De erfenis van Etienne Tshisekedi, de Congolese oppositie onthoofd

Facebooktwittergoogle_plusmail

“Een van de komende dagen wordt in de Congolese hoofdstad oppositieleider Etienne Tshisekedi begraven, verleden week op 84-jarige leeftijd in Brussel gestorven. Maar laten we een slag om de arm houden want zijn partij, de UDPS, wil eerst, voor er sprake is van een begrafenis, dat er een regering van nationale eenheid komt, met een premier die uit oppositierangen komt, in uitvoering van een eind vorig jaar gesloten akkoord. Met Tshisekedi’s dood is er niet zomaar een tijdperk ten einde gekomen. Tshisekedi wàs een tijdperk. Guy POPPE overloopt het.”

Als de piepjonge stafchef van het Congolese leger, Joseph Mobutu, in september 1960 een einde maakt aan het gebakkelei tussen president Kasavubu en premier Lumumba en een college van commissarissen installeert, een groep van voornamelijk studenten, is de bijna afgestudeerde jurist Tshisekedi één van hen, als adjunct op Justitie. Tot aan zijn dood, ruim 56 jaar later, is hij een van Congo’s politieke tenoren gebleven. Alsof in België Gaston Eyskens nog altijd actief zou zijn!

Tshisekedi zet dus zijn eerste stappen in de Congolese politiek aan de hand van Mobutu. Een hele tijd blijft hij met hem samenwerken, ook na de generaal zijn tweede staatsgreep in november 1965. Hij is minister, schrijft mee aan de nieuwe grondwet en staat mee aan de wieg van de eenheidspartij. Pas in 1977 stelt Tshisekedi zijn eerste oppositiedaad: hij schrijft de president een kritische brief. Tshisekedi heeft genoeg politieke feeling om te ruiken dat de mot in zijn regime zit. De koperprijs is immers in elkaar gestort en Mobutu heeft net met de hakken over de sloot de eerste oorlog in Katanga overleefd.

De oppositie krijgt vorm

Drie jaar later, in 1980, komt Tshisekedi voorgoed als opposant uit de kast: samen met twaalf andere parlementsleden pleit hij voor meer democratie. In 1982 richt hij de Union pour la Démocratie et le Progrès Social op, de UDPS, nu nog één van Congo’s belangrijkste oppositiepartijen. Er volgt een periode dat niets hem bespaard blijft: gevangenisstraf, het gebruik van fysiek geweld, een behandeling als geesteszieke en ballingschap, zowel in eigen land als in België. In die jaren kom ik hem wel eens tegen, bij zijn broer op de Antwerpse linkeroever of in een eenvoudig optrekje in Sint-Gillis, waar hij zit te wachten tot minister van Justitie, Jean Gol, zijn uitreisverbod opheft. Ik leer iemand kennen die geen oppositie voert in de hoop dat Mobutu hem straks een sinecure aanbiedt, een man die de politiek niet gebruikt om zich te verrijken. Tshisekedi is een verademing als je hem vergelijkt met wie er hier allemaal in de jaren tachtig een tijdje als zelfverklaarde opposant rondhing. Hij heeft nog niet de status van volksheld – zijn koosnaam Tshitshi krijgt hij pas later – maar hoe dan ook verwerft hij in die periode een reputatie bij flink wat Congolezen, die niet meer stuk te krijgen is.

Het einde van Mobutu

In april 1990 staat Mobutu internationaal en in eigen land in die mate onder druk dat hij de eenpartijstaat opheft. De Muur van Berlijn is gevallen, er is geen nood meer aan een communistenvreter als staatshoofd en in de schoot van internationale instellingen als IMF en Wereldbank willen ze de al jaren zonder veel succes opgelegde neoliberale economische maatregelen graag gepaard zien gaan met een portie democratie. In eerste instantie schept Mobutu ruimte voor twee andere politieke formaties. Eén daarvan is de UDPS, dat geeft hij node toe op de persconferentie, de naam van zijn vermaledijde tegenstander krijgt hij niet over de lippen. Die dag ontdek ik de zwakke punten van Tshisekedi. Als ik ’s avonds met de taxi bij hem thuis in de wijk Limete arriveer, wil hij geen verklaring afleggen. Als hij dat ’s anderendaags wel doet, is ze weinigzeggend en verward. Tshisekedi heeft geen klare kijk op waar hij met zijn land naartoe wil en gaat ervan uit dat de macht hem in de schoot valt, omdat hij daarop recht heeft. Tshisekedi, de Sfinks, zo noemen ze hem wel eens. Ik begin te begrijpen waarom.

