Opgelet, daar is de kwestie Macedonië weer

Facebooktwittergoogle_plusmail

Europa beleeft in meerdere opzichten een remake van de periode voor de Eerste Wereldoorlog, een periode van nationalistische bewegingen en conflicten. Zo was er de kwestie Macedonië, inzet van twee Balkan-oorlogen (1912 en 1913) en voorspel van de grote oorlog. Sinds 1990 is Macedonië een onafhankelijke staat, kandidaat voor aansluiting bij de EU. Maar de EU houdt liever de boot af. Brussel is niet gerust in de etnische gekleurde politieke crisis na de verkiezingen van 11 december vorig jaar.

De Macedonische nationalisten van VMRO-DPMNE (Interne Macedonische Revolutionaire Organisatie – Democratische Partij voor Macedonische Nationale Eenheid) domineren de voorbije twintig jaar deze vroegere deelstaat van Joegoslavië. De vervroegde verkiezingen van vorig jaar waren uitgelokt door de sociaaldemocratische oppositie die al in 2015 opnames liet horen waaruit bleek hoe corrupt premier Nikola Gruevski (VMRO-DPMNE) wel was.

Manoeuvres

Er kwam vorig jaar, onder EU-druk, een speciale opsporingsdienst rond deze corruptiezaak. Maar de VMRO deed dat onderzoek af als een manoeuvre van de sociaaldemocraten, van Albanië en van de Amerikaanse zakenman-filantroof George Soros. Nu, de stichting van Soros is niet vies van inmenging. Ze was actief in steun aan diverse ‘kleurenrevoluties’ – Servië, Georgië, Oekraïne. Maar in dit geval was die beschuldiging vooral een manoeuvre van de VMRO om aan een onderzoek te ontsnappen.

De aanklachten voor corruptie en verkiezingsfraude volgden elkaar op en tenslotte aanvaardde de VMRO vervroegde verkiezingen. Ondanks de vele beschuldigingen, kwam ze als sterkste uit de stembus, maar met 51 zetels op 120 had ze partners nodig. De VMRO wendde zich tot de grootste partij van de Albanezen – ca 25 % van de bevolking. Maar die partij, met 18 zetels, kreeg een beter bod van de sociaaldemocratische SDSM, 49 zetels. Die SDSM is bereid het Albanees als tweede officiële taal te erkennen. Na zware incidenten in 2001 waarbij meer dan honderd doden vielen, kwam er het vredesakkoord van Ohrid. Daarin werd het Albanees als officiële taal aanvaard in plaatsen waar de Albanezen minstens 20 % van de bevolking uitmaken.

Albanezen

De nationalisten van de VMRO komen de voorbije weken massaal op straat om het vaderland te redden en krijgen daarbij volop steun uit Moskou. De sociaaldemocratische leider Zoran Zajev had een regering klaar. Maar president Gjorge Ivanov, bondgenoot van Gruevski, weigerde op 1 maart Zajev te benoemen, want hij acht het bestaan van de Macedonische natie in gevaar. Albanees nationaal als officiële taal toestaan, bedreigt de eenheid van het land, het opent de poort naar een ‘Groot-Albanië’ met een stuk van Macedonië, aldus de VMRO.

Die VMRO is een zeer rechtse nationalistische beweging met een terreurverleden. Ze werd in 1893 opgericht als een rebellenbeweging die al snel verdeeld raakte tussen voorstanders van een autonoom Macedonië en aanhangers van aansluiting bij Bulgarije. Bulgarije had na zijn oorlog tegen de Turken een groot deel van Macedonië in handen gekregen. De orthodoxe Macedoniërs hadden kort daarvoor het Griekse patriarchaat in Constantinopel ingeruild voor het Bulgaarse exarchaat. En Bulgarije ging ervan uit dat de Macedoniërs etnische Bulgaren waren. Een Macedonische eenheidstaal is een recent verschijnsel, product van Tito’s Joegoslavië.

Oorlogen

Op de conferentie van Berlijn van 1893 vonden enkele grote Europese mogendheden het maar niets dat Bulgarije, bevriend met Rusland, het hart van de Balkan controleerde. Macedonië werd teruggeven aan het Ottomaanse Rijk. Vanaf dan was dit gebied het toneel van rebellengroepen die zowel de Turken als elkaar bevochten. In die regio woonden naast Slavische groepen, Roemenen, zigeuners, joden en Albanezen vooral talrijke Grieken. Grieksgezinde en Bulgaarsgezinde groepen gingen elkaar regelmatig te lijf. De in 1893 opgerichte VROM bestreed onder meer de Serviërs die hun oog op deze strategische regio, met de haven Thessaloniki, lieten vallen.

Macedonië werd de inzet van de Balkanoorlogen van 1912 en 1913. Na de eerste, tegen de Turken, kwam Macedonië onder Bulgaars bestuur. Na de tweede werd het opgedeeld met het zuiden aan Griekenland, het noorden bij Servië. Zo kwam dat noordelijk stuk, ongeveer de huidige staat Macedonië, bij het Joegoslavische koninkrijk terecht. Toen Macedonië in 1990 onafhankelijk werd als de “Vroegere Joegoslavische Republiek Macedonië” pakte de heropgerichte VROM uit met kaarten van Groot-Macedonië – met daarbij het noorden van Griekenland en de Bulgaarse regio Pilin.

Tito

De communistische partizanen van Tito beslisten nog tijdens de oorlog Joegoslavië in te delen in zes republieken met recht op afscheiding. Macedonië was er daar een van. Het had een grondgebied, er was evenwel nog geen literaire Macedonische eenheidstaal. Er moest gekozen worden tussen diverse streektalen waarvan sommige meer bij het Servisch andere meer bij het Bulgaars aanleunen. Bulgarije noemde het resultaat een kunstmatig gedrocht bedoeld om te verhullen dat Macedoniërs in feite Bulgaars spreken. Die nieuwe taal werd die van administratie, onderwijs en literatuur.

Deze Joegoslavische republiek zat wel met enkele minderheden, vooral dan de Albanezen. Er waren zes republieken, maar de Albanezen kregen geen eigen republiek, alleen een autonoom gebied binnen de republiek Servië: Kosovo. Waar het noordwesten van Macedonië met zijn Albanese bevolking werd buiten gehouden. De redenering was: de Albanezen hebben al een eigen staat, Albanië, dus kunnen zij geen recht hebben op afscheiding.

Identiteit

Toen Macedonië eind 1990 onafhankelijk werd, meldden de problemen zich onmiddellijk. Wat met de Macedonische minderheden in Bulgarije en Griekenland, wat met de naam Macedonië, wat met de Albanese minderheid. Athene verzette zich met hand en tand tegen het gebruik van de naam ‘Macedonië’. Ik zag in Thessaloniki in 1990 een betoging van één miljoen Griekse nationalisten achter slogans als ‘Alexander de Grote sprak Grieks met Aristoteles’ en ‘Macedonië is Grieks’. Vandaar de rare naam op internationale bijeenkomsten FYROM, de ‘Former Yugoslavc Republic of Macedonia’.

De regering heeft de voorbije jaren een groots project opgezet om een historische Macedonische identiteit op te bouwen. De ”Antikvizacija” moet aantonen dat er continuïteit is sinds Alexander de Grote, ook al zijn de Slaven pas in de 7e eeuw tot deze regionen afgezakt. Ook historische figuren uit Bulgarije worden opgevoerd als grote Macedoniërs. Zowel Grieken als Bulgaren zijn niet opgezet met die geschiedenisherschrijving.

Bulgarije heeft officieel elke aanspraak begraven. Macedonische onderzoekers gaan ervan uit dat er nog amper enkele duizenden Bulgaren zijn die zich als Macedoniër beschouwen. Er is in Bulgarije nog wel een VMRO-partij die deel uitmaakt van een rechts-nationalistische coalitie en die pleit voor een Groot-Bulgarije waarvan de republiek Macedonië deel moet uitmaken.

Groot-Albanië

De Albanese minderheid, ca een half miljoen van de twee miljoen inwoners, ziet in de politiek van ‘Antikvizacija’ een poging haar te marginaliseren. De Macedonische nationalisten zien die minderheid als een gevaar voor ’s lands eenheid. Want de droom van een Groot-Albanië, met een deel van Macedonië, sluimert.

Met de agitatie van de voorbije weken, giet de VROM olie op het vuur. Indien de nationalisten vinden dat ruimere rechten voor de Albanezen een bedreiging voor het land zijn, zullen steeds meer Albanezen vinden dat zij hun plaats niet hebben in Macedonië en beter af zouden zijn met afsplitsing. De ogen zijn gericht naar buurland Albanië waar trouwens onderhandelingen tussen sociaaldemocraat Zajev en de Macedonisch-Albanese leider Ali Ahmeti plaats hadden. Ahmeti leidt de Democratische Unie voor Integratie, is een tegenstander van federalisering van Macedonië, maar staat wel op taalrechten. Ahmeti regeerde tot vorig jaar acht jaar lang met de VMRO.

Dat de VMRO de etnische spanningen opdrijft, is dus koren op de molen van radicale groepen die stiekem wel dromen van een Groot-Albanië bestaande uit Albanië zelf, Kosovo, een deel van Macedonië en enkele dorpen uit Montenegro.

Zo ziet men dat de nationaliteitenkwesties die opdoken in het voorspel van de Eerste Wereldoorlog, nog altijd voor conflicten zorgen. Op de Balkan ils het oorlogsgevaar niet geweken.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.