Zestig jaar Verdrag van Rome. Over de nalatigheid van de linkerzijde

Facebooktwittergoogle_plusmail

Stel je voor dat over twintig, dertig jaar de geschiedenis van de Europese Unie wordt geschreven. En wordt vastgesteld dat de sociaal-democratie een grote rol speelde bij het ontstaan en tijdens de eerste decennia van het Europese integratieproces, maar dat die politieke familie daarna sterk werd verzwakt. En dat de communisten hopeloos verdeeld waren, de Italianen altijd enthousiast voor de integratie, de Fransen ertegen. En dat de rest van radikaal links totaal geen invloed heeft gehad.

Misschien is het besluit dan wel dat er helemaal geen plaats was voor radikaal links in het Europese huis. Dat ook de communisten aan invloed verloren, en dat de radikaal linkse familie nooit echt iets betekend heeft, laat staan dat het politieke invloed zou hebben gehad.

Of misschien, wie weet, wordt er over links al helemaal niet meer gesproken. Verdampt in de mist die het zelf heeft geschapen, verdwaald in de kronkels van plan B en soevereiniteit.

Een triest verhaal

‘Plan B lijkt niet echt een plan te hebben’ schrijft Frank Slegers na de vierde vergadering van de groep in maart 2017.

In 1986 sloeg de Europese Gemeenschap de neoliberale bocht in, het Verdrag van Maastricht bevestigt de richting in 1992, een schuchter debat komt op gang bij de linkerzijde, maar dooft gauw weer uit. Radikaal links had géén belangstelling voor het proces dat naar het grondwettelijk verdrag heeft geleid, pas toen dit verdrag in Frankrijk en Nederland in een referendum werd verworpen, ging er in België een belletje rinkelen. Tégen, tégen, tégen, zei radikaal links: de ontluikende Attac-beweging ging er onder door. Het Charta-91 Europees initiatief was al eerder met zichzelf in botsing gekomen.

Het moet gezegd, er is wel iets veranderd sindsdien. Er zijn groepjes, zoals Ander Europa die het Europese beleid volgen, de Belgische PVDA werkt samen met de fractie van Verenigd Links in het Europees Parlement, de grove onjuistheden zijn uit de analyses verdwenen. Europees blijft het dansen op één been: Plan B dobbert wat rond, Alter-Summit kiest geen kant en DiEM25 – de beweging die Varoufakis op de been brengt – is nog op zoek naar zichzelf.

Deze week wordt de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome ´gevierd´. Niet dat er iets te vieren valt, de EU zit in een diepe existentiële crisis, het Verenigd Koninkrijk wil de club verlaten, Polen tart de beleidsmakers met onzinnige eisen, Hongarije respecteert de democratische basiswaarden niet, en VS-president Trump zowel als de Turkse machthebber Erdogan dagen de Unie uit. En sinds de Griekse crisis is de EU haar legitimiteit bij de bevolking grotendeels verloren.

Hoe moet het dan verder? Laten we de antwoorden en de eventueel mogelijke oplossingen dan gewoon over aan rechts? Zo ziet het er momenteel wel degelijk naar uit. En dat is erg triest.

De stand van zaken

Enkele weken geleden publiceerde de Europese Commissie een document met vijf mogelijke scenario’s voor de toekomst van de EU. Dit is niet mijn persoonlijke mening, haastte Voorzitter Juncker zich eraan toe te voegen. Die zal ik U geven als ik later op het jaar mijn ‘State of the Union’ voorleg.

De Commissie ziet vijf mogelijke scenario’s: voortboeren zoals nu, met een paar ups en erg veel downs, enkel verder werken met de interne markt en het andere beleid opgeven, meer doen met minder, dit is met een kleiner aantal lidstaten, de eurolanden bijvoorbeeld, verder werken aan de integratie en de aarzelende lidstaten achter zich laten, minder doen maar veel efficiënter werken, of, optie vijf, veel meer doen en echt op weg naar een politieke unie. Alles wordt keurig uitgelegd, met voor- en nadelen, maar een bevlogen tekst is het geenszins. Alsof niemand er zelf nog in gelooft.

Een uitgelezen kans, zo zou je denken, voor de linkerzijde om daar haar eigen programma naast te leggen. Niet dus. Niet de minste reactie. Want de linkerzijde weet het niet. Ze weet ook niet wat ze wil.

CADTM (de beweging voor de opheffing van de schuldenlast) stelde haar eigen plan B voor. Ze was van dichtbij betrokken bij het Griekse drama en is met de afvalligen van Syriza blijven verder werken.

Van CADTM komt het idee, dat door nogal wat andere progressieven wordt gedeeld om te beginnen met ‘ongehoorzaamheid’. Als links aan de macht komt zal het de Europese vuistregels (met name omtrent het begrotingstekort) niet naleven. OK, waarom niet, maar men moet beseffen dat een aantal landen, zoals Frankrijk, maar ook Italië, Spanje en Portugal, dat nu al niet doen en daar nota bene niet eens voor gestraft worden. De ongehoorzaamheid blijkt dus nu al van toepassing te zijn en geen echte gevolgen te hebben.

CADTM wil verder de banken en de energiesector ‘socialiseren’, kapitaalcontroles invoeren en een complementaire munt invoeren. Benieuwd hoeveel steun er bij de bevolking voor deze maatregelen gevonden kan worden en hoe de banken zullen reageren.

Sommige anderen hebben eveneens een vreemde kijk op die ‘ongehoorzaamheid’, zoals Frank Sleghers beschrijft: ongehoorzaamheid aan de Europese wetten inzake asiel- en migratie. Maar ook dat gebeurt al volop. In de Raad werd afgesproken het aantal vluchtelingen over de verschillende landen te verdelen, maar sommige landen weigeren daaraan mee te werken. Ik neem ook aan dat de linkerzijde dat eigenlijk liever anders zou zien.

Op dezelfde kronkelige manier werd er lang voor gepleit ‘Schengen’ af te schaffen, het vrij personenverkeer, en Frontex, de bescherming van de buiten grenzen. Nu is het één ding om kritiek te hebben op de werking en zelfs de bevoegdheden van die instellingen, maar geen vrij personenverkeer en dus ook geen gemeenschappelijke buitengrens is een behoorlijk ‘gesloten’ oplossing. Allemaal terug achter de nationale grenzen?

‘L’Union européenne, on la change ou on la quitte’, stelt de Franse presidentskandidaat Mélenchon. Frankrijk kan dat natuurlijk niet op z’n eentje. Als je de EU wil gaan veranderen dan moet je onderhandelen met 26 andere landen, en dat gaat heus niet op een drafje. Of denkt Mélenchon dat de Franse wensen zo superieur zijn dat iedereen er gewillig zal voor vallen? En dat andere landen géén wensen hebben?

In ‘Graailand’ beschrijft Peter Mertens vrij goed wat de reële problemen zijn met het huidig beleid. En zijn conclusie is niet ‘veranderen’, maar opnieuw beginnen. Tabula rasa. Daar kan iets voor te zeggen vallen, maar ik betwijfel zeer sterk dat de eisen van de PVDA het zullen halen. Radikaal links staat niet bepaald sterk in Europa, en zo’n onderhandeling kan ook makkelijk een aantal jaren duren. Hoe haalbaar of realistisch is zo’n standpunt? En hoe demobiliserend is het?

Herman Michiel tenslotte wéét gewoon hoe de instellingen denken en waarom ze doen wat ze doen en, volgens hem, altijd al gedaan hebben. Zijn jongste artikel is één lange weeklacht zonder enig uitzicht op een alternatief. De EU is niet hervormbaar, zo klonk het al eerder, even vergetend dat neoliberalen al dertig jaar met veel succes bezig zijn die Unie te hervormen, het beleid, de instellingen, de verdragen…

Het punt van de soevereiniteit blijft een oud zeer. Nog steeds denken velen dat de Europese Commissie ontzettend veel macht heeft, terwijl voorzitter Juncker gefrustreerd loopt te ijsberen omdat hij géén macht heeft en door de Raad, zoals gebruikelijk, wordt geblokkeerd.

Yanis Varoufakis pakte enkele weken terug uit met een voorstel voor een ‘New Deal’: een groen investeringsplan, een programma voor gegarandeerd werk, een universeel basisdividend met de inkomsten op kapitaal, een anti-armoedefonds en een bescherming tegen uithuiszetting. Interessant, niet te ambitieus, benieuwd wie er zich wil achter scharen.

Wat dan wel?

