Het fenomeen ‘Duterte’

Het fenomeen 'Duterte'
Facebooktwittergoogle_plusmail

In mei 2016 kozen de Filippijnen een nieuwe president, Rodrigo Roa Duterte. In de volksmond werd dat ‘Du30’, omdat veel Filippijnen ‘30’ als ‘terte’ uitspreken. Hij is nochtans ouder dan 30 en is op zijn 71ste de oudste verkozen president ooit in de geschiedenis van het land.

Duterte was een buitenbeentje in de Filippijnse nationale politiek. Hij komt uit Mindanao, de armste van de drie eilandengroepen. Vorige presidenten, vice-presidenten en de meeste senatoren kwamen uit het meer ontwikkelde Luzon of het Noorden van de Filippijnen, of uit de Visayas in het centrum.

Hij stond aan het hoofd van een kleine politieke partij, PDP-Laban, met niet eens parlementsleden in het hele land. Hij wordt ook niet gerekend tot de ‘gele’ beweging of anti-Marcos coalitie die Mevrouw Corazon Aquino in 1986 aan de macht bracht met de ‘People Power Revolt’ en die nu al drie decennia lang de Filippijnse politiek beheerst. Het waren de ‘gelen’ die in 2010 Duterte’s voorganger, Benigno Aquino, tot president verkozen.

Van de vijf kandidaten voor de jongste verkiezingen was Duterte de minst ‘presidentiële’. Zijn taalgebruik is alles behalve beschaafd, hij vloekt en schreeuwt in drie talen – Engels, het Tagalog van Luzon en het Cebuano van Mindanao en Visayas. Hij dreigde ermee alle drugsdealers en criminelen te ‘doden’ van zodra hij verkozen was. Hij pronkt openlijk met zijn libido en zijn aantrekkingskracht bij vrouwen. Hij verwijt de katholieke kerk schijnheiligheid inzake seks en andere dingen. Na zijn verkiezing aarzelde hij niet om de VS-ambassadeur ‘homo’ te noemen en verweet hem dat hij zich moeide met de Filippijnse politiek.

In 2015 bleef Duterte onder de politieke radar van de waarnemers in het ‘imperiale Manila’. Hij deed het ook niet zo goed in de peilingen. Hoe komt het dan dat hij toch met een overweldigende meerderheid werd verkozen, met zes miljoen meer stemmen dan zijn directe rivaal?

De stem van het volk werd vergeten

Duterte’s verkiezing was vernietigend voor zijn voorganger, president Benigno Aquino. Die liet niets onverlet om een andere kandidaat, Manuel Roxas, te steunen. Die had, vanuit het oogpunt van de elites, de juiste politieke geloofsbrieven: opgeleid in de VS, gewerkt bij een investeringsbank, kleinzoon van een vroegere president uit Visayas. En vooral, Roxas stond achter de ‘Daang Matuwid’ (Rechte Pad) van de regering Aquino. De boodschap was dat Roxas zou verder gaan met de strijd tegen corruptie en de sterke economische groei van de vorige regering. Door Roxas te steunen kon de politieke erfenis van Aquino worden veilig gesteld.

Het eerste slachtoffer van de campagne Aquino-Roxas was vice-president Jejomar Binay, die aan de top stond in de peilingen van 2015. Net zoals Duterte was Binay twintig jaar lang een succesvol burgemeester geweest. Met dit verschil dat Binay burgemeester was van de rijkste stad van het land, Makati, het financiële centrum van de Filippijnen. En nog een verschil: de familie van Binay wordt ervan beschuldigd zich heel erg te hebben verrijkt tijdens dat burgermeesterschap. In de Senaat werd het ene onderzoek na het andere geopend door de volgelingen van Aquino-Roxas naar de verdachte rijkdom van de familie Binay. Begin 2016 kon Binay het wel vergeten.

Het volgende slachtoffer was de jonge, vriendelijke en openhartige senator Grace Poe. Zij is de aangenomen dochter van een van ’s lands meest populaire filmspelers, Fernando Poe. Men zegt dat hij de presidentsverkiezingen in 2004 verloor door kiezersbedrog van Gloria Macapagal-Arroyo. Senator Grace Poe moest in het  Hooggerechtshof afrekenen met twee hinderpalen. Ten eerste kon ze niet bewijzen dat ze in de Filippijnen werd geboren, aangezien ze niet weet wie haar echte ouders zijn, en ten tweede wilde ze haar VS-burgerschap niet opgeven, verkregen nadat ze een tijd in de VS had gewerkt. Een maand voor de verkiezingen zakten haar kansen.

