Dood aan de partijen

Boris Horvat/afp
Facebooktwittergoogle_plusmail

Bij het oplossen van een (Frans) kruiswoordraadsel bots ik op ‘Cimétière de vieux éléphants” (Kerkhof van oude olifanten). Oplossing: PS.  De Franse socialistische PS is voor de opsteller van dit raadsel al dood. Diezelfde week: parti en voie de disparition – partij die aan het verdwijnen is): PCF. In Frankrijk, Italië en elders is het uur van de “bewegingen” aangebroken. Het oude sterft, namelijk de politieke partijen, het nieuwe staat klaar: de “horizontale bewegingen”. Met Internet als kernmiddel voor nieuwe democratie en met nieuwe acteurs. En met oude valkuilen.

Bewegen!

De tijd van de politieke partijen is voorbij, luidt het vooral in Frankrijk na de verkiezing van Emmanuel Macron tot president. De twee klassieke machtspartijen, de PS en  het rechtse blok, recente benaming Les Républicains (LR), raakten niet eens in de tweede ronde. De PCF is al langer op sterven na dood. Het groene EELV rekt zijn doodstrijd. LR hoopt op een mirakel bij de parlementsverkiezingen om te kunnen overleven. Bij het uiterst-rechtse FN scherpen ze de messen voor de interne afrekening na de verkiezingen. De luitenant van Marine Le Pen, Florian Philippot, heeft alvast zijn eigen beweging ‘Les Patriottes’ opgericht.

Een beweging. Want bewegingen liggen goed  in de markt. De beweging ‘En Marche!’ bracht in één jaar Macron in het Elysée en rekent op een meerderheid in het parlement. De linkse beweging van Jean-Luc Mélenchon, La France Insoumise, verpletterde de PS in de race naar het Elysée, 19,6 tegen 6,3. Het bewijs is er, de kiezers hebben genoeg van gestructureerde politieke partijen. Vive le flou artistique van de bewegingen. Partijen met een duidelijk organigram, met leden, met een programma, met een verleden.

Depolitisering

Is dat zo? Is het niet eerder zo dat veel Franse kiezers gewoon hun buik vol hebben van partijen die het als regeerders niet goed deden. De PS is afgestraft voor het beleid van ex-president François Hollande. En voor Les Républicains, die eerder al allerlei namen had, zoals Rassemblement  pour la République  – geen Parti, lag de regeerperiode van Nicolas Sarkozy nog vers in het geheugen.

De definitie van politieke partij is flexibel. Een partij in de VS is moeilijk te vergelijken met de meeste West-Europese partijen bijv. In Centraal-Europa groeien en verdwijnen partij in een minimum van tijd, vaak opgebouwd rond één persoon.

Vooral diverse linkse partijen hebben hun bestaanscrisis aan zichzelf te wijten. Niet alleen omwille van hun balans als regeerders. Ook omdat ze  steeds meer apparaten zijn geworden die rond hun as draaien. De Franse PS heeft geen militantenbasis meer, ze is een partij geworden van functionarissen die de belangen van het apparaat vooropstellen.

Nieuw is dat niet, Eduard Bernstein, de “vader” van het sociaaldemocratisch reformisme, schreef eind 19e eeuw al: de beweging is alles, het doel is niets. Met de beweging bedoelde hij de gevestigde structuren, partij en vakbond. Politieke partijen hebben de vorige generaties nauwelijks aan politieke vorming gedaan, veel “olifanten” van de PS kregen hun vorming bij een van de trotskistische groepen. De eigen basis is gedepolitiseerd. Interne democratie? Het volstaat te kijken naar de congressen van de sp.a om te merken tot welk vertoon die depolitisering leidt.

Chefs

De nieuwsoortige “bewegingen” surfen op die depolitisering. Links-rechts, maakt niet uit, we pakken dat pragmatisch aan, als burgers die allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Er is in het schuitje wel een grote roerganger die de knopen doorhakt. Vage structuren garanderen nog minder interne democratie dan in klassiek partijen, zodat de chef nog meer het laatste woord heeft.

Is En Marche!, nu ‘La République en Marche!’ (LRM) dan geen partij? Of La France insoumise? Ze gaan naar de kiezer met een programma, met leiders, met kandidaten die bij LRM aangeduid zijn volgens methodes van Human Resource Management ( indertijd gewoon personeelsbeleid). Met criteria uitgedokterd door een erg kleine groep die het laatste woord heeft in de aanwijzing van de kandidaten. De inbreng van de achterban? Vage raadplegingen, geen duidelijke afbakening van wie er wel of niet bij hoort, van wie er wel of niet iets te beslissen heeft. Loyauteit tegenover de leider, president Macron, is de grootste deugd.

