Is links dan echt gelijk aan rechts? Bedenkingen bij de Franse presidentsverkiezingen

Principes van de Verlichting
Facebooktwittergoogle_plusmail
Parijs, 1 mei 2002. Meer dan een half miljoen mensen op straat om zich te verzetten tegen een mogelijke verkiezing van Jean-Marie Le Pen, vader van Marine, kandidaat in de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen. De hele linkerzijde riep toen op om voor Jacques Chirac te stemmen, de kandidaat van de rechterzijde. Hij werd verkozen met meer dan tachtig procent van de stemmen. Dit was géén steun aan zijn programma, maar een duidelijk ´no pasarán’ aan het adres van uiterst rechts.
Vandaag, vijftien jaar later, niets van dit alles. Ja, er was een ‘Nuit des barricades’ met een paar honderd mensen, maar op één mei trokken de vakbonden in verspreide slagorde door Parijs. Aan de linkerzijde vraagt men zich af of er volgende week nog wel gestemd moet worden, dan wel of men blanco moet stemmen. Stemmen voor die andere kandidaat, Emmanuel Macron? Voor velen een brug te ver. Verslagen kandidaat Jean-Luc Mélenchon riep alvast niet op om de kandidaat van centrum-rechts te verkiezen. Met het risico dat de grote kloof tussen rechts en uiterst rechts verder verkleint en Marine Le Pen uiteindelijk president van Frankrijk wordt.
‘Ni patrie ni patron, ni Le Pen ni Macron’. Alvast een mooie slogan, maar waar is hij de vertaling van? Vanwaar die onverschilligheid van links voor uiterst rechts?

Een dijkbreuk

Dat de eerste ronde van de presidentsverkiezingen een dijkbreuk teweeg brachten staat buiten kijk. De twee grote politieke families van rechts en links werden genadeloos uitgeschakeld. Nieuwkomer Emmanuel Macron haalde bijna een kwart van de stemmen, Jean-Luc Mélenchon van ‘La France Insoumise’ kreeg bijna twintig procent. Du jamais-vu.
Wie televisie keek die avond van 23 april, zag meteen dat er str… aan de knikker was. Een stuurse, boze Mélenchon verklaarde dat het resultaat niet was wat hij had gehoopt. En liet zijn verweesde kiezers achter met de mededeling dat hij geen mandaat had om een stemadvies voor de tweede ronde te geven. Vijf dagen later herhaalde hij dit, hij zou wel gaan stemmen, zo zei hij, en zeker niet voor Le Pen, dat wisten we natuurlijk wel, maar misschien wil hij blanco stemmen? We weten het niet. Mélenchon is een slecht verliezer.
En net zoals zes maanden geleden begon op facebook een intensieve discussie over het ‘kwaad’ Macron, over de onmogelijkheid om voor een ‘bankier’ te stemmen, om te kiezen voor een ‘lesser evil’, kortom, om de zuiverheid van de linkse overtuiging op te geven. We weten wat het resultaat is geweest in de Verenigde Staten. Wil men dan ook in Frankrijk een ‘politique du pire’, nog liever de uiterst rechtse Le Pen dan ‘ultraliberaal’ Macron?

