CETA nu de wind is gaan liggen: het Belgisch democratisch tekort

CETA: het Belgisch democratisch tekort
(foto: www.globalresearch.ca)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het vrijhandelsverdrag tussen Canada en de Europese Unie werd ondertekend. Het had heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk viel alles, met nauwelijks enkele dagen vertraging, keurig op zijn pootjes. Eind goed, al goed?

Nee, niet echt. Want er kunnen wel lessen worden getrokken uit wat er is gebeurd.

Ondergetekende werkte vijfendertig jaar lang als zelfstandig conferentietolk voor de verschillende Europese instellingen. Voor wie een beetje politieke belangstelling heeft is dit een droomjob, want je bent aanwezig bij veel belangrijke gesprekken en onderhandelingen op het hoogste niveau, van Raad tot Commissie en Parlement. Het geeft een beter inzicht in hoe de dynamiek tussen de instellingen en die tussen de Lidstaten en de instellingen werkt.

Er werden over deze jongste onderhandelingen, zoals reeds gezegd, erg veel hele leugens en halve waarheden verteld. En voor een deel van de tegenstanders is sowieso alles wat van de Europese Unie komt per definitie pervers. De EU is ondemocratisch en de schuld van alle besparingen die op nationaal niveau gebeuren. En de onderhandelingen gebeuren ‘supergeheim’ achter gesloten deuren …

Laat me niet lachen. Het probleem is dat in de Raad van Ministers alles vertrouwelijk gebeurt en het moet duidelijk zijn dat onderhandelingen nooit in het openbaar kunnen gebeuren. Ook de vakbonden zullen hun onderhandelingspositie en -standpunten niet op de markt gooien zolang de gesprekken met werkgevers nog bezig zijn. Bovendien, als de werkgroep handel van de Raad vergadert, doet ze dat met … meer dan twintig tolken er bij. Tolken hebben een deontologische plicht, uiteraard, maar als alles zo supergeheim zou zijn,  het zou er heus anders uitzien.

Laat ons dus even overlopen hoe zo’n gesprekken formeel gevoerd worden. De werkgroep handel van de Raad van Ministers onderhandelt lang en tot in de kleinste details over het mandaat dat hij aan de Commissie wil geven. De kleinste details, dat betekent inclusief de komma’s en punten. Elk land heeft immers zijn belangen te verdedigen, en ja, dat zijn vooral de belangen van zijn bedrijfsleven.

Van zodra dat mandaat klaar is, gaat de Commissie onderhandelen met de Canadese partners, achter gesloten deuren, inderdaad. Maar bij elke onderhandelingsronde is er een delegatie van de Lidstaten aanwezig om de onderhandelingen te volgen en ervoor te zorgen dat de Commissie zich strikt aan het mandaat houdt. Of m.a.w. de Lidstaten volgen de gesprekken op de voet, dat ze niet zouden weten wat er gebeurt is larie en apekool.

De Commissie moet ook geregeld verslag uitbrengen bij de Raad en daar kan altijd bijgestuurd worden. Ook in het Parlement kan de Commissie uitleg geven. Documenten zullen niet vrijgegeven worden, dat klopt, maar uitleg is er wel.

Waar ik vooral wil op wijzen is dat tijdens dit hele proces ook de nationale parlementen om uitleg kunnen vragen bij hun regeringen. En het is zeer waarschijnlijk dat ook hier geen documenten zullen gegeven worden, de opvolging van de onderhandelingsgesprekken is ook in handen van de diplomaten van de Permanente Vertegenwoordiging, zeg maar ‘de ambassade’ van België bij de EU. Ambassadeurs en hun diplomatiek personeel zijn ambtenaren die verantwoording zijn verplicht aan hun minister, in dit geval die van Buitenlandse Zaken.

Of m.a.w. er wordt ontzettend veel mist gespuid rond dit verdrag. De nationale parlementen en de diverse regeringen van dit land doen hun werk niet. Indien ze bezwaren hebben tegen een verdrag kunnen  ze dat melden, en dat deden ook het Waalse Parlement en de Waalse regering. Dat Vlaanderen dit niet doet kan enkel betekenen dat het geen bezwaren heeft of er zich eigenlijk niet om bekommert. Er is dus ook aan Belgische kant een ernstig democratisch tekort.

De tegenstanders van het verdrag hebben overschot van gelijk wanneer ze stellen dat de Europese instellingen té eenzijdig naar de verlangens van het bedrijfsleven luisteren. De lobby’s van het middenveld worden veel minder gehoord en als daar niet snel iets aan verandert kan dat de legitimiteit van de Europese instellingen de doodsteek geven.

Trouwens, het echte democratisch tekort aan Europese kant, zit in de oude, negentiende eeuwse opvatting van dergelijke onderhandelingen. Handelsgesprekken gaan niet enkel over de belangen van ondernemingen, maar vandaag ook meer en meer over de belangen van burgers. Het kan niet dat dit in handen is van ambtenaren en diplomaten die van democratie meestal geen kaas hebben gegeten. Het grote probleem zit bij de Raad van Ministers die geen openheid wenst. Probeer maar eens uit te vinden hoe je regering over een bepaalde verordening of richtlijn heeft gestemd! Bovendien hebben de lidstaten wel degelijk informatie die ze aan hun nationale en regionale parlementen kunnen doorspelen en waarover ze met het middenveld kunnen praten. Dat dit niet of veel te weinig gebeurt is het grote tekort in onze democratie.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.