Manipulatie

Is Mélenchon in hetzelfde bedje ziek? Hij heeft zijn eigen partij, Parti de gauche, in de marge geduwd voor een volksbeweging met vage contouren. Is er bij la France insoumise sprake van interne democratie? Of hoeft dat niet bij een beweging die per Internet de sympathisanten aan het woord  laat. Internet, ieder achter zijn scherm, discussies à la Facebook die een rechtstreeks politiek debat niet kunnen vervangen en zeer manipuleerbaar zijn.

In beide gevallen, Macron en Mélenchon, gaat het om bewegingen opgebouwd rond één chef. Ze hebben geen apparaat nodig, alleen Internet, zoals de M5S, de Cinque Stelle (Vijfsterrenbeweging) van Beppe Grillo in Italië. Die ‘Beweging’ doet an Internetdemocratie, met Davide Casaleggio, zoon van wijlen Vijfsterrengoeroe Gianroberto Casaleggio) aan het digitale roer. Als militanten in Genua de verkeerde kiezen als kandidaat-burgemeester, komt de Sterrenleiding wel tussen om dat recht te zetten. Of in andere gevallen is er geen enkele controle op de stemverrichtingen.

Geen apparaat. Behalve dat er wel een beslissingscentrum is en dat de structuren en beslissingsmechanismen (voorlopig?) niet transparent zijn. Er is een hiërarchie, maar die is niet erg doorzichtig.

Nieuw?

Is het verschijnsel beweging wel zo nieuw als sommige verdedigers denken? Een kwarteeuw geleden richtte Jean-Pierre Chevènement, een vroegere ‘olifant’ van de PS, de Mouvement des Citoyens op, Burgerbeweging, die aan verkiezingen deelnam. François Bayrou, nu minister van Justitie en bondgenoot van Macron, leidt al jaren een “beweging”, Modem (Democratische Beweging). Wat met onze Mouvement Réformateur? Beweging of partij?  Wat betekent een naam. De Italiaanse neofascisten waren van kort na de oorlog al beweging, MSI (Movimento Sociale italiano) om later Nationale Alliantie te worden. Nu zitten enkele erfgenamen ervan hij ‘Fratelli d’Italia’, Broeders van Italië.

Van Italië gesproken. En Marche! doet denken aan een kwarteeuw geleden, toen Silvio Berlusconi begin 1994 met een gigantische tv-show, Forza Italia (een voetbalkreet) als partij (of beweging?) lanceerde. Opmerkelijk, het organigram van Forza Italia, FI, viel bijna volledig samen met dat van zijn onderneming Fininvest. Drie maanden later won Berlusconi de verkiezingen, straffer dus dan Macron.

Was Forza Italia een partij? Ze had geen leden, wel “supporters”. Ze werd geleid door een squadra met centravanti, een ploeg met aanvallers en verdedigers. Het interne leven was verticaal, van de leiding naar de “supporters”.  Is Macron daar ten rade gegaan? In zijn “collectif citoyen” heeft men het over ambassadeurs, référents, marcheurs met aan het hoofd délégués, gekozen omdat ze geëngageerde burgers zijn. Gekozen door wie?

Burgers

De pleitbezorgers voor “nieuwe” bewegingen voeren vaak aan dat het deze keer wel echt om horizontale democratie gaat, onder gelijken. Dat is al zeker niet het geval voor bovenvermelde grote West-Europese bewegingen. Er is een brede horizontale basis, er is een kleine hiërarchie en daartussen is er iets verticaal, vooral in neerwaartse richting.

Veel pleidooien lijken opgepoetste versies van de  grote open“volksvergaderingen” uit de jaren 1960 waar het volk spontaan de richting van “de beweging” (de toen gebruikte term) aanwees. Het waren vaak pareltjes van manipulatie, waar vooral Ludo Martens (Amada, voorloper van PVDA) met groot talent de spontaneïteit richting gaf.

Het argument dat via nieuwsoortige politieke bewegingen de burger – civil society, middenveld… – er veel meer aan te pas komt, snijdt een beetje hout. Toch heeft dat middenveld zeker in ons land niet echt te klagen gehad. Tot zeer lang hadden vakbonden, middenstandsorganisaties, verbruikers- en milieubewegingen via onder meer de Socialistische Gemeenschappelijke Actie of het ACW (nu ‘beweging.net”) meer dan een symbolische zeg in het beleid. Dat dit via sterke structuren gebeurde, lijkt voor de hand te liggen, of moet dat gebeuren via het lotingsysteem à la Van Reybrouck?

Het is vooral interessant te volgen hoe een linkse beweging als La France insoumise verder evolueert. Alleen maar horizontale participatieve democratie? Wat betekent dat naar politieke actie? Of moet de beweging een permanente vorm krijgen, zich structureren, maar als wat? Als een partij die deze vieze naam (partij) niet draagt? En niet in functie van één figuur, maar als een echt politiek instrument, ongeacht de benaming partij, beweging, alliantie, of een nieuwe voetbalkreet.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.