Als de Britse jongeren zouden gaan stemmen

wikimedia.commons.org
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Labour-campagne draait minder om Brexit en meer om het realiseren van sociale doelstellingen, ten voordele van diegene die niet direct tot de winnaars van de neoliberale economie behoren. Het Labour-programma lijkt wel een groeiend deel van de Britse bevolking te verleiden, ondanks het feit dat in de media Corbyn nog altijd als de baarlijke duivel wordt bekeken. Een tv-presentator wilde Jeremy Corbyn op de rooster leggen met de bemerking dat hijzelf wel veel radicaler is dan zijn partijprogramma. Een partij is een groep, antwoordde Corbyn. “Het is partijprogramma is het resultaat van interne discussie, niet van dictaten van een voorzitter.”

Het fundament van het Labour-programma draait om betere toegang tot het onderwijs, effectiever maken van de openbare gezondheidszorg, beter openbaar vervoer (hernationalisering van de treinmaatschappijen), een taks op de superrijken. Inderdaad, Corbyns persoonlijke afwijzing van de Britse kernwapens wordt door zijn partij niet gevolgd en het ‘manifesto’ – en dus ook partijvoorzitter Corbyn – blijft trouw aan de Trident-afschrikking.

Peilingen

De opiniepeilers blijven over het algemeen een grote voorsprong voor de Conservatieven voorspellen. Die zou nog altijd zo’n 12 percent bedragen. De lichte achteruitgang van premier May’s partij wordt gecompenseerd door een stijging van de UKIP-aanhang, en dus niet door een groei voor de travaillisten, heet het in deze kringen.  Labour en de Tories zijn hier tezamen goed voor 78% van de kiezers. De Liberaaldemocraten komen niet boven de 8, UKIP stijgt naar 5 procent en de Groenen naar 3.

Een ander peilingsbureau kwam op 30 mei met een grote verrassing: het verschil tussen Theresa May en Jeremy Corbyn is geslonken tot 6 procent: 43 – 37, waar de klassieke partijen dan 80% van het electoraat bestrijken.

Opkomst

De bureaus zijn zich kennelijk wel bewust van de grote onzekerheid van hun voorspellingen. Er is uiteraard het enorme verschil tussen de algemeen landelijke kiesintenties en de concrete uitkomst van een kiessysteem met ‘the winner takes it  all’ per kiesdistrict. En het is niet omdat iemand tijdens een bevraging stelt voor de Conservatieven te zijn, dat hij of zij inderdaad ook op 8 juni effectief naar het stembureau zal gaan.

Veel zal dus afhangen van de opkomst. Hoe meer ouderen er gaan stemmen hoe beter voor de Tories, hoe meer jongeren hoe beter voor Labour.  De voorspellingen die Labour tot op zes procent van premier May brengen,  houden rekening met een participatiegraad van boven de 80% bij de 18 tot 24 jarigen. Terwijl de andere uitgaat van een ‘klassiekere’ opkomst waarbij slechts de helft van de jongeren zou gaan stemmen. Een andere categorie die mee doorslaggevend kan zijn draait rond de breuklijn rijk-arm. Arme mensen gaan minder de moeite doen om te gaan stemmen dan diegenen die het iets beter hebben. Veel zal dus afhangen in welke mate Jeremy Corbyn de klassieke thuisblijvers – jongeren en minder welgestelden – kan overhalen om toch te gaan stemmen. En dat kunnen de opiniepeilers kennelijk niet peilen.

Geen meerderheid

Niet verrast zijn dus, mocht er zich een verrassing aandienen. Een voorspelling van de zetelverdeling waarbij vooral gekeken werd naar de ‘onzekere’ kiesdistricten, dit wil zeggen daar waar het traditioneel niet vast staat of een Labour- of een Tory-kandidaat het haalt, toont de Conservatieve Partij als grootste met 310 zetels. Dit is echter 16 zetels te weinig voor een absolute meerderheid. Dat zet nu al een aantal financiële kringen onder spanning, en de pond sterling viel al even terug ten opzichte van de dollar en de euro. Ofwel krijgen we in dergelijk geval een regering die met gedoogsteun in het parlement haar beleid ten uitvoer brengt, ofwel krijgen de Britten een coalitieregering van de huidige oppositiepartijen. Sommigen zullen dan hun ‘no deal’-houding moeten wijzigen natuurlijk, maar partijpolitiek verloopt soms langs onvoorspelbare wegen.