Twaalf apostelen en daarachter minstens 75.000 Antwerpenaren

Facebooktwittergoogle_plusmail

‘Het primaat van de politiek is deze week full face doorbroken is. Het historische aan de foto’s die woensdag [15 maart] gemaakt werden, is dat politici en burgers elkaar de hand drukten. De plaats van de burgerbewegingen in dit verhaal, het aanduiden van een intendant… er zijn begrippen en procedures gelanceerd die nooit meer zullen verdwijnen.’ (Manu Claeys)

‘Historisch’ werd het toekomstverbond genoemd dat op 15 maart 2017 werd afgesloten tussen de Vlaamse en Antwerpse overheid en de burgerbewegingen Ringland, stRaten-Generaal en Ademloos – door in totaal 12 personen die men ook apostelen kan noemen. Het predikaat ‘historisch’ sloeg niet alleen op de doorbraak in verband met de bereikbaarheid en leefbaarheid van de havenstad, maar ook op de politieke paradigmaverschuiving die zich in de loop van de 21 jaar bakkeleien rond Oosterweel is beginnen af te tekenen. Dit controversiële dossier gaat immers niet alleen over technisch ingewikkelde kwesties die men best overlaat aan specialisten, maar misschien nog veel meer over hoe het besluitvormingsproces in heel die tijd ook een lange weg heeft afgelegd. Een van die apostelen heeft een paardenstaartje en past, noch vestimentair, noch qua stijl in het klassieke politieke plaatje. Manu Claeys van stRaten-Generaal is eerder een partijloze Pablo Iglesias Turrión maar dan in een Belgische context. Op deze apostel en zijn twee kompanen, Wim Van Hees van Ademloos en Peter Vermeulen van Ringland – en op al die wakkere Antwerpenaren daarachter! – wil ik in dit artikel focussen. Claeys: ‘Het primaat van de politiek is deze week full face doorbroken,’ zegt Manu Claeys in De Standaard. ‘Het historische aan de foto’s die woensdag gemaakt werden, is dat politici en burgers elkaar de hand drukten. De plaats van de burgerbewegingen in dit verhaal, het aanduiden van een intendant… er zijn begrippen en procedures gelanceerd die nooit meer zullen verdwijnen.’

Gesloten en technocratisch

Bekeken vanuit het perspectief van onderuit kan men, ruwweg geschetst, vier periodes onderscheiden in wat een generatielang een David-Goliathstrijd is geweest. In de eerste fase die van 1997 tot 2004 loopt, is er sprake van een gesloten en technocratische besluitvorming die als volgt verliep. In 1997 brak de Antwerpse gouverneur Camille Paulus voor het eerst een lans voor het rondmaken van de Antwerpse ring. Om een maatschappelijk draagvlak te creëren riep hij in zijn provinciehuis een ‘Staten-Generaal’ bij elkaar waaraan politici, havenbaronnen, bedrijfsleiders, middenstanders, maar ook vakbonden en zelfs milieugroepen deelnamen. Er werd een masterplan opgesteld waarachter de stad, de provincie, de Vlaamse administratie, het Havenbedrijf en De Lijn zich schaarden. In 2003 richtte de Vlaamse regering dan haar technocratische arm op, de BAM (Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel), die als taak kreeg dat Masterplan vorm te geven. In complete stilte en discretie sleutelden de ingenieurs en architecten van de BAM aan de maquette van een dubbeldeksbrug die als de Lange Wapper gedoopt werd en een nieuwe landmark in de skyline van Antwerpen moest worden. Vele monden, ook van politici, vielen open van verbazing en adoratie, bij het aanschouwen van de indrukwekkende maquette, maar tegelijk begonnen er ook alarmbellen te rinkelen, omdat er achter al dat fraais ook een ongemakkelijke waarheid schuil ging. Gewone burgers begonnen zich vragen te stellen over de impact op de omgeving van wat intussen het BAM-tracé en de Lange Wapper was gaan heten.

Verzet van onderuit

In deze tweede fase ontstaat er een beweging van burgers die zelf op onderzoek uitgaan. In 2004 had de bewonersgroep BorgerhouDt van Mensen al een voorstel gelanceerd om een gedeeltelijke overkapping van de ring te maken om Borgerhout intra en extra muros en het nabijgelegen Rivierenhof meer op elkaar te kunnen betrekken. Twee leden van de actiegroep stRaten-Generaal, Manu Claeys en Peter Verhaeghe, gingen zelfs nog een stapje verder. In eerste instantie schreef Manu Claeys een opgemerkt opiniestuk in De Standaard waarin hij een kritische noot liet horen over de bejubelde Lange Wapper. Het idee om autoverkeer in grote stromen zo dicht naar de stad te halen, noemde hij ‘de vergissing van de eeuw’. Maar er was meer. Aan een Borgerhoutse keukentafel tekende stRaten-Generaal een alternatief tracé uit om de kleine ring rond Antwerpen te vervolledigen met daarin vier alternatieve scenario’s voor de Oosterweelverbinding: een nulscenario, een ingetunnelde Oosterweel, twee noordelijke bypasses – het stRaten-Generaal-tracé en het Meccanotracé (de namen kwamen later) – die doorgaand verkeer voortaan rond de stad zouden leiden.

Claeys en Verhaeghe beantwoordden volledig aan het profiel van de mondige en deskundige burgers die zich belangeloos en volledig inzetten voor een belangrijk maatschappelijk project waar zij zich ten zeerste bij betrokken voelden. Dat gewone burgers zich gingen ‘bemoeien’ met iets dat alleen maar weggelegd zou zijn voor experten viel niet in goede aarde, noch bij de meeste politici, noch bij de BAM-specialisten. stRaten-Generaal kreeg het zeker in die beginjaren zwaar te verduren, niet alleen van politici maar ook van de pers die door hun optreden – wie vertegenwoordigen trouwens nu die drie man en een paardenkop van wie een dan nog met een paardenstaartje? – alleen maar stokken in de wielen kwamen steken om de start van de werken af te remmen. In ‘Stilstand’, een dik boek over machtspolitiek, betweterbestuur en achterkamerdemocratie in het Oosterweeldossier geeft Manu Claeys stapels voorbeelden van de denigrerende houding gaande tot openlijke obstructie van de Vlaamse overheid. Waarom moest de nieuwe gevangenis in Beveren precies daar komen waar ook een deel van een mogelijk alternatief tracé voorzien werd?

Versterking van Ademloos

Gelukkig kreeg stRaten-Generaal bondgenoten. Op 31 december 2007 werd Ademloos opgericht. Dat was het resultaat van een bijeenkomst van een aantal bezorgde, niet meer zo jonge Antwerpenaren van de linkeroever. ‘Zwijgen is voor een medicus geen optie.’ Die gevleugelde woorden werden uitgesproken door dokter Guido Verbeke en Ademloos was geboren. Ze waren met zijn zevenen toen. Ook ex-reclameman Wim Van Hees was van de partij. Ademloos focuste van in het begin op de fijn stof-problematiek, die Antwerpen bij een Lange Wapper-oplossing en een BAM-tracé, een open riool door de havenstad, massaal naar adem zou doen happen.

StRaten-Generaal en Ademloos vonden elkaar en werden ideale partners: de studaxen rond mobiliteit en stadsontwikkeling kregen versterking van een ervaren en gedreven ex-reclameman die zijn expertise inbracht om expliciet het milieuthema uit te vergroten. Vanaf dag 1 waren Ademloos en stRaten-Generaal in nauw overleg en contact met elkaar. Via hun dossierkennis, goed uitgekiende strategie en doorzettingsvermogen zorgden zij ervoor dat de BAM-plannen voor de Lange Wapper crashten. De actiegroepen gingen zonder middelen maar met zeer veel inzet en voluntarisme aan de slag. Vooral Ademloos kreeg een zeer gemotiveerd vrijwilligersteam op de been dat zo maar eventjes 82.000 handtekeningen inzamelde. Ruim 17.000 voor een petitie van spreekrecht in het Vlaams parlement, afgesloten per einde juli 2008, en ruim 65.000 voor een volksraadpleging in Antwerpen.

Alleen verkozenen mogen spreken!

Naarmate de aanhang van StRaten-Generaal en Ademloos groter werd en zeer openlijk aan de poten van de Lange Wapper en de deskundigheid van de BAM begon te zagen, begonnen ook de Antwerpse en Vlaamse politici, ondersteund door een deel van de pers – voornamelijk De Standaard, maar ook De Morgen – aan een beschadigingsoperatie, vaak ook ad hominem. Dat gebeurde zeker vanaf 18 oktober 2009, datum van de eerste volksraadpleging waarin 59, 24 procent van de Antwerpse bevolking zich uitsprak tegen het BAM-tracé. Kleine David haalde de Goliath van de BAM onderuit.

