De verwarring van de vliegende reporter

Facebooktwittergoogle_plusmail

‘Het jaar van de verwarring’ is het niet opgesmukte verhaal van een journalist die behoorlijk wat empathie aan de dag legt – anders zou hij het vertrouwen niet gewonnen hebben van zoveel geïnterviewden – maar die tegelijk ook voortdurend bezig blijft met, al was het maar in a nutshell, het expliciteren van de context en die, wanneer het om dilemma’s gaat, het vraagteken niet schuwt.

It ’s a journalist’s job to be a witnesss to history. We’re not there to worry about ourselves. We’re there to try and get as near as we can, in an imperfect world, to the truth and get the truth out’.

Met dit mooie citaat van Robert Fisk opent Steven Decraene zijn boek. Ik neem aan dat Decraene hiermee ook zijn bewondering wil uitdrukken voor deze Engelse journalist, schrijver en Midden-Oostencorrespondent voor The Independent, maar je kunt er toch niet omheen dat hun uitgangspositie als journalist toch wel heel verschillend is. De auteur van ‘De grote beschavingsoorlog’ woont en werkt al meer dan dertig jaar in het Libanese Beiroet terwijl Decraene het Brusselse Flageygebouw als standplaats heeft. Fisk is een Engelse Libanees geworden terwijl de nu 40-jarige Belgische journalist die al 15 jaar op de buitenlandredactie zit een ‘vliegende reporter’ is, zoals hij zichzelf noemt. Dat is hij het afgelopen jaar meer dan ooit geweest want hij is in dat ‘jaar van de verwarring’ – ook zijn en onze verwarring als kijker – meer dan ooit vanop diverse plaatsen op het VRT-scherm opgedoken.

Vliegende reporter

In dit boek doet de vliegende reporter die jachtige en vaak emotievolle reizen en reportages nog eens dunnetjes over in zeventien korte hoofdstukken, waar hier en daar enkele foto’s werden bijgevoegd. ‘Het jaar van de verwarring’ bestaat uit twee grote delen. Het eerste deel is een ooggetuigenverslag van een journalist van een kleine omroep die met een geluids- en cameraman door Europa reist in het spoor van de vluchtelingen, waardoor hij zowel Turkije, Griekenland, de Balkan, Hongarije, Oostenrijk en Duitsland aandoet. Vanaf 13 november 2015, de aanslagen in Parijs met als dieptepunt de fusillade van concertgangers in de Bataclan, verlegt hij zijn focus op enkele van de andere terroristische en contra-terroristische acties in Saint-Denis, Brussel, Nice en eerder op de redactielokalen van Charlie Hebdo en in Verviers.

Decraene is de vliegende reporter die door een redactie wordt uitgestuurd om verslag uit te brengen van wat er gebeurt in de wereld. ‘Ik sta tussen de vluchtelingen en naast de brokstukken. Vaak is het verhaal zichzelf nog aan het schrijven, terwijl ik er al over moet rapporteren – dat zijn nu eenmaal de wetten van het harde nieuws. Breaking News noemen de Amerikanen het. Of nog: News as it happens.’ (p. 8)

Van voetbal naar brexit

Het resultaat is vaak dat Decraene als een opgejaagde achter dat harde nieuws moet aanhollen en nooit echt tevreden kan zijn: ‘We zijn maar zo goed als onze laatste reportage. En die kon ook wel beter als we meer tijd hadden, en meer…’ (71). En nog een voorbeeld? Op 23 juni 2016 moet hij holderdebolder Nice verlaten, waar hij in de marge van het EK-voetbal Belgische supporters volgde, om zich snel naar Londen te begeven. Een tussenstop gaf hem wat tijd om zich in het brexit-dossier in te lezen. Van voetbal naar brexit: moet kunnen. Aanleg tot improvisatie is een basisvereiste voor een vliegende reporter, schrijft Decraene terloops en hij bewijst dat in heel dit boek dat niet alleen een weergave is van ‘het jaar van verwarring’, maar ook in belangrijke mate hoe hij en zijn kompanen als kleine reportageploeg moeten te werk gaan om dat allemaal in beeld te krijgen voor televisie. Vandaar de ondertitel ‘reporter tussen vluchtelingen en terreur’.

Met weinig middelen

‘Als kleine reportageploeg zijn we heel mobiel en flexibel. We merken dat de grote buitenlandse omroepen veel hiërarchischer te werk gaan: er is een ploeg voor de live-uitzendingen, een ploeg voor de duidingsreportages, ze hebben veel facilitaire ondersteuning.’ En soms ontstaan er ruzies tussen fotografen en hulpverleners, cameramensen duwen en trekken om de beste beelden vast te leggen. Zoals aan de haven van het Griekse Mytilini. ‘Op deze rotskust wordt een strijd gestreden door de media-industrie en de ngo-industrie, voor het meest aangrijpende beeld, voor de juiste plek op het juiste moment, voor een reden van bestaan, voor een  rustig geweten.’ (p. 124)

Voor het driekoppige team-Decraene is het een all in one activiteit, bestaande uit een geroutineerde cameraman en een klankman die gemiddeld met tien kilo – soms meer – aan licht- en montagemateriaal moeten rondzeulen en een journalist; drie professionelen die elkaar door en door kennen en vertrouwen. In Parijs maken zij mee wat veel nieuwsploegen meemaken: onder hun neus en onder die van zwaarbewapende agenten gaan enkele dieven op de loop met hun rugzak en een camera.

Toch behaalt deze kleine equipe ook kleine successen, vermeldt Decraene niet zonder trots: ‘Het verslag van de bijzondere treinreis (op de München-express) in het avondjournaal is zo apart dat de buitenlandse partners van de VRT maar al te graag de reportage overnemen. Als enige cameraploeg zijn we erin geslaagd om dicht bij een groep vluchtelingen te blijven op het moment dat ze de grens met Duitsland oversteken.’ (p. 103).

Ook het verhaal van Yusra Mardini, het 17-jarige Syrische meisje die van Izmir in Turkije naar Lesbos trekt en die samen met haar zus noodgedwongen grotendeels naast het bootje met haar familie heeft gezwommen. Decraene noemt de ontmoeting met haar in Belgrado een toevalstreffer, maar het bleek al gauw een journalistieke voltreffer want Yusra krijgt de gelegenheid om aan de Olympische Spelen in Rio deel te nemen en wordt vanaf dan het mikpunt van de wereldpers en een lichtend voorbeeld van hoe het ook anders, hoopvoller kan lopen.

Moeilijke evenwichtsoefening

In deze passage doet Decraene meer dan een journalist: er ontstaat een band met Yusra die verder reikt dan het vluchtige interview met de zoveelste vluchteling. Zuiver emotieloos kun je niet aan journalistiek doen, beseft Decraene zeer goed toen hij verslag uitbrengt van de aanslag op 22 maart 2016 in Brussel. ‘Er zat meer woede en boosheid in mijn stem dan vooraf gewild. Je bent emotioneel meer betrokken als er dicht bij jouw leefwereld iets gebeurt van die omvang.’ (p. 317)

‘Het jaar van de verwarring’ is een niet opgesmukte verhaal van een journalist die behoorlijk wat empathie aan de dag legt – anders zou hij het vertrouwen niet gewonnen hebben van zoveel geïnterviewden – maar die tegelijk ook voortdurend bezig blijft met het, al was het maar in a nutshell, expliciteren van de context en die, wanneer het om dilemma’s gaat, het vraagteken niet schuwt, zoals in ‘Kuisen we Molenbeek op om het dan links te laten liggen of durven we een nieuw soort samenlevingsmodel aan?’ (p.238)

‘Het jaar van de verwarring’ is vooral een eerlijk en menselijk verslag van een journalist die er zich van bewust is dat hij voortdurend aan een moeilijke evenwichtsoefening bezig is. ‘Wie alleen op reportage trekt om te scoren of om een journalistieke prijs te winnen, verliest de menselijke dramatiek uit het oog en mist empathie. Wie zich te veel laat leiden door wat er allemaal op die plaatsen gebeurt, dreigt vroeg of laat emotioneel te crashen.’ (p. 318)

Wie de andere te veel en te dicht in beeld krijgt, met zijn lijden geconfronteerd wordt, kan dat niet lichtzinnig over zich heen laten gaan. Dat kan bij de meest gehaaide journalist ook voor verwarring zorgen. Daar is niets mis mee. Integendeel.  

Het jaar van de verwarring
Steven Decraene
Pelckmans
2016
322
9789461315243
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.