Een coup met vele vragen in Turkije

Fethullah Gülen
Fethullah Gülen
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het Turkse leger heeft een traditie van staatsgrepen: 1960, 1971, 1980 en 1997. In dit laatste geval kwamen de troepen niet op straat omdat de geviseerde islamitische premier Necmettin Erbakan de raad opvolgde af te treden. Twintig jaar later is er van dat republikeins en seculier leger met een vetorecht over regeringsbeslissingen niets meer over. Het zit nu vol islamisten die achter het project van de islamistische president Recep Tayyip Erdogan voor autoritair bestuur en voor islamisering van Turkije staan.

Verwonderlijk dus dat een restje anti-Erdogan-officieren met een paar duizend dienstplichtigen, die dachten dat ze op oefening gingen, vrijdagavond 15 juli 2016 een op voorhand gedoemd avontuur zouden beginnen voor “herstel van de democratie”. Daarbij werd eigenaardig genoeg wel het parlementsgebouw in Ankara gebombardeerd, maar niet Erdogans  megalomane paleis bij de Turkse hoofdstad. De president kon ook, zonder belaagd te worden door Turkse F-16- vliegtuigen, van de toeristische stad Marmaris op de grens tussen de Egeïsche en de Middellandse Zee, waar hij op dat moment verbleef, per vliegtuig Istanboel bereiken.

Dat was de tweede belangrijkste stad waar coupplegers actief waren. Die kregen daar al snel weerwerk op de door hen geblokkeerde bruggen over de Bosporus van aanhangers van de president omdat ze de nacht niet hadden afgewacht om in actie te schieten. Ook niet erg logisch. Geen wonder dat Turkse critici van de president lieten verstaan dat de hele zaak een door de president opgezette vertoning was om nog meer macht naar zich toe te kunnen trekken. Dat Erdogan de poging tot staatsgreep een “godsgeschenk” noemde – en geen drama dat aan honderden Turken het leven koste – dat hem zou toelaten het leger nog verder uit te zuiveren, gaf zijn tegenstanders – figuurlijk – munitie.

Fethullah Gülen

Eén van die critici, een voormalig bondgenoot van Erdogan, was de in de Verenigde Staten verblijvende Turkse islamistische sekteleider, Fethullah Gülen. Die was na de staatsgreep van 1980 in het vizier gekomen van de republikeinse en seculiere militaire leiders en achtte het veiliger in de VS een onderkomen te zoeken. Daar was hij zeer welkom want Gülen is een oerconservatieve, economisch ultraliberale en onderdanige pro-westerse geestelijke leider, die, om zijn Amerikaanse vrienden te plezieren, zelfs Israël verkiest boven de Palestijnen. Bovendien heeft hij via zijn netwerk van degelijke scholen in Turkije, en ook in de rest van de wereld, waaronder België, een hem trouwe elite gekweekt, die de Turkse machtscentra infiltreerde. Bijzonder nuttig voor de Amerikanen.

Erdogans Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) kwam in de verkiezingen van november 2002 aan de macht. Omdat de Turken de rotzooi en corruptie van de seculiere partijen, die onder de hoede van de militairen het land mochten besturen, beu waren. Maar Erdogan moest erg op zijn tellen passen. Zo kon hij pas in 2003 eerste minister worden omdat hij ooit veroordeeld was geweest voor het publiekelijk voorlezen van een sterk islamitisch getint gedicht. (In 2014 stapte hij over naar het presidentschap.)

Ergenekon

De kwestie van de toetreding van Turkije tot de Europese Unie bezorgde hem een hefboom om de macht naar zich toe te trekken. De EU eiste democratisering. Met name kon het niet langer dat een democratisch verkozen regering onder voogdij van het leger zou staan. De militairen verloren al snel hun vetorecht in de Nationale Veiligheidsraad. Door pensionering van oudere officieren en hun vervanging door islamistische kwam de macht meer en meer bij de AKP te liggen. Hetzelfde gebeurde in het gerecht, waar de seculiere posities geleidelijk aan werden afgebouwd. Dat hielp Erdogan dan weer een reeks processen – zo bv. de Ergenekon-zaak – op te starten tegen hoge officieren die ervan werden beticht samen te zweren tegen de staat. Er werden zware gevangenisstraffen uitgesproken, maar eerder dit jaar kregen de officieren gelijk bij de hoogste beroepsinstantie die besliste dat de beschuldigingen geen steek hielden. Inmiddels waren er wel vele jaren voorbijgegaan. De ultieme vrijspraak werd door waarnemers ook beschouwd als een poging van Erdogan om de plooien met het leger glad te strijken.

Van bondgenoot tot vijand

In die machtsstrijd tegen de seculiere staat van Kemal Pasha Atatürk had Erdogan bondgenoten nodig. Eén van de belangrijkste daarvan was Fethullah Gülen, die over een reserve beschikte van mensen die op leidende posten in leger en justitie terecht kwamen. Eens Erdogan de aanhangers van de republikeinse en seculiere staat in de hoek had gedrumd, kwam het al gauw tot een conflict met Gülen. Er is een groot verschil in temperament tussen beide mannen, maar vooral is Erdogan zo ambitieus dat hij geen concurrentie duldt. Geen wonder dat hij Gülen en diens Hizmet-beweging (Dienstverlening) begon aan te vallen. In 2014 eiste hij van de Verenigde Staten de uitlevering van Gülen omdat die een terroristische beweging zou leiden. De openbaring door het Gülen-kamp in 2013 van grove corruptie in de regering zal niet vreemd zijn aan dit verzoek.

Ook Ahmet Davutoglu moest eerder dit jaar terugtreden omdat hij Erdogan in de schaduw dreigde te zetten. Davutoglu was een universiteitsprofessor die de neo-ottomaanse doctrine van “zero conflicten” met de buurlanden en met voormalige onderdelen van het Ottomaanse Rijk ontwierp. Hij werd minister van buitenlandse zaken en vervolgens eerste minister. Hij werd dit jaar in heel Europa bekend omdat hij herhaaldelijk in Brussel was om te onderhandelen met de EU over de vluchtelingen die via Turkije naar Europa willen komen. Hij was teveel op de tv geweest en werd op 18 mei als premier vervangen door Binali Yildirim, alhoewel hij zich altijd zeer loyaal achter Erdogan had opgesteld.

Ook toen zijn neo-ottomaanse doctrine in duigen viel nadat Erdogan  in 2011 de kant van het Syrische islamistische verzet koos tegen president Bashar Assad. Tot kort daarvoor waren de relaties tussen Erdogan en Assad uitstekend Ze kwamen, bij manier van spreken, geregeld bij elkaar op de thee. De breuk van Erdogan met Syrië leidde ook tot zware problemen in de relaties met de sjiitische buurlanden Irak en Irak en met Rusland, dat eveneens de kant van het door een sjiitische tak geregeerd Syrië koos. Erdogan dacht niet meer neo-otomaans, maar simpelweg Ottomaans: hij kreeg de idee de nieuwe sultan te worden, die niet alleen Turkije zou besturen maar ook de leider van de soennitische moslims over hele wereld zou worden.

Hij ging daarin zover dat hij, met westerse aanmoediging van het Westen, één van de voornaamste beschermheren van de Islamitische Staat (IS) werd. Formeel trad Erdogan eind vorig jaar toe tot de in Saoedi-Arabië opgerichte islamitische anti-terrorische organisatie Maar pas na de bloedige aanval door IS op de luchthaven van Istanboel, op 28 juni, ging Erdogan prioriteit geven aan de strijd tegen IS boven die tegen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK).

Nieuwe prioriteit

Nu is er door de coup-poging nog een nieuwe prioriteit gekomen: de voorzetting van de strijd tegen Fethullah Gülen, wiens aanhangers, althans volgens Erdogan, verantwoordelijk zouden zijn voor de poging tot staatsgreep. Hij begon daarom al direct met wat hij “het verwijderen van het virus” van Gülen-aanhangers “uit alle staatsinstellingen” noemde. In de eerste plaats in het leger, waarvan al 2800 officieren en soldaten werden gearresteerd. Nadien was het de beurt aan justitie: 2.700 rechters werden ontslagen.

Verwacht kan worden dat Erdogan van de gelegenheid gebruik zal maken om uiteindelijk alle macht aan zich te trekken. Bij de verkiezingen van 7 juni had Erdogan zich een tweederde meerderheid als doel gesteld om zo eenzijdig een nieuwe grondwet te kunnen invoeren, waaronder de president de enige machthebber zou worden. Het viel echter dik tegen: Erdogan verloor zelfs zijn gewone meerderheid in het parlement. Vooral omdat de pro-Koerdische Democratische Partij van de Volkeren (HDP) het onverwacht goed deed en ruimschoots de kiesdrempel van 10 % overschreed. Daardoor kwam er voor het eerst een vooral Koerdische partij in het Turkse parlement. (Vroeger zetelen er ook Koerden in, maar als onafhankelijken).

Uit woede blies Erdogan de sedert 2003 aan de gang zijnde vredesgesprekken met de Koerden op, om een totale oorlog te voeren tegen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Erdogan hoopte hierdoor stemmen te winnen bij de nieuwe verkiezingen van 1 november die hij verkoos boven een coalitie met één van de andere oppositiepartijen. De gok van de nieuwe stembusgang lukte maar gedeeltelijk: Erdogan kreeg wel opnieuw de meerderheid, maar weer geen tweederde van de zetels. De HDP haalde opnieuw de 10 %. Daarom begon Erdogan ook de Koerdische  burgers als schietschijf te gebruiken. Honderden van hen kwamen de laatste maanden van vorig jaar en begin dit jaar om het leven bij vernietigende gevechten in Koerdische steden, die ook aan totale blokkade werden onderworpen.

Opheffing immuniteit

De andere politieke partijen, de Republikeinse Volkspartij (CHP) en de extreem-rechtse Partij van de Nationale Beweging (MHP), alle twee sterk anti-Koerdisch, werden onder sterke druk gezet om alsnog een tweederde meerderheid te kunnen krijgen in het parlement. Erdogan stelde hen voor om een grondwetswijziging goed te keuren voor een tijdelijke opheffing van de immuniteit van 148 parlementsleden, onder wie een 50-tal van de HDP, tegen wie rechtszaken hangende zijn. In de hoop dat alleen HDP-parlementleden zouden worden aangepakt, leverden CHP en MHP, tot grote verrassing van vele waarnemers, de nodige stemmen. Maar hun hoop werd niet bewaarheid:  oppositieleider Kemal Kilicdaroglu van de CHP werd onlangs veroordeeld tot betalen van een schadevergoeding van 15.500 euro wegens het beledigen van Erdogan.

Verwacht wordt dat de al dan niet vermeende coup Erdogan nog meer mogelijkheden tot druk zal opleveren. Er is sprake van een referendum over een nieuwe grondwet nog dit jaar als dat voorstel voldoende stemmen krijgt in het parlement. Zoniet zouden er voor de derde keer dit jaar verkiezingen kunnen worden uitgeschreven

Toenadering tot Syrië

In het buitenland neemt hij wat gas terug en probeert hij het neo-ottomaanse concept nieuw leven in te blazen. De relaties met Israël en met Rusland zijn inmiddels weer aangehaald. Er wordt gepraat over toenadering tot Egypte, waarmee de relaties scheef liepen na de afzetting van de islamistische president Mohammed Morsi op 3 juli 2013. En er wordt zelfs gedacht over het aanhalen van de banden met Syrië. Hoe dat moet gebeuren is niet duidelijk. Wijst het erop dat Ankara na zijn breuk met IS, bereid is ook het overige islamistisch verzet te laten vallen? Het zou een einde kunnen maken aan de bloedige oorlog in dat land? Een oorlog die al lang had kunnen worden gestopt indien de stroom van door het Westen betaalde wapens via Turkije en Jordanië de pas was afgesneden geweest.

Internationaal probeert Erdogan terug wat respect te krijgen na zijn problemen met de EU over de vluchtelingen en zijn soms straffe islamistische uitspraken zoals over de vrouwen. Maar of hij bereid is tot enige ontspanning met de helft van zijn burgers die zich verzetten tegen zijn binnen- en buitenlandse politiek is wat anders. De Koerden zullen alvast uitkijken.

Misschien doet hij het eerste om het tweede te kunnen overslaan. De massale arrestaties – er is sprake van zowat 6.000 mensen – en ontslagen van militairen, rechters, ambtenaren… zijn geen goede voortekenen. Ook recente uitspraken van Yigit Bulut, hoofdadvizeur van Erdogan, zijn dat niet. Volgen Bulut is er in Turkije geen nood aan mensen die aan politiek doen, want Erdogan doet dat al en “het is onze plicht de leider van ons land te steunen”.  Is het bombardement van het parlementsgebouw tijdens de coup-poging een hint dat een parlement eigenlijk niet meer nodig is?

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.