“America first”, ook in Syrië

Syrische tank in actie (Wikimedia Commons)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Menig waarnemer van de internationale politieke scène zal zich de voorbije dagen wel verbaasd de ogen hebben uitgewreven bij de bruuske koerswendingen van de Amerikaanse president Donald Trump. Tijdens zijn verkiezingscampagne schilderde die China af als de belangrijkste vijand. Hij zei samen te willen werken met de Russische president Vladimir Poetin en achtte de tegen Rusland gerichte NAVO een voorbijgestreefde instelling. De strijd tegen het islamitisch terrorisme, met name tegen de Islamitische Staat en met medewerking van Rusland, achtte hij belangrijker dan het verdwijnen van president Bashar al-Assad in Syrië. Dat laatste herhaalde hij nog op 30 maart.

Nog geen twee weken later, na zijn recente ontmoeting met de Chinese leider Xi Jinping klonk alles weer anders. Geen kwaad woord meer over China, noch over de NAVO, integendeel. Wel over Rusland, dat plots opnieuw weer als vijand werd afgeschilderd. Dat het “vertrouwen tussen de VS en Rusland een historisch dieptepunt” heeft bereikt, is nog een understatement. Poetin werd gesommeerd om president Assad tot aftreden te dwingen. Dus toch een regimeverandering in Damascus als prioritair doel boven de strijd tegen IS? Dat laatste onderstreepte Trump door kruisraketten af te vuren op een Syrische luchtmachtbasis als vergelding voor een vermeende gifgasaanval door de Syrische luchtmacht op de door jihadistische rebellen gecontroleerde plaats Khan Sheikhun in de provincie Idlib. (1)

Politieman van de wereld

Daarmee werd ook de inhoud van Trumps verkiezingsslogang “America first” veranderd. Trump bedoelde daar in de verkiezingsperiode mee dat de Verenigde Staten zich niet meer noodzakelijk met alles en nog wat zouden bemoeien. Nu toonde hij aan dat de VS opnieuw de rol van” politieman van de wereld” op zich neemt. Kortom, “America first” betekent nu, zoals voorheen, “Amerika eerst, overal ter wereld”. Trump en zijn medewerkers zegden al openlijk dat ze eenzijdig overal ter wereld willen ingrijpen als ze dat nodig achten. Dat weten ze inmiddels ook al in Afghanistan waar Trump een bom van 10 ton liet droppen op wat heet een tunnelcomplex van Islamitische Staat te zijn – terwijl “van de Taliban” geloofwaardiger zou zijn. Een stap verder is een atoombom. Ook Noord-Korea is al meermaals gewaarschuwd dat er geweld in de lucht hangt. Daarvoor heeft Washington wel de toestemming van Peking nodig – vandaar de nieuwe, uiterst vriendelijke toon tegenover China. Ook Iran wordt nog altijd bedreigd daar Trump nog altijd overweegt het in 2015 bereikte akkoord over zijn atoomprogramma te verbreken.

De goede oude tijd

Is dat alles een nieuwe capriool van Trump of is het gewoonweg een terugkeer naar de goede oude tijd van de traditionele westerse anti-Russische politiek? Alhoewel Rusland zeker niet als een bedreiging kan worden gezien door Europa. Zijn defensiebudget bedraagt minder dan 7 % van dat van de NAVO-landen samen. Zijn bruto binnenlands product (BBP) is nauwelijks groter dan dit van Spanje. Toch hamert de NAVO er op dat de lidstaten hun defensie-uitgaven fors moeten verhogen, dus “kanonnen boven boter” (welvaart) moeten verkiezen. Met een onvoorspelbare man als Trump kan dit catastrofale gevolgen voor de hele wereld hebben. Aanvallen op Syrië, Iran, Noord-Korea… kunnen gemakkelijk tot een derde wereldbrand leiden, een oorlog waar westerse landen en organisaties zoals de NAVO blijkbaar op gebrand zijn.

De nieuwe hetze tegenover Syrië is deels zeker een afleidingsoperatie voor de dood van honderden burgers die de voorbij maanden in Irak en Syrië gevallen zijn door vuur van de westerse “coalitie tegen het terrorisme”. Dit terwijl de coalitie altijd beweerde dat ze uiterst omzichtig optreedt en zelfs luchtaanvallen annuleerde als er ook maar één kans was dat daarbij burgers zouden kunnen worden getroffen. Nu de feiten niet meer kunnen worden ontkend, worden er redeneringen opgebouwd waaronder wordt beweerd dat er niets mis is met het doden van burgers als daarmee levens van soldaten kunnen mee worden gered…

De strijd om Syrië

Maar de anti-Syrische hetze heeft ook te maken met de ups en downs van de politiek en de realiteit op het slagveld. Het is geen geheim dat het Westen al jaar en dag probeert de weerbarstige Arabische landen weer onder controle te krijgen. In 1949, drie jaar na de onafhankelijkheid, slaagde de CIA erin een eerste staatsgreep in Syrië te doen lukken. Het was echter maar een kortstondig succes. Aan verdere pogingen om Syrië in het westerse kamp te krijgen heeft het niet ontbroken. Daarbij werd onder meer ingespeeld op de religieuze verschillen en konden de meest onverdraagzame geestelijken op ruime steun rekenen om de seculiere staat aan te vallen. De bekendste episode is de periode 1975-1982 toen de moslimbroeders op grote schaal aanslagen pleegden op iedereen die voor de staat werkte of tot de verkeerde godsdienst behoorde.