Links noch rechts

De manier om aan politiek te doen is sterk veranderd. De andersglobalistische beweging die twintig jaar geleden nog pogingen ondernam om mondiaal verzet te organiseren, is verwaterd en uitgelopen in weliswaar dynamisch maar vaak machteloos straatprotest, van de Arabische lente tot ‘Occupy’, van de ‘indignados’ tot ‘Nuits debout’. Dit zijn zonder meer belangrijke bewegingen om jongeren te politiseren, maar helaas is het onvoldoende. Veel jongeren beperken zich tot het afwijzen van traditionele politiek en politieke partijen zowel als van de tegenstelling tussen links en rechts. Dat verzet valt zeker te begrijpen, maar wat komt er in de plaats? En wordt actie dan de enige vorm van politiek handelen?
Het klopt zeer zeker dat niet alles meer kan vertaald worden in klassenverschillen, maar dat betekent niet dat die klassenverschillen ook verdwijnen of irrelevant worden. Er ís wel degelijk een verschil tussen links en rechts, ook al moeten we daarnaast beseffen dat dit niet langer gelijk loopt met behoudsgezind versus progressief, of open versus gesloten. Een deel van de linkerzijde is inderdaad eerder behoudsgezind geworden en verzet zich tegen de huidige mondialisering. Een goed deel van de arbeidersklasse ziet geen heil meer in het socialisme, o.m. omdat de sociaal-democratie zich goeddeels heeft verkocht aan het neoliberalisme en niet langer de noodzakelijke bescherming biedt. Uiterst rechts doet dat wel, maar op een andere manier. Vreemdelingen worden de zondebok, de bescherming bestaat in eerste instantie uit gesloten grenzen en uitsluiting, berustend op een fond van racisme.
Een deel van de linkerzijde is niet doof voor die roep naar meer bescherming en veiligheid, en het verschil tussen het migrantendiscours van Mélenchon nu en vijf jaar geleden is opvallend. Hij aarzelt niet langer om te spreken over de migranten die de kaas van het brood van de Franse arbeiders komen pikken…
Of m.a.w. links is een beetje rechts geworden, en de rechterzijde slooft zich uit om de lagere klassen aan zich te binden met beloftes van sociaal beleid. Men kan jonge mensen niet verwijten dat ze door de bomen het bos niet meer zien.
Macron heeft uitdrukkelijk afscheid genomen van het links-rechts onderscheid, en ook bij het Front National wordt gesteld dat de partij noch links noch rechts is. Marine Le Pen heeft een sociaal programma en haar partij heeft al twintig jaar geleden het feest van de arbeid opgeëist. Bij Mélenchon tenslotte zijn er nu ook jongeren die denken aan de keuze tussen links en rechts te kunnen ontsnappen. Zij dwalen.

Van partij naar beweging

Marine Le Pen deed er alles aan om afstand te nemen van haar vader en van haar partij. Ze wilde het Front National ‘dediaboliseren’ en is daar tot op zekere hoogte in geslaagd. Ze voerde campagne zonder het logo van haar partij. Maar laat zich toch af en toe verleiden tot een kwalijke uitspraak, moest haar vice-voorzitter na amper drie dagen laten gaan om negationistische uitlatingen en kan natuurlijk rekenen op de volle steun van een apparaat en een ideologie waaraan niet getwijfeld mag worden. Het Front National is een bondgenoot van het Vlaams Belang en werkt samen met Alternative fuer Deutschland, de PVV van Geert Wilders en de Oostenrijkse Freiheitspartei. Dit is onverkort uiterst-rechts, anti-democratisch en anti-moderniteit. Florian Philippot, rechterhand van Marine en notoir homo, zal niet kunnen verhinderen dat alle minderheden het zwaar te verduren krijgen mocht Le Pen aan de macht komen. Terecht schreef iemand op facebook: je moet man, blank en hetero zijn om het gevaar Le Pen te onderschatten.
Emmanuel Macron heeft geen partij, maar heeft nauwelijks één jaar geleden een beweging ‘En Marche’ uit de grond gestampt. Hij werkte voor de Franse overheid, bij een bank, op het kabinet van Hollande en was uiteindelijk minister van Economie en Financiën in de sociaal-democratische regering van Hollande. Hij is de enige die kan zeggen inderdaad géén partij achter zich te hebben, hoewel, in tegenstelling tot de beweging van Mélenchon, de leden zich wel uitdrukkelijk moeten aansluiten. Hij is er tot nog toe in geslaagd met die beweging een echte dynamiek met veel jonge mensen tot stand te brengen, maar de vraag blijft of dit kan blijven bestaan en of er democratische procedures kunnen uitgebouwd worden.
Mélenchon tenslotte kwam vijf jaar geleden nog op als kandidaat van een alliantie tussen de nieuwe ‘Parti de gauche’, de communistische partij en enkele kleinere linkse bewegingen. Een jaar geleden blies hij dat bondgenootschap op en stelde zich alleen kandidaat, met zijn Parti de gauche en een nieuwe beweging die hij ‘La France insoumise’ noemde. Een ‘klik’ op het programma volstaat om je tot de beweging te mogen rekenen.
Er is de afgelopen jaren al veel gezegd en geschreven over de horizontaliteit waar zoveel jonge mensen mee dwepen. Het spreekt voor zich dat de oude en verticaal hiërarchische structuren van veel apparaten beklemmend en vaak té formeel en ondemocratisch zijn. Bewegingen kunnen een uitweg bieden, maar op termijn zijn structuren en democratische besluitvormingsprocedures wel noodzakelijk. Bewegingen die enkel in dienst staan van persoonlijke en individuele (electorale) ambities kunnen geen grote toekomst hebben.