Problemen zijn er nochtans meer dan genoeg. Het democratisch tekort is een feit, hoewel men zich kan afvragen of het erg veel groter is dan dat van sommige Lidstaten. Het bedrijfsleven heeft té veel invloed bij de instellingen, hoewel ook hier het verschil met de nationale politiek zou mogen bestudeerd worden. Werd in België de afkoopwet niet door de diamantlobby geschreven? En ja, het soberheidsbeleid dat landen als Griekenland wordt opgelegd is onaanvaardbaar.

Bevreemdend, vind ik het, dat radikaal links zo sterk hamert op democratie en het feit dat de Commissie ‘niet verkozen is’. Maar de Commissie kan dan ook alleen maar uitvoeren wat de Raad van verkozen regeringsleiders haar oplegt en, vooral, is een democratisch neoliberaal beleid beter dan een ondemocratisch neoliberal beleid? Waarom de klemtoon niet leggen op de inhoud?

Er moet ook een andere realiteit bekeken worden. Wat er ook wordt gezegd en geschreven, met uitzondering van de landen rond de Middellandse Zee zijn de sociale uitgaven niet gedaald, en is de armoede niet gestegen. De Europese landen zijn de meest gelijke ter wereld. De EU geeft van alle landen het meest uit aan sociaal beleid en aan ontwikkelingssamenwerking. En hoe ‘ultraliberaal’ is een Unie waar om en bij de 50 % van het bruto nationaal product gesocialiseerd is?

Hoe geloofwaardig is, in een gemondialiseerde wereld, de roep naar soevereiniteit? Wat zijn de problemen die België, zonder internationale samenwerking, op z’n eentje kan oplossen?

Is het probleem in de EU niet eerder een gebrek aan supranationaliteit dan een teveel ervan? Er zijn de afgelopen jaren voldoende studies verschenen die zonneklaar aantonen hoe de intergoevernementele aanpak in de Raad de Unie vierkant heeft doen draaien, en hoe de Raad geleidelijk aan de Commissie – met een gewillige voorzitter als Barroso – tot haar secretariaat heeft gedegradeerd. Toch is het dat nog steeds waar sommigen aan de linkerzijde voor pleiten.

De existentiële crisis waar de EU  mee af te rekenen heeft is zonder meer toe te schrijven aan het neoliberalisme en de toegenomen concurrentie van allen tegen allen, aan de toenemende werkloosheid en de bedreiging die voor zwakke groepen onvermijdelijk uitgaat van migratie.

Men wéét het bij de Europese Commissie: de EU  moet bescherming bieden, het wordt af en toe gezegd, maar nooit komt er een concreet voorstel omdat men tegelijk weet dat de Raad niet zal volgen. Het arbeidsrecht wordt afgebouwd, de armoedebestrijding blijft minimaal, zo wil men het. Men stapt dan maar over naar de andere mogelijk bescherming: defensie, het leger… de samenwerking op dat vlak zal eerder ontstaan dan in de sociale bescherming.

Besluit

Erg bedroevend is het dat de linkerzijde deze uitgelezen kans alweer laat voorbijgaan. Persoonlijk heb ik geen hoop dat het ooit nog goed komt. Er is geen bereidheid om een rol te spelen en de krachtsverhoudingen zijn wat ze zijn. Als de EU kan worden gered, en op een of andere manier zal dat allicht wel gebeuren, zal het een EU zonder radikaal links zijn, en met een sterk verzwakte sociaal-democratie. Daar valt weinig goeds van te verwachten.

Deze wereld vraagt méér internationale samenwerking, de EU heeft een unieke verwezenlijking gecreëerd en is nu bezig die weer te niet te doen. De geopolitieke plaats van Europa in de wereld is sterk aan het veranderen met de opkomst van China en andere grote culturele verschuivingen. Dat hoeft geen drama te zijn, want het continent kan zijn ‘normen en waarden’ – die het wel een beetje thuis maar nooit elders in de wereld heeft verdedigd – universeel maken: vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid; solidariteit; samenwerking en dialoog. Het lijkt zo makkelijk.

Een Europese Unie zonder legitimiteit is echter niet leefbaar. Als het debat niet dringend gepolitiseerd wordt, als links niet snel een oppositierol gaat spelen, schat ik de toekomst van de EU én van een links zonder alternatieven niet rooskleurig in.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.