzi’s aanhang merkte terecht op dat die Ulivo niet echt een succes was. De regering Prodi struikelde  in 2007 toen minister van Justitie Clemente Mastella, een rechtse figuur aan het hoofd van een mini-partij, onder meer op aansturen van het Vaticaan de coalitie verliet en bij rechts ging hokken. De daaropvolgende verkiezingen waren ook al een ramp voor links, zeker voor radicaal-links dat volledig uit het parlement verdween.

Flirten

Renzi zoekt ter rechterzijde bondgenoten om weer premier te worden, in de eerste plaats bij Berlusconi. Links reageert verontwaardigd. Maar ook hier merken de ‘renziani’ terecht op dat er in de Ulivo ook rechtse politici zaten en dat Prodi ook deals sloot met Berlusconi. En een kopstuk van de nieuwe linkse MDP, ex-premier Massimo D’Alema, was als premier kampioen in het flirten met Berlusconi. Erg links kan men iemand als D’Alema zeker niet noemen.

Dat maar om duidelijk te maken dat er ter linkerzijde van Renzi’s PD veel vlaggen met diverse ladingen zijn. Er is de MDP (Democratische Progressieve Beweging) met D’Alema en de vroegere PD-leider Pier Luigi Bersani. Er is sinds februari Sinistra italiana (SI), een partij die diverse groepen bundelt waaronder de Sel en gewezen leden van PD en M5S. Er is nu ook Campo Progresssista van Giuliano Pisapia, de vroegere linkse burgemeester van Milaan. Rifondazione Comunista bewees onlangs met zijn 10e congres nog altijd te bestaan. En daarnaast zijn er nog allerlei andere initiatieven om links nieuw leven in te blazen. Vakbondsleider Maurizio Landini van de metaalvakbond Fiom probeerde het met een “Sociale Coalitie”, maar heeft zijn pogingen om links te bundelen, intussen gestaakt.

Het zijn veel etiketten voor niet zoveel volk. Pisapia tracht links onder één dak te brengen en organiseerde op zaterdag 1 juli samen met o.a. Berssani een nationale bijeenkomst ‘Insieme’ (samen) op de Piazza dei Apostoli in Rome, de plaats waar vroeger de zeges van de Ulivo werden gevierd. De opkomst van 5000 werd een succes genoemd. Voor een Italiaanse linkerzijde die tot voor kort met gemak honderdduizenden mensen samenbracht, is dat een mager beestje. Temeer omdat zoveel diverse groepen deelnamen, zelfs de Verdi (groenen) zijn bij deze gelegenheid herrezen.

Bloedarmoede

Dat illustreert allemaal de bloedarmoede van wat ooit een baken van Europees links was. Het Eurocommunisme van de PC I werd in de jaren 1970 toegejuicht als een grote vernieuwing, een communistische partij die zich opengooide (maar tegelijk in snel tempo sociaaldemocratiseerde). Het gaf niet, dat laatste, er was hoop voor een grote vernieuwing van links in een groot Europees land waar links en de vakbonden zelfs miljoenen mensen op de been brachten. 1976 leek wel een kleine revolutie bezig, eindelijk was er de ‘sorpasso’, de communistische PCI werd in de Europese verkiezingen van dat jaar groter dan de christendemocratische DC.

En toen begon de neergang. In 1979 haalde de christendemocraat Giulio Andreotti, niet voor niets bijgenaamd ‘de vos’, de PCI in zijn ‘nationale meerderheid’ zonder ze echter ministerportefeuilles te geven. De PCI hapte toe, de verkiezingen daarop ging de partij voor de eerste keer in lang achteruit. De socialist François Mitterrand deed dat in zekere zin na toen hij in 1981 president van Frankrijk werd: hij nam de PCF in de regering, ze kregen wel ministerportefeuilles, maar verloren daarna verkiezing na verkiezing aanhang. PCI en PCF waren hun imago van alternatieve kracht kwijt, ze waren systeempartijen geworden. In Italië verloor de linkse vakbond CGIL in 1984 het referendum over het behoud van de ‘scala mobile’ (de loonindexering), wat de langzame neergang van de syndicale macht illustreerde.

Noorden kwijt

De huidige PD van Renzi is de samensmelting in 2007 van de restanten van PC I en DC.  Het gewicht van de oude christendemocraten is met de komst van Renzi sterk toegenomen, dat van de oud-communisten erg verzwakt. Een belangrijk deel, zoals Bersani en D’Alema, is er nu helemaal uit, degenen die de PD nog ene beetje in links vaarwater willen houden, zitten in de verdomhoek. Want Renzi duldt weinig tegenspraak, wie zijn beleid niet zint, kan gaan.

Dat beleid is dus allesbehalve links. Zijn belangrijkste hervorming was de ‘Job Act, wat neerkomt op een afbouw van de arbeidscode die er na de tweede wereldoorlog kwam. Renzi doet wat de Fransse ex-premier Manuel Valls deed met zijn nieuwe arbeidswet en wat Gerhard Schröder al eerder deed als Duits kanselier. Hervormingen waar rechts mee aarzelde uit vrees voor de syndicale reacties.

Dat Renzi geen links beleid voerde of wil voeren, daar zijn de vele groepen links van zijn PD en velen binnen de PD over eens. Maar de enorme versnippering in die regio maakt het wel erg moeilijk linkse Italianen warm te maken voor een links engagement. Er duiken wel jongere namen op, zoals Anna Falcone, maar de jongeren geven massaal verstek. De lage opkomst bij de jongste verkiezingen wordt vooral geweten aan het feit dat erg weinig jongeren naar de stembus trokken, ook niet om voor de Vijfsterren te stemmen. Dat is een zeer goede zaak voor rechts waarbinnen de radicalen van Lega en Fratelli d’Italia de toon aangeven.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.