Piet Akkerman en de slag om Madrid

Facebooktwittergoogle_plusmail
  • Manuel Chaves Nogales, De slag om Madrid, EPO, Berchem, 2015, 223 blz. ISBN 9789462670242
  • Sven Tuytens en Rudi Van Doorslaer, Israël Piet Akkerman, van Antwerpse vakbondsleider tot Spanjestrijder, Algemene Centrale ABVV Antwerpen-Waasland, 2016, 173 blz. ISBN 9789090296845

Dit zijn twee juweeltjes van boeken die voor een gedeelte samenvallen en zelfs complementair zijn.  Een uit 1938 en een uit 2016 waarbij de slag om Madrid tijdens de Spaanse burgeroorlog het centrale thema is. De hommage aan Piet Akkerman is niet alleen inspiratiebron voor vele generaties syndicalisten in dit land, maar bewijst ook dat, zelfs tachtig jaar later, de Spaanse burgeroorlog nog steeds een zeer gevoelig onderwerp is.

Het gebeurt niet zo gauw dat twee boeken, vanuit een heel verschillende optiek geschreven en dan nog in een volledig andere periode, toch zoveel raakvlakken met elkaar kunnen hebben. Het begin van de Spaanse burgeroorlog, en meer bepaald de slag om Madrid die woedt van november 1936 tot februari 1937, is de gemeenschappelijke achtergrond.  Wat is de historische context? De poging tot staatgreep op 18 juli 1936 door een groot deel van het leger tegen de tweede Spaanse republiek mislukte op vele plaatsen in het land onder andere in  Madrid, Barcelona, Valencia en Bilbao. De opstandige troepen rukten vanuit het zuiden (generaal Franco) als vanuit het noorden (generaal Mola) naar de hoofdstad op met de bedoeling die alsnog zo snel mogelijk in te nemen. Het offensief van Mola liep echter vast door het hardnekkige verzet van de republikeinse troepen en milities in de sierra de Guadarrama, een bergketen ten noordwesten van Madrid. Het offensief van Franco vanuit het zuiden via Extremadura daarentegen verliep zeer voorspoedig : op 6 november stonden zijn troepen in de buitenwijken van Madrid. Premier Largo Caballero en zijn regering vluchtten naar Valencia en lieten de verdediging van de hoofdstad over aan generaal Miaja.

De slag om Madrid

Hier begint het boek van Manuel Chaves Nogales waarin deze oudere generaal, maar ook de bevolking van Madrid en de internationale brigades een hoofdrol spelen. ‘De slag om Madrid’ is dan ook de titel van het boek van deze  Spaanse schrijver en journalist, die ooggetuige was van de gevechten rond de Spaanse hoofdstad maar daarover pas twee jaar later in feuilletonvorm verslag deed in het Mexicaanse tijdschrift Sucesos para todos en in Engelse vertaling in The Evening Standard. Generaal Miajas, een sabelvreter van de oude stempel die de republiek trouw is gebleven, stond voor een uiterst zware opdracht: de hoofdstad verdedigen tegen een goed getraind leger, gesteund door Duitsland en Italië, met ‘een haastig in elkaar geflanst volksleger dat ongetwijfeld het meest ordeloze ter wereld is; een leger waarin beschikken over militaire bekwaamheden als een misdaad wordt beschouwd.’ Met uitgeputte, niet getrainde en zeer slecht bewapende manschappen kon het republikeinse legertje de zware aanvalsgolven op de universitaire campus niet tot staan brengen, maar die dag werden er gelukkig verse troepen in de strijd geworpen: de veteranen van de internationale brigades. ‘Velen van hen waren  doorgewinterde soldaten uit de Eerste Wereldoorlog, vooral Duitse communisten van het Thälmanbataljon en Italiaanse anarchisten van het Garribaldibataljon.  Die 3500 veteranen die als geen ander in open veld wisten te vechten,  wierpen zich in het park Casa de Campo, bij de spoorwegbrug Puente de los Franceses en op de campus onbevreesd in de strijd en redden daardoor Madrid.’ (p. 56) Maar dat alles ten koste van heel veel leed. ‘Op de grasvelden waar vroeger de kinderen uit Madrid speelden liggen nu de lijken van soldaten te rotten en het water van de irrigatiekanalen ziet rood van het bloed (p. 120)’, beschrijft oorlogsreporter Chaves Nogales. Vooral de strijd om het strategisch hoger gelegen ziekenhuis kostte ontzettend veel mensenlevens.

‘Verschanst tussen de puinhopen, wordt maand na maand de strijd om dat gigantische gebouw voortgezet dat eigenlijk was opgericht om het menselijk lijden te verlichten, maar dat langzaamaan boven de soldaten instort die het in een bunker en uiteindelijk in een pantheon van de Spaanse jeugd veranderen.’ (p. 121) Spanningen waren er niet alleen omwille van de vijand, maar ook intern boterde het niet altijd, vooral niet tussen de anarchisten en de communisten, wat volgens Chaves Nogales, Franco ten zeerste zal helpen. De auteur brengt ook het geteisterde Madrileense volk in beeld dat ondanks de gruwel van de bombardementen op hun huizen (‘Aan het eind van de middag trokken door de straten van Madrid de begrafenisstoeten achter een draagbaar met daarop een slechts door een laken bedekt lichaam dat zich onder de dunne stof duidelijk aftekende’) de typisch volkse humor toch niet kwijtraakte. Zij noemden het knallen van geweren, mitrailleurs en artillerie hun dagelijkse ‘stoofpot’: het geluid van een pruttelende pan op het fornuis.

Een roman zonder fictie

‘De slag om Madrid’ is een heel bijzonder document dat slechts met heel veel vertraging tot bij ons is geraakt dank zij de uitstekende vertaling en precieze duiding van de tekst door M. Vanderzee. Het is hoogst uitzonderlijk dat je als lezer een caleidoscopische blik van binnenuit krijgt van oorlogsgebeurtenissen. Daarvoor moet je niet alleen journalist zijn, maar ook een uitstekende pen hebben en die had Chaves Nogales ongetwijfeld. De vertaler is dan ook – en zeer terecht – vol lof over de literaire kwaliteiten van deze tekst. Hij noemt ‘De slag om Madrid’ ‘een roman zonder fictie’ door de ritmische resonantie van de oorlog in de taal, door de grote zakelijkheid van de stijl en de beelden en door de treffende formuleringen die elke pathetiek en retoriek, overbodige versieringen en breedsprakigheid vermijden. Voor mij bereikt hij in een korter bestek zelfs het niveau van de Joods-Russische schrijver en oorlogscorrespondent Vasili Grosman die in ‘Leven en lot’ onder meer van binnenuit het beleg van Stalingrad door de Duitse troepen beschrijft. Manuel Chaves Nogales bezondigt zich niet aan goedkope effecten om de lezer gemakkelijk op zijn hand te krijgen. Hij beschrijft weliswaar de slag om Madrid vanuit de republikeinse zijde – hij is zelf geen communist, noch anarchist – maar hij neemt zeker geen loopje met de historische werkelijkheid, want wat hij beschrijft is conform aan de descriptie van de Engelse historicus Hugh Thomas in zijn standaardwerk ‘De Spaanse burgeroorlog’. Die oefening heb ik even gedaan.

Piet Akkerman

Een ander juweeltje is de biografie van Piet Israël Akkerman ‘Van Antwerpse vakbondsleider tot Spanjestrijder’. In het eerste deel wordt the coming of age geschetst van een tweede generatie migrant, geprangd tussen twee culturen. Inderdaad Israël Akkerman wordt geboren in Antwerpen op 22 juni 1913 als tweede zoon van de Poolse immigrant Jozef Akkerman en Bluma Klipper, een Gallisch meisje uit Krakow. Vader Akkerman, zoals zovele Oost-Europese Joodse migranten, weet zich op te werken in de bloeiende diamantsector van Antwerpen, en zijn twee zonen – Emiel is vijf jaar ouder dan Israël – volgen vaders voorbeeld en worden ook diamantbewerkers. De twee broers ontpoppen zich onder invloed van hun Joodse jeugdbeweging en van de communistische jeugd tot jonge rebellen. Die evolutie wordt mooi beschreven in het hoofdstuk ‘Van Jood naar proletariër’: ‘Van de Joodse ‘straat’, van de Joodse Jiddische gemeenschap, zette Israël Akkerman de stap, via het communisme, naar de Belgische maatschappij.’ (p. 36) De twee broers beginnen als diamantbewerkers op een ogenblik dat de diamantnijverheid door de economische crisis in elkaar stort. Vooral de piepjonge Israël laat zich in dat milieu al snel opmerken door zijn combativiteit, wat hem vaak in botsing brengt met de leiding van de reformistische Algemene Diamantwerkersbond. Op zeer jonge leeftijd wordt hij stakingsleider en verandert hij zijn voornaam in ‘Piet’. Akkerman werd een notoire vertegenwoordiger van het communistisch strijdsyndicalisme. In die periode werd Piet Akkerman een Antwerpse communist van Joodse origine en niet meer de Joodse communistische Pool die in Antwerpen woonde.

