Chris De Stoop over het dramatische verdwijnen van onze boeren

Facebooktwittergoogle_plusmail

“Ik ben weg geweest en heb mezelf vragen gesteld’, zei Casy. “Wat is er hier gebeurd? Waarom jagen ze de mensen van het land?”

John Steinbeck, De druiven der gramschap, openingscitaat van ‘Dit is mijn hof’

Het kwam vorig jaar al uit, het jongste boek van Chris De Stoop. Maar als recensent krijgt een mens zoveel publicaties, dat het vaak moeilijk volgen is om ze meteen te bespreken. Het zijn dan die boeken die je blijven bezig houden, die je vanuit het kastje onbesproken werken blijven aanstaren, die de strijd voor tijd en aandacht winnen. “Dit is mijn hof” is zo’n boek. (Me vorig jaar overigens aangeraden door Wervels Luc Vankrunkelsven.)

Het vuurrode besjes-geschenk

Dat ik nu gedreven ben om het werkstuk van De Stoop te bespreken, komt door iets dat ik vorige week ‘bij ons thuis’ van de VPRO te zien kreeg: een documentaire over een Franse boerenzoon die naar Parijs trok om er bij de televisie te gaan werken. Op latere leeftijd – hij leek me een collega vijftiger – keerde hij meer en meer naar zijn ouderlijke boerenstee terug. Daar moet hij nu de teloorgang van de Franse boerenstiel aanschouwen.

Toen ik met de oudste van mijn twee jongere broers die elders in huis de documentaire ook bekeken had, nadien in de tuin bessen ging plukken, waren we beiden nog in de aanstekelijke sfeer die de ‘pro-boeren-documentaire’ opgewekt had. De vuurrode rode besjes zagen er opeens heel anders uit: als een waar geschenk van de natuur. We genoten er van om in het zachte avondlicht in ‘onzen hof’ – zoals wij Brabanders de tuin noemen – bezig te kunnen zijn.

Wij boerenbuitenjongens

Dat gezamenlijke moment met mijn broer – en in het boek van Chris De Stoop gaat het vaak over soortgelijke momenten met zijn broer – kwam er doordat moeder in het ziekenhuis lag. Ook daar is er een gelijkenis met De Stoop, wiens moeder naar een rusthuis moest. Zeven jaar geleden, na de dood van vader, beleefden mijn broer en ik ook al veel gezamenlijke natuurmomenten toen we vaak thuis waren naar aanleiding van de eerste knie-operatie van moeder. Nu herstelt ze van de tweede.

Zeven jaar geleden: toen kende Brussel zware rellen met jonge ‘allochtonen’. Hoe vaak hebben we toen en nu ook weer met al de ‘moslimterreur’ in West-Europa, de stadsjeugd niet beklaagd: als je als energieke gast in een overbevolkte stadshel moet opgroeien, kan het haast niet anders dan ontsporen. Wij boerenbuitenjongens, wij hebben ‘de hele wereld’ om in rond te trekken: om te fietsen, te lopen, te plukken, te proeven, te genieten …

Vlaams overbevolkingsfascisme

Komt er dan zo’n oelewapper van een ‘Vlaamse bouwmeester’ beweren “dat de Vlamingen met zijn allen in steden moeten gaan wonen, zodat ertussen méér plaats komt voor natuur”. Aldus de volgens VTM “opmerkelijke toekomstvisie van Leo Van Broeck, pas aangesteld door de Vlaamse regering.” De commerciële zender vervolgde in een bericht van 9 juli dat “de bouwmeester nog een stap verder gaat: op termijn kunnen dorpen zelfs verdwijnen.” (http://nieuws.vtm.be/binnenland/198417-vlamingen-moeten-stad-gaan-wonen )

De titel van een interview bij De Standaard met LVB was dan weer ontkennend: “Ik wil niemand uit de dorpen jagen.” Lijkt verdacht veel op het bekendere “Ik ben geen racist, maar …” Wel, hij mag het godverdomme es proberen, de overbevolkingsfascist!

De Standaard interviewde de kerel in zijn appartement op een veertiende verdieping waar hij een volgens hem prachtig uitzicht over Brussel heeft. Prachtig? Bekijk op http://www.standaard.be/cnt/dmf20160715_02387319 wat onze natuurbeschermer daar te zien krijgt: niets dan grijze gebouwen. Geen groen boompje te bespeuren. Maar mijnheer kan wel “nog een ei gaan kopen als het donker is, op mijn pantoffels.” Wat een luxe.

