Is het Nederlandse parlement corrupt?

Facebooktwittergoogle_plusmail

In België wordt, zoals opnieuw bleek in een recent boek, geregeld de vloer aangeveegd met de grondwet. Enkel als het politici goed uitkomt zeggen ze dat “de grondwet geen vodje papier” is. Ook in Nederland, waar op 15 maart gestemd wordt voor de Tweede Kamer, wordt een loopje genomen met de grondwet, zo betoogt Rudo de Ruijter.

We staan er eigenlijk nooit bij stil, maar helaas moeten we deze vraag met JA beantwoorden. Zowel onze verkiezingen als ook de werking van ons parlement zijn in strijd met de principes van echte democratie en in strijd met onze grondwet. En dat heeft grote gevolgen voor ons dagelijks leven.

Echte democratie

Echte democratie – letterlijk het volk regeert – wordt gekenmerkt door besluitvorming waarin alle belangen van het hele volk op tafel komen en zorgvuldig tegen elkaar afgewogen worden. Het is dit kenmerk van zorgvuldige besluitvorming, dat van echte democratie de best mogelijke bestuursvorm maakt.

Parlementaire democratie

In een parlementaire democratie heeft het volk zelf niets in te brengen, afgezien van het kiezen van vertegenwoordigers. Dat betekent echter niet automatisch, dat het parlement de democratische principes respecteert.

Volksvertegenwoordiging

In Nederland heeft de Tweede Kamer 150 leden en de Eerste Kamer 75. De grondwet bepaalt, dat zij het hele volk vertegenwoordigen. De bedoeling is uiteraard, dat zij een afspiegeling vormen van het volk om zo, bij het nemen van besluiten met alle belangen rekening te kunnen houden. De grondwet bepaalt dan ook, dat ieder kamerlid naar eigen inzicht moet stemmen. [1]

Politieke partijen

Maar vanaf 1879 zijn er geleidelijk politieke partijen ontstaan. Volksvertegenwoordigers werden partijvertegenwoordigers, die stemden zoals hun partij verlangde, volgens het principe “samen sta je sterk”.

Einde democratische besluitvorming

Sinds 1917 is het afgelopen met de democratische besluitvorming in het parlement. Het districtenstelsel [2] werd toen vervangen door de zogeheten “evenredige vertegenwoordiging” [3]. Politieke partijen krijgen het voor het zeggen.
Het was de tijd van de Eerste Wereldoorlog, de tijd van het recht van de sterkste. En wie de sterkste was werd bepaald door de internationale coalities. En net als op het internationale toneel werd er in het parlement meteen een meerderheidscoalitie gevormd. En evenals bij de militairen is ook hier het doel de andere partijen te overheersen. Sindsdien gaat het in de Tweede Kamer niet meer om een zorgvuldige besluitvorming met de inzichten van alle kamerleden. De partijleiders van de coalitie nemen nu de belangrijkste besluiten voor de regeerperiode in geheim overleg. Dat is precies het tegenovergestelde van democratische besluitvorming.

Evenredige vertegenwoordiging

Evenredige vertegenwoordiging veronderstelt, dat alle kamerleden lid zijn van een politieke groepering (eventueel een eenmanspartij) en dat de stem van de kiezers niet zozeer bedoeld is voor een specifieke kandidaat, maar voor zijn politieke partij.
In de Tweede Kamer zitten dus NIET de 150 kamerleden die bij de verkiezingen de meeste stemmen hebben gekregen. Wie het gemiddelde aantal stemmen voor een zetel heeft gehaald, die krijgt een zetel. Maar een populaire kandidaat die vijf keer zoveel stemmen krijgt, behaalt voor zijn partij vijf zetels. Hij behaalt dus ook zetels voor partijgenoten, die in de kamer komen ook al heeft bijna niemand [4] of helemaal niemand op hen gestemd [5].
Het zijn de partijen, die de kandidatenlijsten samenstellen. Zij bepalen wie op het stembiljet komt en wie er bij de volgende verkiezingen niet meer op staat. Hierdoor zijn kamerleden in eerste instantie marionnetten, die totaal afhankelijk zijn van hun partij.

Angst voor nieuwkomers

Bijna alle partijen in het parlement hebben een gemeenschappelijke vijand, de nieuwkomers. De nieuwkomers willen immers de zetels van de zittende partijen veroveren. De zittende partijen hebben echter het voordeel, dat ze in de loop van de tijd de kieswet naar hun hand hebben kunnen zetten.