‘Ik ben het beu,’ zei Marc Van Peel toen in Gazet van Antwerpen. De Antwerpse havenschepen sprak openlijk uit wat veel politici al heel lang vonden. ‘De pretentie waarmee stRaten-generaal en Ademloos zich gedragen alsof alleen zij de democratie belichamen en beschermen tegen al die door en door slechte politici, heb ik in mijn loopbaan nog nooit meegemaakt. Ik vind het gevaarlijk als mensen zich opwerpen als de enigen die het bij het rechte eind hebben en elke tegenspraak via de media aan de schandpaal nagelen. Mag ik erop wijzen dat die politici wel verkozen zijn en de actievoerders niet?’ Ook Yves Desmet ging in een editoriaal in De Morgen dezelfde toer op. ‘Het is duidelijk dat een meerderheid binnen de Vlaamse regering kiest voor de optie van de Oosterweelverbinding, inclusief de betwiste Lange Wapper. Dat is ook haar goed recht: zij zijn democratisch verkozen en gemandateerd om dit soort beslissingen te nemen.’ In hetzelfde interview insinueert Van Peel dat Ademloos een opgeklopte psychose rond het fijn stof had gecreëerd en dat zij maar eens moeten bewijzen 60.000 (sic!) handtekeningen bij elkaar te hebben gebracht. Voor Van Peel en andere machtspolitici was het duidelijk: de representatieve democratie moest ongestoord haar werk kunnen blijven doen.

Meer burgerparticipatie

Wijze socioloog Luc Huyse kwam in Knack van 21 oktober 2009 tot een heel andere conclusie: ‘Het Oosterweeldossier leert ons in elk geval dat de tijd van de vluchtige, kort levende actiegroepen voorbij is. De actiecomités die zich verzet hebben tegen de Lange Wapper waren iets helemaal anders dan bijvoorbeeld de Witte Beweging na de affaire-Dutroux. Het leert ons ook dat politici zullen moeten leren leven met de controle en kritiek van zulke actiegroepen die voortaan het best van meet af aan betrokken kunnen worden bij zulke megaprojecten. Want megaprojecten zijn van deze tijd en we weten nog niet goed hoe we de democratische besluitvorming erover moeten organiseren.’

Dat was ook de mening van Filip De Rynck, docent aan de Gentse hogeschool, die met zeer veel respect over de actievoerders sprak: ‘Die actieve burgers hebben het referendum als breekijzer moeten gebruiken om binnen te breken in wat tot dan een zeer gesloten en technocratische besluitvorming was geweest.’ En hij voegt eraan toe: ‘Het moet niet aan burgers worden verweten dat door die aanpak nu veel tijd verloren gaat. Het is al zo vaak geschreven: meer tijd voor participatie in de voorbereiding wint men altijd terug door een snellere want meer gedragen uitvoering. Geen tijd voor participatie in de voorbereiding leidt tot ontzettend veel tijdverlies in de uitvoering. De volksraadpleging in Antwerpen is een wel erg dure herbevestiging van deze al lang bekende basisregel.

Politicologen en wetenschappers van buiten Antwerpen die heel dit dossier met argusogen volgden, beaamden dit. Politicoloog Carl Devos van de Universiteit Gent onderstreepte: ‘Dit is het nieuwe middenveld. Intellectuelen met een grondige dossierkennis, die politici doen twijfelen. Hen het vuur aan de schenen leggen. Ze moeten dat vooral blijven doen. Want als het duizend procent zeker was dat de brug de beste oplossing was dan hadden StRaten-generaal en Ademloos niet meer bestaan.’

Het was dus zeker niet toevallig dat de ‘Jury Prijs voor de democratie’ in 2010 precies aan stRaten-Generaal en Ademloos werd uitgereikt met volgende kanttekening daarbij: ‘Het gaat om onafhankelijke burgernetwerken die zich zelfstandig rond een thema organiseren. Zeer opmerkelijk daarbij is dat het niet alleen gaat om een eisenstrijd, om verzet tegen bestaande beleidsplannen gaat, maar dat er gebruik wordt gemaakt van expertise en kennis om alternatieve voorstellen uit te werken. Zo wordt de kwaliteit van de politiek verhoogd door de discussie inhoudelijk te stofferen en de standpunten van de politieke partijen te bevragen.’
Om haar gezicht te redden vaardigde de Vlaamse overheid op 24 september 2010 dan het zogenaamde dubbelbesluit uit waarin maar zeer ten dele werd tegemoet gekomen aan het meccanotracé, bedacht door stRaten-Generaal, maar waarbij het BAM-tracé, ondanks de tegenstem van de Antwerpenaar, in sleufvorm bleef behouden.

Ringland

De Antwerpse actiegroepen en de overheid bleven zeer koele minnaars, maar vanaf 2013 begon er met het verschijnen van Ringland een nieuwe periode in de Antwerpse beweging van onderuit. Het positieve verhaal van Ringland met de volledige overkapping van de ring en de scheiding van lokaal en doorgaand verkeer, door architect-ingenieur Peter Vermeulen op een bierviltje getekend, kreeg dadelijk zeer veel aandacht. Nieuwe en jonge krachten hielpen met zeer hedendaagse middelen dit wervende verhaal uit te dragen: via benefietavonden in De Roma, optredens in het Nachtegalenpark, Ringlandvlagplantingen, maar ook wetenschappelijke ondersteuning van academici werd het maatschappelijk draagvlak fors verhoogd. stRaten-Generaal, Ademloos en Ringland en al hun genereuze vrijwilligers zorgden ervoor dat het enthousiasme voor een overkapte Antwerpse ring ook naar de politiek van het ‘Schoon Verdiep’ oversloeg. Zou het ‘voortschrijdend inzicht’ het dan toch kunnen halen op de hautaine houding van het branieachtige ‘beslist beleid’?

Tot een jaar geleden stonden de actiegroepen en de overheid nog met getrokken messen tegenover elkaar. De laatste periode waarin een doorbraak tot stand kwam, begon met het aantreden van intendant Alexander D’Hooghe.

Het kantelmoment

Manu Claeys: ‘De zaak kantelde nadat wij in de zomer van 2015 een klacht hadden ingediend bij de Raad van State. De Vlaamse overheid besefte dat er geen andere optie was dan de verschillende scenario’s wetenschappelijk te analyseren, op basis van cijfers over verkeersstromen waarover we het allemaal eens waren. In die periode werd ook de intendant Alexander D’Hooghe aangesteld. We mochten experten aanbrengen. Ze durfden hun premisse – “Oosterweel en niets anders” – loslaten. Er sneuvelden taboes, ook aan onze kant. Zo hebben we elkaar gevonden, al bleef het tot de laatste dagen een dubbeltje op zijn kant.’
Het werd een spel van geven en nemen waarbij de actiegroepen twee sterke troefkaarten achter de hand hielden: het gunstig arrest van de Raad van State op hun bezwaarschrift en de meer dan 75.000 handtekeningen die, indien nodig, de weg naar een volgende volksraadpleging mogelijk maakten. Tijdens de persconferentie had intendant Alexander D’Hooghe, die ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld heeft in de toenadering tussen overheid en actiegroepen, het over een lasagne met vier lagen, vier gedeelde engagementen. Omdat alle partijen zich konden vinden in zijn voorstel van een ‘radicaal haventracé’ lieten de actiegroepen hun procedure voor de Raad van State vallen. De drie burgerbewegingen die mee ‘het toekomstverbond voor bereikbaarheid en leefbaarheid’ ondertekenden blijven de komende jaren wel betrokken bij het project. (Ik onderstreep in dat toekomstverbond volgende passage: ‘Alle partijen vinden het essentieel dat het conflictmodel wordt ingeruild voor een nieuw samenwerkingsmodel waarbij de Vlaamse overheid, lokale overheden, burgerbewegingen en andere maatschappelijke actoren hun kompas richten op de realisatie van maatregelen, acties en projecten om een bereikbare en leefbare Antwerpse stadsregio te creëren.’

‘We rekenen op een blijvende samenwerking tussen burgers, overheden en experts’, benadrukte ook Alexander D’Hooghe op de persconferentie. ‘Daarom hebben we een werkgemeenschap opgericht waarin die drie zijn vertegenwoordigd. Daarnaast komt er een regioraad, waarin alle gemeenten uit de regio – een dertigtal – mee kunnen nadenken over de investeringen in mobiliteit.’

Representatieve én participatieve democratie

Filip De Rynck die het Antwerpse dossier al jaren met veel belangstelling opvolgt, becommentarieert de overeenkomst als volgt: ‘Het is nieuw dat politici aanvaarden dat verkiezingen niet de enige bron van legitimiteit zijn en door rechtstreekse onderhandelingen erkennen dat actiegroepen evenzeer legitimiteit inbrengen. Het toont aan dat de representatieve democratie en de participatieve democratie niet tegen elkaar moeten worden uitgespeeld maar in elkaar verweven kunnen worden.’  Hij voegt er nog aan toe. ‘Als het Antwerpse akkoord ertoe zou leiden dat de Vlaamse overheid de Antwerpse ervaringen als voortschrijdend inzicht gebruikt; als de stadsbesturen, ook dat van Antwerpen, weer meer willen investeren in het opbouwen van een draagvlak voor grote stadsprojecten (inclusief bemiddeling); als de Antwerpse burgerbewegingen inspirerend zouden zijn voor andere burgerorganisaties: dan wil ik in een volgend opiniestuk het adjectief ‘historisch’ gebruiken. En dan zou Antwerpen, andermaal, als laboratorium functioneren voor bestuurlijke en democratische vernieuwing in Vlaanderen.’

Dat vindt ook Leuvenaar David Dessers want in die stad kent men volgens hem ook dergelijke ingewikkelde dossiers. Op zijn facebookpagina geeft hij als voorbeeld het Parkveld, een open ruimte en landbouwgebied in Heverlee, dat bedreigd wordt door plannen voor een nieuw bedrijventerrein en een nieuwe residentiële wijk. ‘Er is minder geld mee gemoeid dan in Antwerpen maar dat dossier sleept intussen ook wel al méér dan 20 jaar aan. De Raad van State heeft de plannen al meermaals vernietigd. De actievoerders verzamelden reeds twee maal voldoende handtekeningen om het woord te kunnen nemen tijdens de gemeenteraad. Bovendien werkte de actiegroep zelf een aantal interessante alternatieven uit en zegt de advocaat nog heel wat munitie op zak te hebben. Wordt het niet tijd om ook hier een keer rond de tafel te gaan zitten om na te gaan of de actievoerders en het bestuur elkaar kunnen vinden rond een aantrekkelijk toekomstbeeld voor Parkveld, dat aansluit op de klimaatneutrale ambities? Waarom zou een stadsbestuur schrik hebben van een volwassen dialoog met de eigen bevolking? Waarom zou in Leuven niet lukken wat in Antwerpen wel lukte?’

In zijn laatste boek ‘De democratie voorbij’ gaat die andere Leuvenaar Luc Huyse op zoek naar voorbeelden om de democratie te verrijken en daarvoor vermeldt hij uitdrukkelijk de Antwerpse actiegroepen die voor hem een nieuw en dynamisch segment van het maatschappelijk middenveld representeren. De bonte wereld van de kleinschalige comités in buurten, wijken en straten die je overal ziet opduiken zijn volgens Huyse de onmisbare spelers op dat middenveld dat de brug kan vormen tussen bevolking en politiek. Zij kunnen vaak putten uit de juridische, planologische, mediatechnische, sociologische en politicologische deskundigheid van hun leden. Met z’n allen weten ze goed dat politiek personeel en ambtenaren niet altijd meer een kennisvoorsprong hebben. Als voorbeeld vermeldt hij de Antwerpse koepel van buurtverenigingen De Ploeg, waartoe ook Manu Claeys behoort, die actief is de stationsbuurt. In de Kievit II-fase werd projectontwikkelaar Kairos die in opdracht van Electrabel een nieuw kantoorgebouw wilde neerzetten in de wijk, teruggefloten door een gefundeerd bezwaarschrift van De Ploeg en in plaats van een zoveelste juridische strijd aan te gaan zijn projectontwikkelaar en buurtbewoners, samen met architect Stéphane Beel, aan tafel gaan zitten en daaruit ontstond een leefbaar compromis voor alle betrokken partijen. Ook voor de invulling van Kievitsfase III werd intussen eenzelfde procedure gevolgd, want vertegenwoordigers van De Ploeg gingen met Christian Van Thillo en zijn architecten aan tafel om de plannen te bespreken voor een nieuw hoofdkwartier van Het Pershuis, een van de machtigste mediaconcerns in Vlaanderen.

In een openhartig interview met De Standaard zegt Manu Claeys over zijn twaalfjarige strijd: ‘Het besef dat ik voor de burger een plek zocht in het politieke spel hield mij gaande. Dat was de strijd achter de strijd.’ Die plek lijkt nu intussen veroverd, maar Manu Claeys beseft zeer goed dat er ruimtes moeten gecreëerd worden waarin de representatieve en de participatieve invulling van democratie op elkaar kunnen worden afgestemd. ‘In de ideale wereld sluiten verkozenen een pact met de burger. Infrastructuurprojecten, onderwijs, klimaat, kinderarmoede, vluchtelingen…: er zijn een hoop problemen waarmee we over vier jaar een pak verder willen staan. En we nemen de burger mee op het niveau waar die het best ingeschakeld wordt. Dat kan door “veilige ruimtes” te creëren waarbinnen de problemen door een facilitator grondig in kaart worden gebracht. Die gaat na over welke premissen iedereen het eens is. Pas dan ga je kijken naar oplossingen.’

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.