Kremlin en die vervelende Oktoberrevolutie

Lenin, met opzij Trotsky, later door Stalin uit beeld gehaald
Facebooktwittergoogle_plusmail

Kremlin en die vervelende Oktoberrevolutie

Er zijn zo van die lastige verjaardagen die men liefst zou overslaan. Zoals die revolutie van Oktober 1917 in Rusland, de “tien dagen die de wereld deden beven”. Alleszins tien dagen die een eeuw lang hun stempel op de wereld drukten. De Russische president Vladimir Poetin zou de herdenking liefst overslaan, hij houdt niet zo van het woord ‘revolutie’. Hij probeert dan maar die verjaardag te verzuipen in een moes van andere herdenkingen die vooral zijn ‘vaderlandsliefde’ moeten promoten.  De ‘roden’ en de ‘witten’ van 1917 worden postuum in één patriottisch keurslijf gestoken; ze hielden allemaal op hun manier van hun vaderland.

In een land van schrijnende ongelijkheden (Rusland 2017) komt de herdenking van een communistische revolutie voor de machthebbers ongelegen. Het Kremlin van Poetin en co wil eenheid en stabiliteit, een herdenking van de revolutie zou alleen maar die ontwakenende jongeren op subversieve ideeën kunnen brengen. De revoluties van 1917 keerden zich tegen een  regime van uitbuiting. Het Kremlin van 2017 wil daar liefst niet teveel aan herinneren.

Tragedie

Maar een dergelijke historische gebeurtenis negeren, ligt wel moeilijk voor een  regime dat pretendeert de opvolger te zijn van Lenins Sovjet-Unie te zijn. Poetins grote verwijt aan Vladimir Lenin is dat hij bij de oprichting van die Unie de deelrepublieken het recht op afscheiding gaf, een recht dat ze in 1991 gebruikt hebben om de Sovjet-Unie op te blazen. “De grootste tragedie van de 20ste eeuw”, aldus Poetin. Het idee revolutie wordt in Poetins Rusland in verband gebracht met de “kleurenrevoluties” in Georgië (2003) en Oekraïne (2004, 2014) die zonder uitzondering tegen Moskou waren gericht en inderdaad vanuit het Westen actief werden gesteund. De manifestaties van de opposities tegen het Kremlin worden ook afgedaan als door het buitenland gesteunde pogingen tot revolutie. De recente manifestaties tegen de enorme corruptie, maar tegelijk ook tegen de enorme ongelijkheden jagen het Kremlin alvast de daver op het lijf.

Russische historici herinneren eraan dat de revoluties  van 1917 hun oorzaak vonden in de massale drang naar verandering. De overgrote meerderheid van de Russen vond dat het zo niet verder kon, ze verdroegen niet langer een systeem van schreeuwende ongelijkheden. Vandaag is dat wellicht nog geen grote meerderheid, maar de drang naar verandering groeit met de dag.

Inkleuren

De revoluties van 1917 – die van Februari die het tsarisme ten val bracht en de communistische Oktoberrevolutie – moeten door het Kremlin dus anders ingekleurd worden, ze worden samen ondergebracht in een mythische Grote Russische Revolutie. Het Kremlin tracht de herdenking van 1917 zo academisch mogelijk te houden. Historici en andere wetenschapslui mogen hun lessen trekken uit 1917, maar ze houden dat best binnen de muren van conferenties, symposiums en dies meer. Het grote publiek moet niet teveel stilstaan bij de voorgeschiedenis van die revolutie. De herdenking mag niet dienen om lessen te trekken.

Pas op 20 december vorig jaar decreteerde Poetin dat er een  herdenking van 1917 zou komen. Maar een waarbij geen groot publiek wordt betrokken, laten we het ongevaarlijk academisch houden. Niet teveel herinneringen aan Lenin wiens mausoleum nog steeds op het Rode Plein staat, de plek waar Stalin hem deed opbergen, iets wat Lenin als hevig tegenstander van personencultus nooit zou hebben toegestaan. Poetin heeft geen baat bij een verhuizing die allerlei discussies zou ontketenen. Men raakt niet aan Lenin, ook niet woordelijk.

Het is nochtans deze maand net honderd jaar geleden dat Lenin met een speciale Duitse trein in Sint-Petersburg toekwam. Het veranderde de loop van de revolutie. Tot verbazing van de bolsjevieken zei Lenin dat de partij geen vrede mocht nemen met de burgerlijke revolutie van Februari die niets had gewijzigd aan de eigendomsverhoudingen. De partij moest eisen dat alle macht naar de sovjets, de raden van arbeiders, boeren en soldaten, ging. De burgerlijke revolutie volstond niet, ze moest socialistisch zijn.

Lenin is gek geworden, zegden de bolsjevieken, hij is vervreemd van de werkelijkheid. Maar intussen duurde de Russische deelname aan de oorlog verder en leed het volk meer en meer honger. Met de leuze ‘Brood en vrede’ kregen de bolsjevieken meer en meer sovjets aan hun kant. In november (oktober volgens de oude kalender) was het zover. Er volgden jaren van burgeroorlog tussen de “roden” en de “witten” en van buitenlandse interventies: de “witten” kregen militaire zendingen uit meer dan 20 landen.

Rood en wit

Het Kremlin van Poetin wil vandaag niet kiezen tussen de “roden” en de “witten”. Poetin loopt samen met de patriarch van de Russisch-Orthodoxe kerk voorop om hulde te brengen aan Nikolaas II en andere tsaren, maar laat soms ook zijn oude lidkaart van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie zien. Het zijn allemaal “patriotten”, ook  tsaar Nikolaas II die in 1905 meer dan 600 mensen, heel wat vrouwen en kinderen, liet doodschieten die gewoon om brood vroegen. En Stalin die voor een veelvoud aan slachtoffers zorgde.

Zowel de “roden” als de “witten” hielden van hun land, Rusland, hadden ze maar een compromis kunnen sluiten…. Misschien waren er teveel buitenlandse invloeden? De pacifist Lenin die door de Duitsers naar Sint-Petersburg werd gestuurd, de “witten” die buitenlandse troepen ter hulp riepen? Hoe dan ook, de boodschap van het Kremlin bij deze gelegenheid is wel dat de buitenwereld zich in Rusland niet mag komen moeien.

De “herdenking” wordt dus gebruikt om boodschappen naar de opposanten te sturen. Wat met de herdenkingen? De dag van de Revolutie, 7 november, is al sinds 1996 de “dag van eenheid en verzoening” geworden; sinds 2004 wordt de Oktoberrevolutie officieel niet meer herdacht. Op die dag wordt er op het Rode Plein wel een grote militaire parade gehouden, maar dat is dan  ter herdenking van de grote parade die daar in 1941 plaats had, een mobilisatie voor de oorlog tegen de Duitse troepen die voor de poorten van Moskou stonden. De grote herdenkingsdag is 9 mei, de capitulatie van nazi-Duitsland, een zege van het “grote Russische volk”.  En op 4 november vieren ze in Moskou en de rest van Rusland de dag van nationale eenheid. Het is een dag waarop nationalisten van alle pluimage, waaronder nazi-groepen, op straat komen om Rusland te zuiveren van “volksvreemde elementen”.

Klassenstrijd

Er zijn nog communisten, die van de Communistische Partij van Rusland, die op straat komen als superpatriotten, met Stalin en Orthodoxe heiligen. De roep “proletariërs aller landen verenigt u” is nergens meer te bespeuren. Ook van hen valt dus geen ernstige herdenking van de revoluties van 1917 te verwachten. Zij zullen op het Rode Plein niet komen roepen “Lenin word wakker”.

De historici zullen wat werk kunnen verrichten, nieuwe gegevens uit de archieven bekendmaken, analyses publiceren. Maar het thema van de nationale eenheid zal het openbare gedeelte domineren, de klassenstrijd van de bolsjevieken is taboe in een land waar de “communistische” leiders hun eigen systeem opbliezen om zelf kapitalist te kunnen worden.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.