Ineens was de USSR weg – 1991 (1)

Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 26 december 1991 veranderde de structuur van de wereld: de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken kwam officieel te sterven. Ze was al een beetje eerder bezweken, maar Michail Gorbatsjov had het niet gemerkt en bleef toch tot dan als president-partijleider in het Kremlin zitten. De implosie van de Sovjet-Unie werd al meteen gevolgd door die van het Sovjetsysteem dat was ontsproten uit de Oktoberrevolutie van 1917. Voor talrijke lezers is dit al verre geschiedenis, maar wel een met zeer ingrijpende gevolgen tot nu.

Op laatste benen

De USSR was in de jaren 1980 in woelige wateren terechtgekomen. Bij de leiding van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU) drong het stilaan door dat het zo niet verder kon. Men sprak van stagnatie om niet van crisis te moeten spreken. In de jaren 1960 droomde toenmalig leider Nikita Chroesjtsjov luidop dat de Sovjet-Unie weldra de Verenigde Staten zou voorbijsteken. Ze had immers als eerste, na de hond Laika, een kosmonaut in een baan rond de aarde gestuurd (Joeri Gagarin). Na Chroesjtsjovs afzetting in 1964 volgde een lange periode met Leonid Brezjnev aan het hoofd (tot 1981) die later het etiket stagnatie kreeg – na 1991 zouden veel ex-Sovjetburgers met heimwee aan die jaren van stagnatie denken.

Na Brezjnes dood boog het hoogste beleidsorgaan, het Politburo van de partij (er was er maar één, de CPSU) bestaande uit 15 personen – allemaal mannen en bijna uitsluitend Russen – zich over de moeilijke toestand. Ze stelden Joeri Andropov aan het hoofd; die wist als baas van de KGB goed hoe moeilijk de toestand in het land was. Maar Andropov, die hervormingen plande, stierf begin 1984 en werd opgevold door de doodzieke Konstantin Tsjernenko die een jaar later de geest gaf. Jan De Brouwere van de Belgische KP vertelde me later dat hij bij het zien van Tsjernenko, een leider die niet eens letterlijk op eigen benen kon staan, begreep dat het regime op zijn laatste benen liep.

Perestrojka

En toen koos het Politburo de jongere Gorbatsjov tot leider. Hij zou de toestand eens grondig aanpakken met twee toverwoorden: glasnost en perestrojka – openheid en herstructurering. De media kregen meer ruimte voor discussies en kritiek, in de grote steden werd samizdat, ondergrondse pers, geduld. Er kwam naast de partij en al haar massaorganisaties plaats voor een autonoom middenveld, daar waar de samenleving tot dan compleet geatomiseerd was.

De perestrojka moest de economie stimuleren, er moesten meer verbruiksgoederen worden geproduceerd. Kleine zelfstandige ondernemingen werden toegestaan, er kwamen markten met privéhandelaars. Gorbatsjov botste echter op groot wantrouwen. De arbeiders hadden al zoveel hervormingsplannen meegemaakt en telkens kwam het erop neer dat men probeerde hen harder te doen werken – lage arbeidsproductiviteit was inderdaad een probleem. Zijn campagne tegen het alcoholisme leverde hem veel vijanden op; het resultaat was vooral nog groter absenteïsme door de lange wachtrijen bij de drankwinkels. En overal doken clandestiene alcoholstokerijen op die snel in handen kwamen van maffiagroepen.

Bij reizen buiten Moskou stelde ik vast dat Gorbatsjov erg onpopulair was, en zijn vrouw Raïssa, die graag westerse modezaken bezocht, nog meer. Zij waren alleen bij de intelligentsia en de nieuwe rijken in de grote steden – en bij de westerse media – erg in trek.

Staatsgreep

In 1991 overheerste het gevoel dat alles mis liep, perestrojka bracht geen hogere levensstandaard. Intussen was het gaan rommelen in enkele van de Sovjetrepublieken, het kwam zelfs tot dodelijke botsingen tussen onder meer Azeri’s en Armeniërs, enkele republieken riepen de onafhankelijkheid uit. Op 20 augustus zou een verdrag worden getekend dat de republieken meer zelfstandigheid moest geven binnen de Sovjet-Unie.

Al kwam het te laat om de Unie nog bij elkaar te houden, toch wou een groep leiders dit verijdelen. Ze isoleerden Gorbatsjov in zijn datsja en riepen de noodtoestand uit. Maar al de eerste dag werd duidelijk dat ze mislukt waren: de tanks die ze door Moskou stuurden hielden halt aan de rode lichten. Wat op maandag was begonnen, stortte donderdagmorgen als een kaartenhuisje ineen – en de USSR stortte mee in.

