Peilingen. Of hersenspoeling?

Peilingen. Of hersenspoeling?
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Franse krant Le Parisien bestelt geen peilingen meer in de aanloop tot de Franse presidentsverkiezingen in mei. Een in alle opzichten wijs besluit. Na de vele debacles van de grote opiniepeilers alom, lijken peilingen toch wel een serieuze geldverspilling. Maar ze leveren veel voer voor media die dan uitgebreid commentaar kunnen leveren en prognoses maken om lezers en kijkers te vermaken. Het zal hen worst wezen of die betrouwbaar zijn. En zo worden die peilingen gebruikt niet om de opinies te peilen, maar om ze te oriënteren. Peilingen maken vaak deel uit van de manipulatie van de opinie.

Het besluit van de Parijse krant viel terwijl er net een eerste peilingen werd gepubliceerd rond de voorverkiezingen bij de Belle Alliance Populaire. Dit is de ridicule benaming voor de zogenaamde ‘alliantie’ van de socialistische PS met de “linkse Radicalen” (een liberaal annex van notabelen) en een kleine groene beweging, afgesplitst van de groene EELV.

Die peiling is meteen een schoolvoorbeeld van de rommel die peilers produceren. Met veel verve wordt ex-premier Manuel Valls als grote favoriet uitgeroepen, want hij zou 43% achter zich krijgen van degenen die zeggen dat ze zeker aan die ‘primaire’ zullen deelnemen. Zijn linkse rivalen komen ver achter: Arnaud Montebourg op 25%, Benoit Hamon op 22%. De vier andere kandidaten komen er niet aan te pas, aldus de peiling van ‘Harris Interactive’.

Percenten

Onmiddellijk regende het commentaren in de pers, op radio en tv en op de ‘sociale media’ over de koppositie van Valls. 43%. De peilers hadden 6245 Fransen gecontacteerd, van die hadden er 478 gezegd dat ze op 22 januari naar de eerste ronde van die voorverkiezingen zullen gaan. Bij de 222 sympathisanten van de PS scoort Valls 57%. Dat gaat dan welgeteld om 123 personen. Bij de 91 sympathisanten van links buiten de PS zakt het tot 12 %, 11 personen. 165 kregen geen etiket. En dat zou representatief zijn voor het land of voor de naar verwachting tussen één en twee miljoen deelnemers aan die primaire?

Intussen heeft een dergelijke peiling wel weerslag op stemgedrag. Sommigen hebben de neiging in voor- en gewone verkiezingen tactisch of nuttig te stemmen, afgaande op peilingen. Bij open voorverkiezingen, waaraan in principe iedereen kan deelnamen, zetten peilingen buitenstaanders aan om ook te gaan stemmen, soms om kandidaten van een ander kamp te helpen blokkeren.

De schok van de primaire van rechts in november ligt nog zeer vers in het geheugen. Alle peilers voorspelden een race tussen oud-premier Alain Juppé en oud-president Nicolas Sarkozy. Het werd, met zeer ruime voorsprong, 44%, outsider François Fillon. Franse peilers vergisten zich al eerder. In 1965 voorspelden ze van in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen een ruime zege van Charles de Gaulle. Maar er was een tweede ronde nodig. Bij de verkiezingen van 2002 had geen enkele peiler het zien aankomen dat Jean-Marie Le Pen de tweede ronde zou halen (en dat de socialist Lionel Jospin werd uitgeschakeld).

Macron?

Bijna dagelijks komen er nu al peilingen – voor men de volledige kandidatenlijst kent – over de eigenlijke presidentsverkiezingen in mei. Het is opvallend hoe Emmanuel Macron naar voor wordt geschoven. Deze ex-medewerker van president François Hollande en ex-minister van Economie die in de lente met ‘En marche’zijn eigen weg ging, is een chouchou van het Franse patronaat. Bij de Medef, de patronale bond, kan hij op fel applaus, en steun, rekenen.

Ineens schuiven diverse peilingen hem zelfs naar voor als een mogelijke winnaar. Hij is dan ook niet uit de media weg te slaan. De linkse kandidaat Jean-Luc Mélenchon berekende dat Macron in die maanden 51 keer de kop van voorpagina’s haalde en de magazines behandelen hem als een grote vedette, een ‘star’. Bij peilingen over verkiezingen in een vroeg stadium blijkt altijd dat naambekendheid een eerste voorwaarde is. Dankzij de media kan Macron daar niet over klagen. Er zijn nu peilingen die hem voor Marine Le Pen brengen, zodat hij zich nu kan aandienen als de enige die met toch een beetje zachtroze linkse stempel uiterst-rechts uit de tweede ronde kan houden. En alweer een andere peiling moet aantonen dat de Fransen hem liever hebben dan de rechtse favoriet Fillon.

Bestelde peilingen: Sarkozy was tijdens zijn ambtsperiode een duchtig besteller van peilingen. Dat gebeurde, zonder aanbesteding, bij de firma Publifact van zijn grote inspirator, de uiterst-rechtse Patrick Buisson die zo miljoenen euro opstreek. Maar het ging niet alleen om verduistering van openbare fondsen: Buisson gebruikte die peilingen om Sarkozy tot steeds rechtsere standpunten te bewegen. Peilingen dienden hier om het beleid bewust bij te sturen.

Pioniers

Zolang er politieke opiniepeilingen zijn, bestaat er twijfel aan hun betrouwbaarheid. In 1916 organiseerde de Amerikaanse ‘The Literary Digest’ een peiling door miljoenen postkaarten rond te sturen met de vraag op wie men zou stemmen; ze telden de binnengekomen antwoorden en kwamen uit op Woodrow Wilson, die inderdaad won. De Digest was echter minder succesrijk in 1936 toen het op basis van een peiling onder zijn lezers de zege van Republikein Alf Landon voorspelde. Men had er geen rekening mee gehouden dat het welvarende publiek van dit blad gemiddeld meer Republikeins gezind was en dus niet representatief. Gallup had een kleinere peiling gedaan, maar wel onder een representatievere populatie en voorspelde correct de zege van Franklin Roosevelt.

De peilingen kregen een serieuze klap in 1948. Bekend is de foto van Democraat Harry Truman die na de verkiezingen van 1948 de krant Chicago Tribune laat zien met de titel dat Dewey winnaar is. Ze waren op grond van peilingen zo zeker van de overwinning van de Republikein dat ze de krant al drukten eer de uitslagen bekend waren. In 1945 voorspelden alle peilers, op Gallup na, de zege voor de Britse Conservatieven van Winston Churchill, maar Labour won. Desondanks schoten de peilinginstituten in Europa als paddestoelen uit de grond en werden ze een belangrijk onderdeel van het politieke drama. In Europa gingen de peilers in 1938 van start met het Franse IFOP (Institut Française d’Opinion Publique).

Rampenlijst

Ondanks de “verfijning” van de methodes, blijft de betrouwbaarheid, zelfs met de zogenaamde foutmarges, twijfelachtig. Weinig peilers voorzagen de zege van Trump in het kiescollege. Dat de voorstanders van Brexit het met 52 % zouden halen, was voor de meeste peilers ook een verrassing. Toen de IJslanders in oktober vorig jaar naar de stembus werden geroepen, voorspelden de meeste peilingen een triomf voor de Piratenpartij waarvan de leidster al als volgende premier werd genoemd. De partij boekte winst, maar 14 % en de derde plaats was niet de voorspelde zege waaraan de ernstige Monde Diplomatique bij voorbaat zoveel aandacht had besteed. In Italië werd bij het recente referendum over de Senaat een nek-aan-nek voorspeld; het werd 60 % tegen.

Met de jongste peilingperikelen in Frankrijk rijst alweer de vraag: waarom zoveel belang hechten aan (dure) peilingen? Le Parisien heeft misschien een trend gezet naar meer behoedzaamheid. Laat het maar aan de partijen zelf over te peilen wat de burgers over hen denken, terwijl de burger-kiezer best de resultaten van echte verkiezingen afwacht.

Zie ook

Sondagegate: Sarkozy en UMP in radicaal-rechts vaa... Frankrijks gewezen president Nicolas Sarkozy en vooral zijn inspirator Patrick Buisson zijn de spilfiguren van een peilingschandaal, een “Sondagegate”.  Anticor, een beweging voor corruptiebestrijding heeft klacht ingediend wegens favoritisme en...