Irak en Syrië: luchtoperaties maken bij iedereen slachtoffers

Irak en Syrië: luchtoperaties maken bij iedereen slachtoffers
Facebooktwittergoogle_plusmail

Een oorlog wordt altijd op verschillende fronten gevochten. Naast het militaire strijdtoneel en het gevecht achter de diplomatieke schermen, dingen de strijdende partijen ook naar de gunst van de publieke opinie om het eigen narratief in de communicatie te laten domineren. Propaganda dus. Met het publieke discours van media en politiek over het geweld in Syrië en Irak is dat niet anders.

Zowel in Irak als Syrië zijn internationale en regionale machten militair actief. In beide landen worden twee belangrijke steden met een overwegend soennitische bevolking belegerd door pro-regeringstroepen en sjiïtische milities, Mosoel in Irak en Aleppo in Syrië. In beide grote steden vallen daarbij heel wat burgerslachtoffers. Toch zijn de gebrachte verhalen erg verschillend. Over Mosoel leren we dat de Islamitische Staat (IS) die de stad in handen heeft, de bevolking als menselijk schild gebruikt. Over Oost-Aleppo lezen we dat niet, hoewel volgens de VN de helft van bevolking het stadsdeel wilde ontvluchten toen daar de kans toe bestond tijdens het staakt het vuren dat de belegeraars (Rusland en Syrië) gedurende een paar dagen hadden afgekondigd.

Koude Oorlog 2.0

Veel houdt verband met de huidige, nieuwe geopolitieke context waarbij de koude oorlog, versie 2.0 zeg maar, weer lijkt ingetreden. De spanningen rond Oekraïne worden in het NAVO-kamp gekaderd als een Russische agressie. Meer nog, te oordelen aan de uitspraken van NAVO-tenoren, lijkt het soms wel alsof Rusland, met een defensiebudget dat amper 7% bedraagt van het trans-Atlantisch bondgenootschap, een grootschalige militaire aanval op het Westen voorbereidt. We moeten ons daar bijgevolg tegen wapenen, met hogere defensiebudgetten, modernere kernwapens, grootschalige manoeuvres of het ontplooien van mobiele NAVO-eenheden in Oost-Europa. Dat Moskou de oostwaartse NAVO-expansie als een bedreiging percipieert, lezen we dan weer nauwelijks. Wel dat de felle reacties van Rusland uit de mond komen van een leider die zich gedraagt als een agressieve gewiekste potentaat. Sinds de conflicten in Oekraïne en in Syrië wordt er voortdurend gewezen op het propagandaoffensief vanuit Moskou. In de Belgische krant De Morgen plaatste een journalist zonder aarzelen de omschrijving ‘propagandazender’ voor het Russische internationale nieuwskanaal Russia Today.

De politieke schermutselingen in de media rond Syrië gingen de jongste weken in crescendo. Aanleiding waren de aanhoudende Syrisch-Russische bombardementen op Oost-Aleppo. Aan het eind van deze zomer leek het er nochtans goed uit te zien. Rusland en de Verenigde Staten waren er in geslaagd om op 12 september 2016 een veelbelovend staakt-het-vuren uit de brand te slepen. Het optimisme was groot. Het akkoord zou tot een algemene politieke dooi kunnen leiden tussen het Kremlin en het Witte Huis. Maar al na 6 dagen liep het mis. Bij een ‘niet-bedoelde’ Amerikaanse luchtaanval in Deir al-Zour lieten 62 Syrische soldaten het leven. De Britse publieke zender BBC kopte op haar website: “VS-aanval brengt bestand in gevaar”. Toch zou Moskou in de westerse pers uiteindelijk als schuldige worden aangewezen voor het opnieuw uitbreken van de vijandelijkheden, als gevolg van een tweede incident. Daags na de Amerikaanse luchtaanval in Deir al-Zour kwam een hulpkonvooi in Aleppo onder vuur te liggen waarbij naar schatting 20 doden vielen. Zowel Moskou als Damascus ontkenden achter de aanval te zitten, maar volgens het Witte Huis konden er maar “twee entiteiten” verantwoordelijk zijn: het Syrische regime of de Russische regering. Eenduidige bewijzen zijn er vooralsnog niet. De VN kondigde zopas aan dat er een onderzoek wordt geopend.

