Macron, het kon erger

Hollande en Macron (foto afp)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Emmanuel Macron keert terug naar het Elysée waar hij al eerder werkte als rechterhand van uittredend president François Hollande. We mogen er immers van uitgaan dat Marine Le Pen van het uiterst-rechtse Front National (FN) in de tweede ronde kansloos is tegen de liberaal Macron. De beurzen en de Medef (Franse patroonsbond) zijn tevreden. Evenals de opiniepeilers die er deze keer niet naast zaten. Bij links eerst grote ontgoocheling, zeker bij de KO geslagen PS. Maar ook ontgoocheling in het kamp van Jean-Luc Mélenchon die de kans om links een nieuw elan te geven, dreigt te vergooien.

Op zijn kop

Een duel Macron-Le Pen, het kon erger: namelijk een duel Le Pen-Fillon, want de rechtse kandidaat François Fillon veerde in de laatste campagnedagen weer op. Wellicht daarom dat sommige kiezers op het laatste ogenblik toch maar Macron kozen om dat duel tussen uiterst-rechts en rechts-radicaal te vermijden. Hoe dan ook, daar zijn we aan ontsnapt.

‘Een aardschok die de Ve Republiek doet daveren”, aldus de teneur in de Franse media. Inderdaad, de twee grote formaties die de  voorbije halve eeuw de Franse politiek domineerden, zijn beide van in de eerste ronde uitgeschakeld. Een PS die bijna even laag zakt als in 1969 met Gaston Defferre (5 %), toen de communist Duclos 21 % haalde. Samen 26 %, zoals nu Mélenchon en Hamon samen.

Het politiek toneel staat op zijn kop, met het politieke “centrum” in het centrum van de politiek. En met de aankondiging dat dit het einde van de klassieke partijen is. Is dat zo? Dit is niet het einde van het FN alleszins. Al staat in die partij een interne afrekening op de agenda, want het resultaat van Le Pen is ontgoochelend. Breekt ze het record van het FN zoals enkele kranten melden? Eind 2015 haalde het FN in de regionale verkiezingen bijna 30 %. Vóór de start van de campagne gaven peilers rond 30 % voor Marine Le Pen, en alleszins de eerste plaats. Met 21,4 % en een tweede plats zit ze in een neergaande fase. Na 7 mei zal het er binnen het FN stuiven.

De rechtse “Les Républicains” (LR) verdwijnt evenmin. De ontgoocheling is er groot, en de centrumstrekkingen, met o.a. oud-premier Alain Juppé, zullen Fillon verwijten dat hij rechts in te radicaal vaarwater heeft gebracht. Maar met het oog op de parlementsverkiezingen van juni, zal rechts zijn façade van eenheid bewaren en als partij overleven. Machtsstrijd tussen chefs zijn ze daar intussen gewoon.

Dode partijen?

Het gaat dus uiteindelijk om de dreigende implosie van twee linkse partijen, de PS en de communistische PCF die al een tijdje ligt te zieltogen. Die PCF moest zich tevreden stellen met een schaduwrol in de campagne van Mélenchon, ze mocht zelfs haar eigen  vlag niet tonen. En het gaat naast die dreigende implosies ook om de opkomst van “niet-partijen”, En Marche! van Macron en ‘la France insoumise’ van Mélenchon.

En Marche! en France insoumise willen bij de parlementsverkiezingen in het ganse land kandidaten aanbrengen. Bij die grote nieuwigheid rijst de vraag wie die kandidaten aanwijst. Zijn dat de chefs, Macron en Mélenchon, die zich omringen met een door hen uitgekozen kiescomité?  Of gaan hun bewegingen een interne democratische structuur krijgen waar leden of militanten beslissingsrecht krijgen? Krijgen die “bewegingen” na de verkiezingen interne structuren met verantwoordelijke organen die een zekere interne democratie waarborgen?

Die “bewegingen” zullen uiteindelijk weinig verschillen van een politieke partij. Maar met het risico op een modern bonapartisme met chefs die hun achterban via enquêtes raadplegen (Macron). Het model Vijfsterrenbeweging in Italië waar twee chefs, Grillo en Casaleggio, via Internet de ‘beweging’ coördineren, en manipuleren. Hoe valt politieke participatie op lange termijn te structureren zonder politieke organisaties die richting geven aan die participatie? Dit kan niet met ngo’s of losse bewegingen.

La gauche

De PS is intussen natuurlijk nog niet verdwenen. De schok van 6.3 % is hard, er was 10 % nodig om de eer te redden. Maar hoe gaat die zeer zwakke en intern zo verdeelde PS naar de parlementsverkiezingen? Binnen de PS zitten nu strekkingen die elkaar naar het leven staan. Van de ‘hollandisten’ is al een flink pak overgestapt naar Macron, onder wie ex-premier Manuel Valls. Macron heeft hen nochtans gewaarschuwd, ze krijgen hoogstens wat kruimels in zijn regeringsploeg.

De overblijvers in de PS zinnen op wraak, zij verweten kandidaat Benoit Hamon al tijdens de campagne dat hij zijn eigen familie niet had verenigd met zijn veel te links programma. Veel traditionele PS-kiezers stellen nu hun hoop op Mélenchon om links weer leven in te blazen. Hoe gaat die PS de parlementsverkiezingen overleven met zoveel nieuwe concurrentie rechts en links.

Insoumise

Veel hangt nu af van Mélenchon en zijn France insoumise. In een campagne honderdduizenden enthousiaste mensen samenbrengen en een onverwacht hoog resultaat halen, 19.6 %, is een unieke springplank om links te doen herleven. De eerste zure reactie van Mélenchon was niet hoopgevend. In plaats van fier op dat resultaat te wijzen en aan te kondigen op dat elan te zullen verder gaan, beperkte hij zich tot een “we hadden beter verwacht” en “ik geef vloorlopig geen stemadvies voor de tweede ronde”.

Het is moeilijk op te roepen om te stemmen voor Macron, voortzetter van een neoliberaal beleid. Maar het gaat er niet om voor Macron, wel tegen Le Pen te kiezen, met daarbij de vermelding dat het beleid van Macron mogelijks mensen in de richting van het FN gaat duwen. Het belangrijkste is nu toch wel verder te bouwen op het elan van de voorbije maanden, het enthousiasme te kapitaliseren voor een links alternatief.

De vraag is dus, wat gebeurt er verder met la France insoumise. Er komen overal kandidaten bij de parlementsverkiezingen. Maar met het vernieuwde kiesstelsel, waarmee het moeilijker wordt de tweede ronde te halen, valt het onmogelijk te voorspellen wat dat geeft. En zelfs als dit een  succes wordt, wat wordt la France insoumise? Niet alleen linkse Fransen kijken ernaar uit, ook voor de rest van de linkerzijde in Europa is het erg belangrijk dat een sterk links alternatief  deze verkiezingen overleeft.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.