“Syrië heeft gedecentraliseerd, democratisch en seculier systeem nodig”

Facebooktwittergoogle_plusmail

Interview met Salih Muslim

Salih Muslim is co-voorzitter van de PYD, de Koerdische politieke beweging die in het noorden van Syrië een autonoom bestuur leidt. In december was Salih Muslim in het Europese Parlement. Journalist en ex-diplomaat Carne Ross namen een publiek interview met hem af.

Salih Muslim Muhammad is de co-voorzitter van de Democratische Unie Partij (PYD), de Koerdische politieke beweging die in Rojava (het noorden van Syrië) een de facto autonoom bestuur heeft geïnstalleerd. De verdediging van het gebied is in handen van de gewapende vleugel van de partij, de Volksbeschermingseenheden (YPG). Tegen de achtergrond van een Syrische burgeroorlog, slaagden zij er in om nagenoeg de hele Koerdische regio in Syrië op de Islamitische Staat (IS) te heroveren. In het strijdgewoel verloor Muslim drie jaar geleden zijn zoon. Hoewel de Turkse autoriteiten Salih Muslim in 2013 en 2014 nog ontvingen voor overleg, beschouwen ze de PYD/YPG inmiddels als een terroristische organisatie. Ze beschuldigen de partij ervan banden te onderhouden met de Koerdische Arbeidersbeweging PKK, die op haar beurt op de terroristische lijst staat van zowel Turkije, de VS als de EU. Na berichten over een aantal mislukte moordpogingen in opdracht van de Turkse overheid op Salih Muslim, schreef Ankara op 22 november 2016 een arrestatiebevel tegen hem uit. De VS en Europa zouden hier behoorlijk verbolgen op kunnen reageren aangezien ze de PYD/YPG als een bondgenoot beschouwen in de strijd tegen IS in Syrië. Op 13 december was Salih Muslim te gast in het Europese Parlement te Brussel. Journalist Jonathan Steele en de Britse ex-diplomaat Carne Ross namen een publiek interview af met Muslim (red).

Steele: Hoe is de situatie in Rojava? Waarvoor strijden jullie?

Het Koerdische volk is in een strijd verwikkeld voor vrijheid en mensenrechten in het Midden-Oosten. Niet enkel voor het Koerdische volk, maar voor de mensheid. In Europa was er een gelijkaardige eeuwenlange strijd voor mensenrechten en menselijke waarden. Deze menselijke waarden staan in het Midden-Oosten onder druk. Het Koerdische volk neemt het samen met de andere volkeren in Rojava op voor deze menselijke waarden. [In Rojava leven naast de Koerdische meerderheid ook Arabieren, Assyriërs, Turkmenen, Armenen, Circassiërs en Jezidi’s. In de Grondwet van Rojava, die aangenomen werd op 29 januari 2014, staat een expliciete bevestiging van de rechten van de minderheden in het gebied, nvdr.]

Wat er nu gaande is in het Midden-Oosten is het gevolg van een verhaal dat startte in het begin van de twintigste eeuw met het Sykes-Picot-Verdrag. Dit geheime verdrag werd opgesteld in 1916 tussen de twee imperiale machten Groot-Brittannië en Frankrijk in anticipatie van de overwinning op de Ottomanen in Wereldoorlog I. Het deelde het Midden-Oosten op als een taart en resulteerde in nieuwe natiestaten waarin de Koerdische realiteit werd genegeerd, maar ook die van andere minderheden. Dat zorgde voor zware spanningen en geweld. Die strijd is nog altijd aan de gang. Bepaalde staten proberen hun rijk vandaag opnieuw uit te bouwen, zoals Turkije onder presidentErdoğan. Maar ook landen als Saoedi-Arabië, Qatar of zelfs Iran handelen op grond van dezelfde mentaliteit en proberen hun invloed uit te breiden. Een aantal van die landen wil een verandering van het regime in Syrië omdat ze denken dat dit hun belangen zou dienen. Ze zitten dus nog steeds vast in dezelfde oude mentaliteit.

Het eerste wat moet gebeuren om daar verandering in te brengen en tot echte democratie te komen in het Midden-Oosten, is de wijziging van de invulling van het concept ‘natiestaat’. In Rojava proberen we aan die verandering te werken. Het is nog niet 100 procent zoals het zou moeten zijn, maar het lukt toch redelijk goed. Het gaat over een mentaliteitsverandering bij mensen en het aanvaarden van het feit dat we met elkaar moeten samenleven, dat wil zeggen dat we het pluralisme moeten aanvaarden. Bij het bestuursmodel dat we in Rojava in de praktijk proberen te brengen zijn de drie grootste bevolkingsgroepen actief betrokken: de Koerden, de (christelijke) Assyriërs en de Arabieren. Met vertegenwoordigers van die groepen hebben we een sociaal contract opgesteld, dat nu geldt als een soort van Grondwet voor Rojava.

Een tweede zaak die we in Rojava proberen te verwezenlijken is gendergelijkheid. De gendergelijkheid wordt toegepast in alle bestuursinstellingen, onder meer via het systeem van het co-voorzitterschap, waarbij elke institutie zowel door een man als een vrouw wordt voorgezeten. Een ander principe is het secularisme. Er bestaat een grote religieuze diversiteit in onze gemeenschap, met christenen, Jezidi’s [een geloofsovertuiging die elementen uit verschillende andere religies met elkaar vermengt en door IS als duivelarij wordt beschouwd, nvdr], soennieten, sjiieten, Alawieten, enzovoort. We denken dat een seculier, democratisch en federaal bestuursmodel de oplossing kan zijn voor heel Syrië en misschien in een verre toekomst zelfs voor het hele Midden-Oosten. Het is een democratisch alternatief voor de bestaande systemen. We hebben dit pluralistisch en gender-gelijkwaardig model in onze regio geïmplementeerd. Maar het vereist een mentaliteit die totaal ingaat tegen de stromingen die religieuze staten aanhangen. Het grote probleem is dat we nog altijd met deze erg vuile oorlog zitten.

Steele: Laten we even verder ingaan op het thema van de vuile oorlog. Het Turkse leger is binnengevallen in delen van Noord-Syrië, en bevindt zich nu ten westen van Kobani en Tell Abyad, Koerdische steden die onder controle staan van de Volksbeschermingseenheden (YPG). Verwacht je dat het Turkse leger verder zal oprukken in Koerdisch gebied?

We moeten beseffen wat het echte doel is van Turkije. Voor Ankara geldt nog steeds dat de beste Koerd een dode Koerd is. Daesh [het Arabisch acroniem voor de Islamitische Staat, nvdr] en andere jihadistische groepen komen niet uit de lucht gevallen. Iemand creëerde hen, iemand gaf hen geld en wapens. Er zijn buitenlandse krachten die hier achter zitten. Wij geloven dat Turkije één van de krachten is die de extremistische jihadisten heeft helpen creëren en ze heeft ingezet als een instrument tegen de Koerden. Maar nu moet Turkije toezien hoe Daesh nederlagen lijdt. De bedoeling van de Turkse invasie is om de militaire operatie te bemoeilijken van de Syrische Democratische Strijdkrachten [een multi-etnische en multi-religieuze alliantie van milities, waaronder de Koerdische Volksbeschermingseenheden, nvdr] ter bevrijding van de stad Raqqa [de ‘hoofdstad’ van IS in noordoostelijk Syrië, nvdr]. Zoals je weet is er een succesvolle coalitie tussen de Syrische Democratische Strijdkrachten en de internationale militaire alliantie tegen Daesh. Dit past niet binnen de Turkse belangen en dus vielen Turkse troepen Noord-Syrië binnen om te voorkomen dat Daesh zou vernietigd worden. Ondanks het optreden van de internationale coalitie tegen Daesh en de officiële Turkse deelname aan die coalitie, werkt Ankara dus nog altijd samen met de jihadisten.

Steele: Wat verwacht je van de Verenigde Staten? Washington werkt nauw samen met de YPG voor de coördinatie van de luchtaanvallen tegen Daesh en het zet Speciale Eenheden in aan de zijde van YPG, m.a.w. de VS is een bondgenoot van de Koerden in Noord-Syrië. Wat zal er gebeuren als Turkije Rojava verder binnendringt? Denk je dat de VS de Koerden zal beschermen tegen Turkije of mogen we een nieuw verraad verwachten van de VS ten opzichte van de Koerdische zaak?

In de eerste periode van het conflict was er amper sprake van Koerdische en Amerikaanse relaties, en als er al contacten waren dan was het om de Koerden te gebruiken. Maar toen op het terrein bleek dat de Koerden in staat waren om Daesh af te stoppen, waren de VS en de hele wereld plotseling geïnteresseerd in wie we waren en wat we deden. Natuurlijk waren we er als Koerdisch volk niet ontevreden over dat ze ons ontdekt hadden en relaties wilden aanknopen. Nu vormen we met een brede alliantie een front tegen Daesh. De VS kent de realiteit nu. Maar het probleem met Washington is dat het niet betrouwbaar is en op gemaakte afspraken kan terugkomen. We mogen niet vergeten dat de VS terwijl het naar ons luistert, ook naar de anderen luistert en dat het eveneens samenwerkt met Turkije. Maar nu beschikken we wel over rechtstreekse contacten. We zijn daar uiteraard blij mee. We zouden willen dat de contacten niet uitsluitend dienen om tegen Daesh te vechten en dat we ook nauwe relaties kunnen ontwikkelen op andere terreinen. Hoewel de Amerikanen en de Europeanen de Koerden nu plots hebben ontdekt, gebeurt het nog altijd dat men weigert Koerdische vertegenwoordigers te ontmoeten. We weten dat landen als Turkije daar niet willen van weten. Maar we zijn een volk met 40 miljoen mensen. Je kan de Koerden niet blijven negeren.

Ross: Kan je ons eens vertellen hoe de diplomatieke situatie er uitziet voor Rojava? Vanuit New York, waar de Verenigde Naties zetelt, zie ik de uitsluiting van de Koerden van onderhandelingsrondes. Zitten de Koerden niet in een soort van diplomatiek isolement? En wat proberen jullie daar aan te doen?

Zoals je weet startte de oorlog in Syrië in 2011 en is men van toen al in de weer om te zoeken naar oplossingen. Er waren de vredesonderhandelingen van Genève I en II en alles wat er na volgde. Deze onderhandelingen faalden onder meer omdat ze de bevolking van Rojava uitsloten. Ik praat niet alleen over de Koerden, maar ook over de Assyriërs en de Arabieren met wie we in Rojava samenwerken. Door hen uit te sluiten toonden de onderhandelende partijen dat ze niet ernstig op zoek waren naar een oplossing voor de Syrische crisis. We werden in december 2015 zelfs uitgesloten van het in Riad opgerichte Hoge Onderhandelingscomité [een verenigde delegatie van 34 oppositiegroepen en individuen die bereid zijn om te onderhandelen met de Syrische regering]. Als de pogingen om te onderhandelen ernstig zijn dan mogen de politieke instellingen van Rojava niet langer worden uitgesloten. Het feit dat ook de VN geen directe contacten onderhoudt met Rojava, bijvoorbeeld voor de humanitaire hulp, is problematisch. Dat is niet fair. Er wordt gesproken met het Syrische regime en met Turkije, maar niet met de bevolking van Rojava. We proberen dat diplomatiek contact wel te leggen. Misschien dat daar in de toekomst verandering in zal komen, zodat er minstens humanitaire hulp kan geleverd worden.

Steele: Het ziet er naar uit dat het Syrische leger heel de stad Aleppo zal controleren in de volgende weken of maanden. Wat zou dat betekenen voor de oorlog? Zou er vlugger een eind aan komen? Of net niet?

Dat is moeilijk te voorspellen. We doen ons best om dit bloedvergieten met alle middelen te voorkomen. We willen dat er eindelijk serieus onderhandeld wordt, dat de problemen politiek worden uitgeklaard en niet via gevechten. Wat er nu gebeurt is een heel grote tragedie – het bombarderen van wijken door het Syrische leger, door de Russen, maar ook door Syrische oppositiekrachten die door Turkije worden gesteund. We willen dat de slachtpartij in Aleppo, waar iedereen bij betrokken is, eindelijk stopt. De VN is daar niet in geslaagd. Zoals je weet hebben de Koerden in de stad één zone onder controle: Sheikh Massood en de wijken er rond. Er zijn tienduizenden burgers naar deze zone gevlucht, waar ze worden beschermd door de Volksbeschermingseenheden (YPG) en de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden (YPJ). Maar nog altijd zijn er bombardementen door oppositiegroepen van buiten Aleppo, hoewel het regime hen daar niet heeft aangevallen. De gewapende oppositiegroepen in Aleppo houden ook geen rekening met de burgers. Er zou een staakt-het-vuren moeten komen, maar dat werd in de VN-Veiligheidsraad op 5 december nog afgewezen door Rusland en China.

Ross: Eén van de kritieken op Rojava draait rond de relaties met het Syrische regime, dat duidelijk niet veel moeite doet om het Koerdische experiment in Noord-Syrië te dwarsbomen. Zoals ik het zie lijkt het op een soort van non-agressiepact of een ongemakkelijk bestand. Kun je dat toelichten en zeggen hoe je de toekomst ziet?

Kijk, als je je eigen weg inslaat, je eigen beleid voert en niet duidelijk verbonden bent met één van de twee strijdende kampen, beweren beide kampen dat je met de vijand meevecht. Van in het begin van de Syrische revolutie [die begon in 2011 in het kader van de Arabische Lente met vreedzame demonstraties voor democratische hervormingen, nvdr] waren we er bij. We maakten er deel van uit omdat we democratie en vrijheid nodig hadden. We konden niet aan de kant van het Assad-regime staan want reeds in 2004 vochten we tegen de discriminatie ervan. We geloven echter ook niet in een revolutie die gedirigeerd wordt door extremistische jihadisten. We volgden onze eigen lijn, organiseerden ons volk en beschermden onszelf. YPG is ontstaan om ons te beschermen en om ons democratisch project te verdedigen. Vandaag laten de troepen van het regime ons grotendeels met rust. Maar als ze ons morgen aanvallen, dan zullen we ons natuurlijk verdedigen. We hebben geen akkoorden met hen.

Er bestaat wel een soort van overeenkomst tussen de internationale militaire alliantie en de Syrische Democratische Strijdkrachten om Raqqa van Daesh te bevrijden, want iedereen ondervindt daar de schade van. Daesh is een gevaar voor heel Syrië. Wat het regime betreft zeggen we: Rojava is een deel van Syrië. We willen het land niet verdelen. [Artikel 12 van de Grondwet van Rojava stelt expliciet dat het ‘een integraal deel van Syrië’ blijft, nvdr.] We hebben een bestuursproject voor heel Syrië: een systeem van democratisch confederalisme. We zijn bereid om met iedereen in discussie te treden. In het toekomstige Syrië willen we kunnen samenleven in een gedecentraliseerd en geseculariseerd systeem waar alle bevolkingsgroepen zich vrij kunnen uitdrukken. Dat is het Syrië dat ons voorstaat. Anderzijds, als dat niet wordt geaccepteerd, dan zal Syrië verdeeld worden. Het spijt me dat te zeggen, maar er is dan geen andere keuze. De enige manier om Syrië bij elkaar te houden is de invoering van een gedecentraliseerd, democratisch en seculier systeem. We zijn bereid om samen te leven met iedereen die dit systeem aanvaardt. En daar vechten we voor.

Steele: Je verwees eerder naar de bevrijding van Raqqa. Wanneer denk je dat dit zal gebeuren? Er wordt gezegd dat Raqqa, grotendeels Arabisch, bevrijd moet worden door Arabische troepen. Blijkbaar kan een Koerdische militie zoals de YPG niet de leiding op zich nemen van de operaties daar. De inspanningen om de Koerdische en Arabische strijders samen te brengen onder de koepel van de Syrische Democratische Strijdkrachten verloopt echter traag en lijkt niet erg succesvol.

