Liever Birne dan Bismarck

Facebooktwittergoogle_plusmail

Bij het overlijden van de voormalige Duitse bondskanselier Helmut Kohl (1930-2017) werd alom respect betuigd voor zijn prestaties als ‘kanselier van de Duitse eenheid’. Maar er was ook aandacht voor zijn fouten als politicus en als mens; en daarmee samenhangend een uitermate pijnlijk touwtrekken tussen nabestaanden onderling en met de Duitse regering.

Urenlange extra-uitzendingen op Duitse televisiezenders, honderd-en-een officiële eerbetuigingen en een heel brede waaier van commentaren. Met als rode draad : terecht respect voor zijn beslissende rol in het verwezenlijken van de Duitse ‘Einheit’, maar zonder blinddoek voor enkele zware fouten, die hem bleven achtervolgen.

Zeker: Kohls overlijden is niet onopgemerkt voorbijgegaan. Maar afgezien van een recente rel rond een boek met tal van authentieke maar kwetsende uitlatingen over collega’s-politici was de oud-kanselier al geruime tijd uit de aandacht verdwenen. Onder meer omdat hij op gevorderde leeftijd bij een valpartij ernstige hersenschade had opgelopen en nauwelijks nog praten kon. Maar toch vooral omdat zowat alle topfiguren uit zijn eigen christendemocratische partij (CDU) én uit de rest van het politieke wereldje voor hem vijanden waren geworden. En dat had alles te maken met een schandaal rond illegale partijfinanciering waarin hij ronduit en obstinaat bleef weigeren met justitie mee te werken.

Dat schandaal betekende het politieke einde van de (alvast qua fysieke gestalte) ‘reus’ die langer had geregeerd dan enige Duitse kanselier voor hem, en die na de implosie van de (communistische) Duitse Democratische Republiek de eenmaking van de beide Duitse staten had bewerkstelligd tegen de aarzelingen in van Sovjetleider Gorbatsjov en tegen de uitgesproken tegenkanting van bijvoorbeeld Thatcher en Mitterrand. Geen geringe prestatie van de man ‘uit een provincienest’ die (te) lang werd onderschat door mede- en tegenstanders.

Pfalz

“Wen Gott will strafen, den schickt Er nach Ludwigshafen” spot men in Duitsland wel ‘s. En die industriestad aan de Rijn is inderdaad niet meteen de plek waar je graag gaat wonen. In de reusachtige BASF-fabrieken werken dan ook nogal wat mensen uit de landelijke Pfalz, die daar als het effe kan wat eigen wijn verbouwen op een geërfd stukje land. Klinkt vals-idyllisch, maar is voor het Kohl-verhaal niet zonder betekenis.

Kohl werd geboren in Ludwigshafen, en bleef zijn leven lang sterk met die Pfalz verbonden. Hij schreef bijvoorbeeld ook zijn proefschrift over de heropstanding van de politieke partijen in de Pfalz. Over dat proefschrift (van Kohl en anderen) werd in 1985 wat lacherig gedaan in een satirisch boekje dat ‘onthulde’ hoe prominente politici ooit hun doctorsgraad hadden behaald met ‘het zagen van dunne planken’. Dat was nadat Kohl in 1982 kanselier was geworden. Maar ook nadien zorgde zijn verbondenheid met de ‘provincie’ vaak voor (al dan niet pijnlijke) hilariteit; bijvoorbeeld omdat hij ook aan machtige staatshoofden en andere prominenten nadrukkelijk zijn provinciaal lievelingsgerecht Saumagen opdiste.

Nu ja, kort na zijn aantreden als kanselier werd Kohl door velen in zijn partij en daarbuiten eerder beschouwd als een ‘lapsus van de geschiedenis’. Wie zijn politieke loopbaan van nabij bekeek had beter kunnen weten.