Verwarring

De verwarring rond links en rechts, de verschuiving van partij naar beweging en naar meer horizontalisme volstaan niet om de ‘ni-ni’ (noch Le Pen noch Macron) houding van Mélenchon en een deel van de linkerzijde te verklaren. Wat meespeelt zijn een gebrek aan historisch inzicht, een hang naar zuiverheid en een stilgezwegen blijvend geloof in een ‘Grote Avond’. Stemmen voor Macron helpt niet om het gevaar van uiterst-rechts op termijn af te wenden, zo luidt het. En het klopt dat het neoliberale beleid, het afbouwen van sociale bescherming, het invoeren van meer concurrentie tussen werknemers er vanzelf toe leidt dat mensen naar een ander soort bescherming gaan zoeken.

Toch horen hier drie opmerkingen bij.
Ten eerste is ‘la politique du pire’ met het risico dat Le Pen verkozen wordt erg gevaarlijk. Het ‘sociaal beleid’ dat ook de rechterzijde meestal voert, berust op een totaal verschillende filosofie en is niet-emanciperend. Integendeel, het beschouwt mensen als deel uitmakend van een homogene harmonieuze samenleving waarin geen tegenstrijdige belangen meer bestaan.
Vreemdelingen en minderheden er uit, daarna leven we in vrede samen. Dat mag voor sommigen aantrekkelijk lijken, maar druist in tegen alle principes van de moderniteit die onze samenlevingen kenmerkt. Het is een gevaar voor de democratie, voor vakbondsrechten en voor iedereen die gelooft in individuele mensenrechten. De vrijheid van meningsuiting komt gegarandeerd in gevaar. Zo zijn veel grote problemen in het verleden begonnen. Ik wil Marine Le Pen niet fascistisch noemen, maar in haar partij is die ideologie verre van verdwenen. Denken dat er geen gevaar bestaat in een verkiezing van Le Pen lijkt me daarom zeer riskant.
Ten tweede blinkt het programma van Macron niet uit in progressieve voorstellen. De kans is groot dat we met hem een verderzetting en versterking krijgen van het beleid dat President Hollande al voorstond. En ja, het neoliberalisme toont een democratisch tekort omdat het de economie bij voorbaat uitsluit van democratische besluitvorming. En toch. Met Macron zal de democratische ruimte voor sociale bewegingen niet gesloten worden. Er is ruimte voor verzet, zeker nu op mondiale schaal de grote consensus rond het neoliberalisme en de mondialisering aan het verdwijnen is. Of met andere woorden, wie politieke actie ernstig neemt en kijkt voorbij het straatprotest kan zien dat er ruimte is en dat er dringend aan constructieve voorstellen moet gewerkt worden. Macron is niet doof voor oproepen van progressieven, het komt erop aan ze goed en geloofwaardig te formuleren, ervoor te organiseren en te mobiliseren. Macron en Le Pen staan niet op één lijn.
Mijn derde punt tenslotte heeft met de linkerzijde zelf te maken. Mélenchon heeft een schitterend resultaat behaald en heeft zeven miljoen kiezers achter zich gekregen. Tel daarbij de progressieve sociaal-democraten en groenen en je krijgt een kwart tot een derde van de bevolking waarmee kan gewerkt worden aan geloofwaardige alternatieven. Het programma van Mélenchon moet, om aan geloofwaardigheid te winnen, ontdaan worden van zijn nationalistische trekjes en van zijn dagdromen. Latijns-Amerika is vandaag geen voorbeeld meer van hoe het beter kan en de linkerzijde moet internationalistisch zijn om te overleven. Solidariteit en openheid moeten basiskenmerken worden. Er moet meteen gemobiliseerd worden voor de parlementaire verkiezingen van juni, om met voldoende slagkracht een ander nationaal en Europees beleid af te dwingen, om de economische en sociale rechten te verdedigen, vluchtelingen en migranten te beschermen, om het veiligheidsbeleid te evalueren, en om vrede te bepleiten nu ze ernstig in gevaar komt. Deze verkiezingen moeten een kans zijn om een echt alternatief aan te bieden en ermee te winnen. Met bijna dertig procent van de stemmen is dit beslist geen zwaktebod.
Stemmen voor Macron is geen steun voor zijn programma, maar wel het vrijwaren van een democratische ruimte om politiek en democratisch verzet mogelijk te maken. Het is een unieke kans voor radicaal-links om met een charismatisch leider aan een echt alternatief te werken.