Gelijke rechten

Artikel 4 van de grondwet stelt:
Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.
Om lid te worden van het parlement voegt artikel 56 toe:
Om lid van de Staten-Generaal te kunnen zijn is vereist dat men Nederlander is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.
Dat klinkt goed. Laten we eens kijken hoe het daarmee staat. Stel, dat ik me kandidaat wil stellen. Ik heb wat bruikbare kennis en wat analytisch vermogen, dus waarom zou ik me niet nuttig maken? [6]

Op naar de Tweede Kamer

Dan moet ik dus eerst mijn naam op de stembiljetten zien te krijgen. Volgens de kieswet moet ik dan een kandidatenlijst indienen. [7] De kennelijke bedoeling is, dat die op naam van een politieke groepering wordt gesteld. [8] Het lijkt er op, dat je niet simpelweg als Nederlander lid kunt worden van de Tweede Kamer, maar verplicht bent lid te worden van een politieke groepering.
° Partij oprichten
Dan eerst maar een politieke partij oprichten. “Mij!” Dat is voor iedereen makkelijk te onthouden, en wanneer u politici hoort roepen “Stem op mij!”, dan weet u op wie u moet stemmen. Nog even een notariële akte, een inschrijving in het handelsregister en een inschrijving bij de het centraal stembureau met een borgsom à 450 euro [9] en dan zijn we zover. Eh, niet dus.
Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht verkozen te worden…
° Steunbetuigingen
Die nieuwe partij moet in de 14 dagen voorafgaand aan het inleveren van de kandidatenlijst in elk van de 19 kieskringen in Nederland 30 steunbetuigingen zien te krijgen. [10]

De steunbetuigers moeten daarvoor naar hun gemeentehuis gaan om de steunverklaring ten overstaan van de burgemeester of een speciaal daartoe aangewezen ambtenaar te tekenen. [10]
Deze hindernisloop geldt uitsluitend voor nieuwkomers. Normaal toch? Verschil moet er zijn. Je zou als zittende partij toch gek zijn om zo’n Draconische hindernisloop in de kieswet op te nemen, als je die zelf ook uit zou moeten voeren? De privileges van de zittende partijen gaan nog een stapje verder. Zij kunnen zelfs een verband aangaan met een nieuwe partij, die dan ook van deze hindernisloop vrijgesteld wordt…

° 11.250 euro borg

Verder moet men bij het inleveren van de kandidatenlijst een waarborgsom van 11.250 euro betalen, die na de verkiezingen aan de staat vervalt, als de lijst minder stemmen krijgt dan 75% van de kiesdeler. [11] (Kiesdeler = het gemiddelde aantal stemmen voor een zetel.)
Deze waarborgsom is een financieel risico voor de nieuwkomers en de kleine partijen, niet voor de grote. Ook deze hindernis is uitsluitend bedoeld om nieuwkomers te weren en kleine partijen te ontmoedigen zich opnieuw kandidaat te stellen.
Het feit of je je al dan niet kunt permitteren 11.250 euro te verliezen zegt uiteraard niets over je capaciteit om een goede volksvertegenwoordiger te worden. Maar je moet wel rijk genoeg zijn om ze überhaupt te kunnen betalen.

In de Tweede Kamer

Hoera, ik heb het gehaald. Ik heb een zetel in de Tweede Kamer en kan me nu nuttig maken.

Nee, helaas, niet dus. Er blijken ook nu weer een paar partijleiders te zijn, die een meerderheidscoalitie gaan vormen. Wie geen deel uit maakt van de coalitie zit de hele regeerperiode voor spek en bonen in het parlement.
100 jaar coalities
° Geheim overleg
De onderhandelingen om een coalitie te vormen beginnen meteen na het bekend worden van de verkiezingsuitslag. Dan ontmoeten de leiders van partijen, die samen een meerderheid kunnen vormen, elkaar in het geheim. Dat kan vele maanden duren.
° Regeerakkoord

Uiteindelijk wordt er in die geheime onderhandelingen met geven en nemen een regeerakkoord gesloten, waarbij de verkiezingsbeloftes van de deelnemende partijen als wegstreepbare handelswaar fungeert. De besluiten in de Tweede Kamer zijn dus niet gebaseerd op een zorgvuldige afweging van de belangen van het hele volk, maar op handjeklap en koehandel van enkelingen, die daarbij slechts tot doel hebben tot een meerderheidscoalitie te komen.

° Geen meerderheid, wel aangenomen

Zo komt het dus, dat wetsvoorstellen, die bij een normale behandeling door het hele parlement beslist geen meerderheid zouden hebben gehaald, door deze koehandel toch aangenomen worden. Dat het volk zich niet herkent in het parlement is dus niet zo vreemd.