Maar hé: zou dit stuk niet handelen over het boek van Chris De Stoop? Ja, wacht. Ik mag toch mijn aanloop nemen? En je zal zien: die ‘toekomstvisie’ van LVB, die treffen we ook in de Antwerpse polders van De Stoop aan: mens en natuur scheiden.

Zelfdoden boeren zich of worden ze gedood?

Dat Chris De Stoop meeslepend weet te schrijven, mag hier met een vette knipoog, een ‘waarheid als een koe’ genoemd worden. Toen ik zijn werkstuk deze week herlas, ging ik er weer helemaal in op. ’s Morgens werd ik er mee wakker. Het drama dat De Stoop beschrijft is dan ook geen kleintje: het gaat zoals je op de achterflap leest, over “het ellendige verdwijnen van de boeren, iets wat zich nu overal in Europa voordoet, maar nergens zo schrijnend als hier.” Hier, dat zijn de polders op de ‘Zeeuws-Vlaamse grens’, met als bekendste de ‘Hedwigepolder’.

De Stoop beschrijft dat verdwijnen vanuit zijn eigen familiale toestand die die van een ‘driehoeksrelatie’ is/was. Hij was als journalist vaak op reis en ging bv. in het Haïti van na de jongste aardbeving, verarmde boeren interviewen. Tegenover hem stond zijn broer die altijd boer gebleven is. De derde figuur is de moeder. Op het moment van het ontstaan van het boek, wegkwijnende in een rusthuis. Zij heeft het overlijden van haar boerenzoon nog moeten meemaken. Zelfdoding? Je kan het afleiden uit de zin waarin De Stoop stelt dat “al het leven weg is” (op de boerderij) “sinds mijn broer eruit stapte. De stallen zijn na z’n dood van de ene op de andere dag leeg komen te staan.” In correspondentie met De Stoop bevestigde hij mijn vermoeden. “Het is daarom dat ik op het hof kwam en dit boek schreef.”

Zelfdoding bij boeren: het is een wereldwijd drama. Het boek van De Stoop komt nu overigens ook uit in Duitsland en China: “dus het raakt iets dieps dat universeel is.” Verbazen doen de zelfdodingen niet echt meer als je leest wat boeren tegenwoordig allemaal moeten kennen, hebben en kunnen en wat ze allemaal aan controles ondergaan. Eén daarvan waarbij op hun boerderij alles ondersteboven gekeerd werd, beschrijft Chris De Stoop als een razzia zoals ze er tijdens WO II geen gekend hadden. Zowat alles aan het boerenleven lijkt nu verdacht. Boeren kunnen hun koeien met hormonen inspuiten. Ze kunnen te veel mest lozen … Of mest lozen op verkeerde momenten. Iets wat tegenwoordig via satellietbewaking in de gaten gehouden wordt. Op den duur zou je om te kunnen boeren, een horde advocaten om je heen moeten hebben. Net zoals de multinationale agro-industrie. En zie wat de gifbrouwers van Monsanto zich permitteren kunnen.

Vervreemd van het land, van de dieren, van onszelf

Tussen zijn beschouwingen over hoe snel het boerenlandschap aan het veranderen is door de toenemende bebouwing maar ook door bv. de inplanting van windmolens, mijmert De Stoop vaak over hoe prachtig en ongerept het vroeger was. Hoe zijn en mijn boerenbuiten-generatie nog in en met de natuur is kunnen opgroeien. Samen met alle mogelijke dieren ook. Hoe er ook de ‘plattelandsruimte’ was. Volgestouwd als het landschap nu is, “is de verte weg. Definitief weg. Zo definitief als de dood. En als de verte uit je zicht verdwijnt, verdwijnt ze ook uit je hoofd. Dan zie je het geheel niet meer.”

Zo weten kinderen nu, zoals De Stoop aanhaalt, vaak niet eens meer dat melk uit de uier van een koe komt. Als je het hen vertelt, vinden ze dat vies. Wat me doet denken aan dat Canadees meisje dat toen ze 18 was, er achter kwam dat vrouwen borsten hebben om kinderen te zogen. Ze was daar helemaal ondersteboven van. Dan moet je eens lezen over al de lichaamsvochten waar De Stoop onverbloemd over schrijft en waar boeren bij hun dieren allemaal mee te maken krijgen.

