Hollande, hoe diep kan je zakken

travail
Facebooktwittergoogle_plusmail

Wat rechts sinds het einde van de Algerijnse oorlog, 1962, niet durfde, probeerde een “linkse” regering wel: een vakbondsbetoging verbieden. Enkele grote vakbonden manifesteren deze donderdag, 23 juni, opnieuw tegen de nieuwe arbeidswet die zo van een rechtse regering zou kunnen komen. Maar “omwille van de veiligheid” kon het niet. Er is teveel politie nodig voor de veiligheid op en rond de voetbalvelden, voor de bewaking van de grenzen, enz.  Toen bleek dat er hoe dan ook zou betoogd worden, werd dan bakzeil gehaald: een parcours rond le bassin de l’Arsenal, aan de Bastille.

Voorwendsel

Bij een vorige betoging, op 14 juni, waren er incidenten geweest waarbij 28 politieagenten lichtgewond raakten, meteen een voorwendsel om een massabetoging te verbieden. Het verbod kwam woensdagmorgen formeel wel van de prefect, maar de beslissing kwam van hogerhand, van president François Hollande en premier Manuel Valls. Verscheidene syndicalisten hebben de indruk dat de regering tevreden was met de incidenten van 14 juni om zo een excuus te hebben om verdere mobilisaties te  kunnen verbieden. Men mocht wel “statique”, ter plekke blijven staan op één plein, werd eerst gezegd, maar niet betogen. Links reageerde eensgezind verontwaardigd, rechts “begreep het” of juichte het toe.

De regering voert sinds het begin van de wet El Khomri (minister van Arbeid) een strategie van de spanning. Hollande had in 2012 nochtans beloofd dat hij als president prioriteit zou geven aan de sociale dialoog. Maar het ontwerp van arbeidswet kwam er zonder overleg. En toen het verzet binnen de eigen rangen groot werd, greep premier Valls naar het beruchte 49-3, de mogelijkheid om de wet er zonder stemming in het parlement door te jagen. En nu de poging om betogers van de straat te houden.

Pyromaan

Van begin tot nu één autoritaire lijn, rechts waardig. Zelfs de vakbond CFDT, bondgenoot van de regering en voorstander van de wet El Khomri, vindt dat de regering te ver gaat. Valls is een pyromaan, aldus Jean-Claude Mailly, leider van de vakbond Force Ouvrière (FO), die zei dat de vakbonden pas beslisten een betoging te houden nadat Valls had gedreigd met een verbod…

Deze poging tot betogingverbod is een paniekreactie van een regering die erg in het nauw zit. Ze had erop gerekend dat de in maart begonnen manifestaties snel zouden afzwakken en uiteindelijk  doodbloeden. Ze gaf de schijn sociaal overleg te willen, maar zonder ook maar één toegeving te doen. Maar de vakbonden CGT, FO, Solidaires en de studenten- en scholierenbewegingen bleven massa’s volk op de been brengen. Bovendien blijken de meeste Fransen, rond 60 % in de jongste peilingen, achter de protesten te staan en dat op minder dan een jaar van de presidentsverkiezingen.

Bont syndicalisme

Voor de vakbonden staat zeer veel op het spel, vooral voor de CGT. Deze vroeger met de communistische PCF verbonden vakbeweging is de meest actieve in het verzet. Ze probeert zo, na een interne crisis, de rangen weer te sluiten en vooral de nummer één van de bonte syndicale wereld te blijven. In de sociale verkiezingen wordt haar positie bedreigd door de CFDT.

Deze uit de christelijke vakbeweging ontstane organisatie, stond vanaf de jaren 1970 op een linkse lijn – voor een socialisme van het zelfbeheer. Maar in de jaren 1990 ging ze zich steeds meer ‘verzoenend’ opstellen, ze werd de bevoorrechte partner van de PS en van het patronaat. In 1995 steunde ze de plannen van de rechtse premier Alain Juppé voor de hervorming van de sociale zekerheid. Nu schaarde ze zich van bij de aanvang achter het ontwerp El Khomri.

