Daesh (IS) taaier dan voorspeld

Palmyra voor IS terugkwam
Palmyra voor IS terugkwam
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Iraakse stad Mossoel zou eind 2015 heroverd zijn op Daesh (IS, islamistische Staat) had Bagdad voorspeld. In de Libische stad Syrte zou IS na enkele weken verjaagd zijn, luidde het in mei 2016. De nakende val van de “hoofdstad” van IS, Raqqa in Syrië, is het voorbije half jaar al enkele keren aangekondigd. Maar het is IS dat Palmyra enkele weken geleden heroverde, het is IS dat het Syrische Deir-er-Zor volledig aan het inpalmen is. Het kalifaat is blijkbaar gevoelig onderschat.

Mossoel

In juni 2014 vluchtte het Iraakse regeringsleger hals over kop uit Mossoel, al het materiaal achterlatend voor IS. Bagdad begon daarop in allerijl, met Amerikaanse en enige Iraanse bijstand,  het leger weer op poten te zetten en kondigde de snelle herovering van de miljoenenstad aan. Maar 2015 ging voorbij zonder enige aanzet tot een offensief.

2016 zou het jaar van de herovering worden. Ook toenmalig VS-president Barack Obama kondigde aan dat Mossoel tegen het einde van het jaar zou bevrijd zijn. In september ging een brede coalitie aan het werk. Het Iraakse regeringsleger met Koerdische peshmerga’s en Amerikaanse experts, met nauwelijks op de achtergrond Iraanse adviseurs, sjiïtische milities uit Irak, Iran, Afghanistan, Turkse troepen met Ottomaanse dromen.

Koerdische eenheden baanden de weg in de omgeving van de stad, Iraakse elitetroepen trokken in november de stad binnen. Ze gingen niet door de boter, eind 2016 werd niet gehaald om de herovering aan te kondigen. Het werd verschoven tot het vertrek van Obama uit het Witte Huis. Na vijf maanden zware gevechten en grote verliezen bij de Iraakse elitetroepen, is het grootste deel van Mossoel nog altijd stevig in handen van IS. Een legerwoordvoerder ontkende trouwens deze week eerdere legerberichten dat het leger het oosten van de stad volledig in handen heeft.

Raqqa

Op 1 april vorig jaar kondigden de Koerdische leiders van het Syrisch Democratisch Front een offensief aan om IS uit hun ‘hoofdstad’, Raqqa, te verdrijven. Ze konden op de Amerikaanse luchtmacht rekenen voor hun opmars naar Raqqa. Maar na twee maanden stonden ze nog niet veel verder (enkele kilometer)  en werd het stil rond dat offensief.

In oktober 2016 nam de toenmalige VS-minister van Defensie Ash Carter samen met het Syrisch Democratisch Front de draad weer op. Er werd een nieuw offensief aangekondigd, waarop Turkije eiste dat Turkse troepen de plaats van de Koerden en hun bondgenoten zouden innemen – wat Washington afwees met het argument dat alleen het door de Koerden geleide front in staat was IS te verslaan. IS moest sindsdien terrein prijsgeven, maar blijkt telkens weer in staat tot tegenoffensieven en operaties die de vijand nog ver van Raqqa houden.

Intussen

Intussen voert IS zelfs een offensief ten westen van Raqqa. Vorige week stuurde Damascus in allerijl troepenversterkingen naar het stadsdeel van Deir-er-Zor, aan de Eufraat, dat zij nog in handen heeft. De regering controleert al twee jaar slechts de helft van die stad en vorige week slaagde IS erin dat deel zelfs in twee te snijden. De toestand is er voor de regering zo benard dat de Russische luchtmacht massaal werd ingeschakeld om de val van Deir-er-Zor te voorkomen.