En toen kwam voor de communistische militant die Akkerman was natuurlijk ook Spanje in het vizier. ‘De Spaanse burgeroorlog ontlokte in België bij voor- en tegenstanders van de republiek een golf van emotionele betrokkenheid die in intensiteit niet was benaderd door enig ander evenement na de Eerste Wereldoorlog.’ (p. 99) Die aantrekkingskracht gold ook voor de gebroeders Akkerman. Op 17 oktober 1936 vertrok Emiel Akkerman, samen met een twintigtal Poolse en Hongaarse Joden uit Antwerpen, naar Spanje en enkele weken later volgde ook Piet Akkerman. Zij sloten aan bij het Frans-Belgische André Marty-bataljon, naar de Franse communist en bevelhebber van de internationale brigades in Albacete. Vanaf dat ogenblik sluit het boek over Piet Akkerman naadloos aan bij ‘De slag om Madrid’ waarin de twee broers terechtkwamen, zonder enige militaire voorbereiding zoals de meeste brigadisten. Wij weten intussen van Manuel Chaves Nogales dat de Franco-troepen begin november aan een grote aanval op het republikeinse Madrid begonnen dat zich onder meer via de internationale brigades met hand en tand verdedigde. Daarin hebben Emiel en Piet Akkerman hun verantwoordelijkheid opgenomen. Het André Marty-bataljon ‘dat meer leek op een gewapende bende dan op een georganiseerde eenheid’ komt op 10 november 1936 aan het front en wordt in de volgende dagen betrokken bij de zware gevechten in de universiteitswijk, waarover ook Chaves Nogales uitvoerig schrijft en waar Emiel als eerste sneuvelde. Piet wierp zich verbeten in de strijd  – op de loop van zijn geweer schreef hij ‘Om Miel te wreken’ – en bracht het door zijn charisma en leiderskwaliteiten op zeer korte tijd tot politiek commissaris. Het zou echter niet lang mogen zijn. Op oudejaarsavond 1936  verliet het André Marty-bataljon het dorp Las Inviernas en voorbij de ruïne van de Ermita de San Miguel vielen ze in een hinderlaag. Piet Akkerman die vooropliep, werd door een kogel geraakt en kreeg vervolgens een bajonetsteek in de buik. Drieëntwintig jaar werd hij.

Inspiratiebron

Het verhaal van dat vergeten, jong en bevlogen leven – Piet Akkerman, wie is dat? – wordt uitstekend beschreven in het gelijknamige boek dat daardoor een prachtige hommage is geworden aan die Vlaamse jongeman van Joodse afkomst die als gedreven communistische syndicalist naar Spanje trekt om daar gewapenderhand het fascisme te bestrijden. Daarvoor stonden niet alleen de vaardige en erudiete pennen van de twee auteurs in – Sven Tuytens en Rudi Van Doorsslaer zijn beiden historici –  maar ook de indringende en originele tekeningen van Jan Vanriet en de gestileerde lay-out met foto’s uit het rijke Amsab-archief. Het mag ook niet onvermeld blijven dat dit heel bijzondere boek een uitgave is van de Algemene Centrale ABVV Antwerpen-Waasland, die hiermee, om het met de woorden van voorzitter Bruno Verlaeckt te zeggen, ‘de consequente strijdlust en vastberadenheid van Piet Akkerman en zijn kameraden als inspiratiebron wil aanreiken voor vele generaties syndicalisten’. En er is meer: uit dit boek blijkt dat door de zoektocht van auteur Sven Tuytens naar het graf van Piet Akkerman, tachtig jaar na de feiten, nog steeds geen enkel Spaans gemeentebestuur in de wijde omgeving bereid was om een herdenkingsbord voor Piet Akkerman te plaatsen. Spanje worstelt nog steeds met een onverwerkt verleden. De hommage aan Piet Akkerman maakt blijkbaar heel wat los, niet alleen bij ons, maar zeker ook in Spanje.

Israël Piet Akkerman, van Antwerpse vakbondsleider tot Spanjestrijder,
Sven Tuytens en Rudi Van Doorslaer
Algemene Centrale ABVV Antwerpen-Waasland
2016
173
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.