De Antwerpse havenslokop en zijn baronnen

Over de overbevolking van het stukje land dat volgens zijn politiekers nu voor ‘Vlaanderen’ moet doorgaan, schrijft De Stoop niet. Over de greep die de agro-industrie op de landbouw kreeg via de Europese Unie om, niet veel. Ik kan me bv. niet herinneren de naam Sico Mansholt te zijn tegengekomen. U kent hem misschien nog, die Europese commissaris die het ‘moderne Europese landbouwbeleid’ op de sporen zette, maar later begreep dat het de verkeerde kant uit ging. Toen hij daar wou op wijzen, was het te laat en werd hij door zijn Europese omgeving als niet meer goed wijs aangekeken.

Wel behandelt De Stoop de greep van de Antwerpse haven op de wijde omgeving van die haven. Daarbij voert hij onder ander Fernand Huts op, de ‘havenbaron’ bij wie hij een weerzinwekkende jachtpartij meemaakte. Dat De Stoop daarbij als ‘aandrijver’ van het wild, ging meehelpen, kan ik overigens niet begrijpen. Ik weet niet wat ik zou doen mocht ik bij zo’n Huts-jacht moeten aanwezig zijn, maar dat ik het Antwerps crapuul de luxe, te lijf zou gaan, zou me niet verbazen. Het zien van jagers alleen al doet mijn bloed koken. Bij de jachtslachting waarbij De Stoop assisteerde, was overigens ook de mediafamilie Van Thilo aanwezig in de vorm van “de jonge, omvangrijke Van Thilo” en “Van Thilo senior die een mank been heeft overgehouden aan de jacht op groot wild in Afrika.” Ook de heren van Thilo laten zich niet onbetuigd in het afknallen van dichtbij van weerloze vogels, “een paar tamme duifjes”. Waarom gaf Chris De Stoop heel dat gruwelgezelschap niet eens goed zijn vet?

“Groene hoeren”

Toen Vera Dua, de vroegere voorzitster van Agalev, in haar tijd als minister door boeren werd uitgejouwd voor “groene hoer”, begreep ik absoluut niet waarom landbouwers zo vijandig op haar reageerden.

Het boek van De Stoop helpt hun woede echter te verklaren. Het strafste om er in te leren, was voor mij hoe de natuurbeweging met name in de polders het spel van de industrie meespeelt. Vroeger was het één gezamenlijke strijd van boeren en natuurbeschermers tegen de almaar uitbreidende Antwerpse haven met haar megalomane plannen van almaar nieuwe ‘dokken’.

Maar op een bepaald moment keerde de natuurbeweging – en met name de organisatie Natuurpunt – haar kar. Ze gooide ze het op een akkoord met de havenbaronnen. In ruil voor geld ging de natuurbeweging de gebieden beheren die van de boeren afgenomen werden als ‘natuurcompensatie’ voor de uitbreiding van het havengebied. De havenbaronnen hebben volgens De Stoop niet liever dan dat “de groenen” veel gebied beheren, want “als het nodig is, schuift het natuurgebied toch weer op en krijgen de groenen weer andere grond om het te compenseren. Dat is de verborgen agenda. De tactiek van de verschroeide aarde.”

Toen ik De Stoops boek eind 2015 de eerste keer las, was ik echt geschrokken van de opstelling van de natuurbeweging. Ik mailde daar met de auteur toen over. De Stoop: “Als er in dit boek onevenredig veel aandacht naar de natuurbeweging gaat, komt het omdat het een vervolg is op De Bres (2000). Voor dat boek trok ik me een jaar terug in het polderdorp Doel, dat moest wijken voor de haven – en dus ging dat boek helemaal over de havenuitbreiding. Nu heb ik het over de ‘tweede aanvalsgolf op de polder’, en dat zijn nu eenmaal die tientallen nieuwe natuurgebieden… Zelf woon ik in de rand van Antwerpen, maar ik probeer nu zo vaak mogelijk naar de boerderij te trekken en de boel te onderhouden…”