Boris Jeltsin, die intussen was gekozen als president van de Russische Federatie, kwam als held uit deze parodie. Hij vernederde Gorbatsjov op alle mogelijke manieren, tot deze vier maanden later begreep dat het voorgoed voorbij was. Zijn poging om het Sovjetsysteem en de Sovjet-Unie overeind te houden, was compleet mislukt.

Schuld van Gorbie?

Vandaag is Gorbatsjov in Rusland nog altijd een van de meest verafschuwde personaliteiten. Leiders en een groot deel van de bevolking achten hem verantwoordelijk voor het verlies van de status van supermogendheid. Zijn glasnost en perestrojka ondergroeven in hun visie een stabiele grootmacht. Maar dat is larie, Gorbatsjovs pogingen om het systeem te hervormen kwamen veel te laat. Zijn poging om de Unie bij elkaar te houden ging ten onder aan blindheid voor de problemen. Hij de aard van de crisis niet had begrepen, Gorbie bleef het product van een bureaucratie die buiten de maatschappij stond.

Het Sovjetsysteem is geïmplodeerd. Het is belangrijk om dat te onderstrepen. Er was geen buitenlandse macht die binnenviel, er waren geen massaopstanden. Het feit dat Washington op het einde van de jaren 1970 de bewapeningswedloop fel had opgedreven met de bedoeling de Sovjeteconomie te treffen, heeft inderdaad gewerkt – Moskou moest wel zware inspanningen leveren om die wedloop bij te houden. Maar dat heeft het proces alleen maar versneld.

Fictie

Het was een implosie met talrijke op elkaar inwerkende processen. In het begin van de jaren 1980 was een groep onderzoekers in opdracht van de partij het land op het terrein gaan peilen. Het resultaat was onthutsend, het Politburo van 15 personen – uitsluitend mannen en bijna allemaal Russen – stelde vast dat het zijn greep op de maatschappij had verloren.

De Sovjet-Unie leefde op het ritme van de vijfjarenplannen. Om de vijf jaar stelde het centrale Planbureau, het ‘Gosplan’, de economische streefcijfers op voor de komende vijf jaar. Zoveel staal, zoveel steenkool, zoveel katoen verwerken… Het centraal comité van de partij boog zich daarover, legde dat voor aan het vijfjaarlijkse partijcongres dat die cijfers bevestigde. Jaarlijks werd dan gevolgd hoe dat verliep, of de cijfers werden gehaald om het plan dan bij te sturen.

“We schrijven fictie”, vertelden experts van het Gosplan me in 1980 op een conferentie in Brussel. “We zijn weer bezig cijfers op te stellen, maar op basis van nepgegevens. We weten niet echt hoe de situatie is”. De staatsbedrijven bezorgden cijfers die vaak niet reëel waren. Iedereen in dat bedrijf deed mee aan het bedrog, want hoe beter de streefcijfers werden gehaald, des te beter de bedrijfswinkels werden bevoorraad en de sociale fondsen, zoals de vakantieverblijven, werden gespijsd. Op basis van deels valse verwezenlijkingen, werden dan nieuwe streefcijfers opgesteld. En zo raakte men steeds verder van de werkelijkheid.

De republiek Oezbekistan stapelde de successen in de katoen op. Tot men onder Gorbatsjov ontdekte dat er plan na plan fors werd gelogen en de werkelijkheid amper de helft van de officiële cijfers bedroeg. Er werden niet minder dan 80.000 verantwoordelijken ontslagen. Dat stelsel werkte ook corruptie in de hand, wat dan weer gunstig was voor de opkomende maffiagroepen.

Nomenklatura

Een Politburo dat ineens besefte hoe weinig greep het, ondanks zijn machtsmonopolie, wel had op de werkelijkheid. Maar zolang de bevolking vond dat de zaken beter gingen en dat de toekomst er goed uitzag, was er weinig probleem. Nu de economie steeds vierkanter draaide, nam de wrevel toe over de uitgebreide privileges van de nomenklatura.

Nomenklatura, dat was de overkoepelende term voor al wie kon genieten van privileges verbonden aan de functie. Naargelang de rang had men recht op een betere woning, eventueel nog een datsja erbij. Men had toegang tot bepaalde winkels met buitenlandse producten, winkels vaak weggestoken voor het publieke oog. Maar bovendien waren er ook speciale ziekenhuizen met betere verzorging en zelfs scholen waar alleen de kinderen van de hogere bureaucraten toegang toe hadden.

Ideologische kloof

En dat in een systeem dat in woorden toch streefde naar een socialistische maatschappij. Men moest geen expert zijn om te weten dat socialisme toch iets anders is dan uitgebreide voorrechten, tot in gezondheid en onderwijs, voor een bepaalde kaste. Die privileges werden wel zoveel mogelijk aan het oog onttrokken. Maar de burgers van de Sovjetsamenleving waren goed opgeleid – een van de grote verdiensten van het systeem was een goed algemeen onderwijs. En die burgers wisten ook meer en meer wat er in de wereld en in eigen land gebeurde. In Leningrad kon meer dan één persoon me zeggen waar er een prachtig ziekenhuis voor de topbureaucraten stond.

De ideologische kloof werd steeds groter tussen machthebbers en bevolking. Het regime verloor zijn geloofwaardigheid: heden en toekomst waren absoluut niet naar wens, de werkelijkheid – het zogenaamde reële socialisme – stond ver af van wat socialisme zou moeten zijn.

Het regime beriep zich op het ‘wetenschappelijk socialisme’ wat wel op de samenleving slaat, maar toch ook de verwachting wekt van wetenschappelijke vooruitgang. Het pronkte lang met de verwezenlijkingen in de ruimtevaart als bewijs van grote wetenschappelijke ontplooiing. De Sovjet Academie voor Wetenschappen genoot terecht wereldwijd van een groot prestige. Maar tegelijk wantrouwde de bureaucratie de gevolgen van sommige wetenschappelijke ontwikkelingen voor het machtsmonopolie. Ik heb enkele keren ervaren hoe moeilijk het was om een fotokopieermachine te kunnen gebruiken, daar waren talrijke vergunningen voor vereist. Men wou zo beletten dat er samizdats zouden worden gekopieerd of ander oproerend gedachtegoed zou worden verspreid. Het wantrouwen tegen pc’s was nog groter. En toen hadden ze nog geen idee wat de Internetrevolutie zou teweegbrengen.

Ambitie

Het was me in gesprekken met regeringsleden en hoge partijkaders ook opgevallen hoe weinig ze in het eigen systeem geloofden. De meeste hadden andere ambities. Ze waren wel blij met hun privileges, maar die waren aan de functie verbonden, ze konden die kwijtraken en niet zomaar overdragen op de volgende generatie. Toen Chroesjtsjov in 1964 werd afgezet, verloor hij meteen zijn woning. Veel partijleiders, incluis de zogenaamde ideologische waakhonden, hadden één grote heimelijke ambitie: zelf kapitalist worden. Maar het systeem met zijn overheidseconomie, stond dat in de weg.

Dat verklaart het gemak van de reconversie van topcommunisten. Veel topfiguren uit de Sovjettijd werden grote leiders van de draai naar het kapitalisme. In de meeste vroegere Sovjetrepublieken werden partijleiders ineens leiders van nationalistische bewegingen en kapitalistische schokterapieën. Ja, zei Algirdas Brazauskas, ex-partijleider en nadien president van Litouwen, ik was leider van de CP, maar iedereen weet toch dat dit alleen een kwestie van carrière was, hoogstens drie percent was lid uit overtuiging. Leonid Kravtsjoek was ’s ochtends op de vierde dag van de mislukte preventieve coup in augustus 1991, nog leider van de CP van Oekraïne. Die avond was hij de voorman van de nationalisten.

Boris Jeltsin, die als een held uit de implosie kwam, ontpopte zich nadien als president van de Russische Federatie tot een zeer corrupte figuur die vooral uit was op het grootst mogelijke gewin voor hem en zijn familie. Hij was nochtans ook lid geweest van het Politburo. Edward Sjevardnadze, die als minister van Buitenlandse Zaken van Gorbatsjov in het Westen zo werd geprezen voor zijn openheid, bleek fortuin te hebben gemaakt door een deal met Exxon voor de ontginning van olievelden in Kazachstan. In die republiek is de huidige president, Nursultan Nazarbajev, de vroegere partijleider.

Wapenwedloop

Al die processen leiden tot een implosie waaraan een deel van de nomenklatura meewerkte, tot eigen profijt. Het waren interne processen. Maar die implosie is ongetwijfeld versneld door de bewapeningswedloop die de VS op het einde van de jaren 1970 inzetten. Het was de periode van de middellange afstandsraketten die de VS in Europa opstelden, wat een onmiddellijke bedreiging was voor de Sovjet-Unie.

De bedreiging was echter in de eerste plaats economisch. Zbigniew Brezezinski, de veiligheidsadviseur van toenmalig president Jimmy Carter, stak absoluut niet weg dat het de bedoeling was de Sovjet-Unie te verplichten tot zware uitgaven om de wedloop bij te houden en om zo de Sovjeteconomie zwaar te verzwakken. Wat dan ook is gebeurd.

In een volgende bijdrage wordt ingegaan op de implosie van de Unie in 15 republieken. Tot slot wat dat betekende voor de rest van de wereld.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.