Tshisekedi op het voorplan

Dat je moet vechten om een dictator te verdrijven en je mogelijk een blauwtje oploopt als je dat niet doet, blijkt de volgende jaren. Als de Nationale Conferentie Tshisekedi in augustus 1992 tot eerste minister verkiest, duurt zijn rijk hooguit een maand of vier. Hoe goed hij ook omringd is – het contact met zijn comité de réflexion politique is elke keer goed voor een avond grondig doorpraten -, hij krijgt zijn beleid niet op de rails. Mobutu is te geslepen en nog gewiekst genoeg om de besluiten van de Nationale Conferentie te kortwieken en in Brussel geven ze het gauw op om Tshisekedi ondersteuning aan te bieden. “Hij kan het niet”, hoor je hardop zeggen in de cenakels van de macht. Een merkwaardige houding. Alsof Mobutu een kwarteeuw lang bewezen had dat hij het wel kon.

Het lukt Tshisekedi dus niet om Mobutu van de troon te stoten. In april 1997, enkele weken voor Laurent Kabila dat wel doet, aanvaardt Tshisekedi zelfs opnieuw het premierschap uit handen van Mobutu, niet zijn laatste politiek onbegrijpelijke zet. Maar vanaf mei komt er een einde aan zijn ambitie om Mobutu op te volgen. Kabila sr. doet dat in zijn plaats en zet daarmee de toon voor de volgende twintig jaar: de macht in Congo komt toe aan wie ze met geweld grijpt. De Nationale Conferentie faalt in haar poging om een vreedzame overgang naar democratie vorm te geven. Tshisekedi valt terug op zijn rol van eeuwige opposant.

Tshisekedi naar de stembus

Boven water komt Tshisekedi pas, als er in juli 2006, na een jarenlange oorlog en een ellenlange overgang, voor het eerst democratische verkiezingen komen in Congo. Hij roept op om ze te boycotten. Dat lukt aardig – in een stad als Mbuji Mayi b.v., in zijn bolwerk Kasaï, gaat het leven zijn gewone gang, er is geen affiche of spandoek te bespeuren – maar hij zet zichzelf en zijn partij wel buitenspel en geeft Joseph Kabila carte blanche om zijn presidentschap via de stembus te legitimeren. Alweer een politiek onbegrijpelijke zet. Op het einde van de oorlog, in juli 2002, had hij me in Goma een andere demarche van hem proberen uit te leggen. Toen was hij daar op het hoofdkwartier van de RCD-rebellen, én in Rwanda, zoete broodjes gaan bakken, met een alliantie tegen Kabila jr voor ogen. Tshisekedi was soms onnavolgbaar in zijn politieke bespiegelingen.

Maar Tshisekedi is als een kat met negen levens. In 2011 komt hij op tegen Kabila jr. en wie zal er zeggen wie van hen de presidentsverkiezingen feitelijk gewonnen zou hebben, mocht er geen grootscheepse fraude gepleegd zijn bij de verwerking en de telling van de resultaten? Zelfs uit de vervalste uitslag kun je afleiden dat Tshisekedi niet alleen in Kasaï en Katanga veel kiezers aantrekt. Tshisekedi gaat ervan uit dat het ambt hem toekomt. Hij blijft zich beschouwen als minstens de numero uno van de Congolese oppositie en ís dat ook, met zijn aanzien en prestige. Met de UDPS, stukken beter georganiseerd dan andere partijen, slaagt hij keer op keer erin om van Kinshasa en andere steden een ville morte te maken en om massa’s te mobiliseren, zowel om te betogen als om hem te verwelkomen wanneer hij weer eens naar Congo terugkeert, na een lang verblijf in het buitenland om gezondheidsredenen.

De huidige impasse

Geen wonder dat Tshisekedi onlangs aangewezen was om de Conseil national de suivi de l’accord et du processus électoral voor te zitten. Die Raad moet de nazorg op zich nemen van het onlangs gesloten akkoord, dat beoogt om voor het einde van 2017 verkiezingen te houden en zo de opvolging van Kabila jr. te verzekeren. Door zijn manoeuvres was het de president verleden jaar gelukt om de grondwet te omzeilen, de geplande verkiezingen af te blazen en na 19 december, het einde van zijn mandaat, gewoon te blijven zitten.