De Stoop is nu zo één van de vele “boeren in nevenactiviteit” als ik het zo mag omschrijven. In ‘mijn’ landelijk Oost-Brabantse Budingen ken ik er zo ook een aantal. Mensen van een generatie die de oude familiale boerderijen nog niet wil opgeven, maar er ook niet meer van leven kan. Want de toekomst, die is er wellicht “alleen nog voor de allergrootste bedrijven” zoals de Stoop schrijft. En hij geeft cijfers over hoe de boerenstand bij ons achteruit boerde. Vroeger was haast iedereen op den buiten boer of boerin. Nu vormen de boeren nog één procent van onze bevolking. En hun aantallen en percentages blijven afnemen. Ook door zelfdoding. “In veel landen stappen dubbel zoveel boeren uit het leven als burgers. Toch wordt die teloorgang door de samenleving niet als een sociaal drama ervaren.”

“Groene onbenullen”

Een ander schokkend aspect aan het optreden van “de groenen” is hoe onkundig en onwetend ze vaak zijn over de natuur. Zo verhaalt De Stoop hoe ze in een polder kluten aan het broeden wilden krijgen, in overeenstemming met Europese ‘doelstellingen’. Maar die kluten werden toch wel slachtoffer van een ander ‘knuffeldier’: de vos.

Ook lees je over hoe men heelder landschappen verandert in functie van de wensdroom om één of andere vogelsoort te promoten. Het gaat er niet alleen in de Antwerpse polders zo aan toe. In een gesprek met een Limburger vernam ik deze week hoe ‘natuurbeschermers’ twee prachtige eiken midden langs een veldweg, willen kappen. Reden: ze willen in de omliggende weiden kievitten zien broeden. Wat hebben die eiken daar mee te maken? Wel, die kunnen als uitvalsbasis dienen voor buizerds om kieviteieren te roven. Alsof buizerds niet ook urenlang rondzweven kunnen om van hoog uit de lucht hun prooi op te sporen. Moet er dan luchtafweergeschut tegen de buizerds – toch ook een beschermde soort – komen? Lach niet. Straks zetten ze er nog drones tegen in …

Een ander Limburgs voorbeeld. In het Schulens meer – het grootste kunstmatige meer van noordelijk België – bevindt zich een eilandje met wilgen. Die maken dat eilandje mooi en bieden onderdak aan veel vogels. Maar ‘natuurbeschermers’ willen de wilgen weg opdat op dat eilandje visarenden zouden kunnen komen broeden … Zouden kunnen …

In Afrika snapte men al dat het natuur + mens zijn moet …

Waar je ook overal hoort praten is over dat scheidingssysteem: de mens in de stad, het platteland voor de natuur. Maar er bestaat daar – De Stoop refereert naar de gangmaker van die scheiding, de Nederlander Frans Vera – binnen de natuurbeweging verre van eensgezindheid over. Ook in het kwartaalblad Oikos kwam de tegenstelling al aan bod tussen zij die natuur en bevolking willen scheiden en zij die hen willen combineren. Toen Westerse natuurbeschermingsorganisaties in het zuiden – met name in Afrika – actief werden, hanteerden ze daar dezelfde scheidingsmethode. Heelder volkeren werden verdreven uit ‘puur natuurreservaten’.

“Groen imperialisme”

Nu is men voor het zuiden toch wel vaak al tot ander inzichten gekomen: de lokale bevolking wordt er bij het natuurbeheer betrokken want zij kent het terrein en zijn flora en fauna beter dan wie ook.

Merkwaardig dat men dat hier in eigen land nog niet door heeft of niet door wil hebben. Een naam die verschillende keren opduikt bij De Stoop is die van de Antwerpse professor Patrick Meire. Hij schakelde zich geheel in, in de plannen van de Antwerpse havenbazen omdat hij denkt zo meer voor de natuur te kunnen doen. “Ecologie plus economie” heet het. Met de nadruk op de “ecosysteemdiensten” die de natuur levert. De natuur niet als iets moois en waardevols op zich, maar als iets nuttigs én rendabel. De natuur als iets ‘technisch’. Op maat van de consumptiemaatschappij. Natuur ontworpen achter tekentafels door mensen “die zeggen welke dieren gewenst zijn en hoeveel, waar ze moeten broeden en foerageren, met wie ze seks mogen hebben.” Hoeveel kak en pis ze mogen produceren ook. Overdrijven ze, worden ze ‘afgeschoten’. De Stoop haalt ook de anekdote aan van een man die in een natuurgebied een plasje tegen een boom maakte. Oeps: betrapt en gefotografeerd. Met als gevolg: een boete voor wildplassen. In een natuurgebied. Kan het nog krankzinniger?

