Erdogan, de nieuwe sultan

Facebooktwittergoogle_plusmail

De laatste paar jaren is Turkije niet meer uit de actualiteit geweest. Denken we maar aan de talloze vluchtelingen die vanuit Turkije met gammele bootjes geprobeerd hebben Griekenland, en dus de EU, te bereiken. En het gesjacher van de EU en de Europese landen met president Recep Tayyip Erdogan om die stroom tot stilstand te brengen.

Verder had er op 15 juli een poging tot staatsgreep plaats, die Erdogan de kans gaf het land door grootscheepse zuiveringen naar zijn hand te zetten. Waardoor hij zijn Osmaanse sultandroom kan waarmaken eens hij het parlement zo gemanipuleerd heeft dat het de ceremoniële presidentiële functie officieel omvormt tot een uitvoerend presidentschap.

Het was dan ook een gedroomd moment voor een boek over Turkije. Dirk Rochtus, docent aan de KU Leuven/Campus Antwerpen, was er al mee bezig nog voor de gebeurtenissen van dit jaar. “Mee bezig” in de zin dat hij niet de intentie had een nieuw boek te schrijven, maar zijn eerder boek uit 2011 over Turkije, Turbulent Turkije. Europese of Aziatische tijger?, te actualiseren voor een andere uitgeverij. 1 De ontwikkelingen volgden elkaar zo snel op dat een grondig herwerkte en volledig geactualiseerde versie nodig was. Die ook heel wat meer bladzijden nodig had. Turbulent Turkije telde er 188, De terugkeer van de sultan heeft er 263.

De fundamentele problemen van Turkije zijn sedert 2011 dezelfde gebleven: Europese of Aziatische roeping oftewel lidmaatschap van de Europese Unie ja of nee, de problemen met de Koerden, de kwestie van de Armeense genocide, de moeilijke relatie met Griekenland, de vraag of Ankara al dan niet een westers bondgenoot binnen de Navo moet blijven of zich meer op Rusland moet richten, de relaties met zijn buurlanden enz. Omtrent dit alles zijn de knopen nog niet doorgehakt.

Breuk met het kemalisme

Wel blijft het een feit dat het via de stembus aan de macht komen van de islami(s)tische Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) van Erdogan in 2002, een breuk vormt in de Turkse geschiedenis. Er kwam een einde aan het kemalistische systeem dat ontstond toen Mustafa Kemal Pasha Atatürk in 1923 de Turkse natiestaat Turkije oprichtte op het puin van het door de Eerste Wereldoorlog ter ziele gegane Osmaanse Rijk. Atatürk wilde er een moderniserende, op het Westen gerichte seculiere staat van maken, waar de staat de godsdienst, die als een rem op de vooruitgang werd beschouwd, onder strikte staatscontrole hield.

De controle bleef er na de dood van Atatürk in 1938. Maar toen na de Tweede Wereldoorlog weer partijen werden toegelaten, probeerden die stemmen te werven bij de diepgelovige helft van de bevolking op het platteland en in de kleinere steden. Zo groeide de invloed van de islam weer. Uiteindelijk waren het de militairen zelf die de godsdienst bevorderden na hun staatsgreep van 1980. Zij zagen in de godsdienst een dam tegen het communisme en voerden, onder meer, verplicht islamonderwijs in, ook voor niet-moslims. Overal doken islamitische scholen op als concurrenten voor de staatsscholen.

De gestage groei van de invloed van de islam maakte het mogelijk dat de islamist Necmettin Erbakan (1926-2011) in 1996 zelfs premier kon worden van een coalitieregering. Maar zijn  islamitisch enthousiasme en  toenadering tot islamitische landen zoals het revolutionaire Iran, leidde tot een negatief advies van het oppermachtige leger. Het was een stille wenk om af te treden. Wat hij in 1997 ook deed om een nieuwe staatsgreep te vermijden.