Over de vierde presidentskandidaat, senator Miriam Santiago, wilden de opiniepeilers zelfs niet spreken. Ze heeft longkanker en wordt nauwelijks gezien in het openbaar. Ze is wel erg populair bij studenten omdat ze grappig en verstandig is.

Wat de opiniepeilers en de politieke analisten verbaasde was dat Duterte van januari tot april 2016 aan een opmars was begonnen. De aanhangers van Aquino-Roxas wisten niet wat hen overkwam. Ze haalden beschuldigingen boven van mensenrechtenschendingen door de burgemeester van Davao. Toen dat niets veranderde aan zijn populariteit, gingen ze op zoek naar corruptiezaken, net zoals bij Binay. Maar de aantijgingen kwamen te laat en konden nooit worden hard gemakt.

De aanhangers van Aquino-Roxas hadden zich laten misleiden door de thema’s die ze tegen Binay en Grace Poe gebruikt hadden, en zagen niet wat de echte bekommernissen van de mensen waren: een massale werkloosheid en massale armoede in een periode van snelle economische groei. Van 2010 tot 2015 steeg het Bruto Binnenlands Product met gemiddeld 6,2 % per jaar, en cijfer dat herhaaldelijk werd gebruikt door de regering Aquino om aan te tonen dat de Filippijnen niet enkel in Azië maar ook in de rest van de wereld bij de besten behoorden. Maar één op de vier Filippijnen blijft arm. Als de belachelijk lage armoededrempel van 52 Pesos per dag (1,10 US$) wordt opgetrokken tot het dubbele, dan leeft de helft van de bevolking in armoede. Het grote succes van de call centers die één miljoen jobs creëerden, doet niets aan het feit dat drie miljoen Filippijnen geen baan hebben en dat zes tot zeven miljoen mensen te weinig werk hebben. Vier miljoen mensen werken onbetaald in hun families en 14 miljoen werkt minder dan 40 uur per week (soms maar één tot twee uur). Mochten de migranten in het buitenland niet elke maand twee miljard US$ naar huis sturen, dan zou de Filippijnse economie er lang niet zo rooskleurig uitzien  en de armoede en de ongelijkheid zouden dramatische proporties aannemen.

De kruistocht van de regering Aquino tegen de corruptie zag er veelbelovend uit in 2010-2012 toen de vroegere president Gloria Macapagal-Arroyo onder ‘ziekenhuisarrest’ werd geplaatst, beschuldigd van plundering. Haar medeplichtige ‘Chief Justice’ werd afgezet omdat hij de hoge bedragen in Dollar en Peso op zijn bankrekening niet kon verklaren. Maar dat beleid van het ‘rechte pad’ werd niet volgehouden. Het befaamde subsidiesysteem waarmee parlementsleden openbare werken kunnen laten uitvoeren door hun bevoorrechte partners werd niet stopgezet. Er werd geen vooruitgang geboekt in het onderzoek naar het Ministerie van Landbouw. En de KKK-club van de president (‘kaklase, kabarilan, kamag-anak’ of: klasmaten, schietclubvrienden en familieleden) kregen heel wat voorrechten en benoemingen.

Ondertussen had het land te kampen met andere problemen waar de regering geen oplossing voor had: onvoorstelbare verkeersproblemen in Metro Manila, door het gebrek aan infrastructuur en stadsplanning, stijgende misdaadstatistieken, proliferatie van de drugshandel, weinig herstel in de door de orkaan Yolanda getroffen gebieden, een door El Nino veroorzaakte droogte in verschillende delen van het land, rebellengroepen op het platteland, onafgewerkte vredesonderhandelingen met de moslimrebellen, een moslim-opstand in Zamboaga City, botsingen met de politie in een andere moslimstad, hongerstakingen van boze boeren in Kidapawan, en zo voort en zo verder. De Filippijnen hebben dringend behoefte aan een leider die kan hervormen.

Uiteindelijk is er een consensus bij de opinieleiders en politieke analisten: de overwinning van Duterte is vooral het resultaat van proteststemmen. Mensen zijn ontevreden over de trieste stand van zaken in het land. Er is protest tegen de armoede, de ongelijkheid, de rechteloosheid.

Maar waarom Duterte?

Het antwoord op die vraag is dat Duterte tot de verbeelding sprak van heel veel mensen, van Jan-met-de-pet tot  de middenklasse en de kleine ondernemers. Zijn verkiezingsslogan ‘er komt verandering’ deed hoop ontstaan voor meer vrede en orde, meer en betere jobs en krachtdadig bestuur zonder corruptie.

Duterte was lange tijd burgemeester van Davao en bouwde een imago op van de man die perse de stad wilde ‘opkuisen’.  Een stad die bekend stond om zijn conflicten en rebellies werd een vredevolle en progressieve stad. Hij trad streng op tegen drugsdealers en criminelen met een ‘Duterte merk’ van discipline. Hij ontwapende de lijfwachten van de politieke krijgsheren die uit naburige provincies op bezoek kwamen in de stad. Tegelijk onderhield hij contacten met de verschillende gewapende groepen die in Mindanao actief zijn, vooral de New People’s Army van de Communistische Partij, het Nationaal Democratisch Front (NPA-CPP-NDF) en de twee gewapende vleugels van de separatistische moslimbeweging, het Moro Nationaal Bevrijdingsfront (MNLF) en het Moro Islam Bevrijdingsfront (MILF). Hij toonde respect voor deze gewapende groepen en vroeg hen Davao te sparen van gewapende conflicten. Op die manier kon Davao zijn rol versterken als belangrijkste zakencentrum van Mindanao.

De politieke vijanden van Duterte stellen dat de vrede in Mindanao wel duizend dode drugsdealers en criminelen heeft gekost, als gevolg van acties van de ‘Davao Doodseskaders’. Er komt geen officiële bevestiging uit het stadhuis van Davao, alleen stelt Duterte wel dat drugsdealers en criminelen geen mensenrechten hebben. Maar zelfs het punt van de standrechtelijke executies hebben de mensen er niet van weerhouden voor Duterte te stemmen. Hij was hun held.

Deze held is ook gewoon ‘een van ons’, een man van het volk. Hij gaat eenvoudig gekleed en rijdt met zijn fiets incognito door de stad. Zijn kleine woning is niet groter dan de behuizing van de huisbedienden van Manila’s elites. Met trots vertelt hij dat zijn vriendinnen geen voorrechten krijgen maar in gewone appartementen leven. Tijdens zijn verkiezingscampagne zei hij ‘socialist’ te zijn, aangezien hij de armen wil helpen en zijn programma’s de armen ten goede komen. Hij zei ook geen communist te zijn of lid van de NPA-CPP. Af en toe klinkt hij anti-Amerikaans. In zijn jeugd was hij actief in de studentenbeweging tegen de oorlog in Vietnam en de VS-interventies in de Filippijnen tijdens de koloniale veroveringen van 1898-1902.

Er komt verandering: de oorlog tegen drugs

President Duterte wil zijn belofte inlossen en begon meteen met een landelijke ‘oorlog tegen drugs’. Er werd een politieofficier aangesteld, generaal ‘Bato’ (de ‘rots’) de la Rosa als hoofd van de nationale politie en verantwoordelijk voor de anti-drugscampagne. Herhaaldelijk stelde hij dat drugsdealers en druglords geen mensenrechten hebben. Hij zei de politiemensen ten volle te beschermen als ze criminelen en drugsdealers doden die zich verzetten tegen hun arrestatie.

Tijdens de eerste maand (juli) van zijn presidentschap gaf de Philippine Daily Inquirer cijfers vrij: 596 drugsdealers en druglords waren gedood (400 door de politie en 196 door de doodseskaders), 4000 dealers/gebruikers werden gearresteerd, 500.000 gebruikers en dealers gaven zich in het hele land over. Deze overweldigende cijfers tonen aan hoe groot het drugsprobleem wel is in het land. Het aantal ongevallen en arrestaties blijft stijgen. De campagne toont ook aan dat er te weinig gevangenissen zijn en er een groot gebrek is aan drugsrehabilitatiecentra.

Eén van de gewaagde ondernemingen van Duterte is zijn poging om grote beschermers van de druglords bij het leger, in het gerechtelijk apparaat en bij de lokale autoriteiten ‘to name and shame’, namen te noemen en hen te schande te maken. Eind juli las hij op televisie 158 namen voor van rechters, militairen en burgemeesters. Een rechter van het Hooggerechtshof reageerde negatief op die publiekelijke terechtwijzing en stelde dat er legale procedures zijn om onderzoek te doen. De lokale autoriteiten stelden dat ze niet eens een eerlijk proces kregen. Dat is ook wat herhaaldelijk werd gezegd door de mensenrechtencommissie en sommige leden van het parlement.

Deze oorlog tegen drugs heeft het drugsgebruik wel merkelijk laten dalen. Er zijn ook veel minder drugsgerelateerde misdrijven. Maar het land is verdeeld. Mensenrechtenadvocaten wijzen op de moorden van de doodseskaders en op de standrechtelijke executies door de politie. Een aantal families klaagt het doden van onschuldige slachtoffers aan die vals werden beschuldigd. De realiteit is dat het drugsprobleem economische, sociale, politieke en zelfs culturele dimensies heeft. De meeste drugsgebruikers zijn armen. Ze kopen goedkope ‘shabu’ zakjes met metamphetamine om wakker te blijven op het werk of om de honger te stillen.

Deze Filippijnse oorlog tegen drugs heeft de aandacht getrokken van de rest van de wereld. Dr John Collins van de London School of Economics stelt dat de oorlog zal mislukken omdat de strategie niet geloofwaardig is. Hij wees op het gebrek aan enig programma aan de vraagzijde en aan volksgezondheidsprogramma’s, schadebeperking en toegang tot behandeling. Criminalisering en repressieve verbodsbepalingen leiden er toe dat de drugshandel nog meer ondergronds gaat en tot nog meer geweld zal leiden, zoals ook in Mexico gebeurd is. Bovendien wordt de rechtsstaat uitgehold en dat begrijpen de Filippijnen zeer goed, zeker nadat Duterte op televisie verklaarde dat hij de ‘noodtoestand’ kan uitroepen. Woordvoerders van de regering hebben dat meteen tegen gesproken.

De meeste Filippijnen blijven vertrouwen hebben in Duterte. In een recente opiniepeiling kreeg hij meer dan 90 % goedkeuring, het meeste wat een zetelende president ooit kreeg sinds in 1990 met dergelijke peilingen werd begonnen.

Er komt verandering: en de vrede?

De regering Duterte is ook met en vredesoffensief begonnen door te gaan praten met de gewapende groeperingen.

Voor de eisen voor onafhankelijkheid en autonomie nam Duterte een open en inclusieve houding aan. Hij zei dat zijn regering de hand uitsteekt naar zowel MILF als MNLF en naar de verschillende ‘lumad’ (inheemse) groepen van Mindanao. Ter herinnering, de vorige regering van Aquino praatte enkel met MILF. Aquino vaardigde ook en arrestatiebevel uit tegen Nur Misuari, de leider van MNFL, wegens een bloedige opstand in Zamboanga City die pas na een week werd overwonnen. Nu wordt opnieuw gepraat over de voorgestelde Bangsamoro Basic Law (BBL) van Aquino’s vredesteam.

De regering Duterte wil echter dat die BBL deel uitmaakt van een breder politiek hervormingsprogramma in de richting van federalisme. Dat zou betekenen dat het huidige presidentieel regime wordt hervormd en dat de grondwet wordt gewijzigd. Waardoor er opnieuw wordt gedebatteerd over een presidentieel vs een parlementair systeem en de macht van regionale, autonome besturen.

Die verschuiving naar federalisme wordt wellicht goedgekeurd door het parlement. Dank zij zijn sterk mandaat kon Duterte een ‘supermeerderheid’ vormen in beide kamers van het Congres, zelfs al zit er in de eerste Kamer slechts één enkele PDP-Laban senator en zijn er niet meer dan een handvol in de Tweede Kamer. Het debat gaat er momenteel over of het parlement een Constituante kan worden om de grondwet te wijzigen, dan wel of er een Constitutionele Conventie of een Constituante moet verkozen worden. Hoe dan ook, het ziet er naar uit dat Duterte zal krijgen wat hij wil.

Voor de NPA-CPP-NDF zijn gunstige voorwaarden gecreëerd voor het verdiepen van een duurzaam vredesproces wat meestal in Oslo, Noorwegen verloopt. Duterte heeft verschillende NDF-mensen in het kabinet aangesteld. Het Ministerie voor Sociaal Werk en Ontwikkeling (DSWD), het Departement voor Agrarische hervorming (DAR) en de nationale anti-armoede commissie (NAPC) worden nu door deze mensen geleid. Andere NDF-mensen zitten op het Staatssecretariaat voor Arbeid en Werkgelegenheid (DOLE),  nu geleid door iemand van Kilusang Mayo (KMU), een met NDF gelinkte militante vakbondsgroep. De Staatssecretaris van DOLE was ooit advocaat voor KMU, nu is hij de hoofdonderhandelaar voor de regering.

De regering heeft unilateraal een staakt-het-vuren afgekondigd. Dat werd echter meteen weer ingetrokken toen gewapende groepen van de regering in een valstrik liepen. De president was boos, en de emeritus voorzitter van de CPP, Jose Maria Sison beschuldigde de president van gewelddadigheid.

En toch, ondanks de woordenoorlog tussen beide partijen gaan de vredesgespreken verder. Kan hiermee een eind komen aan de oudste communistische opstand in Azië? Kan de communistische beweging zich omscholen tot de parlementaire strijd? Komt er een eenmaking tussen de verschillende communistische facties die na de val van de Muur in Berlijn en China’s ombouw tot een marktsocialisme in een ideologische strijd verwikkeld raakten? Zullen de vredesgesprekken tot ongenoegen en oppositie leiden bij de zakelijke steun die Duterte en zijn regering krijgen? Werd hen geen continuïteit van het macro-economisch kader beloofd inzake begroting, handel en investeringsbeleid, zoals de afgelopen drie decennia al het geval was? Of zijn die vredesgesprekken van Duterte een meesterwerk om de communistische opstand te beëindigen en de vechtersbazen ervan te overtuigen hun ideeën op een vreedzame manier te verdedigen in een liberaal-democratische omgeving? Voor al die vragen is het voorlopig koffiedik kijken.

De vredesinitiatieven van Duterte zijn hiermee nog niet af. Hij ging eveneens positief in op de vragen van de familie van Ferdinand F. Marcos om het lichaam van de vroegere president te begraven in de Libingan ng mga Bayani (Heldenbegraafplaats). Er is heel veel oppositie tegen een dergelijke begrafenis, van communisten tot gewoon democraten, maar de president hield voet bij stuk. Hij voegde er aan toe dat nationale leiders zoals gebruikelijk met militaire eer moesten begraven worden. Hij wil duidelijk een eind maken aan de verdeeldheid tussen pro- en anti-Marcos groepen in de samenleving. Maar door te beslissen de voormalig president in de Libingan te begraven heeft hij die oude wonde weer open gereten.

De belangrijkste oorlog: de oorlog tegen armoede

Duterte moet nog een andere oorlog voeren: tegen armoede. Zijn verkiezingsoverwinning was te danken aan een stem voor verandering, aan een protest tegen de lelijke realiteit van endemische armoede, werkloosheid en ongelijkheid. Het volstaat niet drugsheren en -dealers uit te schakelen.

Tot nog toe blijft de blauwdruk voor het beperken van de massale armoede, de werkloosheid en de ongelijkheid vrij vaag. Onmiddellijk na de verkiezing werd door de secretaris van het Departement Financiën (DOF) een achtpuntenplan aangekondigd, een halve bladzijde lang. Er staan drie belangrijke ontwikkelingsprogramma’s in: continuïteit van het macro-economische kader voor een vrije economie (met punten voor de begroting, handel en investeringen), publiek-particuliere partnerschappen voor infrastructuur, overheidsbestedingen en ontwikkeling, en betaling van voorwaardelijke monetaire transfers (CCT) aan arme gezinnen, zodat de kinderen naar school kunnen en hun moeders toegang hebben tot gezondheidszorg. Die programma’s bevatten niets nieuws en werden al vermeld in de ontwikkelingsplannen voor de middellange termijn van de regeringen Macapagal-Arroyo (2004-2010) en Aquino (2011-2016).

Dit achtpuntenplan werd later omgevormd tot een tienpuntenplan. Maar de drie centrale ontwikkelingsplannen bleven er in. De zeven andere punten zijn : fiscale hervorming, gemak om te ondernemen zodat er meer investeringen komen, landbouwhervorming, meer investeringen in opleidingen en onderwijs, bevordering van wetenschap en technologie, verantwoord ouderschap en beter beheer van de grondeigendom. Dit zijn bijkomende elementen bij de drie ontwikkelingsprogramma’s.

De kritiek van de linkerzijde in de regering en van de sociaal activisten die Duterte steunen stellen dat dit neoliberaal blijft en in de richting van meer economisch liberalisme gaat. Dit neoliberalisme wordt ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de mislukking van industrie en landbouw, ondanks de economische mondialisering en de liberalisering.

Toch is het moeilijk te stellen dat dit gewoon een voortzetting is van het oude beleid. Waarom werden NDF mensen aangesteld op DSWD, DAR en NAPC? Zij kunnen hun respectieve diensten gebruiken om meer radicale hervormingen af te dwingen, zoals een landhervorming. DAR secretaris Rafael Mariano is erg tegen de liberalisering van de grondmarkt in de landbouwsector, een idee dat wordt verdedigd door sommige economen van de Duterte regering.

Er werd ook een radicale anti-mijnbouw activist aangesteld op het Departement Milieu en Natuurlijke Hulpbronnen (DENR). Duterte gaf Mevrouw Gina Lopez zijn zegen om een eind te maken  aan de open dagmijnen die schadelijk zijn voor het milieu. Maar sommige binnenlandse en buitenlandse grote investeerders exporteren hun grondstoffen naar China en elders. Eén van de gevolgen van die sluiting is de stijgende wereldmarktprijs van nikkel, omdat het Chinese nikkel hoofdzakelijk uit de Filippijnen komt. Kan dit het einde betekenen van het vrijhandelsregime in de mijnbouw?

Duterte kan ook krachtdadig beleid aankondigen zonder zijn regeringsleden vooraf te raadplegen. Zo vertelde hij aan een ambassadeur dat hij tegen het akkoord van Parijs was om de GHG emissies te beperken, omdat de Filippijnen nog moeten industrialiseren. Toen hem werd geantwoord dat de Filippijnen dat akkoord wel ondertekend hadden zei hij: ‘niet ik’. Een week later kondigde hij aan dat het beleid in de staalsector moest worden herzien, een industrie die ten onder ging door foute regeringsbeslissingen in de jaren ’90. Het nationale staalbedrijf werd verkocht aan speculerende investeerders uit Maleisië en Indië in naam van de privatisering.

Een reeks onopgeloste economische problemen

Er is nog een hele reeks onopgeloste economische beleidspunten die moeten besproken worden binnen de diverse facties van de regering. Dit zijn de belangrijkste:

  • Het ‘contractualiseren’ van werk: tijdens de verkiezingscampagne had Duterte de vakbonden beloofd de ‘contractualisering’ te verbieden. Maar hoe wil hij dit doen? Met de mondialisering is de arbeidsmarkt veel flexibeler geworden. Er zijn verschillende vormen van outsourcing en van korte-termijn contracten, om nog niet te spreken over de twee derden van alle werknemers die in de informele sector actief zijn. Het verminderen of verbieden van dit soort arbeid heeft al tot verhitte debatten geleid in de bedrijfswereld. Men klaagt erover dat de Filippijnen het moeten afleggen tegen Aziatische buurlanden met meer flexibele arbeidsmarkten. Anderzijds zijn de vakbonden boos dat de belofte nog niet werd ingelost.
  • Massale terugkeer van migranten wegens de mondiale crisis. Een grote uitdaging voor de regering Duterte is de aanpak van de mondiale migratiecrisis als gevolg van de politieke en religieuze conflicten in het Midden-Oosten, de toenemende anti-migranten houding in Europa en Noord-Amerika en de verminderde absorptiecapaciteit in het algemeen door de lage groei en de robotisering.  Wat gaat er gebeuren als migranten massaal terug naar huis komen? Er wordt gezegd dat er momenteel meer dan 11.000 Filipino’s leven in ‘tentensteden’ in het Midden-Oosten. Is de regering erop voorbereid dat misschien honderdduizend mensen plots weer naar huis komen, zonder spaargeld en zonder één cent op zak? Wordt de mondiale crisis dan een crisis in eigen land? Zoals men weet overleven de Filippijnen grotendeels door de transfers van meer dan 11 miljoen emigranten, permanente werknemers, deeltijdswerkenden op korte termijn en mensen zonder papieren. Dit is ongeveer 10 % van een bevolking die op 105 miljoen wordt geraamd. Op papier stelt de regering dat ze die mensen graag naar huis wil zien komen, ook al zijn er geen banen voor hen. Er zijn ook geen overgangsprogramma’s, noch voor die mensen zelf, noch voor het land dat afhankelijk is geworden van hun betalingen.
  • Het einde van het agrarisch hervormingsprogramma of het opnieuw lanceren ervan? Het programma, ‘CARP’ genaamd, is nu 28 jaar oud. De herverdeling van de gronden is nog steeds onafgewerkt en de beleidsmakers zijn het niet eens over wat er nu moet gebeuren: het programma beëindigen, het uitbreiden of helemaal niets. Sommigen in de regering en in  het parlement zeggen dat het moete beëindigd worden. Enkele anderen willen dat het programma radicaal wordt verbeterd en verruimd. Wie zal het halen en hoe zal het NDF-hoofd van het Departement landbouw er mee omgaan? In het tienpuntenplan voor ontwikkeling wordt de landbouwhervorming vreemd genoeg niet vermeld, er wordt enkel gesproken over de ontwikkeling van de sector met een vage verwijzing naar ‘landveiligheid’.
  • Economische betrekkingen met China. Dit wordt een delicaat punt, vooral na het besluit van het arbitragehof van de VN dat stelt dat de negen-puntentheorie van China waaruit zou blijken dat zowat de hele zee tussen het vasteland en de omliggende Zuidoost-Aziatische landen van hen is, geen enkele grondslag heeft. Maar China is een economische grootmacht geworden met sterke banden met de Filippijnen en andere landen in de regio. En wat het maritieme geschil betreft: de zaak werd voor het tribunaal in Den Haag gebracht door de regering Aquino. De regering Duterte lijkt meer geneigd om via bilaterale gesprekken tot een akkoord te komen met China. Eén van de mogelijke oplossingen om de spanningen te verminderen kan erin bestaan dat China samen met de Filippijnen de hulpbronnen in het betwiste gebied gaat uitbaten, een idee dat al tijdens de Macapagal-Arroyo regering werd geopperd. Het probleem is natuurlijk dat dit ook kan geïnterpreteerd worden als een nederlaag voor de Filippijnen, als het opgeven van soevereiniteit. Als de Filipijnen echter hun recht opeisen kunnen de economische relaties verzuren en kunnen er conflicten in  de regio ontstaan met betrokkenheid van de VS, Japan, Vietnam en andere Zuidoost-Aziatische landen. De Filippijnen hebben een defensie-akkoord met de VS, terwijl Japan en Vietnam vergelijkbare klachten hebben over de inbeslagname door China van zeeën en eilanden.

Dit zijn maar enkele van de onopgeloste problemen voor de Duterte regering. Er zijn er nog veel meer. Het grote probleem is dat Duterte nog steeds geen omvattend ontwikkelingsprogramma heeft opgesteld, en dat er binnen  zijn regering tegengestelde visies bestaan over wat het beste is voor het land.

Is dat erg? Niet noodzakelijk, als de regering erin slaagt een goed debat op gang te brengen over de economische, sociale en politieke richting die het land moet uitgaan en als men er ook in slaagt om een goede beleidsmix tot stand te brengen voor het bereiken van een inclusieve, rechtvaardige en duurzame Filippijnen. Ja, er komt verandering in de Filippijnen, maar wat voor verandering het wordt, is nog lang niet zeker.

Vertaling en bewerking: Francine Mestrum