Maar die van Natuurpunt zijn in hun nopjes met de “win-win-situatie” zoals ze hun “verwevingsmodel” bestempelen, hun samenwerking met de Antwerpse havensector. De Stoop: “Sommige polderboeren en bewoners noemen het een verlies-verlies-situatie.” “Natuurvervalsing” en “schaamgroen” zijn andere termen die je bij De Stoop aantreft. Kritiek op de aanpak van Natuurpunt wordt binnen de organisatie blijkbaar niet gewaardeerd. De Stoop geeft voorbeelden van mensen die durfden stellen dat “de natuurcompensaties niet het verwachte ecologische succes zijn.” Met als gevolg dat ze uitgerangeerd werden. Mens en natuur scheiden: het ultieme “verdeel en heers”!

Als oud-Amadees en dus ook ex-Maoist en me van in de jaren zeventig van vorig eeuw documenterende over hoe het communisme onder Stalin ontspoorde, moest ik bij het lezen van het boek van De Stoop denken aan de afkeer tegenover boeren bij dictators zoals Stalin en Ceausescu. De Stoop vermeldt zelf ook de sloop van Romadorpen door ‘het genie van de Karpaten’. Daar ontstond toen veel beroering over in het Westen. Maar nu staan onze Belgische boeren er alleen voor met hun verzet.

Dat beide vermelde rode dictators de boeren niet lustten, was omdat die aan hun controle ontsnapten. Daarom dreven ze hen bijeen in collectieve boerderijen en grauwe buitensteden. Anders dan de boer, kan de stadsmens – zeker tegenwoordig met alle bewakingsmiddelen – verregaand gecontroleerd worden. Antwerpen bv. rijdt je niet meer in of uit met de auto zonder gefilmd te worden. Vroeger gold: stadslucht maakt vrij. Nu is het net omgekeerd. (Ook al door de ziek makende vervuiling.)

De mens uit de natuur halen en hem opsluiten in de stad, het heeft iets totalitairs. Men haalt de mens uit een levende omgeving. Men verbreekt zijn en haar banden daar mee en men krijgt een fysiek en mentaal gekooid en geïsoleerd wezen dat zich des te makkelijker door ‘macht en markt’ manipuleren laat. Een letterlijk ontworteld wezen. Of zoals De Stoop het met een oud gezegde stelt: “Je kan een boer wel uit het land zetten, maar het land niet uit een boer.”

De effecten van ontworteling zagen we ook bij gekoloniseerde volkeren zoals de ‘Indianen’, met als gevolg onder andere een schrijnend drankmisbruik, obesitas, geweld tegen vrouwen enz. Zou het ‘moderne’ islamterrorisme in West-Europa in al zijn gruwel, niet ook te maken hebben met ontworteling?

Richt heel de huidige ‘stadspolitiek’ zich niet alleen tegen onze laatste echte boeren, maar tegen heel de bevolking? Het oud-Romeinse ‘verdeel en heers’ ten top gedreven. Met het naar voor schuiven van ‘enig zalig makende oplossingen’, moeten we altijd voorzichtig zijn, maar hier lijken we toch te moeten stellen dat ‘herwortelen’ en de band tussen mens en natuur herstellen, het enige goede antwoord is. Als dat gezien onze aantallen, niet meteen met zijn allen op het platteland kan, dan maar in kleine steden op mensenmaat – zie de ‘slow cities’-beweging – waar op zijn minst nog aan stadstuinbouw gedaan kan worden. Al was het maar omdat onze voeding te belangrijk is om haar klakkeloos aan de altijd naar maximale winsten strevende industrie over te laten.

Deze recensie verscheen eerder in nummer 1202 van 6 augustus van De Groene Belg.

Dit is mijn hof
Chris De Stoop
De Bezige Bij
9789023493211
Jan-Pieter Everaerts is uitgever van De Groene Belg, Onafhankelijk Belgisch e-zine. Info over dit e-zine, dat per mail wordt rondgestuurd aan abonnés: mediadoc.diva@skynet.be