De uitdagingen van het neo-socialisme

Facebooktwittergoogle_plusmail

China, een gids voor de 21e eeuw, zonder vraagteken, is een intrigerende boektitel. Meent Frank Pieke dat China een gids is voor de 21e eeuw of is zijn boek een gids om het China van de 21e eeuw te begrijpen? Zelfs na lezing blijft er daarover nog enige onzekerheid. We moeten genoegen nemen met de hint in de titel van de originele Engelse uitgave Knowing China, a 21st century guide.

De auteur, Frank Pieke, hoogleraar Modern Chinas Studies in Leiden, heeft dit boek geschreven vanuit een positieve motivatie en met achtenswaardige bedoelingen. Hij wil zijn expertise en die van andere China-specialisten aan het publiek ter beschikking stellen. Dat gebeurt volgens hem veel te weinig en het leidt tot gemiste kansen. Pieke heeft drie ambities: ‘met Chinese ogen naar China kijken’, misvattingen bestrijden, naar de waarheid zoeken in de feiten en niet in een ideologie. Pieke maakt zijn beloften waar, tot op zekere hoogte.

Chinese ogen?

De auteur presenteert ‘de maatschappij zoals ze door de mensen die in China wonen wordt beleefd’. Die mensen zelf komen enkel aan het woord zoals ze zijn begrepen door westerlingen (die veldwerk in China hebben verricht) of Chinese onderzoekers die in het Westen wonen en werken. De auteur zegt het zelf: ‘gebaseerd op Chinees materiaal’ … maar ‘alleen Engelstalige secundaire literatuur opgenomen, tenzij een specifiek feit of cijfer alleen maar beschikbaar was in een primaire bron of Chineestalig werk’. Van de 102 voetnoten in de tekst verwijzen er 14 naar Chinezen die in hun land werken of naar officiële documenten. Niet één boek dat officiële standpunten vertolkt of uitlegt of in de Volksrepubliek zelf is uitgegeven, heeft de lijsten met titels voor verder lezen of met literatuur gehaald. Werk van publieke intellectuelen zoals Zhang Weiwei of niet altijd gezagsgetrouwe waarnemers zoals Yan Xuetong en dergelijke ontbreken overigens ook. We leren de Chinese werkelijkheid eens kennen via een benadering waarin China centraal staat. Dat is een hele verademing. Het gaat echter wel om een werkelijkheid zoals ze is volgens Frank Pieke en zijn collega’s.

Misvattingen bestreden …

De auteur gaat in tegen westerse opvattingen en voorspellingen over China. Vijf hoofdstukken beginnen met een tegendraads antwoord op een vraag over dat land. Van ‘waarom de communistische partij aan de macht zal blijven’ tot het relativerende ‘niet slechts een Chinese eeuw’. Pieke merkt op dat de partij de samenleving ‘hanteert en bestuurt in plaats van ze onder de duim te houden’. Hij ziet mogelijkheden om druk uit te oefenen op partij en regering en om het beleid te beïnvloeden. De auteur legt uit waarom het westerse discours over de mensenrechten niet meer van deze tijd is nu China en andere opkomende landen terecht meer inspraak in het rechtendebat willen. Hij begrijpt wat voor noodzakelijke rol de continu ‘lerende’ en experimenterende communistische partij speelt bij de ontwikkeling van nieuwe politieke vormen. Pieke heeft oog voor de diversiteit van de Chinese samenleving bij een groeiend besef van nationale eenheid (ook de spanningen daartussen). Hij wijst op de prestaties van de economie, de uitdagingen bij de overgang naar een ‘proactieve groene ontwikkelingsstrategie’.

en uitgedragen

Dat alles zorgt voor veel verfrissende geluiden, te vaak overstemd door uiterst negatieve en soms zeer betwistbare opvattingen. Die laat de auteur ongemoeid of hij gelooft er zelf in. “China heeft tegenwoordig een kapitalistische economie, daarover is er geen discussie. Corruptie zit in het systeem ingebakken, de strijd ertegen is een wapen waarmee politieke tegenstanders elkaar soms tot de orde roepen. De CPC probeert ‘wanhopig’ de schijn van eenheid op te houden. Ze leidt de aandacht van haar interne tegenstellingen af door dissidenten te vervolgen. De partij heeft het socialisme en communisme afgeschreven, het is haar in de eerste plaats om haar eigen voortbestaan en om de macht te doen. De organisatie heeft geen democratisch mandaat, maar ‘ze blijft sterk omdat ze de bevolking ervan overtuigt dat alleen zij China kan omvormen en omdat ze beschikt over een fenomenaal aanpassingsvermogen”.

De keuze van Pieke

Frank Pieke deelt met ons de kennis en de expertise van China-specialisten. Dat is lovenswaardig en de lezer krijgt er nieuwe inzichten door. Zo leren we over de invloed van de belastinghervormingen en de bestuursstructuur op de verhouding tussen de overheden, of de genegeerde gevaren van de krimp bij de beroepsbevolking en de vergrijzing. De auteur gaat in tegen westerse opvattingen en voorspellingen over China. We moeten echter dit niet vergeten: de auteur maakt uit wat er allemaal in de wetenschappelijke wereld te vinden is een persoonlijke selectie. Dat leidt ook tot keuzes voor erg merkwaardige, zonder overtuigend bewijs geponeerde, theorieën. Een voorbeeld is dat van ‘de heilige leegte’, een term uit de volkenkunde. Hij verwijst naar een heilige plaats voor de Giriama in Kenia die zuiver en leeg blijft. Het gewone volk heeft er geen toegang toe, maar gelooft er in, vol ontzag. Frank Pieke, zelf antropoloog, meent dat het begrip heel goed toepasbaar is op de CPC. Het partijprogramma en de waarden van de communisten hebben volgens hem in feite geen inhoud meer, maar dat blijft geheim. Ook de ‘heilige leegte’ is een van de sterke kanten van de partij, die haar macht bestendigt.

Geen ideologie, maar empirie

Het was de ambitie van de auteur om zich niet door westerse hoop of afkeer te laten leiden. In plaats daarvan wilde hij ‘antwoorden zoeken op empirische i.p.v. ideologische vragen’. Voor Pieke zijn ‘socialisme en kapitalisme’ immers ‘geen monolithische en tegengestelde systemen’ … maar ‘losse verzamelingen van ideeën en instellingen, specifiek voor bepaalde situaties en producten van historische ontwikkeling, … verschillend van plaats tot plaats’ (p.16). Daarom pleit hij voor een ‘recombinante’ kijk. Hij ziet in China een vreemde nieuwe werkelijkheid ontstaan, samengesteld uit ‘kapitalistische’ economische, liberale culturele en maatschappelijke onderdelen en ‘socialistische’ instituties (aanhalingstekens van Pieke). De naam die hij daarvoor geschikt vindt is neo-socialisme. Frank Pieke wil weten hoe de tegenstrijdigheden worden opgelost en onder controle gehouden en welke beslissingen of politieke agenda’s aanleiding geven tot combinaties of tot beperkingen van die ogenschijnlijk tegengestelde elementen. Pieke vraagt zich af wat de mogelijke toekomstscenario’s voor China en de wereld zijn, wie de keuzes zal maken en wat daarvan de gevolgen zullen zijn.

Als alle anderen

Frank Pieke tussen dir. Confucius Inst. Groningen en Koningin Maxima
Frank Pieke tussen dir. Confucius Inst. Groningen en Koningin Maxima (foto: www.chinasquare.be)

Er is een valkuil die hij niet ziet: die van zijn eigen ideologie. De ‘uitdagingen zijn nu algemeen en mondiaal’, het socialisme en zijn erfenis is iets van het verleden. Marxistische wetenschappelijke visies en methoden zijn een illusie. Waarom is het dat de ‘hervorming van de restanten van de planeconomie een twistpunt’ blijft? De ‘gevestigde belangen’ houden ze tegen (p.122). Dus niet: ideologische of politieke meningsverschillen. In die optiek zijn de Chinese leiders niet oprecht gemotiveerd om het volk te dienen. Hun maatregelen zijn ingegeven door angst voor de bevolking, druk van andere landen of omstandigheden (die nog vaak het gevolg zijn van eerder gemaakte fouten). Hun doel is ‘een krachtige partij die een sterke staat leidt die een gezonde natie regeert en een machtig land vertegenwoordigt’. ‘Volgens de partij garandeert alleen haar eigen voortgezette heerschappij dat China sterk en welvarend zal zijn’ (p.23). Pieke is hier zo vriendelijk om te veronderstellen dat de partij de welvaart van de maatschappij wel degelijk wil bevorderen. Door het boek heen is meestal duidelijk dat hij de voortgezette heerschappij van de CPC vooral ziet als een behartiging van persoonlijke belangen. De Chinese communisten zouden dus wat dat betreft niet veel verschillen van politici in andere landen. Die zijn immers in de eerste plaats gemotiveerd door persoonlijk streven en voor hen zijn maatschappelijke doelstellingen mooi meegenomen.

Tegenstrijdigheden van het neo-socialisme

De leiders van de Chinese partijstaat hebben volgens de auteur met het neo-socialisme een hybride overgangsfase gecreëerd. Geopolitiek gezien ‘dient de opkomst van China twee heren’: China wil zich aansluiten bij de wereldorde, net als de VS worden om toch voor zichzelf de speciale waarden van China te behouden. Aldus de auteur, die denkt dat een minder strijdlustige houding van China in de internationale arena de wereldvrede zou bevorderen. Binnenlands is ‘de tegenstelling tussen een fundamenteel veranderde samenleving en een wezenlijk onveranderde partijpolitiek op lange termijn niet houdbaar’. Daarom doet Frank Pieke een aantal aanbevelingen. Het zou goed zijn als de partij meningsverschillen en diversiteit positiever bekeek. Ze zou transparanter kunnen worden en verantwoording afleggen. Bovenal zou ze een leidende organisatie kunnen worden ‘die de missie en de consensus voor de samenleving formuleert, alledaagse belangen en gewone politiek overstijgend’. In zijn conclusie schrijft auteur dat de communistische partij zou kunnen ‘veranderen van een geheimzinnige organisatie in een super-ego (een morele en kritische kracht) van de toekomst van China die een open einde heeft’. Kortom: Frank Pieke probeert de westerse ideologie achter zich te laten, maar de westerse ideologie verlaat hem daarom nog niet.

Toch een gids?

Zeker, dit boek kan de overwegend negatieve beeldvorming van China bijstellen. Ook lezers die China positief of met begrip bekijken en diegenen die geloven dat China een progressief of links model te bieden heeft, zullen feiten en argumenten vinden waar ze wat van kunnen leren. Al is het maar omdat het boek de lezers uitdaagt tot nadenken en tegenspreken. Door ‘China, een gids voor de 21e eeuw’ te lezen zullen sommigen ertoe worden aangezet om op zoek te gaan naar wat Chinese waarnemers zelf, en vooral die in de CPC, echt denken en willen. Als dat gebeurt, is het een mooi resultaat.

China, een gids voor de 21e eeuw
Frank Pieke
Amsterdam University Press en Davidsfond
30 September 2016
308
978 94 6298 187 4
Knowing China. A Twenty-First Century Guide

Zie ook

Zal Afrika China voeden? De Chinezen hebben grote stukken land in Afrika verworven. Daar zit een plan van de overheid achter, en het wordt gesteund door Chinese staatsbanken en ontwikkelingsfondsen. De belangrijkste bedoeling is voedsel te produceren voor China, zelfs ten ko...
Een vrij objectieve observatie van de Chinese part... Het is algemeen bekend dat zowat alles in China draait rond (en door) de communistische partij en de staat. Daar zijn vragen genoeg over, zoals: ‘zou China beter af zijn zonder CPC en met een andere staatsinrichting, of juist niet?’, ‘waarom is h...
Jonathan Holslag, China’s coming war with Asia “China’s ambitie is om vreedzaam vooruit te gaan. Scherpe conflicten met zijn Aziatische buren vermijden is essentieel voor dit objectief. Jonathan Holslag legt op een briljante manier uit voor welk geopolitiek dilemma het opkomende China staat, ...
China en Europa. Waar twee werelden elkaar raken ‘Wat moeten wij met China? … Wat moet China met ons?’ Met die vragen voor ogen heeft Fokke Obbema, oud-chef economie en nu buitenlandredacteur van de Volkskrant, ‘een actueel boek over de verhouding tussen China en Europa’ willen schrijven. Want:...
BRONArtikel oorspronkelijk verschenen op www.chinasquare.be
Dirk Nimmegeers is afgestudeerd in Germaanse Talen (RU Gent) en heeft als leraar Engels gewerkt in Terneuzen. In 2005 werd hij redactielid van China Vandaag, het blad van de Vereniging België - China, voor de rubriek Welingelichte Bronnen (nieuwsoverzicht). In 2009 heeft hij de website ChinaSquare.be met Nederlandstalig nieuws en achtergrondartikelen over China mede opgericht. In 2015 publiceerde hij bij SAGE, in The International Communication Gazette: Presentation of China in online West European media.