Inzet Syrië-oorlog: gaslevering aan Europa

(deprogramyourself.org - creative commons)
Facebooktwittergoogle_plusmail

In een wereld die overloopt van de informatiemogelijkheden is kennis en inzicht in het wereldgebeuren nochtans niet vanzelfsprekend. In de mainstream media worden de burgers voor een groot deel gedesinformeerd. Vele burgers weten daarom überhaupt niet waarom er in Syrië een oorlog woedt. Voor uitpers-lezers is onderstaande niet nieuw, maar toch hier nog ’s een poging om een duidelijk kader te schetsen.

Als aanvang 1970 de petroleum multinational Shell proefboringen deed naar olie in Qatar en een enorm gasveld ontdekte, bleek het te gaan om de grootste vindplaats ter wereld. De experts wisten snel dat iets meer dan een derde van het gas onder Iraanse bodem lag en dus een groot potentieel voor conflict betekende tussen beide landen.

In de plaats van zoals gebruikelijk is om rijke natuurrijkdommen in het belang van beide landen redelijk te verdelen, begon de geheime diplomatie van het imperialistische westen voor stokebrand te spelen. De toenmalige emir, Ahmad ibn Al Khalifa ibn Hamad, wilde niet delen en zocht naar een middel om dit gasveld volledig in het voordeel van Qatar uit te baten. Hij zette alles op de Anglo-Amerikaanse kaart en nam er het oorlogsrisico bij. Alhoewel Qatar een klein sjeikdom is, was het dankzij westerse hulp, niet bevreesd voor een mogelijk conflict met zijn grote buur, Teheran.

De tweede Golfoorlog wierp Iran voor tientallen jaren terug qua exploitatiemogelijkheden. Toen de VN een economische boycot aan Iran oplegde, de VS haar militair hoofdkwartier en commandocentrale voor oorlogen n het Midden-Oosten in Qatar vestigde, scheen alles perfect te lopen en begon het land op de politieke wereldbühne een rol op te eisen.

Voor de VS bood Qatar de gelegenheid om Rusland als energieleverancier voor Europa uit de markt te weren. Washington wilde samen met Qatar, Saoedi-Arabië, Jordanië, Israël en de Anglo-Amerikaanse bondgenoten de situatie naar haar hand zetten. Het grootste probleem voor Qatar ligt in z’n geografische ligging in de Perzische Golf. Het ontbreekt het land aan pijplijnen om het gas naar de Turkse Middellandse Zee en de havenstad Ceyhan te brengen en van daaruit naar Europa. Hierdoor is Qatar verplicht zijn gas in eigen land vloeibaar te maken vooraleer het te kunnen verschepen naar de wereldmarkt. Dat is een langdurig en kostelijk procedé en drijft de kostprijs omhoog. Bovendien is de ontsluitingsroute via de Perzische Golf zeer risicovol. Wanneer Iran de straat van Hormuz zou blokkeren dan kan Qatar zijn vloeibaar gas niet meer vervoeren. Als alternatieve ontsluiting streeft het naar het aanleggen van een energiepijplijn via Saoedi-Arabië, Jordanië en Syrië naar het Turkse Ceyhan. Hiervoor is natuurlijk het akkoord van Bashar al Assad van Syrië nodig. Maar deze weigerde uit solidariteit met het bevriende Rusland. Omgekeerd, Damascus ging een heel andere weg op door een akkoord te sluiten met Moskou en Teheran om een pijplijn aan te leggen die het gastransport van beide landen, Iran en Rusland, via Syrië naar Turkije moet garanderen. Hiermede doorkruiste Assad het Qatarees-Amerikaans plan voor een eigen pijpleiding om het Qatarees gas naar de Europese en wereldmarkt te brengen.

Onmiddellijk na de creatie van de Syrië-Rusland-Iran as, werden soennitische minderheden in het zuiden van Syrië, Jordanië en Turkije aangemoedigd om een opstand tegen het wettelijk gezag van Damascus te starten, handig verpakt als onderdeel van de Arabische lente.  Ze konden daarbij rekenen op de logistieke steun, op wapens en financiering van de VS, Saoedi-Arabië en Qatar. Deze brandhaard kreeg grenzeloze implicaties : een jarenlange oorlog in het land zelf; de verdere betrokkenheid van heel wat buitenlandse spelers in de verschillende kampen met een groot risico voor een oorlog met Rusland; en een onoverzienbare stroom van vluchtelingen – zowel in het binnenland, als in de buurlanden, als naar West-Europa – met al zijn ellende.

Op die manier blijkt dat in de grond genomen de Syrische oorlog in feite een oorlog is bij volmacht van de VS en Israël tegen Rusland.
Israël dat mee zou kunnen genieten van het geplande Qatarese energienetwerk voor z’n gasbronnen in het oosten van de Middellandse Zee, heeft bijgevolg een existentieel belang om Assad en zijn regering van de macht te verdrijven. Van zijn kant wil Saoedi-Arabië in Jemen in Al-Makalla een overslaghaven inrichten en bombardeert hiervoor de weg vrij met de stilzwijgende steun van Washington en de NAVO-landen.

De situatie is kennelijk niet van die aard om de Europese wapenleveringen aan de regio stop te zetten. Nog steeds leveren Duitsland en andere Europese landen wapens aan Saoedi-Arabië, ondanks het feit dat men weet dar Riyad de salafisten en terreurcellen in Europa steunt. Maar dat laatste was bij het recent bezoek van de Duitse minister van defensie, Von der Leyen, aan Riyad zeker geen gespreksthema. De Duitse burger werd hieromtrent alleen maar in spanning gehouden om te weten of de minister een hoofddoek zou dragen of niet bij haar ontmoeting met de Saoedische leiders. De wapenlevering op zich was zo goed als geen issue.  In de eerste helft van 2016 bedroeg de Duitse wapenexport naar Saoedi-Arabië een waarde van 484 miljoen euro. Duitse patrouilleboten zouden Riyad in de gelegenheid moeten stellen een beknellende zeeblokkade voor de Jemenitische kust op te stellen.

Volgens mij is het zeker geen luxe om deze summiere achtergrondschets in het hoofd te houden bij het lezen van de berichtgeving over deze regio.