Chinese munt belangrijker

Chinese munt belangrijker
Facebooktwittergoogle_plusmail

Sedert 1 oktober 2016 is de Chinese Yuan opgenomen in de IMF-muntkorf. De nationale banken overal ter wereld zullen dus Chinese yuan moeten opslaan, omdat de centrale banken hun deviezenreserve naar de IMF-muntkorf oriënteren.

Slechts vijf munten bepalen het gewicht van de fictieve IMF-muntkorf, die de waarde van de internationale betalingen, grondstoffen, goederen en diensten bepaalt. Deze korf ondergaat om de vijf jaar een review. Met de recentste review in november 2015 besliste de directieraad van het IMF om vanaf 1 oktober 2016 de Chinese munt in de muntkorf op te nemen, die dus nu bestaat uit de VS-dollar, het Britse pond, de euro, de Japanse yen en de Chinese yuan. De officiële term voor de Chinese munt is eigenlijk ‘renmimbi yuan’ en is te vergelijking met de benaming ‘sterling pound’ voor de Britse munt.

China is in de voorbij decennia van een regionale economische macht gegroeid tot de nummer twee in de wereldeconomie. Men schat dat de Chinese republiek de VS in de komende jaren zal voorbijsteken wanneer het over de omvang van de bruto productie gaat. Het groeiend Chinees aandeel in de wereldhandel deed het  IMF beslissen om de remninbi yuan op te nemen in de muntkorf. Met als gevolg dat de rol van de Chinese munt in de afhandeling van het internationaal handelsverkeer groter wordt. Bijgevolg zullen de centrale banken voor een deel yuan in hun deviezenreserve moeten opslaan. Verder heeft de nieuwe status van de yuan vooral een symbolische betekenis, het is zoals gezegd de erkenning van China als economische wereldmacht, maar het verschaft Peking ook een grotere invloed op de politieke besluiten van het IMF en WB.

Voorlopig wordt meer dan 90 procent van de wereldhandel in VS-dollar verrekend, waardoor de VS de machtspositie van haar munt (voorlopig) in stand kan houden dank zij het feit dat de andere landen die verplicht zijn om dollars aan te kopen in functie van de internationale betalingen. Alle andere munten vertegenwoordigen maar een klein procent.

De grondbasis voor de waardebepaling van de fictieve kunstmatige IMF munt wordt uitgedrukt in de zogenaamde SDR-trekkingsrechten. Deze worden bepaald en gemeten volgens de bijdrage van de IMF-lidstaten (quota’s), ook voor de kredietmogelijkheden van de landen bij het IMF. De SDR werd in 1969 door het IMF gecreëerd nadat Nixon de pariteit van de dollar ten opzichte van goud heeft opgeven. De SDR is gelijk aan 1,397400 dollar of 1,11670 euro, de reminbi yuan wordt een vijfde van de SDR munt. Door het opnemen van China in de samenstelling van de muntkorf krijgt de yuan een gewicht in de SDR van 10,9 procent, maar het grootste gewicht blijft in de handen van de VS met 42 procent, de euro staat voor ongeveer 31 procent, Japan en Groot-Brittannië elk 8 procent.

Door de machtspositie van de dollar in de internationale handel kan Washington de andere muntzones beïnvloeden. De yuan weegt in feite een vierde van de dollar (10,9% SDR tov 42% SDR). Door het intensiveren van de Chinese handel met Mexico en Canada gaat het Chinese aandeel voor de waardebepaling van de dollar in de richting van de helft. Daarom besliste de Amerikaanse Fed om de rente op haar staatscertificaten niet te verhogen.

In juni 2015 was de Yuan de zesde meest gebruikte munt in het wereldwijde betalingsverkeer. Door tal van valutaswaps stappen meer handelspartners van China over op de yuan voor hun bilaterale handel. China heeft een valutaswap met 36 verschillende landen met een totaal volume van 3,3 biljoen yuan, ongerekend ongeveer 500 miljard dollar. De Chinese munt zal in de toekomst zeker ook profiteren van de ontwikkeling van de ‘zijderoute’, een nieuwe handelsroute binnen het Euraziatische continent.

De groei van de Chinese munt in de wereldhandel loopt gelijktijdig met een verzwakking van de Amerikaanse dollar en een verhoging van de Amerikaanse staatsschuld. Deze bedroeg op 30 september 2016 meer dan 19.573 444.713.916,78 dollar ofte 19,57 miljoen miljoen. De overheidssteun voor de Amerikaanse banken met de financiële crisis van 2008 voor een bedrag van 700 miljard is het equivalent van 4,8 procent van het Amerikaanse BNP, dat niet besteed kan worden voor andere budgetten als armoedebestrijding, bouwen van scholen, enz. Het resultaat is een niet afnemende stijging van de staatsschuld. Het tekort op de Amerikaanse handelsbalans steeg van augustus tot september met 7,6 procent. Deze stijging laat zich verklaren door de daling van de export met 1,5 procent. De VS-export naar China en Europa in de periode van augustus en september 2016 was nog lager: min 2 procent voor China en min 7 procent voor Europa. Het VS-aandeel in de wereldexport is 9,1 procent.