Uit de USSR ontsproten 15 staten (2)

USSR
Facebooktwittergoogle_plusmail

“Wat was de wereld tot voor kort toch eenvoudig” klaagden Belgische diplomaten en ambtenaren van Buitenlandse Zaken in 1992 die me uitnodigden om de nieuwe kaart na de implosie van de Sovjet-Unie toe te lichten. “Aan de ene kant waren wij, het Westen, aan de andere kant de USSR en haar invloedszone. Nu moeten wij ineens de namen en hoofdsteden van al die nieuwe landen in studeren”. De gevolgen van de afbraak van de Berlijnse Muur waren nog maar net verwerkt, en daar kwamen ineens vijftien nieuwe staten bij. Weinigen hadden dat zien aankomen, ook niet in Moskou zelf. Eind 1991 was het ineens zo ver.

Opgelost?

“De nationale kwesties die we uit het verleden erfden, zijn in de Sovjet-Unie met succes opgelost”, stond in maart 1986 te lezen in het nieuwe programma van de Communistische Partij. De nieuwe leider, Michail Gorbatsjov, ging prat op het “edinji sovjetskii narod”, het verenigde Sovjetvolk dat gegroeid was met de oplossing van die problemen. Eind van datzelfde jaar kostten etnische botsingen in Alma Ata, republiek Kazachstan, aan minstens 15 mens en het leven. Maar Gorbatsjov en zijn collega’s bleven ook nog daarna blind voor de, volgens hen, opgeloste kwesties.

Pas bij de 70ste verjaardag van de Oktoberrevolutie, november 1987, bracht Gorbatsjov die problemen ten berde. Want met zijn glasnost (openheid) was de geschiedenis weer bespreekbaar. Zoals het Molotov- van Ribbentroppact van 1939 met zijn geheime clausules waardoor Moskou de Baltische staten inlijfde.

Van Rusland naar Unie

In 1917 heersten de revolutionairen over een land, Rusland, waarin de Russen een minderheid waren (ca 43 %). De communisten hadden al eerder nagedacht over dat multinationale. Stalin had daar op verzoek van Lenin een verslag over gemaakt. Maar in de oorlogsjaren die op de revolutie volgden, was die kwestie geen prioriteit. Toen de contrarevolutie was uitgeschakeld, zag de USSR het licht, in theorie gebaseerd op Lenins ‘zelfbeschikkingsrecht van de volkeren’.

Een eenvoudig principe voor een zeer complexe situatie. Lenin botste met Stalin over diens repressie in zijn eigen herkomstland, Georgië. In zijn testament verweet Lenin hem zich te gedragen als een ‘Groot-Russisch chauvinist’.

Lees ook  Is Poetin even dom als onze leiders?

In de praktijk werd de zelfbeschikking van de volkeren onderworpen aan de “opbouw van het socialisme in één land”, wat volgens Stalin en zijn medestanders alleen maar kon binnen een sterk gecentraliseerde Unie. Er kwam wel een veelsporenbeleid. Met een grootscheepse alfabetisering werden niet-Russische culturen bevorderd. Er werden talen gecreëerd, sommige talen werden voor de eerste keer op schrift gesteld, de staatsstructuur werd gedecentraliseerd. Maar het echte machtscentrum, de Communistische Partij, werd daarentegen sterk gecentraliseerd, tot in handen van één man, de Secretaris-generaal, Stalin.

Russificatie

Met de grondwet van 1936 werd de Sovjet-Unie in theorie een federale modelstaat. De Unie werd ingedeeld in soevereine republieken met daarbinnen nog autonome republieken en gebieden, zodat bijna elk volk wel een eigen territorium had. In elk onderdeel groeiden nationale elites en met hen ook een nationaal bewustzijn. Wat dan weer botste met een sluipende russificatie, want het lag voor de hand dat het Russisch de lingua franca van de nieuwe Sovjetmens zou zijn.

Stalin liet in 1941, na de inval van de nazi-troepen, de Russische teugels los. Om het patriottisme aan te wakkeren, deed hij een beroep op de Russisch Orthodoxe kerk. En hij hief het glas “ op het welzijn van het Sovjetvolk, in de eerste plaats op dat van het Russische volk omdat het uitblinkt boven alle andere naties van de Sovjet-Unie. Omdat het in deze oorlog de erkenning verdient als de leidinggevende kracht onder de andere volkeren van ons land”.

Onderonsje

De russificatie botste in de meeste republieken op passieve en af en toe zelfs actieve weerstand. Stalins opvolgers schipperden tussen autonomie voor de autochtone kaders en ontmoediging van wat ze lokaal chauvinisme noemden. Onder Brezjnev (1964-1981) werd het de gewoonte dat de partijsecretarissen van een republiek uit de lokale bevolkingsgroep kwamen, de vice-secretaris was meestal een Rus. Het is omdat in december 1986 in Kazachstan met die regel werd gebroken, dat Kazachen massaal op straat kwamen.

Het Politburovan de partij zag het probleem niet, het bestond zelf uit bijna uitsluitend Slaven. Het Politburo onder Gorbatsjov was op één na een Slavisch onderonsje. De leiders zagen de vele tekenen aan de wand niet; nochtans volstond het rond te reizen en goed te luisteren om te weten dat er spanningen waren.

Lees ook  Krim: als binnengrenzen buitengrenzen worden

Brandhaarden

In september 1989 onderzocht het centraal comité van de partij eindelijk hoe het verder moest. In nagenoeg alle republieken gistte het. Toen al een tijd. Soms laaide het ongenoegen op rond milieuproblemen. In Oekraïne en Wit-Rusland viel te horen dat het ongeval van april 1986 in de kern centrale van Tsjernobyl de schuld was van die centrale planners in Moskou. In Georgië rees groot verzet tegen de aanleg van een spoorlijn. In Oezbekistan en andere republieken van Centraal-Azië drong het door hoe catastrofaal de door Moskou opgelegde intensieve katoenteelt was geweest voor mens en natuur.

In het zuiden grepen Azeri’s en Armeniërs naar de wapens in hun strijd om Opper-Karabach, een door Armeniërs bewoond gebied in Azerbeidzjan. Die eisten al van in de jaren 1960 hun aansluiting bij Armenië. Begin 1988 keurde het plaatselijke parlement de aansluiting bij Armenië goed. In Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan, kwam het daarop tot een bloedige jacht op Armeniërs, met tientallen doden.

In Georgië waren er in 1978 al demonstraties geweest tegen een poging om het Georgisch als officiële taal te schrappen. Op 9 april 1989 vielen speciale ordetroepen in Tbilisi een groep vreedzame hongerstakers aan die protesteerden tegen de afscheiding van Abchazië. Georgiêrs spreken nog steeds van “zwarte zondag”.

In de drie Baltische staten – Estland, Letland, Litouwen – werd steeds openlijker de annexatie in vraag gesteld. In Estland bracht het Volksfront (waarin veel communisten zaten) al in 1988 een kwart miljoen mensen op de been om het pact van 1939 in vraag te stellen. Ook in de twee andere republieken kwamen er massademonstraties. In 1989 proclameerden de drie parlementen de soevereiniteit en namen ze nieuwe taalwetten aan.

En in Rusland zelf was er een Russisch reveil. Veel Russen namen het niet dat elke republiek eigen instellingen had, maar de Russische Federatie niet, zij viel samen met de Unie. We hebben geen eigen hoofdstad en n iet eens een eigen partij, klaagden Russische communisten. Het duurde tot 1990 eer er een Russische CP was. Die communisten gedroegen zich als ‘patriotten’ die plots erg bekommerd waren om het lot van de 25 miljoen Russen die in de 14 andere republieken woonden.

Lees ook  Oekraïne, EU en Rusland, een moeilijke driehoeksverhouding

Fiasco

Het kon zo niet verder. Republieken zegden vlakaf vaarwel aan de Unie – Litouwen, Georgië – in andere trokken de lokale leiders zich steeds minder aan van Moskou. Gorbatsjov pakte uit :met een voorstel om de Unie toch bij elkaar te houden en organiseerde op 17 maart 1991 snel een referendum daarover. In zes republieken werd niet gestemd, in andere – zoals Oekraïne – werd dat gekoppeld aan de proclamatie van de eigen soevereiniteit.

Het referendum werd een debacle. Gorbatsjov sleutelde nog wat aan zijn voorstel om nog iets te redden, maar de dag voor een Unieverdrag zou worden ondertekend, ondertekend, ondernamen enkele nostalgische leiders op 19 augustus een poging dat met een coup te beletten.

Het fiasco was totaal. Die week verdween de Sovjet-Unie, maar het duurde tot eind van het jaar eer Gorbatsjov zich daar formeel bij neerlegde. Partijleiders werden alom nationalistische leiders, meestal met het etiket hervormer erbij. De deuren stonden open voor een van de grootste plunderingen van vorige eeuw.

Gos?

Na de grote implosie waren er nog enkele pogingen om wat stukken bij elkaar te houden. Er kwam een Gemenebest van onafhankelijke staten, Gos. Zeer snel bleek dat een lege doos te zijn. Er was ook even een Slavische Unie (Rusland, Oekraïne, Wit-Rusland), al even leeg. De huidige Russische president, Vladimir Poetin, koestert ook nog altijd de nostalgie, verpakt in een Euraziatische Unie.

Intussen heeft die implosie nog talrijke onopgeloste conflicten nagelaten. Om Opper-Karabach is onlangs nog gevochten. Twee gebieden hebben zich afgescheiden van Georgië (Abchazië, Zuid-Ossetië). Rusland annexeerde, na referendum, de Krim, en steunt de opstand in andere delen van Oekraïne. Het steunt ook de republiek Transnistrië, afgescheiden van Moldavië. Na de implosie van 25 jaar geleden zijn sommige brandhaarden nog niet geblust.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.