Een Grote Avond?

‘Purism is the best recipe for getting nowhere’, schrijft Philippe Van Parijs is zijn jongste boek. En zo is het. Zuiverheid is een nobel doel, maar wat koop je ermee? Als het principe consequent wordt toegepast is het vooral een apolitieke houding, een weigering om de handen vuil te maken, een weigering om compromissen te sluiten en een weigering om verder te kijken dan de neus lang is, om grotere belangen op termijn te zien dan de korte genoegdoening van het moment.
De ‘indignados’ in Madrid weigerden hun steun te geven aan de sociaal-democraten en de rechtse Partido Popular won de verkiezingen. Met de verkiezingen in de Verenigde Staten werd Clinton gediaboliseerd, en we kregen Trump. Hebben we daarmee één stap vooruit gezet? Ik denk het niet. Links heeft dan rechts aan de macht geholpen. ‘La politique du pire’ leidt inderdaad tot het slechtst denkbare alternatief en het zijn niet de slachtoffers van dit systeem die er voordeel uit halen.
Ook niet als men stilletjes blijft geloven in de ’Grote Avond’. Er ontstaat een prille synergie, zo las ik op facebook, jongeren komen op straat, gooien met stenen en steken auto’s in brand. De helft van de jongeren in Europa gelooft niet in verkiezingen maar zou wel deelnemen aan massaal straatprotest, zo lees ik in een enquête. Een Frans filosoof riep op om te stoppen met verkiezingen. Ik vrees dat dit de zelfs de dagdromen ver voorbij gaat. Ja, er is veel terechte woede vandaag, Maar neen, er is geen meerderheid voor een gewelddadige omwenteling. En mocht er iets gebeuren, wat dan? Welk beleid? Met wie? De kans is helaas groot dat elk geweld met nog meer geweld wordt onderdrukt, en dat we op weg zijn  naar meer gewapende conflicten, wereldwijd. Dit is alles behalve een positieve evolutie.

Besluit

Het programma van kandidaat Macron zal de linkerzijde nooit kunnen bekoren. De man heeft zeker troeven om de verkiezingen te winnen, maar niets om progressieven mee te verleiden. Dat Mélenchon op 30 april een oproep deed om een stap naar hem toe te zetten, geeft meer blijk van zelfoverschatting dan van realiteitszin. Macron is neoliberaal.
Mélenchon heeft wel een enorme overwinning behaald. Hij kan van die prestatie gebruik maken om de linkerzijde in Frankrijk – en dus in Europa – grondig te vernieuwen en te verenigen. Hiervoor is het wel nodig met twee voeten op de grond te blijven staan, te beseffen dat soevereiniteit misschien wel goed klinkt, maar geen stap naar meer vereniging en samenwerking kan betekenen en dat er ook op sociaal vlak veel moet veranderen. Flexibiliseren kan en is zelfs wenselijk met meer bescherming. Mondialiseren kan en is zelfs wenselijk met meer regulering. Er moet helderheid komen over waar de linkerzijde precies voor staat. Een paar weken geleden schreef ik voor Uitpers een artikel met enkele ‘vervelende vragen voor links’. Daar kwam geen antwoord op, toch denk ik dat deze verkiezingen de relevantie van de vragen extra in de verf zet. Ze zijn van wezenlijk belang voor de toekomst van links.
Gelukkig zijn er ook heel wat mensen bij radicaal-links die beseffen dat de enige redding vandaag bestaat in een overwinning van Macron volgende zondag. Mélenchon heeft zich tot hier toe een slecht verliezer getoond, en dat is heel erg jammer. Dank zij hem staat links weer op de kaart vandaag. We moeten hopen dat hij zich herpakt en met hoop en vastberadenheid de slag om de parlementsverkiezingen aanpakt. Mocht Le Pen winnen, zal zijn beweging verantwoordelijk worden gesteld en hopeloos verdeeld raken. Het klinkt misschien gek, maar om links te laten overleven moet er eventjes rechts gestemd worden. Juist dat is politiek. Links mag de pedalen niet kwijtraken. Het zou het einde kunnen zijn van wat nu zo mooi is begonnen.
Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.