° Problemen vooruitschuiven

Veel erger is echter, dat coalities zich beperken tot de enkele punten waarover zij het samen eens zijn. Coalities zijn kunstmatig, gebaseerd op een rekenkundig samenraapsel van partijen met verschillende standpunten. Ze zijn breekbaar. Meer dan de helft van de naoorlogse kabinetten viel voor het einde van hun voorziene regeerperiode. [12] Binnen de coalities probeert men onderlinge geschillen zo veel mogelijk te mijden.
Coalities zijn niet geschikt om de oorzaken van structurele problemen in de maatschappij aan te pakken. Hiervoor geldt: pappen, nat houden en doorschuiven. Kortzichtigheid is troef. Het gaat er om de rit uit te zitten en onderwijl goede sier te maken om zieltjes te winnen voor de volgende verkiezingen.
De vorming van meerderheidscoalities betekent dus enerzijds het buiten spel zetten van de belangen van een groot gedeelte van de bevolking en anderzijds het besluiten op basis van koehandel, in plaats van een zorgvuldige afweging van de belangen van het hele volk door 150 volksvertegenwoordigers. Coalities hebben een beperkte focus, lijden aan kokervisie en bijziendheid. Structurele problemen worden niet onderkend, laat staan opgelost.

Al een eeuw lang?

Het lijkt misschien verwonderlijk, dat dit al een eeuw lang zo gaat. Hoe kan dat? Wel, misschien is de invloed van de Tweede Kamer door die coalitievorming minder groot dan de meeste mensen denken.
° Coalities leggen zichzelf beperkingen op in de onderwerpen die ze behandelen. De meeste problemen laten ze liggen.
° Niemand heeft voor het regeerakkoord gestemd. Het draagvlak is beperkt.
° Kamerleden moeten hun partij behagen om opnieuw op het stembiljet te komen. Ze moeten zich conformeren aan de visie van hun partij. Hun persoonlijke zienswijzen zijn hieraan ondergeschikt.
° De meeste kamerleden houden zich slechts met één of enkele onderwerpen bezig. Ze zijn ingedeeld in commissies.
° De meeste kamerleden hebben te weinig kennis. Ze zijn afhankelijk van informatie-verstrekkers, informeren zich vaak eenzijdig en laten zich makkelijk inpalmen door lobbyisten. [13]
° Kamerleden van de coalitie stemmen zoals hun wordt opgedragen en verdiepen zich meestal niet in de teksten waarover ze stemmen. Dat zou tijdverspilling zijn. [14]
° Een grote minderheid van het volk wordt niet vertegenwoordigd;
° Debatten houden slechts de schijn van democratie op. De minderheid heeft niets in te brengen. En wanneer bij uitzondering een wetsvoorstel 2/3 meerderheid vereist, wordt het debat niet georganiseerd voordat de gewenste uitslag vast staat.[14]
° Meer dan de helft van de coalities sneuvelt voortijdig [15]
° Coalities besteden elke 4 jaar gemiddeld 3 maanden aan kabinetsformaties [15]
° De wetgevende macht van de Tweede Kamer is beperkt
° De vaststelling van wetten geschiedt door regering en parlement gezamenlijk [16]
° Een wetsvoorstel moet eerst voor advies voorgelegd worden aan de raad van de koning (Raad van State) [17]
° Een in de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel, moet ook nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd [18], waar vaak een andere politieke meerderheid overheerst.

Vrij spel

En wanneer het parlement de belangen van het volk niet goed behartigt, hebben anderen vrij spel. Bijvoorbeeld de banken. Zoals Meyer Amschel Rothschild zei:

“I do not care who makes the laws as long as I control the money”
(“Het kan me niet schelen wie de wetten maakt, zolang ik de baas ben over het geld”)

De banken

In 1974 heeft de regering zich over laten halen om niet meer zonder rente van de centrale bank te lenen, maar tegen rente van privé-banken. Door rente op rente is de staatsschuld explosief gestegen, wat geleid heeft tot massale privatiseringen, eindeloze bezuinigingen en afbraak van sociale voorzieningen. Bijna alle publieke infrastructuur en publieke diensten zijn nu in handen gekomen van op winst jagende ondernemingen en elk jaar gaan miljarden euro’s belastinggeld als rente naar privé-banken.
Het kenmerk van deze banken is, dat uitstaande leningen moeten blijven groeien. [19] Hierdoor stijgt het aandeel rente in de prijzen van producten en diensten steeds verder. Inmiddels bestaat meer dan 1/3 van de consumentenuitgaven uit rente.
Het probleem is, dat het parlement niet onderkent, dat overheidsuitgaven moeten dienen om geld in omloop te brengen. [20] Het is niet aan privé-banken om geld (banktegoeden) voor de overheid te creëren en daar rente over te ontvangen. Het zou zelfs verboden moeten zijn, dat banken banktegoeden in omloop brengen, die niet door geld gedekt zijn..
Het parlement onderkent ook niet, dat de infrastructuur en diensten, die de samenhang van de maatschappij bepalen, niet thuis horen bij private ondernemingen.
Een corrupt parlement leidt tot een incompetent bestuur en een volk, dat in plaats van gelukkig en gerespecteerd te leven, nu al meer dan 40 jaar lang geofferd wordt aan de onstilbare honger van het bankiersgilde.
Rudo de Ruijter isOnafhankelijk onderzoeker. Zijn website: http://www.courtfool.info/nl

Bronnen en opmerkingen:
Grondwet: http://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/2008-07-15
Kieswet: http://wetten.overheid.nl/BWBR0004627/2016-01-01

[1]   Artikel 67.3 van de grondwet bepaalt dat de kamerleden moeten stemmen zonder last, waarmee bedoeld wordt, dat zij niet in opdracht van anderen mogen stemmen. Oorspronkelijk, in 1815, luidde dit artikel “De leden dezer Kamer stemmen voor zich zelven, en zonder last van, of ruggespraak met de vergadering, door welke zij benoemd zijn.” In een latere versie van de grondwet is dit gewijzigd in “de leden stemmen zonder last”, wat dus inhoudt dat het nu elke vorm van last verboden is, inclusief stemopdrachten van de leiders van politieke partijen.
[2]   In het districtenstelsel werden afgevaardigden per district gekozen.
[3]   Evenredige vertegenwoordiging: Grondwet, artikel 53.1
[4]   Toewijzing van zetels: Kieswet, versie 1-1-2016, artikel P15
[5]   Toewijzing van zetels: Kieswet, versie 1-1-2016, artikel P17
[6]   Nee, het is maar een voorbeeld. Ik heb geen enkele pretentie om deel uit te maken van een ondemocratisch parlement.
[7]   Inleveren kandidatenlijst: Kieswet, versie 1-1-2016, artikel H1
[8]   Registratie politieke groepering: Kieswet, versie 1-1-2016, artikel G1
[9]   Eisen registratie politieke groepering: Kieswet, versie 1-1-2016, artikel G1.3
[10] Steunbetuigingen: Kieswet, versie 1-1-2016, artikel  H4
[11] Borg van 11.250 euro: Kieswet, versie 1-1-2016, artikel  H12
[12] Meer dan de helft van de coalities sneuvelt voortijdig
https://nl.wikipedia.org/wiki/Historisch_overzicht_van_kabinetsformaties_in_Nederland
[13] Zie bijv. behandeling burgerinitiatief OnsGeld
https://www.tweedekamer.nl/nieuws/kamernieuws/hoorzitting-naar-aanleiding-van-burgerinitiatief-ons-geld
[14] Zie bijv. debat ratificatie Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM)
ESM: Hoogverraad in het parlement
www.courtfool.info/nl_ESM_Hoogverraad_in_het_parlement.htm
[15] Historisch overzicht kabinetsformaties sinds de Tweede Wereldoorlog
https://nl.wikipedia.org/wiki/Historisch_overzicht_van_kabinetsformaties_in_Nederland
[16] Wetgeving door regering en parlement gezamenlijk: Grrondwet, artikel 81
[17] Advies van de Raad van State: Grondwet artikel 73
[18] Goedkeuring Eerste Kamer vereist: Grondwet, artikel 85
[19] (Zie “Het kankergezwel van de bankiers”)
[20] In de geldkringloop van een maatschappij die zichzelf respecteert, creëert de overheid geld en brengt het in omloop door middel van overheidsuitgaven. Na verloop van tijd wordt het geld door belastingheffing weer uit omloop gehaald (vernietigt). De overheid schept tevens geld voor leningen, wat bij aflossing weer vernietigt wordt. Privé-banken zouden hierin kunnen bemiddelen, maar ontvangen hiervoor een commissie, geen rente.
Wanneer de overheid weigert zijn verantwoordelijkheid te nemen en privé-banken toestaat ongedekte banktegoeden voor leningen te creëren, verstikt het land in de toenemende rentelasten. (Zie “Het kankergezwel van de bankiers”)
Wanneer de overheid bovendien van de burgers jaarlijks miljarden euro’s extra aan belastingen eist om rente aan privébanken te betalen voor uit de hoed getoverde ongedekte banktegoeden, dan zijn parlement en regering naar mijn mening of totaal incompetent, of crimineel.