Wat Raqqa betreft, wil ik graag iets duidelijk maken. Sommigen denken dat we naar Raqqa trekken omdat de Verenigde Staten dat wil, of omdat andere krachten willen dat we daar gaan vechten en de stad bevrijden. Zo is het niet. Raqqa is al sinds januari 2014 een hoofdkwartier van Daesh en de stad ligt niet ver van het kanton Jezira en het kanton Kobani [respectievelijk het oostelijke en het centrale deel van Rojava, nvdr]. Alle aanvallen van Daesh op Rojava worden opgezet vanuit Raqqa. Wij kunnen dat niet zomaar laten gebeuren. We moeten iets doen. Niet om Raqqa te bezetten, maar wel om het te veranderen. We willen dat er een vriendelijker bestuur komt in de stad. Raqqa is dus belangrijk voor ons in Rojava, net zoals het belangrijk is voor heel Syrië. Op militair vlak proberen we de stad te bevrijden in samenwerking met andere groepen. Ik veronderstel dat we eerst Raqqa omsingelen en vervolgens de bewoners van Raqqa moeten helpen zich militair te organiseren. De meerderheid van de bevolking in Raqqa is niet Koerdisch, maar we zouden er wel graag hetzelfde bestuursmodel geïnstalleerd zien als in Manbij, een stad gelegen in de Shaba-regio van Rojava, zo’n 30 km van de Eufraat rivier. In Manbij is de meerderheid van de bevolking Arabisch, maar de stad wordt bestuurd door een raad die divers is samengesteld en die zorgt voor alle aanwezige bevolkingsgroepen: Arabieren, Turkmenen, Circassiërs en Koerden. In Raqqa willen we hetzelfde systeem van directe democratie invoeren, waarbij de mensen zelf beslissen wat ze willen doen en zelf instaan voor hun bescherming. Dit zal niet alleen ons, maar heel Syrië ten goede komen.

Ross: Heb jij enige aanwijzingen over het ontstaan van een mogelijke Turks-Russische deal, misschien zelfs met Syrië erbij, om Noord-Syrië en de regio rond Aleppo op te delen, wat de Turken zou toelaten om het momenteel door hen bezette territorium midden in Rojava te controleren? Kan het zijn dat er een overeenkomst bestaat die moet verhinderen dat Rojava een geografisch aaneensluitend geheel zou worden en dus de hele grensstreek met Turkije zou omvatten?

[De Turkse militaire interventie in Syrië die gelanceerd werd in augustus 2016 is gericht tegen IS, maar ook tegen de Koerdische Volksbeschermingseenheden (YPG). Samen met de door Ankara gesteunde Syrische oppositiemilities slaagde het Turkse leger er al op de eerste dag van het offensief in om het beoogde doel, de verdrijving van IS uit de Noord-Syrische stad Jarablus, te verwezenlijken. Sindsdien bezet Turkije een gebied te midden van Noord-Syrië dat Oost- en West-Rojava van elkaar afscheidt en probeert het de YPG terug te drijven ten oosten van de Eufraat nvdr.]

Nu al zijn er lokale milities die vechten tegen de Turkse bezetting daar. Het Turkse leger zet gevechtsvliegtuigen en negentig tanks in, maar het slaagt er niet in om echte militaire successen te boeken. Toen de Turkse invasie er kwam afgelopen zomer, heerste er overal een oorverdovende stilte over deze inbreuk op het internationaal recht. Het bezetten van een land door een vreemde mogendheid is illegaal en onaanvaardbaar. Maar niemand zei iets. Dat wil zeggen dat iemand Ankara groen licht heeft gegeven – Rusland of de Verenigde Staten. Zelf het Syrische regime houdt zich voorlopig stil. Maar een Turks-Russische deal? De relatie tussen Turkije en Rusland is al eeuwenlang erg complex en problematisch. Dat kan niet in een ogenblik opgelost worden. Hoe dan ook zit Turkije met een probleem. De Turken vielen Syrië binnen, maar hoe zullen ze er weer uit geraken?

Steele: Jammer genoeg zijn de relaties tussen de Koerden onderling niet altijd even goed. Neem nu de relatie van de Syrische Koerden met de Iraakse Koerden. De Koerdische Regionale Regering (KRG) in Irak heeft Rojava zo goed als aan een belegering onderworpen. Hoe komt het dat die relaties zo slecht zijn?

Onze relaties met de buren zijn natuurlijk belangrijk. Maar het gaat niet zozeer over de relaties tussen de Syrische en de Iraakse Koerdistan, maar over de relaties tussen Rojava en de politieke partij die Iraaks Koerdistan momenteel controleert, de KDP [de Koerdisch Democratische Partij van Massoud Barzani, die al sinds 2005 president is van het autonome Iraaks Koerdistan, nvdr]. We hebben doorgaans goede relaties met alle Koerdische politieke partijen in heel Koerdistan. Het probleem ligt specifiek bij de KDP die trouwens ook de grens met Syrië controleert. De KDP wil de bestuursstructuren die we geïnstalleerd hebben in Rojava niet aanvaarden, en accepteert evenmin dat er samengewerkt wordt met andere bevolkingsgroepen binnen de Syrische Democratische Strijdkrachten. De houding van de KDP vloeit niet noodzakelijk voort uit een eigen beleid maar is het resultaat van de banden van de partij met Turkije. Zoals je weet bestaan er nauwe handelsrelaties tussen beide, onder meer in de petroleumsector, wat de KDP dwingt om op politiek vlak ook mee te werken met Turkije.

Ross: Laten we wat dieper ingaan op de economische situatie in Rojava. Toen ik daar vorig jaar was, was ik behoorlijk geschokt over de afwezigheid van economische activiteit, maar ook over hoe moeilijk het is om in en uit Rojava te geraken. De noordelijke grens is uiteraard afgesloten door Turkije, maar ook de Koerdische Regionale Regering, die de oostelijke grens van Rojava controleert, maakt het niet gemakkelijk om het gebied binnen of buiten te geraken, zowel voor mensen als voor humanitaire bevoorrading. Kan je ons vertellen hoe de economische situatie nu is voor de bevolking van Rojava? Kan je ook iets zeggen over de ideeën voor een coöperatieve economie?

De economische toestand is dezelfde als toen je daar zelf was. Er was een oorlog in het gebied, veel plaatsen zijn vernietigd en natuurlijk worden we ook nog eens belegerd. Je kan veel vinden, maar het is erg duur want het komt van de regio’s die gecontroleerd worden door Daesh via de zwarte markt. Het is een moeilijke situatie, maar de mensen zijn het gewoon. Sinds kort worden we ook geconfronteerd met vluchtelingen uit andere regio’s, zelfs vanuit de Iraakse stad Mosoel. De hulp en verzorging is erg beperkt, maar we slagen er toch in om ons plan te trekken. Op economisch vlak zou je kunnen spreken van een sociale economie. Er zijn coöperatieven opgericht door de mensen, zeker in de landbouw. Nu beschikken we over democratische bestuursraden voor de economie, voor de coöperatieven en voor de steden. We moedigen de coöperatieven aan. Maar het zijn de mensen die beslissen hoe ze het doen. We dragen de idee van de economische democratie hoog in het vaandel. We hebben comités in de kantons die verantwoordelijk zijn voor economische beslissingen en proberen het embargo tegen Rojava op te vangen. Het is niet gemakkelijk. De stad Kobani is grotendeels vernietigd en we vinden het materiaal niet voor de heropbouw. Als mensen Rojava proberen te verlaten is dat omwille van de economie, niet omwille van veiligheidsreden. We hebben nood aan investeringen om de mensen in Rojava te houden.

Steele: Hoe zit het met de regeringen van de EU en de VS? Waarom oefenen ze niet meer druk uit op de Koerdisch Democratische Partij (KDP) in Iraaks Koerdistan zodat er humanitaire hulp naar Rojava kan?

We proberen hen daarvan te overtuigen – ook om de grens met Turkije open te krijgen. We spreken over 800 km grens, waarlangs veel materiaal zou kunnen passeren dat nodig is om de beschadigde of vernietigde steden terug op te bouwen. Naast de VS en de EU, proberen we ook de VN er toe te bewegen om Turkije te overtuigen dat het de grens terug openzet. Ik vraag niet dat de VS, Ankara, de VN, enzovoort, Rojava erkennen als aparte entiteit. We blijven ons zien als een onderdeel van Syrië. Er kan toch op die basis worden afgesproken?

Steele: Er zijn mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International, die stellen dat er etnische zuiveringen plaatsgevonden hebben in de Arabische dorpen in Rojava. Ik weet dat historisch gezien, onder Hafez Al Assad, geprobeerd is om een kunstmatige Arabische gordel aan te leggen aan de grens met Turkije [de demografische Arabiseringspolitiek van het Syrische regime in de jaren 1960 en 1970, nvdr]. Schuilt er enige waarheid in deze beschuldigingen?

Dat strookt niet met onze principes. We geloven in dialoog en democratie. We respecteren instellingen en organisaties zoals Amnesty International, maar het recente rapport dat je vermeldt, ging over de overwegend Arabische stad Tell Abyad, in oorlogsomstandigheden. Je kan niet uitsluiten dat er in een oorlog wreedheden plaatsvinden op individueel initiatief, maar er is absoluut geen sprake van een beleid gericht tegen de Arabieren. Maar ik vind dat rapport niet eerlijk want het steunt op een aantal getuigen die zich in volle oorlogstijd niet in de regio, maar in Turkije bevonden. We nodigden Amnesty en de getuigen uit om te komen kijken nadat de oorlog in die regio voorbij was, maar ze kwamen niet. Ik zeg niet dat we nooit fouten maken. Het is best mogelijk dat er fouten zijn gemaakt, maar men kan ons helpen om die fouten weer recht te zetten. We gaan ervan uit dat dit via dialoog moet kunnen. Nu wordt er gezegd dat hetzelfde gebeurd in Manbij, maar tegelijkertijd worden er geen journalisten meer toegelaten via Turkije of Noord-Irak om die zogenaamde ‘etnische zuiveringen’ vast te stellen. Wij zeggen: “Laat ze binnen zodat ze kunnen berichten over de realiteit”.

Ross: De YPG wordt door Ankara gelijkgeschakeld met de PKK, die door Turkije en het Westen gezien wordt als een terroristische organisatie. De situatie van de Koerden in Syrië is erg verschillend met die van de Koerden in Turkije, maar er is onmiskenbaar een historische band.

Öcalan [Koerdisch leider en één van de oprichtende leden van de PKK die sinds 1999 in een Turkse gevangenis zit, nvdr] is een politicus maar ook denker voor alle Koerden, die visies ontwikkeld heeft over de toekomst van alle Koerden. Er zijn veel partijen die zijn ideeën aanhangen en verdedigen. Zoals wij. De YPG onderhoudt contacten met alle Koerdische partijen, dus ook met de PKK. Dat wil niet zeggen dat we organisatorische en institutionele relaties hebben. Wij leven in Rojava, met onze eigen organen die ontwikkeld zijn in Rojava. Onze beweging is er voor de Syrische Koerden. We beslissen autonoom. Overal waar Koerden opkomen voor hun rechten probeert Turkije hen te saboteren en als terroristen te bestempelen. En dat gebeurt vooral door hen te linken met de PKK. De PKK zien we niet als een terroristische organisatie, maar als verdedigers van de Koerdische rechten in Turkije. Ikzelf ben van Kobani en als je de begraafplaats van Kobani bezoekt, dan zie je daar martelaren liggen uit de hele Koerdische regio. Het bloed van al deze martelaren symboliseert de eenheid van alle Koerden.

Eigen geluidsopname vertaald en bewerkt door Ludo De Brabander.