En intussen vernielt IS in het een maand eerder heroverde Palmyra verder prachtige monumenten, waaronder het theater waar de Russen vorig jaar een concert gaven om de zege op IS in Palmyra te vieren. Vorige maand liet het regeringsleger er alles achter om zo snel mogelijk te kunnen ontkomen aan IS, dat nooit ver weg was geweest.

IS op de terugweg in Irak en Syrië? Laten we daar dus voorzichtig mee zijn, het is duidelijk dat de macht werd onderschat van dit kalifaat dat een beroep kan doen op militaire genieën die ooit Saddam Hoessein dienden. En op chefs die ervaring opdeden aan andere fronten, zoals talrijke Tsjetsjenen. Het krijgt dagelijkse versterkingen uit drie continenten – met blijkbaar een recente toevloed uit Centraal-Azië. De vele gesneuvelden worden snel vervangen door nieuwe kandidaat-martelaars.

Libië

Er is trouwens niet alleen het front Syrië-Irak. Vorige week maakte Washington bekend dat de Amerikaanse luchtmacht in de buurt van de stad Syrte meer dan 80 militanten van IS had gedood bij de bombardementen op IS-kampen. In mei vorig jaar lanceerden Libische milities een aanval op het IS-bolwerk Syrte van waaruit IS tot kort daarvoor een kuststrook van 200 km controleerde. Vooral de militie van Misrata, die een grote rol speelde in de val van het Kadhafi-bewind, leed daarbij zware verliezen.

Het duurde zeven maanden eer het bericht viel dat IS uit Syrte was verdreven, ook al kwam er nooit zekerheid of dat wel zo was. Intussen zaten ze in Tunesië met de schrik dat al die militanten van IS naar Tunesië zouden afzakken. Acht maanden na het begin van het offensief blijkt IS nog altijd sterk ingeplant is in de streek van Syrte. De aanwezigheid van IS is voor Moskou trouwens aanleiding om zich in naam van de strijd tegen het terrorisme, meer en meer te gaan bemoeien met Libië. Moskou steunt daarbij generaal Haftar die het oosten van Libië, met de belangrijkste oliehavens, controleert.

Chorasan

Moskou bemoeit zich ook steeds meer met Afghanistan, onder meer omdat IS daar actiever is. Rusland vergadert daarover regelmatig samen met Pakistan en China, want die zijn beducht voor de opmars van IS in een bredere regio, van Pakistan en de Chinese provincie Xiang tot Turkmenistan. IS propageert het idee van het herstel van Chorasan, de historische regio in Centraal-Azië van waaruit moslims gewapend optrokken naar Jeruzalem en waaraan IS zijn vlag ontleent.

Daesh – IS – is dus allesbehalve een zieltogend verschijnsel. De berichten dat sommige Iraakse militairen zich beestig zouden gedragen in gebieden waar IS werd verdreven, geven geen vertrouwen aan een bevolking die tussen IS en wraakzuchtige sjiïtische milities geprangd zit.

Washington is er, een beetje laat, wijselijk vanuit gegaan dat de strijd tegen IS omzichtig moet gebeuren, dat de soennieten uit de gebieden waar IS de plak zwaaide of zwaait niet het gevoel mogen krijgen dat IS hen tegen nog erger beschermt. Dat die vrees er is, legt misschien ten dele uit waarom de strijd tegen IS redelijk moeizaam verloopt. En dat de diverse partijen betrokken bij de strijd tegen IS elk zeer uiteenlopende doelstellingen hebben en soms regelrecht tegenover elkaar staan, maakt het bestrijden van IS ook niet makkelijker. Het Turkse bewind vindt, na lang IS te hebben gedoogd zoniet gesteund, de strijd tegen de Koerden nog altijd het belangrijkste. Ze zullen die Koerden liever tegenwerken, dan hen toe te laten de zege te claimen. Dat IS niet op de conferentie over Syrië in Astana zit, is uiteraard evident. Maar dat de Koerden ook uitgesloten zijn, ene eis van Ankara, is ronduit misdadig.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.