Op zijn 29ste werd Dr. Helmut Kohl de jongste afgevaardigde in het deelstaatparlement van Rheinland-Pfalz, kort nadien fractievoorzitter, en in 1969 onttroonde hij zijn partijgenoot Altmeier als minister-president. Dat bleef hij tot na de Bondsdagverkiezingen van 1976 toen hij in het federale parlement fractieleider werd van CDU-CSU – en daarmee boegbeeld van de oppositie tegen de sociaal-liberale coalitie, nadat de christendemocraten in 1969 voor het eerst sinds het ontstaan van de Bondsrepubliek uit de regering waren gewipt door Willy Brandt en zijn SPD.

Bonn

In 1973 was Kohl al partijvoorzitter geworden, en naar Duitse traditie was hij dus ook kandidaat-kanselier in 1976. Die verkiezing verloor hij nipt, maar hij had zijn les geleerd: in 1980 liet hij CSU-voorzitter Franz-Joseph Strauss – boeman bij uitstek voor iedereen die zich progressief of zelfs maar liberaal achtte – voorgaan naar een gevecht dat die nooit kon winnen. Kohl zelf werd uiteindelijk – zonder verkiezingen – kanselier in 1982 door de uitgewoonde sociaal-liberale coalitie via een ‘constructieve motie van wantrouwen’ weg te stemmen, met de steun van de overgelopen liberale FDP.

In 1983 liet Kohl zijn overwinning wel bezegelen in vervroegde verkiezingen; maar in de daaropvolgende jaren geraakte hij ook in eigen partij steeds meer omstreden. In september 1989 hadden prominente ‘progressieven’ zelfs een soort Putsch gepland tijdens het partijcongres in Bremen; maar Kohl zette hen schaakmat door snel en gewiekst in te spelen op een gelukkig toeval.

In de zomer van ‘89 was immers de druk van DDR-burgers die hun land wilden ontvluchten (via een ‘vakantie’ in andere Warschaupact-landen als Tsjecho-Slovakije of Hongarije) zo onhoudbaar geworden dat de Hongaarse premier tenslotte besloot de grens met Oostenrijk te openen voor iedereen. Omdat hij kort voordien van de bondsregering forse financiële toezeggingen had verkregen ‘voor noodsituaties’ belde hij de kanselier vooraf om hem op de hoogte te brengen. Kohl greep meteen zijn kans, vroeg premier Németh om die opening een uurtje later bekend te maken, en kon prompt bij pers, partij en publiek triomferen…

Einheit

Het vervolg van het verhaal is bekend: de onverhoedse opening van de Berlijnse Muur verraste iedereen aan beide kanten van de Duits-Duitse grens. En de eerste vrije verkiezingen in de DDR waren meteen de laatste, want in 1990 “trad de voormalige DDR toe tot de Bondsrepubliek” zoals dat officieel heette. Dat de ‘Einheit’ zo snel en zo drastisch zou tot stand komen had ook in november 1989 niemand durven dromen. Vriend en vijand erkenden dat Kohl daarmee een diplomatiek meesterstuk had geleverd.

Men mag immers niet vergeten dat strikt formeel nog geen einde was gemaakt aan de oorlogstoestand tussen Duitsland en de vier geallieerde staten die het nazi-regime hadden overwonnen. Hoe de toekomst van beide Duitse staten er na november 1989 kon uitzien, zou dus in elk geval mee bepaald worden door resp. de VSA, de Sovjetunie, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

De Italiaanse christendemocratische premier Andreotti was warempel niet de enige aan wie de boutade werd toegeschreven “ik hou zoveel van Duitsland dat ik er liefst twee zie”; Mitterrand zou hetzelfde gezegd hebben. En Thatcher was aanvankelijk ronduit tegen een samengaan van beide Duitse staten omdat ze nu eenmaal vasthield aan de oeroude Britse ‘verdeel-en-heers’-strategie ten opzichte van continentaal Europa.

Sovjetleider Gorbatsjov van zijn kant wist natuurlijk maar al te goed dat hij onmogelijk kon ingaan op het verzoek van sommige DDR-kopstukken om de indrukwekkende Sovjet-troepenmacht in de DDR in te zetten tegen de volksbeweging voor democratisering : dat zou ook in Polen, Tsjecho-Slovakije en Hongarije (die elk immers nog een historische rekening te vereffenen hadden) tot heftige onrust hebben geleid, waarvan de afloop dit keer niét voorspelbaar was.

Alleen VS-president Bush (sr.) verwelkomde van ganser harte alles wat ‘het Sovjetblok’ kon verzwakken. En aangezien Kohl in Duitsland pas aan de macht was gekomen nadat de VS uit Vietnam waren verdreven, bestonden ook op dat vlak geen ressentimenten.

Kohl was er echter rotsvast van overtuigd dat in deze constellatie geen enkele kans onbenut mocht blijven, en zette alles op alles. Om de aarzelingen te overwinnen die ook in West-Duitsland bestonden, werd hij wel een handje geholpen door de massabetogingen in de (nog) DDR, met als motto “ofwel komt de D-Mark naar ons, ofwel trekken wij naar haar”. Met andere woorden: zelfs zonder staatkundige samensmelting was een verregaande economische toenadering op heel korte termijn noodzakelijk om een volksverhuizing te voorkomen. En dan hoefde je zelfs geen marxist te zijn om te weten dat een economische toenadering de beste grondslag was voor een politieke of zelfs staatkundige.

Marxist was Mitterrand inderdaad niet. Maar hij wist wel hoe de nog toegenomen economische (en dus politieke) macht van het nieuwe Duitsland aan banden kon worden gelegd: door het ‘carcan’ van een eenheidsmunt waarin ook andere, zwakkere economieën zouden participeren. De euro was de prijs voor de Einheit.

Ondertussen kon Bush Thatcher tot rede brengen. En in het wegsmelten van het Sovjet-verzet tegen de Duitse eenmaking speelde niet alleen de goede persoonlijke relatie tussen Kohl en Gorbatsjov een rol, maar ook de toezegging van miljardenkredieten. Slotsom: in september 1990 werd in Moskou het “vier-plus-twee”-verdrag ondertekend tussen de vier geallieerden van destijds en de beide Duitse staten, die er nu één zouden worden. Vervolgens werd 3 oktober (met een al bij al bescheiden plechtigheid en volksfeest) de ‘Tag der Einheit’ en daarmee ook de nieuwe nationale feestdag.

Afgang

Maar de “bloeiende landschappen” die hij beloofd had bleven uit, en enkele jaren later werd Kohl uitgefloten door enkele honderden van de tienduizenden Ossi’s die hun baan waren kwijtgeraakt. Het belette hem niet in 1994 opnieuw kanselier te worden. Maar na 16 jaar kanselierschap vonden de meeste kiezers (ook in West-Duitsland) dat het welletjes was geweest; Kohl moest de plaats ruimen voor een (zogenaamd) rood-groene regering. Hij werd wel ere-voorzitter van ‘zijn’ CDU … tot hem die waardigheid in 2000 ontnomen werd door de partijtop, vanwege zijn obstinate weigering om namen te noemen in een schandaal van illegale partijfinanciering.

Kohls houding in die kwestie zegt veel over de man. Dat grote partijen – naast de gulle overheidsfinanciering – ook wel ‘enveloppes’ onder tafel durven aannemen, dat is geen nieuw en zeker geen specifiek Duits fenomeen. Dat dergelijke praktijken in de meer beschaafde democratieën sinds enige jaren bij wet zijn verboden, maar toch blijven bestaan is ook bekend. Alleen reageerde ex-kanselier Kohl wel op heel eigen wijze toen hij werd ‘betrapt’ omdat hij giften voor een bedrag van meer dan twee miljoen D-Mark niet had aangegeven. Wellicht was hij door jarenlange machtsuitoefening zo gekneed dat hij zich onaantastbaar waande, en meende dat hij ook deze storm gewoon kon laten overwaaien. In elk geval weigerde hij voor een parlementaire onderzoekcommissie én voor justitie namen van (illegale) schenkers te noemen. Want, zo bleef hij herhalen, hij had zijn erewoord gegeven dat niét te doen. Punt.

Staat een individueel erewoord boven de wet van de staat ? Sinds Antigone een ongemeen boeiende filosofische kwestie, zeker. Maar Kohls eigenzinnigheid kostte zijn partij een geweldig prestigeverlies. De CDU bleef in feite geen andere keue dan zich drastisch van haar voormalig boegbeeld te distanciëren. Dat gebeurde onder impuls van een jong politiek talent, door Kohl zelf ‘ontdekt’ en gelanceerd: ene Angela Merkel. Kohl voelde zich door iedereen verraden, en bleef mokken tot over de rand van het graf: in zijn laatste wilsbeschikking maakte hij duidelijk dat hij van een staatsbegrafenis door die ‘verraders’ niet wou weten.

Hij wou wel een huldiging in het Europees Parlement. Want de Europese eenmaking vond hij ongetwijfeld even belangrijk als de Duitse. Beide waren voor hem “twee zijden van eenzelfde medaille” herhaalde hij steevast. En hij handelde daar ook naar. Het beeld waarop hij, hand in hand met de Franse president Mitterrand, in 1984 de waanzinnige slachting bij Verdun herdacht, is legendarisch. Maar dat was niet alléén theater. Kohl besefte terdege dat Duitsland inderdaad een rol als ‘locomotief’ voor de Europese eenmaking te spelen had, én dat het die rol slechts goed kon spelen in samenspel met Frankrijk. Althans op dàt vlak toont Merkel zich een waardige opvolgster.

Balans

Als Merkel in september de Bondsdagverkiezingen wint (wat zo goed als zeker is) en dan besluit haar termijn helemaal uit te dienen (wat minder zeker is) zal ze in 2021 Kohls record als langst functionerende kanselier evenaren. Hoewel … in de Duitse geschiedenis was er ooit een kanselier die nog langer dat ambt bekleedde, en eveneens aanspraak kon maken op de titel ‘kanselier van de Duitse eenheid’: Bismarck. Maar die pakte destijds de eenmaking aan op een manier waaraan Kohl noch Merkel zich graag zouden spiegelen.

Neen, dan liever Adenauer. De eerste naoorlogse Bondskanselier werd als ‘vader des vaderlands’ door Kohl mateloos bewonderd, en met name in de hondstrouwe keuze voor de binding met het Westen ook consequent nagevolgd: toen het halve land op straat kwam tegen de plaatsing van kruisraketten gaf Kohl geen krimp.

Qua regeerstijl verschilde hij wel van zijn voorbeeld: hij was tenminste in schijn minder autocratisch, en hechtte veel belang aan persoonlijke contacten met een uitgebreid netwerk van mensen die macht hadden of ze wilden veroveren. Niet zonder enige ironie omschreef een Duits weekblad naar aanleiding van zijn tiende ambtsjubileum Kohls aanpak als “regieren, dirigieren, charmieren durch telefonieren”.

Alleen zijn eigen familie had in dat netwerk van zorgvuldig onderhouden menselijke contacten blijkbaar geen plaats, zoals een van zijn beide zonen enkele jaren geleden onthulde in een bitter boek. Ook dezer dagen werd nog eens op dramatische wijze duidelijk dat Kohl “wel zijn land kon verenigen, maar niet zijn familie”. Zo heeft ‘Birne’ (zoals zijn bijnaam luidde) zelf lelijke krassen nagelaten op wat een monumentale nagedachtenis had kunnen worden.