FO, nummer drie, zweeft tussen verbaal radicalisme en plat reformisme. FO was na de tweede wereldoorlog een mede door de CIA  georganiseerde afscheuring van de CGT en stelde zich lang zeer verzoenend op, bereid tot compromissen met rechts. Sinds Mailly in 2004 de FO leidt, is deze vakbond meestal strijdlustiger en vermijdt hij zoveel mogelijk politieke connecties.

De militante vakbeweging Solidaires, rond SUD (solidaires, unitaires, démocratiques) is vooral een losse bundeling van samen maximum 200.000 aangeslotenen (CFDT spreekt van 860.000, CGT iets minder, FO tussen 300.000 en 500.000). Verscheidene misnoegde syndicalisten van CFDT en CGT liepen over naar SUD. Solidaires is zeer actief in de acties tegen de nieuwe arbeidswet.

De UNSA (Union nationale des syndicats autonomes) heeft ongeveer evenveel leden als Solidaires, maar zit aan de andere kant: voor ‘El Khomri’. Die vakbeweging had van in het begin de onderwijsvakbond FEN en slorpte onder meer groepen uit FO en SUD op.

Nog kleiner zijn er de christelijke vakbond CFTC (pro El Khomri), de FSU (Fédération Syndicale Unitaire) die vooral in het onderwijs rekruteert en zeer actief de nieuwe arbeidswet bestrijdt. En de CFE-CGC voor de kaderleden. Een bond die de wet aanvaardde, maar kortgeleden toch kritischer werd.

En dat alles samen groepeert ongeveer een tiende van de Franse arbeidskrachten. Dus een numeriek zwakke en onderling erg verdeelde syndicale wereld. De “socialistische” regering heeft op die zwakheden gerekend om haar wet erdoor te jagen. Maar blijkbaar heeft ze teveel in eigen voet geschoten.

Klucht

Terwijl de grote meerderheid van de Fransen andere zorgen aan het hoofd heeft, speelt zich in die PS een bizarre klucht af: de primaires. Deze uit de VS overgewaaide methode om kandidaten aan te duiden via voorverkiezingen, draaide in 2011 goed uit voor Hollande: er kwamen ca 3 miljoen mensen stemmen en hij haalde het makkelijk op Martine Aubry.

Hollande en Valls gingen er vanuit dat de zittende president de “natuurlijke” kandidaat is voor zijn eigen opvolging. Edoch, de populariteit van de president is zo laag dat dit niet langer natuurlijk is. Eerder was er een oproep van linkse personaliteiten voor een brede voorverkiezing binnen al wat links is. Maar links van links ziet het absoluut niet zitten dat Hollande hoe dan ook hun kandidaat zou zijn. Voorstel afgeschoten.

Nu heeft PS-leider Jean-Christophe Cambadélis samen met Hollande en Valls iets nieuws bedacht: des primaires de ‘La Belle Alliance populaire’. Deze mooie (allesbehalve) volkse alliantie bestaat uit de PS zelf en twee groupuscules die mee regeren: de ‘Radicalen van links’ (links-liberalen) en een groepje uit de groene EELV gestapte carrièristen. Hollande zal de partijstatuten volgen en kandidaat zijn in de primaires van 22 januari 2017. Maar wie mag daaraan deelnemen? Niet teveel volk, want als er veel kiezers komen, riskeert Hollande te verliezen (slechts een vijfde van de PS-kiezers zien hem zitten).

Dus zou die voorverkiezing moeten beperkt worden tot de eigen getrouwen. Dat is niet veel meer dan het personeel van de PS en van de steden, gemeenten en regio’s die de PS bestuurt. Kan het nog gekker? En vooral: in welke wereld leven die lieden? Hoe vervreemd kan je zijn van je eigen achterban? Ontknoping van dit drama bij de presidentsverkiezingen volgend jaar.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.