Naar islamitische “diepe staat”

Het was de laatste krachtproef die het leger won. Want Turkije was officieel kandidaat voor het lidmaatschap voor de EU, een EU die democratische hervormingen eiste, met onder andere het wegwerken van de heerschappij van het leger over de politiek. Erdogan maakte daar handig gebruik van om de militairen te marginaliseren. Ook door dubieuze processen, zoals Ergenekon, de naam die gegeven werd aan een samenzwering tot staatsgreep door het leger. Vele officieren werden tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. Maar in april dit jaar, toen Erdogan in zijn machtsstrijd tegen zijn voormalige islamitische bondgenoot Fethullah Gülen, die een sterke positie had verworven bij de politie en het gerecht, best steun van het leger kon gebruiken, werden de veroordelingen in april dit jaar plots vernietigd. Dat hing dat weer samen met het feit dat Erdogan, naast het leger, ook het gerecht naar zijn hand wist te zetten door de benoemingen van rechters aan zich te trekken.

De “diepe staat” van de kemalisten, die bestond uit hoge legerofficieren, rechters, hoge ambtenaren, professoren, journalisten enz., die bepaalde wat in Turkije kon en niet kon, werd uitgeschakeld. Een positieve evolutie zou men denken, maar de kemalistische diepe staat werd vervangen door een islamistische diepe staat. Met, zoals voorheen, censuur, willekeurige arrestaties, beperkingen op de vrijheid van de pers… Erdogan werkte zich geleidelijk naar de positie van alleenheerser, of beter gezegd van sultan in de Osmaanse traditie, waar de sultan naast de wereldlijke ook de geestelijke macht bezat als kalief, de opvolger van de profeet Mohammed. Nu beschouwt Erdogan zich als de verdediger van de soennitische islaù, niet alleen in Turkije maar ook in het hele Midden-Oosten en verder.

Koerden opgeofferd

Erdogan bespeelde ook de Koerdische kwestie voor eigen gewin. Hij probeerde de Koerden gunstig te stemmen door hen ontwikkeling te beloven, won met zijn AKP vele stemmen in het zuidoosten van het land, maar niet genoeg om de lokale besturen onder controle te krijgen. Via indirecte onderhandelingen met Abdullah Öcalan, de gevangen zittende leider van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), probeerde hij nog een oplossing te vinden. Maar verder dan het beperkt toelaten van het Koerdisch in de media en in van private lessen Koerdisch ging hij niet.

Die politiek kon niet verhinderen dat de pro-Koerdische Democratische Partij van de Volkeren (HDP) in 2015 bij de parlementsverkiezingen de kiesdrempel van 10 % overschreedt en er aldus voor zorgde dat de AKP haar meerderheid verloor. Dat was voor Erdogan de aanleiding om volop militair in de aanval te gaan tegen de PKK om bij de nieuwe verkiezingen de steun te krijgen van velen die geen instabiliteit wensten in Turkije. Dat lukte: Erdogan herwon zijn meerderheid, maar er wordt nog altijd zwaar gevochten in Turks-Koerdistan. De “winstoogmerk” van Erdogan kost nog altijd veel mensenlevens.

Ruzie met iedereen

Erdogan kreeg aanvankelijk lof van het de EU, en van het Westen in het algemeen, voor zijn aanvankelijke hervormingen, maar toen hij zijn doel – de macht –bereikt had – was hij niet meer bereid verder te gaan. Zoals hij naar verluidt ooit zei is democratie zoals een trein: men stapt er af als men op zijn bestemming aankomt. Velen in Europa hadden aanvankelijk vertrouwen in Erdogan, men bestempelde hem als een conservatieve moslim waarmee te leven valt. Nu is ligt dat heel wat anders, met de vluchtelingencrisis, met de massale zuiveringen na de vermeende coup van 15 juli (sommigen gaan geloven in de hypothese dat Erdogan die zelf geregisseerd heeft), met zijn plannen voor de herinvoering van de doodstraf enz. Er wordt meer en meer openlijk getwijfeld aan de mogelijkheid dat Turkije nog lid zou kunnen worden van de EU. Van vele kanten wordt gedreigd de al lang aanslepende toetredingsonderhandelingen stil te leggen.

Uiteindelijk is het zover gekomen dat Turkije ruzie heeft met iedereen. Van volgzame vazal van het Westen, dat Turkije als boeman tegen de vijanden van het Westen  – zoals de Arabische nationalisten, zoals de sjiitische revolutionairen die in 1979 in Iran de pro-westerse sjah omverwierpen – ging Erdogan een onafhankelijker koers volgen. Met Israël kreeg hij het al snel aan de stok uit sympathie met de Palestijnen. Een totale breuk werd het niet – zeker niet economisch – maar het duurde tot eerder dit jaar dat Israël opnieuw een ambassadeur naar Ankara mocht sturen. Erdogan was geïsoleerd geraakt en onder westerse druk gezet dat hij moest buigen. Zo is er geen sprake meer van het opheffen van de blokkade van de Gazastrook, die één van zijn voornaamste eisen was voor het weer aanhalen van de relaties.

In den beginne voerde Erdogan wat men een neo-Osmaanse buitenlandse politiek, die inhield dat de relaties met alle buren conflictvrij moesten zijn. Er was een periode dat Erdogan en de Syrische president Bashar al-Assad bij wijze van spreken te pas en onpas bij elkaar op de thee kwamen. Er kwam uitzicht op een regeling van de geschillen met Armenië en met Griekenland.

Maar eens Erdogan zijn status van “sultan” verworven had, begon hij zich ook te gedragen als een sultan. Hij had zich nog fel verzet tegen de westerse oorlog tegen kolonel Kadhafi in Libië, maar in Syrië werd hij de vijand van Assad en de beschermer van allerlei jihadistische groepen, die Turkije vrij in en uit kunnen/konden en er door het Westen betaalde wapens van kregen/krijgen. Turkije heeft inmiddels troepen gelegerd in Syrië en in Irak: het Osmaans expansionisme lijkt weer opgedoken. Met de Armenië is de grens nog altijd potdicht en met de Grieken is er nog altijd geen regeling voor onder meer de gas- en olievelden in de Egeïsche Zee.

Met Rusland waren de relaties goed: een bloeiende handel, Russisch massatoerisme in Turkije en Russische investeringen en voorgestelde investeringen voor energiepijpleidingen door Turkije. Maar Rusland is een oude bondgenoot van Syrië. En Erdogan beging de stommiteit een Russisch gevechtsvliegtuig te laten neerschieten dat net iets over Turks grondgebied had gevlogen. Tot grote woede van president Poetin die zware sancties oplegde en verbood dat er nog charters met Russische toeristen naar de Turkse westkust zouden vliegen. Ook hier heeft Erdogan bakzeil moeten halen. Maar beide landen hebben elkaar nodig zodat de hemel toch al wat is opgeklaard.

In principe is Erdogan, als leider van de soennitische tegen de sjiitische as, ook anti-Iraans, te meer omdat Iran ook president Assad steunt. Zoals met Rusland speelt hier ook de realpolitik.Turkije heeft nog altijd Iraans gas nodig en het door het Westen belaagde Iran kan zich geen omsingeling veroorloven. Ook zijn er wel zaakjes te doen, zeker toen de westerse sancties wegens Irans atoomprogramma nog van kracht waren en Teheran van het internationaal bankencircuit was afgesloten. Zo lekte uit dat Turkije Iran met goud betaalde voor energieleveringen.

De relaties met de buurlanden zijn slecht of fragiel. Wellicht kunnen die weer in de plooi vallen met de opmars van de regeringstroepen in Syrië en in Irak tegen de Islamitische Staat en andere jihadistische troepen. Met Europa is het een ander paar mouwen. Hier kan het nog alle kanten uit. Men kan er, zoals Dirk Rochtus, alleen maar over speculeren zoals hij het doet in zijn zeer lezenswaardig boek.

Turkije. De terugkeer van de sultan
Dirk Rochtus
Uitgeverij Vrijdag
2016
263
9789460014857

Voetnoten   [ + ]

1. Het boek van 2011 verscheen bij uitgeverij Pelckmans. Het werd, onder de titel “Turbulent Turkije“, gerecenseerd in Uitpers 138 van januari 2012
Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.