Selectieve verontwaardiging over burgerslachtoffers van bombardementen

Selectieve verontwaardiging over burgerslachtoffers van bombardementen
(foto: Scott Bobb
Facebooktwittergoogle_plusmail

Afgelopen week kregen we een fraai staaltje propaganda in onze pers n.a.v. het bezoek van de koning aan ‘onze’ jongens in Jordanië vanwaar 6 Belgische F16s luchtoperaties uitvoeren boven Irak en Syrië. Er kwamen geen kritische vragen of confrontaties bij de stelling dat de Belgen geen burgerslachtoffers maken.

Airwars rapporteert evenwel minstens 1841 doden tijdens 654 incidenten. De VS hebben uiteindelijk de dood van 119 burgers moeten toegeven. Alle andere 13 leden van de internationale coalitie die boven Syrië en Irak bombarderen, ontkennen dat ze burgerslachtoffers maken. De media zouden zich wat kritischer mogen opstellen en misschien eens moeten investeren in veldonderzoek (wat blijkbaar wel kan voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen).

Wat wel uitvoerig – en terecht – wordt gedocumenteerd (en door onze beleidsverantwoordelijken becommentarieerd) is de brutale manier waarop Russische gevechtsvliegtuigen opereren boven dichtbevolkte gebieden, zoals in Oost-Aleppo en Idlib. Daarbij zouden er op een jaar tijd minstens 7000 burgers zijn gedood. Een gruwelijk hoge dodentol. Rusland hield een drie weken lang (tot 15 november) bestand in acht voor luchtoperaties boven Oost-Aleppo, wat mogelijks het leven heeft gespaard van honderden mensen.

Nog minder in de pers zijn de luchtoperaties van de door Saudi-Arabië geleide coalitie boven Jemen waarbij sprake is van minstens 10.000 doden. Naar schatting twee derde daarvan is gedood door bombardementen met de uitdrukkelijke militaire en politieke steun van de VS en GB die er de munitie voor leveren.

Tenslotte zijn er nog de vele burgerdoden die gevallen zijn onder de bommen van Amerikaanse drones in Jemen, maar ook Pakistan of Afghanistan. Alleen al in Pakistan (sinds 2004) zou het over 3.341 doden gaan, van wie het merendeel burgers.

De grote verontwaardiging over het Russische optreden, staat in scherp contrast met de verontwaardiging over de doden die vallen bij de luchtoperaties waarvan België deel uitmaakt of van andere bondgenoten, zoals in Irak, Syrië, Jemen, Pakistan en Afghanistan.

Tijd voor eerlijke journalistiek die dieper graaft dan het louter reproduceren van officiële perscommuniqués en ook kritische bronnen en geluiden aan bod laat komen. Dat zou bijvoorbeeld grote peperdure aankoopdossiers van het leger, zoals de aankoop van nieuwe bommenwerpers, in een ander daglicht kunnen plaatsen.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers