Syrië: Koerdische alliantie in ongemakkelijke positie

Facebooktwittergoogle_plusmail

Begin deze maand is de laatste fase begonnen van de slag om Raqqa, de zelfverklaarde hoofdstad van de Islamitische Staat in Syrië. Dat gaat gepaard met grote verliezen onder de burgerbevolking. Het Syrische schaakspel wordt inmiddels steeds complexer.

Raqqa is een stad van ongeveer 250.000 inwoners. Velen zijn de stad inmiddels ontvlucht. Niemand weet hoeveel mensen er nog zijn achtergebleven, schattingen spreken over een 100.000-tal burgers.

Luchtbombardementen

De Syrische Democratische Troepen (SDF), de multi-etnisch-religieuze militie waar de YPG/YPJ (de respectievelijk mannelijke en vrouwelijke Volksverdedingseenheden van de autonome regering in Rojava, Noord-Syrië) de hoofdmoot van vormen, hebben de stad inmiddels zo goed als volledig omsingeld en de toevoerwegen afgesloten. De campagne gaat gepaard met heel wat burgerslachtoffers. Dat is onder meer het gevolg van de luchtbombardementen van de internationale coalitie, waarvan 95% op conto van de Verenigde Staten, goed voor een kleine 300 luchtaanvallen in het gebied. Volgens berichten van burgers die vast zitten in de stad, gaat het om willekeurige bombardementen op dichtbevolkte wijken: “De gevechtsvliegtuigen van de internationale coalitie vernietigen meestal een heel stadsdeel met behulp van artillerie-beschietingen.” Niemand van de strijdende partijen lijkt cijfers over burgerslachtoffers te willen bijhouden. Op 26 mei zei een woordvoerder van het Pentagon dat er niet meer zal worden bevestigd dat de VS verantwoordelijk is voor burgerslachtoffers. Voortaan gaat het over slachtoffers van de ‘internationale coalitie’, waar ook België deel van uitmaakt. Volgens monitoringorganisatie Airwars maakten de bombardementen 250 burgerdoden in de eerste drie weken van juni, van wie het merendeel in en rond Raqqa. De organisatie telt inmiddels minstens 4.118 bevestigde dodelijke slachtoffers door coalitie-bombardementen sinds het begin van de operaties in Irak en Syrië. Het zijn de gevechten in Mosoel en Raqqa die zorgen voor een sterk stijgend aantal slachtoffers. De reden daarvoor is niet alleen dat de gevechten plaatsvinden in dichtbevolkte stedelijke gebieden, maar ook omdat VS-president Trump midden april een ‘volledige volmacht’ heeft gegeven aan zijn troepen om te beslissen hoe, hoeveel en hoe hard militair kan worden opgetreden. Bovendien zou het aantal gedropte bommen met 20% zijn gestegen.

Embargo

De militaire inspanningen van de VS worden niet gevolgd door humanitaire inspanningen. Wie kan ontvlucht de stad en zoekt een onderkomen in de vluchtelingenkampen rond Ain Issa, enkele tientallen kilometer te noorden van Raqqa. De humanitaire hulp raakt niet makkelijk ter plaatse en het lijkt ook geen grote bekommernis van de internationale coalitie. Bovendien is Rojava onderworpen aan een embargo. Er is een groot gebrek aan medicijnen en medische uitrusting. De heropbouw van een ziekenhuis in Hassakeh geraakt maar niet van de grond omdat de Koerdische Regionale Regering (KRG) in Noord-Irak (‘Bashur’) haar grenzen potdicht houdt. De relaties met de autonome regering in Rojava zijn bitter slecht. Barzani, de conservatieve Koerdische president, vreest de groeiende invloed van de progressieve Koerdische beweging in zijn gebied.

De alliantie met de VS

Hoeveel burgerdoden er daarnaast vallen door het optreden van de grondtroepen van het SDF is onbekend. De inschatting is dat het evenmin een gering aantal zal zijn. In de verschillende gesprekken die ik hier in Rojava heb met verantwoordelijken van de autonome regering van het kanton Cizere, Rojava (Noord-Syrië) krijg ik weinig extra informatie. Volgens Ruzan Gulo, de co-voorzitter van het ministerie van Defensie in de ‘hoofdstad’ Qamishli doet het SDF er alles aan om burgerslachtoffers te vermijden. “We onderschrijven alle bepalingen van het oorlogsrecht”, aldus Gulo. “We verliezen heel wat van onze mensen omdat we net burgerslachtoffers proberen te vermijden”. Zijn bewering is moeilijk na te trekken, maar het is in elk geval duidelijk dat het een moeilijk onderwerp is.

De SDF zit in een ongemakkelijke alliantie met de Verenigde Staten. Tijdens het offensief van de Islamitische Staat vanaf de zomer van 2014 en de belegering van Kobani, een Koerdische stad aan de grens met Turkije, slaagden de troepen van de YPG/YPJ en enkele andere milities (het SDF bestond toen nog niet), er in het tij te keren. Volgens Gulo zou de YPG/YPJ 1.200 manschappen verloren hebben in die veldslag. Er volgde een tegenoffensief waarop uiteindelijk heel het Koerdisch gebied bevrijd werd. De VS, voor wie de strijd tegen Daesh in de tweede helft van de ambtstermijn van Obama een prioriteit is geworden, begon met het leveren van luchtsteun, die nu nog is opgevoerd. Het is geen evidente coalitie. De YPG/YPJ worden door NAVO-bondgenoot Turkije als een tak van de PKK beschouwd en draagt voor Ankara het label ‘terroristisch’. De PKK prijkt ook nog altijd op de terreurlijsten van de EU en de VS. Het is niet onwaarschijnlijk dat als Daesh verslagen is, de VS zich niet langer het lot van Rojava zullen aantrekken en de bevolking overleveren aan de grillen van Ankara, voor wie het bestrijden van de Koerdische entiteit de grootste prioriteit is. Het Amerikaanse ‘imperialisme’ valt ook ideologisch moeilijk te rijmen met het op libertaire leest geschoeide ‘democratisch federalistisch’ systeem, zoals dat door PKK-leider Abdullah Öcalan is uitgetekend.

Overlevingsstrijd

Als ik mijn gesprekspartners van de autonome regering in Cezire/Rojava daarmee confronteer krijg ik als antwoord dat er op dit ogenblik weinig keuze is. Abdul Kareem Sarokhan, de co-voorzitter van de autonome regering (de Eerste Minister zeg maar) van Cezire, Rojava zegt: “Vooreerst, de Koerden hebben niet de kant gekozen van de VS, het is omgekeerd. Toen de VS zag dat we succesvol waren in die strijd begon het VS-leger luchtsteun te verlenen. We vechten niet voor de VS, voor de internationale coalitie of voor Rusland, we vechten voor onszelf. We zijn van niemand afhankelijk. Wij varen onze eigen koers.” Wat je voortdurend hoort is dat de Koerden en hun Arabische (zij vertegenwoordigen meer dan de helft van de bevolking in het kanton Cezire), Assyrische, Armeense, Turkmeense en Circassische bondgenoten een overlevingsstrijd voeren en dat het verslaan van Daesh en andere extremisten momenteel een absolute prioriteit is.

Ze zijn er zich van bewust dat de VS-agenda verschillend is van de eigen agenda. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Qamishli krijg ik van de beide co-voorzitters (elke functie telt zowel een man als een vrouw) te horen: “We weten dat na de val van Daesh die verstandhouding zal stoppen en dat we dan bedreigd worden door NAVO-bondgenoot Turkije. De kans is reëel dat de VS zich dan misschien van ons zal afkeren. Maar we geloven in de kracht van ons volk om aan deze grootmachten te weerstaan.” Kortom, het gaat om een opportunistische of pragmatische overlevingspolitiek.

Afrin

Turkije, dat in september vorig jaar een militaire interventie ondernam om een wig te drijven tussen de Koerdische kantons Afrin enerzijds en Kobani/Cizere anderzijds is begonnen met het ontplooien van wapens en troepen aan de grens van het kanton Afrin. Er gaan meer en meer geruchten dat Turkije en hun proxy’s van het Vrije Syrische Leger, een militaire operatie plannen tegen Afrin, dat compleet geïsoleerd ligt tussen Turkije, de door islamisten gedomineerde oppositie in de provincie Idlib en het Syrische leger. De VS heeft duidelijk gemaakt dat ze in dat geval geen actie zullen opnemen omdat ze zich louter concentreren op de strijd tegen IS. Blijft er nog Rusland waarmee het autonome bestuur van Rojava eveneens relaties onderhoudt. Er was zelfs sprake van een Russische militaire basis in Afrin, wat meteen een garantieticket zou kunnen zijn tegen een Turkse aanval. Maar in Syrië zijn dergelijke relaties weinig duurzaam. Sinds het incident waarbij een Syrisch gevechtsvliegtuig dat stellingen van het SDF bombardeerde door de VS uit de lucht is gehaald, loopt het niet meer zo goed met Moskou. Rusland ziet het SDF meer en meer als een proxy van de VS, wat het ziet als een teken van groeiende invloed van Washington in Syrië. Dat is niet naar de zin van Moskou. Om de VS een hak te zetten, zou het wel eens kunnen zijn dat de Russen het op een akkoord gooien met Turkije om het SDF vanwege het bondgenootschap met de VS het leven moeilijk te maken. Dat zou dan weer een nieuwe zet kunnen uitlokken van het SDF dat al liet verstaan dat de kans in dat geval reëel is dat het SDF zijn offensief tegen Raqqa staakt. Dat moet er voor zorgen dat de VS Ankara duidelijk maakt dat het geen nieuwe militaire avonturen moet starten. En zo speelt elke speler de andere te verschalken een alsmaar complexer Syrisch schaakspel.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers