De wereld zonder de USSR (3)

De wereld zonder de USSR
Facebooktwittergoogle_plusmail

Een halve eeuw lang was de wereld in twee kampen verdeeld, het “vrije Westen”, de “rode Sovjetwereld”. Met elk hun eigen militaire blokken, Navo en Pact van Warschau:. Dat laatste had in 1989, na de afbraak  van de Berlijnse Muur, de geest gegeven. Met de implosie van de Sovjet-Unie 25 jaar geleden bleef er slechts één supermogendheid over, de Verenigde Staten. Het duurde nog even eer men sprak van een multipolaire wereld met een nieuwe wisselvallige rolverdeling. Met de USSR verdween ook een alternatieve maatschappijvorm, de “vreedzame wedijver” was niet meer.

“Model”

Vreedzame wedijver, het was een term uit de periode dat Nikita Chroesjtsjov (1953-1964) in Moskou de baas was. De Koude Oorlog woedde wel volop, maar Moskou had het over “vreedzame coëxistentie” tussen twee blokken die met elkaar wedijverden. En Chroesjtsjov was ervan overtuigd dat het Sovjetmodel, later  het “reële socialisme” genoemd, kon wedijveren met het kapitalistische Westen. De successen in de ruimtevaart – Spoetnik, Gagarin – waren daar als bewijzen dat het kon.

Maar ondanks de destalinisatie verminderde de aantrekkingskracht van dat model. De werkelijkheid van dat ‘reële socialisme’ was op zichzelf al onaantrekkelijk genoeg, westerse politici en media deden daar nog een grote schap bovenop. Maar ook meer en meer communisten in het Westen namen afstand van “het moederland van het socialisme”, eerst na de Hongaarse opstand van 1956 en later vooral na het neerslaan in 1968 van de ‘Praagse lente’, poging tot een “socialisme met een menselijk gezicht” .

Bedankt

Niettemin droeg het bestaan alleen al van de USSR ertoe bij dat er in de westerse landen een sociaal beleid werd gevoerd. We hebben ons stelsel van sociale zekerheid deels aan die Sovjet-Unie en aan de schrik voor de communisten te danken. Onze regeerders hadden schrik van die communisten die na de Tweede Wereldoorlog in enkele landen (Frankrijk, Italië….) zeer veel aanhang hadden. Die regeerders wilden met goede sociale en collectieve voorzieningen de strijd om de harten van de kiezers winnen.

Met het wegvallen van de regimes van het “reële socialisme” viel er een druk weg op een moment dat het neoliberalisme in volle opmars was met Reagan in de VS, Thatcher in het Verenigd Koninkrijk.

Met de implosie van het “model” raakten veel communistische partijen in een nog grotere crisis. Prestigieuze partijen als de Italiaanse doekten zichzelf op, enkele, zoals de Franse, leven verder, maar in een marginaal bestaan. Van de ooit invloedrijke Komintern (communistische internationale) schoot ook op het moment van de verdwijning van de Sovjet-Unie al niet veel meer over. Die Komintern was onder Stalin verworden tot een aanhangsel van Moskou’s belangen. Met de breuk tussen Moskou en Peking in 1960 werd de crisis van het ‘wereldcommunisme’ alleen maar erger. Met de USSR verdween wat nog restte van internationale communistische beweging.

Groot, niet super.

De Sovjet-Unie was weg, de Russische Federatie met haar president Boris Jeltsin nam enkele plaatsen in: Rusland nam de permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad (met vetorecht) over. En ook het nucleair arsenaal. Daarmee bleef het nieuwe Rusland nog een grote mogendheid, maar het super was weg.

De Comecon, het economisch samenwerkingsverband tussen USSR en zijn (gedwongen) bondgenoten, was weg. Ook het Pact van Warschau had de geest gegeven, zodat even werd verwacht dat de Navo eveneens zou inpakken, de grote vijand was er immers niet meer. Washington en zijn partners zouden snel andere taken bedenken, ze breidden de actieradius ver uit, tot de grens met China (Afghanistan). Moskou hoopte zijn “nabije buitenland” als invloedszone te kunnen behouden – de 15 republieken min de drie Baltische. Er kwam een Gemenebest van onafhankelijke staten (Gos), maar dat was een doodgeboren schepsel.

Roof van de eeuw

Met Jeltsin aan de macht in Moskou zat het Westen 25 jaar geleden op rozen. De president en zijn omgeving gedroegen zich als vazallen, glunderend dat ze aan de zij van westerse leiders op het wereldpodium mochten. De Russische leiders haalden Amerikaanse adviseurs binnen om hun droom waar te maken: zelf kapitalist worden.

Dat gebeurde zowel in Rusland als in andere ex-Sovjetrepublieken razendsnel, met een schoktherapie. Een van de grote schoktherapeuten, Jeffrey Sachs, betreurde later dat hij had meegewerkt aan wat Nobelprijswinnaar Alexander Solzjenitsyn de grootste plundering van de 20ste eeuw noemde, de ‘privatiseringen’. Voor het Westen was alles dik in orde, Jeltsin was een grote hervormer want hij “privatiseerde”. Het toverwoord waarmee alles werd goedgepraat, ook het feit dat hij het Russisch parlement (dat hem nog had verkozen) in 1993 zwaar deed bombarderen, met meer dan honderd doden.

Het waren niet de enige doden van hervormer en democraat Jeltsin. Op zijn bevel richtten zijn troepen een bloedbad aan in het opstandige Tsjetsjenië; maar desondanks nam de Raad van Europa, bewaker van mensenrechten, het volgzame Rusland als lid aan.  Toen was er geen sprake van sancties, was Jeltsin was “een van ons”.

Oligarchen

Met de verdwijning van de Sovjetwereld in 1989-1991 kwam ineens veel meer ruimte vrij voor een grenzeloze neoliberale mondialisering. Jeltsin betekende, met enthousiaste steun van het Westen, de triomf van de oligarchen, vaak telgen uit de Sovjetnomenklatura die bij de grote profiteurs van de privatiseringen waren.

Dat is met Poetin als president van Rusland niet veranderd. Hij heeft de oligarchie geconsolideerd en uitgebreid met mannen (zelden vrouwen) uit zijn omgeving. Die omgeving zijnde de inlichtingendienst FSB waar Jeltsin hem aan het hoofd plaatste om uit handen van de justitie te kunnen blijven. De eerste daad van Poetin als president, het prille begin van deze eeuw, was immuniteit verlenen aan zijn voorganger. Hetzelfde verhaal van oligarchen vinden we in de andere gewezen Sovjetonderdelen.

Toch is Rusland niet volledig ingeschakeld in die neoliberale mondialisering. Een deel van de oligarchen wil dat wel, maar enkele van hen zijn vakkundig uitgeschakeld (zoals oliebaron Michail Chodorkovsky). Poetin wil geen uitverkoop van strategische sectoren, een van de redenen voor de spanningen met een deel van het Westen.  De kringen rond Poetin willen zoveel mogelijk voor zichzelf houden.

Omsingeld

Jeltsins droom in 1992 dat het Westen Ruslands invloedssfeer zou erkennen, bleek een illusie. Na de aanslagen van 11 september 2001 koesterde Poetin de hoop dat hij als bondgenoot in de strijd tegen het internationaal terrorisme op westerse dank kon rekenen. Ook dat werd een illusie.

Moskou zag daarentegen in de oostwaartse uitbreiding van EU en vooral van Navo het bewijs van een nieuwe omsingelingsstrategie. De opeenvolgende omwentelingen in Georgië en Oekraïne met actieve westerse steun, het gevoel dat het Westen Moskou in de luren legde in Libië, maken dat Poetin alles doet om die omsingeling te doorbreken. Met succes. Rusland zet met een trojka rond Syrië (met Iran en Turkije) het Westen buitenspel, en tracht nu hetzelfde met een eigen initiatief rond Afghanistan. Moskou heeft ook het Shanghai Samenwerkingsverband (met China en vier landen van Centraal-Azië) tegen de westerse omsingelingsstrategie.

Nostalgie

Maar desondanks, en ondanks zijn nucleair arsenaal, moet Moskou zijn ambities inperken. De Russische Federatie heeft de economische troeven niet om haar ambities als opvolgster van de USSR waar te maken. De economische samenwerkingsverbanden zijn lege verpakkingen geworden na de breuk met Oekraïne, “Klein-Rusland”.  Poetin krijgt in het Witte Huis en misschien later in het Elysée in Parijs bevriende staatshoofden, maar nieuw is dat niet, de Franse president Nicolas Sarkozy, de Britse premier Tony Blair en de Italiaanse premier Silvio Berlusconi waren dat ook. Moskou kan hoogstens nog nostalgie naar de imperiale tijd koesteren.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.