De jongste episode, die al jaren van te voren werd voorbereid, is nog altijd aan de gang. Begin 2004 werden de plannen aangekondigd door president George W. Bush in zijn “project voor een groot Midden-Oosten”, waarin “van Marokko tot Afghanistan” zou getracht worden “democratie en vrijheid” te brengen, dit wil zeggen er pro-Amerikaanse regimes aan de macht te brengen. Bush zei dit nadat de Amerikanen Irak in 2003 hadden bezet. Maar de droom kwam niet uit. Niet in Irak, evenmin als in Libië en Afghanistan. Syrië stond als volgende op de lijst. Iran moest daarna de kers op de taart worden.

Toen in 2011, in het kader van de Arabische Lente, ook in Syrië manifestaties tegen de regering werden georganiseerd, doken er al snel gewapende jihadisten op die er in slaagden het land in vuur en vlam te zetten. Vanaf 2012 escaleerden de VS de oorlog door de rebellen van meer en gesofisticeerder wapens te voorzien, wat in 2013 duidelijk begon te worden op het terrein. Twee jaar later, in september 2015, kwam Rusland de Syrische regering ter hulp met gevechtsvliegtuigen en -helikopters, die zware klappen uitdeelden aan de islamistische rebellen.

Kortstondige samenwerking VS-Rusland

Dit schiep een kans omdat de Amerikanen verrast en onvoorbereid waren. Het Russische offensief in Syrië werkte duidelijk demoraliserend op Washington, dat plots weer interesse ging vertonen voor een politieke oplossing en zich bereid toonde daarvoor samen te werken met Rusland. De samenwerking werd bezegeld met een nieuwe resolutie in de Veiligheidsraad in december 2015, maar bloedde al snel dood. Waardoor het daaropvolgende vredesoverleg in Genève ook niets opleverde. De Amerikanen begonnen dan maar opnieuw wapens, dit keer zwaardere zoals tanks, gevechtsvoertuigen en luchtdoelraketten, te leveren.

Diplomatiek en op het terrein begon er inmiddels van alles te veranderen. Bondgenoten van de rebellen zoals Turkije en Egypte, die meer en meer te lijden kregen onder acties van IS, en Jordanië dat daar voor begon te vrezen, begonnen hun positie te herzien en wedden weer op president Assad. Egypte geraakte daardoor in een zware ruzie verwikkeld met zijn voornaamste geldschieter, Saoedi-Arabië, dat wel een aantal jihadistische bewegingen blijft steunen en het vertrek van Assad blijft eisen. Onder druk van hun Turkse, Egyptische en Jordaanse bondgenoten lieten de Amerikanen doorschemeren dat ook voor hen het vertrek van president Assad geen onderhandelingsvoorwaarde meer was.

Herovering van Aleppo

Militair ging het Assad voor de wind. Met behulp van de Russen, Iran en sjiitische milities uit Libanon (Hezbollah), Irak, Afghanistan…, werden offensieven ontketend die in december 2016 uiteindelijk leidden tot de herovering van Aleppo, Syriës tweede grootste stad. Het was een zware klap voor de Syrische opstandelingen. En van hun tienduizenden medestanders van elders, die in groten getale begonnen te deserteren om naar huis te kunnen terugkeren.

De Amerikaanse president Barack Obama zat in december 2016, in de laatste dagen van zijn ambtstermijn, langs alle kanten klem. Hij besloot dan ook voorlopig geen zware wapens meer te leveren aan de opstandelingen. Het was een moment van triomf voor Moskou, dat in samenwerking met Turkije en Iran het initiatief naar zich toe trok en aldus het Westen buiten spel zette. Als eerste stap werd er eind december 2016 een wapenbestand in Syrië afgekondigd. Er werden vredesbesprekingen georganiseerd in de Kazachse hoofdstad Astana en in het Zwitserse Genève. Met de Amerikanen als waarnemers in een bijrol.

Het wespennest van de oppositie

De Russen botsten echter al snel op een muur. In de eerste plaats omdat er aan de kant van het Syrische verzet wel een Hoog Onderhandelingscomité werd gevormd, dat echter rekening moet houden met de zowat 100 groepen, waaruit het bestaat en die het nooit eens geraken. De oppositie lijkt in dat opzicht op een wespennest. Verder bleken de verhoudingen van Rusland met mede-sponsors, Iran en Turkije, alles behalve optimaal. Zo kon Iran bv. niet instemmen met een Russisch voorstel voor decentralisatie van de Syrische staat, die vooral de Koerden ten goede zou komen, omdat het zelf met Koerden zit die ook autonomie willen.

Turkije afgeblokt

Turkije speelde al snel geen echte rol meer in het proces. Evenals Iran is het tegen Koerdische autonomie. Het was er ook niet mee eens dat bij de nieuwe onderhandelingen ook Syrische Koerden mochten aanwezig zijn van de Russen. Daarom probeerde het op eigen houtje iets te forceren op het terrein.

Turkije, dat als de dood is voor een nieuwe Koerdische entiteit in Syrië, wou letterlijk voet aan de grond gaan krijgen in het noorden van Syrië. Het had al jaren vergeefs aan het Westen gevraagd daar “veilige zones” voor Syrische vluchtelingen uit te roepen, waarboven dan ook nog een vliegverbod zou moeten worden uitgevaardigd. In augustus 2016 lanceerde het, merkwaardig genoeg met goedkeuring van Moskou, operatie “Schild van de Eufraat” ter bestrijding van het “terrorisme”, maar die in feite tegen de Syrische Koerden was gericht. Koerden die ook bondgenoten zijn van de westerse coalitie tegen IS.

Ankara slaagde er wel in de Syrische stad Al-Bab te veroveren op IS voordat de Koerden dat konden. Het Syrische leger was toen al, evenals als de Koerdische milities, in de nabijheid, maar op verzoek van de Russen mochten de Turken wel Al-Bab binnentrekken samen met soldaten van het “Vrije Syrische Leger”. Daarna zou de stad naar het regeringsleger gaan, dat zich inmiddels al had opgesteld tussen de Turkse en de Koerdische troepen in de omgeving van de stad. De weg naar verdere confrontatie was dus versperd door de Syrische troepen, die samenwerken met de Koerdische.

Manbij, Raqqa en Efrin

President Recep Tayyip Erdogan had graag verder opgerukt naar Manbij dat in augustus 2016 op IS was veroverd door de Syrische Democratische Strijdkrachten, een coalitie van Koerden – die er de leiding van hebben – Arabieren en christenen. Vandaar wou Erdogan dan gaan deelnemen aan de slag om Raqqa, de hoofdstad van IS. Voor de Amerikanen kon dat niet omdat ze vooral rekenen op de Koerdische Volksbeschermingseenheden (PYD), de militaire arm van de Democratische Eenheidspartij (PYD) van Syrisch Koerdistan (Rojava) voor de verovering van Raqqa. Ze blokkeerden de wegen naar Manbij en Raqqa en meteen ook de Turkse troepen. Geen wonder dat de Turken op 29 maart jl. hun “succesvolle” operatie Schild van de Eufraat afbliezen,

De Turken probeerden ook voet aan de grond te krijgen in het derde, geïsoleerde Koerdische kanton Efrin ten noordwesten van Aleppo. Na een reeks Turkse beschietingen lieten de Russen in maart weten dat ze een basis zouden vestigen in Afrin. Daardoor werden de Turkse ambities ook daar afgeblokt. Alles samen zijn de pogingen van Erdogan baas te worden in een stuk Noord-Syrië mislukt door een veto van zowel Moskou als Washington.

Onzekere toekomst

Het Russische diplomatieke initiatief betreffende Syrië is tot dusverre weinig succesvol gebleken. Maar de Russen moeten er wel mee doorgaan. Terugtrekken uit Syrië behoort niet tot de mogelijkheden, want dan verliezen ze hun enige steunpunt aan de Middellandse Zee. Poetin lijkt dat ook niet van plan gezien zijn felle reacties op het Amerikaanse bombardement. Op het terrein zal Rusland, ondanks de reeds behaalde successen, nog lange tijd actief moeten blijven want IS is een zeer harde noot om te kraken. Er zijn nog altijd grote gebieden in Syrië onder de controle van Abu Bakr al-Baghdadi, alias kalief Ibrahim. En zoals de grootscheepse aanslagen, tot dicht bij het centrum van de hoofdstad Damascus, bewijzen, beschikt het nog een uitgebreid en efficiënt netwerk van terroristen.

Naast IS zijn er nog de talrijke andere rebellenbewegingen, waarvan de meeste in het genre van IS maar die niettemin niet op de westerse lijsten van terroristische bewegingen staan. En dus formeel wapens kunnen krijgen van de Amerikanen en van andere westerse landen. Zal Trump ze inderdaad bevoorraden en aldus de burgeroorlog laten aanslepen in de hoop alsnog een regimewissel te realiseren? Met het risico op een verdere uitbreiding van het conflict in het Midden- Oosten. Of keert hij terug naar zijn vroegere overtuiging dat hij met Rusland moet samenwerken?

Voetnoot

(1) Zie hierover twee artikels van Ludo De Brabander:
Media weer in overdrive rond gifgasaanval, Uitpers 5 april 2017
http://www.uitpers.be/artikel/2017/04/05/media-weer-overdrive-rond-gifgasaanval/

VS wacht VN-onderzoek niet af, Uitpers 7 april 2017
http://www.uitpers.be/artikel/2017/04/07/vs-wacht-vn-onderzoek-af/

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.