Tshisekedi was de gedoodverfde kandidaat om toezicht uit te oefenen op de uitvoering van dat akkoord, tot aan zijn dood was en bleef hij incontournable. Al was hij beslist niet ongecontesteerd. Denk aan wat hem overkwam in 2003, toen de vredesovereenkomst stipuleerde dat de politieke partijen en de maatschappelijke organisaties tijdens de overgang recht hadden op één van de vier posten als vicepresident en hij uiteindelijk naast de prijzen viel. Ook de talloze dissidenties en scheuringen in de schoot van de UDPS wijzen erop dat onder zijn aanhangers lang niet iedereen het altijd eens was met de stellingen die de onverzettelijke Moïse innam. Moïse, een andere koosnaam, Mozes, de man die zijn volk door de woestijn leidde. Voor zo iemand zagen talrijke Congolezen hem aan. Zijn populariteit staat als een huis, daar kun je na bijna veertig jaar oppositiebestaan niet naast kijken.

Tshisekedi, een balans

Onverzettelijk was hij, koppig en onkreukbaar. Rechtlijnig meestal, als je de onverklaarbare kronkels op zijn parcours even wegdenkt. Tshisekedi is een van de weinigen die, gezien zijn allure en zijn aanhang, als de weg naar democratie geen pad van voetangels en klemmen geweest was, zijn stempel op Congo had kunnen drukken. Al rijst zeker de vraag, met welk programma hij dat gedaan zou hebben. Maar stel je voor dat hij bij de presidentsverkiezingen eind dit jaar (wishful thinking ?) nog eens zelf opgekomen was en dat hij ze gewonnen zou hebben! Het had gekund maar het zal dus nooit gebeuren.

Tshisekedi is onvervangbaar. Wie kan er na zijn overlijden claimen dat hij de voor iedereen aanvaardbare figuur is die erop toekijkt of het nog niet eens van start gegane, zoveelste overgangsproces evolueert zoals het hoort? De strijd voor zijn opvolging als hét boegbeeld van de oppositie ligt open. Het moet blijken of de UDPS zonder Tshisekedi, en misschien met zijn zoon Félix aan de knoppen, haar greep op de oppositie behoudt. De partij moet duidelijkheid scheppen waar ze staat en waar ze naartoe wil.

Tshisekedi’s overlijden opent mogelijkheden voor Joseph Kabila voor een zoveelste manoeuvre in het donker. En die zijn er. Al meteen na de ondertekening van het laatste politieke akkoord, even voor middernacht op oudejaarsavond, zit er een vlieg in de boter. De kliek aan de macht begint aan een rondje kommaneuken. Het zit de president, die zelf niet mee onderhandeld heeft en de overeenkomst ook niet ondertekend heeft, kennelijk hoog dat de nakende verkiezingen definitief een streep trekken onder zijn rijk, dat er geen sprake kan zijn van een referendum om de grondwet in voor hem gunstige zin te wijzigen en dat het de oppositie toekomt, en zij alleen, om de eerste minister aan te wijzen. Het gevolg is dat we bijna zes weken na de sluiting van het akkoord geen stap verder zijn. Er is geen nieuwe premier, de verkiezingsdatum is niet vastgelegd, politieke gevangenen blijven in de cel, televisiestations zijn niet opnieuw in de ether, concrete uitvoeringsmaatregelen blijven uit.

Eindeloos getalm en gedraal, nadat er een overeenkomst op papier gezet is, is een handelsmerk van de Congolese politiek. Of de bisschoppen, die tot het uiterste gegaan zijn om hun bemiddeling in een concrete afspraak uit te laten monden, in staat zijn om ook in de meanders van het Congolese gekonkelfoes een rol van betekenis te spelen, is zeer de vraag. Of Kabila en zijn medestanders dat wel willen, is een andere.

Maar dat er achter de politieke loopbaan van Tshisekedi na 67 jaar een punt gezet is, schept ook kansen. De Congolese politiek heeft behoefte aan jong bloed, de huidige politieke klasse overleeft zichzelf. Het valt op dat bij de laatste oprispingen van politiek verzet niet de partijen het voortouw genomen hebben, ook niet de UDPS, maar de georganiseerde samenleving, een jongerenbeweging als Lucha (Lutte pour le Changement) b.v., waarvan het kopstuk, Fred Bauma, anderhalf jaar achter de tralies gezeten heeft. Kunnen zij een doorbraak bewerkstelligen, die de verstarde politieke elite maar niet voor elkaar krijgt?

Maar hoe dan ook is het in dit levensbelangrijke jaar voor Congo, nu het voor de toekomst van de democratie erop of erover is, een handicap dat een oude krijger de strijdbijl definitief begraven heeft.

Guy Poppe (°1946) is gewezen radiojournalist bij de openbare omroep VRT. Bij het brede publiek is hij vooral bekend als Afrikaspecialist.