Russische luchtbombardementen boven Oost-Aleppo

Sindsdien woedt de strijd in en rond Aleppo heviger dan ooit. Rusland en Syrië lijken vastbesloten om de strategisch gelegen stad te veroveren en voeren een niets ontziende, bloedige bombardementencampagne vanuit de lucht. Volgens de VN kostte die tussen 23 september en 8 oktober al aan 406 mensen het leven in Oost-Aleppo. Daar hebben zich duizenden gewapende strijders en rebellengroepen verschanst, waaronder Jabhat Fatah al-Sham, dat zich tot deze zomer als een Al Qaeda-afdeling presenteerde. Bij de luchtaanvallen worden geregeld clustermunities (fragmentatiebommen) ingezet, wat zeker in dicht bewoonde gebieden zorgt voor talrijke slachtoffers onder de burgerbevolking. Het gaat om arbitraire wapens die verdragsrechtelijk verboden zijn in een honderdtal landen. Rusland is echter geen lid van het verdrag. De VS evenmin. Washington levert bijvoorbeeld clustermunitie aan Saoedi-Arabië dat het momenteel volop inzet in de oorlog in Jemen.

Rusland is inmiddels goed een jaar bezig met militaire luchtoperaties boven Syrië. Volgens Airwars, een site die het aantal burgerdoden ten gevolge van alle luchtaanvallen in Syrië en Irak op basis van verschillende bronnen in kaart probeert te brengen, vielen er in de eerste vier maanden van de Russische deelname aan de oorlog minstens 1.783 geverifieerde doden. Een verantwoordelijke officier van de Russische luchtmacht verklaarde echter een paar maanden later dat er geen enkele burgerdode te betreuren viel en dat er geen burgerfaciliteiten geraakt werden. Dat klinkt op zijn zachtst gezegd weinig geloofwaardig. Er is behoorlijk wat bewijsmateriaal dat de Russische bombardementen erg destructief en disproportioneel zijn. Dat geldt zeker voor Aleppo.

‘Internationale’ coalitie in hetzelfde bedje ziek

Westerse landen, die nochtans zelf ook luchtaanvallen uitvoeren boven Syrië en Irak, reageren erg fel. Volgens de Franse president Hollande maakt Rusland zich schuldig aan oorlogsmisdaden in Oost-Aleppo. De Britse premier Theresa May spreekt over “misselijkmakende gruwelijkheden”. Beide Europese leiders willen nieuwe sancties tegen Rusland niet uitsluiten. De Democratische kandidate voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, Hillary Clinton, riep op om een no-fly-zone in te stellen boven delen van Syrië. In de praktijk zou het afdwingen van zo’n no-fly-zone de kans dat Amerikaanse en Russische vliegtuigen met elkaar in confrontatie gaan enorm verhogen.

Hoe terecht en noodzakelijk de veroordelingen over het Russische militaire optreden ook mogen zijn, uit de mond van de genoemde westerse leiders klinken ze weinig geloofwaardig. Dat het westers optreden in het Midden-Oosten in hetzelfde bedje ziek is, krijg je minder gemakkelijk in de Angelsaksische pers en bij uitbreiding de Europese media te lezen. Net zoals Rusland zijn optreden in Oost-Aleppo verantwoordt als een operatie tegen extremisten en terroristen, kaderen de VS en zijn bondgenoten (onder wie Nederland en België die elkaar afwisselen in de militaire operatie tegen IS in het Midden-Oosten) de strijd om Mosoel en eerder ook het optreden in steden als Ramadi (Irak) als een operatie tegen extremisten en terroristen. Het gaat er daarbij even hard aan toe. De VS en zijn bondgenoten voerden van juli 2015 tot februari 2016 meer dan 600 luchtaanvallen uit boven Ramadi. De stad stond toen onder controle van de Islamitische Staat. Volgens de VN was de vernietiging van Ramadi “onthutsend” en op een schaal die “nooit eerder gezien werd in Irak”. Duizenden huizen werden vernietigd, alsook ziekenhuizen, bruggen en andere civiele infrastructuur en het aantal burgerdoden als gevolg van de militaire operatie in Ramadi is tot vandaag onbekend.

Sinds de zomer van 2014, het begin van de luchtaanvallen door de internationale coalitie over Irak en vervolgens ook Syrië, telde Airwars minstens 1.721 burgerdoden gespreid over 808 dagen. Dat is meer dan twee burgerdoden per dag voor beide landen. De complexe operatie om Mosoel te veroveren op de Islamitische Staat dreigt het aantal burgerdoden door luchtaanvallen fors te doen oplopen. Wie dichtbevolkte stedelijke gebieden vanuit de lucht bombardeert, kan namelijk niet anders dan burgerslachtoffers maken. Maar net als de Russische militaire woordvoerders negeren, minimaliseren of ontkennen de westerse coalitieleden doorgaans elk incident met burgerdoden.

‘Wij maken geen burgerdoden’

Midden oktober beweerde het Britse ministerie van Defensie nog dat de luchtmacht al ongeveer 1500 rebellen doodde in Irak sinds het begin van de militaire operatie twee jaar geleden en geen enkele burgerdode. Ook in Syrië waar de Britse luchtmacht militair actief is sinds december vorig jaar zouden er al een 180-tal extremistische rebellen gedood zijn, zonder één enkele burger te raken. Los van het feit dat dergelijke vaststellingen via een loutere luchtoperatie hoe dan ook moeilijk te maken zijn, lijkt deze bewering hoogst onwaarschijnlijk. Eind september beweerde ook de Belgische luchtmachtchef, Generaal-Majoor Vansina, dat alle 105 missies boven Irak en Syrië 100% effectief waren, zonder ‘collateral damage’ zoals dat verbloemd klinkt in het militaire jargon. Nochtans ging het in bijna de helft van de gevallen om gewapende luchtaanvallen.

Amnesty International bracht zopas een rapport uit met de conclusie dat de door de VS geleide coalitie het aantal dodelijke slachtoffers van de bombardementencampagne ‘substantieel onderschat’. De mensenrechtenorganisatie deed grondig onderzoek naar 11 luchtaanvallen van de internationale coalitie met ‘overtuigend bewijs’ dat 300 burgers werden gedood. De VS-alliantie zelf rapporteerde tot nu toe slechts één burgerdode. Het is naïef om te denken dat oorlogsmisdaden en andere gruwelijkheden alleen door ‘de andere partijen’ in het conflict gepleegd worden. De grote westerse verontwaardiging over de Russische en Syrische oorlogsmisdaden moet dus vooral propagandadoeleinden dienen en de eigen verantwoordelijkheid in de oorlogsgruwel verdoezelen.

Proxy oorlog

Het optreden van de VS, enkele Europese landen en de Arabische bondgenoten van de Golfstaten is bovendien veel minder nobel dan men laat uitschijnen. De Syrische luchtoperatie berust op een uiterst wankele juridische basis: er is geen VN-mandaat en past ook niet binnen de termen van de zelfverdediging zoals bepaald in het Handvest van de VN. Daarover bestaat verbazend weinig mediadebat. Dat geldt ook voor de grote financiële en militaire steun aan de Syrische oppositie die sinds het begin van het uitbreken van de opstand, het conflict een erg gewelddadig karakter hebben helpen geven. Het bedrag van de westerse wapenleveringen naar Syrië via de Golfstaten of Turkije loopt in de miljarden. Terwijl Washington diplomatiek druk in de weer was om een staakt-het-vuren te regelen in Syrië reserveerde het tegelijkertijd voor meer dan 200 miljoen dollar wapens aan de gewapende oppositie. IHS Jane’s kon een erg indrukwekkende lijst bemachtigen met tonnen munitie en wapens die de Verenigde Staten in december 2015 leverde aan de Syrische rebellen. De Europese militaire export naar de Golfstaten en Turkije loopt jaarlijks in de miljarden hoewel bekend is dat zij Syrië overspoelen met wapens – daarbij zijn de begunstigden niet zelden extremistische groepen. Dergelijke militaire steun heeft het conflict in de loop der jaren behoorlijk doen escaleren.

De militaire intrede van Rusland op het strijdtoneel in de zomer van 2015 was meteen ook een antwoord op deze militaire steun die er voor dreigde te zorgen dat de gewapende opposanten de overhand zouden krijgen. Vandaar ook dat Rusland inderdaad de zogenaamde ‘gematigde oppositie’ bombardeerde in de winter van 2015 en 2016. En vandaar ook dat Washington daarover zo boos was.

De essentie is dat alle strijdende partijen militair worden bijgestaan door buitenlandse actoren die een enorme verantwoordelijkheid hebben in de escalatie van de Syrische proxy oorlog. Syrië is als een schaakbord waarop verschillende nationale, regionale en internationale actoren als het ware hun koude oorlog warm uitvechten. De propaganda moet ons doen geloven dat de ‘ander’ schuld treft en moet tegelijk het eigen aandeel daarin doen verbergen. Dat mechanisme beheerst onze politieke wereld en media. Om het met een cliché te zeggen: in tijden van oorlog is de waarheid het eerste slachtoffer.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers