Tweepartijensysteem terug van weg geweest

Theresa May (Wikimedia Commons)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Premier Theresa May kondigde in april vervroegde verkiezingen aan voor 8 juni 2017. Daarmee verbreekt ze een belofte dat ze geen stembusgang zou organiseren voor het jaar 2020. Deze beslissing breekt ook met een poging tot nieuwe politieke cultuur in het Verenigd Koninkrijk waarbij het parlement in 2011 wettelijk vastlegde dat algemene verkiezingen om de vijf jaar zullen worden georganiseerd, met twee mogelijke uitzonderingen. Vervroegde verkiezingen kunnen wel als het parlement het vertrouwen in de regering verliest, of als een twee derden meerderheid het wil. Therese May gebruikt deze tweede uitzondering.

May kwam aan de macht op 13 juli 2016 nadat de Conservatieve premier van toen, David Cameron, het Brexit referendum verloor en ontslag nam. Haar aanstelling is dus niet het resultaat van algemene verkiezingen, maar van een interne doorschuifoperatie. De Conservatieven beschikken over een beperkte meerderheid die verdeeld is over de uitstap op zich uit de Europese Unie, en ook over de te volgen tactiek, met name een zachte of een harde breuk met Brussel. Volgens opiniepeilingen zou haar partij vlotjes verkiezingen winnen die op korte termijn zouden worden gehouden – bij May’s aankondiging was de kloof met Labour 17 à 20 percent -, en dus hoopt premier May nu haar meerderheid te kunnen vergroten. Mocht dit lukken dan zou ze politiek versterkt aan de onderhandelingen met de EU kunnen beginnen.  De procedure voor de uitstap uit de Unie werd eerder einde maart gelanceerd.

Voor wat Engeland betreft is de huidige hoofdtrend in de opiniepeilingen er een van de terugkeer naar het tweepartijensysteem: Conservatieven tegenover Labour. Grootste verliezer lijkt de radicaal rechtse nationalistische partij UKIP te worden die in het Brexit-referendum een belangrijke rol wist te spelen. Ook de Liberaal Democraten lijken op verlies te staan. Groen is en blijft klein. Zowel de partij van premier Theresa May als die van oppositieleider Jeremy Corbyn gaan vooruit, maar de kloof blijft groot (15%), zeggen de opiniepeilers. Hoe correct of betrouwbaar deze ‘vaststellingen’ zijn blijft moeilijk in te schatten. Vergeten we toch niet dat bij de verkiezingen van 2015 de voorspellingen er faliekant ‘naast’ zaten. Peilingen lijken vooral een integraal deel van het politieke spel te zijn geworden.

Tony Blair kondigde aan zich opnieuw met de Britse politiek te willen bezig houden in de strijd tegen de Brexit, terwijl hij tegelijkertijd de huidige Labourleider, Jeremy Corbyn, blijft aanvallen. Ook het merendeel van de Labour parlementairen blijft gekant tegen hun eigen voorzitter.

Het verkiezingsmanifest van Labour – dat voortijdig uitlekte – lijkt het accent te zullen leggen op hogere budgetten voor de openbare diensten, zeker voor het National Health System, die gefinancierd worden door verhoogde belastingen op de rijken. In de Brexit-onderhandelingen moet de aandacht voor jobs het centrale punt zijn. Labour hamert op de grote noden van de Britse samenleving: kinderen die in armoede opgroeien, studenten met zware schulden, koopkracht. De focus ligt op het stopzetten van de besparingswoede – die volgens Corbyn de economische groei benadeeld – en het inzetten op nieuwe investeringen. In de gelekte versie is er sprake van hernationalisering van de spoorwegen, de posterijen, het electriciteitsnet en de verschillende watermaatschappijen. Corbyn daagt premier May uit om rechtstreeks te debatteren op televisie.

De Conservatieven zeggen dat Corbyn met een programma komt uit de jaren 1970. Totaal weg van de moderne Angelsaksische aanpak van lagere belastingen en minder overheid. De gewone Brit zal met dergelijk Labour programma er zeker niet beter bij worden, zegt Theresa May.

Buiten Engeland werden er nog maar een paar polls georganiseerd, en is het beeld nog minder betrouwbaar dan in de rest van het Verenigd Koninkrijk. In Schotland blijft de progressieve Scottish National Party de grootste volgens de peilingen en zou rond de 40% van de stemmen halen, tegenover 28% voor de Conservatieven en slechts 18% voor Labour. In Wales liggen de Conservatieven lichtjes voor op Labour. In Noord-Ierland gaat de strijd hoofdzakelijk tussen de Unionisten en Sinn Fein.

Noord-Ierland zit in een speciale situatie. Bij de uitvoering van de Brexit zal een deel van het Ierse eiland buiten de EU vallen.  Zeker als in de deal het Verenigd Koninkrijk uit de Europese douane-unie zou stappen, wordt het wel echt ingewikkeld. Dat zou betekenen dat er opnieuw grenscontroles komen. Voor het personenverkeer moet er binnen de “gemeenschappelijke reisruimte”  wel een oplossing te vinden zijn.  Maar voor goederen? Nieuwe strikte grenscontroles, instellen (of niet) van (hoge?) douanerechten voor goederen uit het Verenigd Koninkrijk? Hoe zullen deze onzekerheden inspelen op de wens van sommigen om aan te sluiten bij de Ierse Republiek, en dus om bij de Unie te blijven?

“Is June marking the end of May?”

(wordt vervolgd)