Bouterse krijgt de straat tegen zich

Fort Zeelandia, waar de 'decembermoorden' plaats vonden (foto: Walter Lotens)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Er heerst onrust aan de ‘Wilde Kust’ van Zuid-Amerika. Eerst was er Frans-Guyana waar de bevolking op straat kwam en nu is buurland Suriname al enkele weken in een crisissfeer. Protestmarsen en stakingen leggen de hoofdstad Paramaribo lam. De regering van president Desi Bouterse zit in zeer nauwe schoentjes.

Het gaat niet goed in Suriname. De wrevel over het economisch beleid van de regering is groot. Het gemor was al een tijdje aan de gang; eerst nog binnenskamers, maar de laatste weken vertaalde die ontevredenheid zich door zeer opvallende straatacties waarbij het tot enkele harde confrontaties kwam met de politie. De overheid schuwde ook de provocatie niet. Er verscheen op facebook een foto van een lid van de Mobiele Eenheid die tijdens de protestacties van vorige week een bivakmuts droeg met een afdruk van een doodshoofd.

Vakbondsleiders en vertegenwoordigers van burgercomités werden onzacht van de straat geplukt. Dat overkwam vorige week vakbondsleider Wilgo Valies en enkele actievoerders, onder wie Curtis Hofwijks, leider van de protestgroep ‘We zijn Moe’, Maisha Neus en Bryan Boerleider die werden gearresteerd en in een politiebusje gesmeten. De Progressieve Vakcentrale C-47, de Progressieve Werknemers Organisatie (PWO), de  Federatie van Agrariërs en Landarbeiders (FAO) en de Bond van Leraren (BVL) en de Alliantie voor Leraren in Suriname (ALS) keurden het buitenproportioneel politieoptreden af en eisten dat Valies en de overige activisten onmiddellijk werden vrijgelaten. Dat is intussen ook gebeurd, maar in Paramaribo blijft een zeer gespannen sfeer hangen.

Van Bouterse tot Bouterse

Wat is er toch aan de hand in dat klein Nederlandstalig land in Zuid-Amerika van iets meer dan een half miljoen inwoners dat 42 jaar geleden onafhankelijk is geworden? De ex-kolonie van Nederland heeft al een bewogen geschiedenis achter de rug. De huidige president Desi Bouterse speelt daarin een belangrijke rol. Vanaf 1980 is hij niet weg te denken uit de Surinaamse binnenlandse politiek. In dat jaar pleegde hij samen met een aantal onderofficieren een militaire coup die in de nacht van 8 tot 9 december 1982 geleid heeft tot wat nu bekend staat als de decembermoorden. Er werden toen vijftien vooraanstaande burgers die oppositie voerden tegen het militair regime, koelbloedig vermoord. ‘Op de vlucht neergeschoten’, was de officiële versie van Bouterse die toen legerleider was.

Ondanks het feit dat in 2007 het decembermoordenstrafproces is begonnen tegen Desi Bouterse en zijn kompanen is de man door zijn enorme populariteit, vooral bij de jongeren, in 2010 toch tot president verkozen.

In de eerste jaren van zijn eerste ambtsperiode had zijn regering de economische wind mee. Dankzij winsten uit bauxiet, olie en goud werd een minimumloon ingevoerd, werden ook de pensioenen en kinderbijslag verhoogd en heel wat sociale woningen gebouwd. Het grootste deel van de zeer jonge bevolking was dus tevreden over de populaire Bouta, zoals Bouterse ook genoemd wordt, en stemde opnieuw voor hem en zijn partij, de NDP, zodat hij in 2015 een tweede ambtstermijn kon beginnen.

Vanaf toen is het economische plaatje veel minder fraai beginnen ogen: de staatskas is bijna leeg – de staat kan haar schuldeisers niet betalen – met een devaluatie van de Surinaamse dollar tot gevolg. Sinds eind vorig jaar zit het Zuid-Amerikaanse land in de zwaarste recessie sinds de jaren tachtig, toen de huidige president Desi Bouterse er na een militaire coup ook de scepter zwaaide. Dit jaar krimpt de economie volgens officiële cijfers met 2 procent. Maar deskundigen houden rekening met een krimp van zeker 5 procent. De inflatie is ondertussen zeer sterk opgelopen. Volgens het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) zijn de consumentenprijzen in maart 2017 in vergelijking met maart vorig jaar gemiddeld met 41,8% gestegen. De Surinaamse dollar daalt snel in waarde. In 2013 betaalde men voor één euro vier Surinaamse dollar en in 2017 moet men daarvoor al acht Surinaamse dollar neertellen. In de winkels zijn de prijzen soms in korte tijd verdubbeld, omdat veel levensmiddelen worden geïmporteerd en in euro’s of dollars moeten worden afgerekend. Ook de prijzen voor brandstof, gas en elektriciteit zijn zeer fors gestegen. De crisis heeft grote gevolgen voor de meeste Surinamers van wie een groot aantal als ambtenaar is tewerkgesteld. De vakbonden van ‘landsdienaren’ eisen een drastische loonsverhoging. Hoewel de salarissen laag zijn, drukt die loonlast toch zeer zwaar op het overheidsbudget, maar dat is uiteraard niet de zorg van de mensen die in de eerste plaats bekommerd zijn om de eigen portemonnee. De eis van de vakbeweging blijft dat de brandstofprijzen teruggedraaid worden en dat de verdere verarming van het volk en de criminaliteit worden stopgezet.

De revindicaties beperken zich intussen al niet meer tot looneisen en krijgen alsmaar meer een politiek karakter. Bouterse en zijn regering moeten verdwijnen. Die roep klinkt sterker door. Niet in het minst van de kant van een deel van de vakbeweging. Op 25 april, de zesde protestdag van de Raad van Vakcentrales in Suriname (Ravaksur), werd ook ‘Weg met Bouta’ gescandeerd.

De vakbonden

De vakbeweging speelt een belangrijke rol in de Surinaamse maatschappij. De aanzet voor de eerste coöperatieve verenigingen werd gegeven aan het einde van de negentiende eeuw en was geïnspireerd op de arbeidersbeweging in West-Europa. Tot 1948 bleven zij, bij gebrek aan stemrecht voor de werkende bevolking, het enige politieke kanaal voor de gewone Surinamer. Omstreeks het midden van de twintigste eeuw werd de basis gelegd van een zeer eigen syndicale structuur, die nu nog altijd het gezicht van de Surinaamse vakbeweging bepaalt. Dat was zeker niet toevallig in de periode dat de eerste politieke partijen werden opgericht, want de oprichters ervan waren meestal charismatische politici. De syndicale organisatiegraad bedraagt gemiddeld dertig procent maar is in bepaalde sectoren – vooral in overheidsdiensten – veel hoger, waardoor sommige bonden een zeer belangrijke strategische slagkracht hebben.

Onderwijs

Een van de figuren die sterk op de voorgrond treedt, is Wilgo Valies, ex-leraar wiskunde aan het IMEAO in Paramaribo en voorzitter van de onderwijsbonden BvL en ALS. Volgens hem ligt de syndicalisatiegraad van onderwijsgevenden nog veel hoger: ‘Als we het over onderwijs hebben, praten we al gauw over zeven- à achtduizend leden. Dat is zeker vijfenzeventig procent van alle Surinaamse leerkrachten. Deze cijfers geven al aan dat de onderwijssector in heel de ontwikkeling van de samenleving een belangrijke rol heeft gespeeld en nóg speelt. We kunnen hier rustig spreken over een voorhoederol. Men kan in dit land geen sociale veranderingen te weeg brengen zonder de leerkrachten.’

Het is dan ook niet toevallig dat Valies als een van de eerste betogers door de politie werd opgepikt. Maar er is meer. Hij hekelt de afluisterpraktijken van de inlichtingendienst. Tegen de plaatselijke krant de Ware Tijd zegt hij: Ik ben niet bezig met staatsgevaarlijke zaken. Ik vind dit een onsmakelijke zaak.’ Valies is ervan overtuigd dat dingen die hij in klein verband heeft besproken letterlijk op andere fora zijn weergeven. ‘Zaken die ik met een bepaalde persoon telefonisch heb besproken liggen op straat.’

Mondige burgers

Wie ook zeer geviseerd wordt is Curtis Hofwijks, woordvoerder van het burgerplatform ‘We zijn Moe’. Deze jonge kerel protesteert al maanden openlijk voor het parlement tegen het beleid van de huidige regering. Hij is de vertegenwoordiger van een nieuwe politieke factor in de Surinaamse samenleving: de mondige burger die opstaat en die zich niet laat intimideren. De jonge leiders van de protestdemonstraties, zoals Hofwijks, zijn tijdens hun acties ook kritisch ten aanzien van de politieke leiders van de oppositionele partijen die er volgens hen al evenmin wat van bakken. Zij geloven niet langer in de oude politiek die gebaseerd is op het winnen, al dan niet op een corrupte manier, van verkiezingen waardoor gedurende de regeringsperiode alle hefbomen van de macht naar eigen goeddunken of dat van de partij kunnen worden aangewend.
‘Overal ter wereld groeit immers het bewustzijn dat we zo niet verder kunnen,’ schrijft de Werkgroep Duurzame Ontwikkeling van de Surinaamse Stichting Ecosystem 2000 in een manifest ‘Suriname is geen democratie’ dat op 21 april op de nieuwssite Starnews verscheen. ‘De verborgen agenda van de werkelijke machthebbers, vormt een te grote bedreiging voor het merendeel van de mensen. We leven letterlijk, zoals Naomi Klein het uitdrukt, op twee tikkende tijdbommen: een sociale en een ecologische.’

Het manifest eindigt met een hoopvolle toekomstvisie: ‘Een egalitaire samenleving op basis van directe democratie, gevormd door een netwerk van participatieve structuren en gedragen door een gemeengoed economie die de nadruk legt op ontwikkeling van primaire sectoren, is hiervoor het geschikte instrument. De ecologische tijdbom kan enkel mondiaal worden stilgezet, maar onze lokale inspanningen dragen daartoe bij. Laten wij als Surinamers die verantwoordelijkheid die we naar onze kinderen hebben, al nemen. Het verlaten van een louter extractivisme-economie, het verkwanselen van onze bodemrijkdommen, en het ontwikkelen van soevereiniteit op vlak van voedsel, huisvesting, gezondheidszorg en energie leiden ons naar hoge weerbaarheid ten opzichte van externe inmenging door buitenlandse belanghebbenden en machtige speculanten.’

Het is echter maar zeer de vraag of die nieuwe stroming van onderuit ook sterk genoeg zal zijn om radicale veranderingen tot stand te kunnen brengen. Desi Bouterse zal er alles aan doen om in het regeringszadel te blijven zitten tot de parlementsverkiezingen van 2020. Het decembermoordenstrafproces hangt nog steeds als een zwaard van Damocles boven het hoofd van de 71-jarige Bouterse die alle middelen die hij als president ter beschikking heeft, zal aanwenden om een veroordeling te vermijden. Bovendien kan de huidige regering nog steeds rekenen op een aantal sterke bondgenoten waaronder de Centrale van Landsdienaren Organisaties (CLO) met aan het hoofd Ronald Hooghart, een Boutersegezinde leider. Suriname is meer dan ooit een verdeeld land. De krachtmeting tussen de Bouterse-regering en de straat is intussen haar derde week ingegaan.

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.