NAVO-top in Warschau zoekt confrontatie met Rusland

navo top warschau
Facebooktwittergoogle_plusmail

“Om de missie van de NAVO in deze gevaarlijkere wereld te kunnen uitvoeren, moeten we onze collectieve defensie versterken en de stabiliteit buiten onze eigen grenzen uitdragen.” Aan het woord is NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg aan de vooravond van zijn eerste grote NAVO-top.

 

Hij deed zijn uitspraken voor een Pools gezelschap in Warschau. Op die plaats komen de regeringsleiders op 8 en 9 juli bijeen om de weg die twee jaar eerder in Wales is ingeslagen verder te zetten. Stoltenberg meent wat hij zei, zonder enig cynisme. Nochtans is ‘het uitdragen van de stabiliteit buiten de eigen grenzen’ tot nu toe geen succes gebleken voor de NAVO. De situatie in Afghanistan is na de NAVO-missie allesbehalve stabiel. Anderhalf jaar na het officiële vertrek van de ‘International Assistance Security Force’ (ISAF) hebben de honderden miljarden dollar die in de NAVO-oorlog gepompt zijn een nieuwe opmars van de Taliban niet belet. De NAVO-operatie ‘Unified Protector’ (23 maart tot 31 oktober 2011) heeft Libië dan weer in chaos achtergelaten en de bevolking overgeleverd aan honderden milities en krijgsheren. De Islamitische Staat (IS) heeft er nu stevig voet aan de grond gekregen.

Dat hindert de NAVO niet om verder de nadruk te leggen op missies buiten haar grondgebied. De gevechtsmissie in Afghanistan is vervangen door een trainingsmissie. Ook in Irak, Tunesië en Jordanië is de NAVO actief om het militaire apparaat te versterken als “bijdrage aan de mondiale inspanningen om de Islamistische Staat te bekampen”. En volgens Stoltenberg staat de NAVO klaar om ook Libië bij te staan als daar om gevraagd wordt. Dat zou betekenen dat de NAVO de chaos en destabilisering die ze mee heeft helpen veroorzaken opnieuw met militair geweld te lijf wil gaan. Hoewel de ‘oorlog tegen het terrorisme’ op een complete mislukking is uitgedraaid blijft de NAVO zich op de borst kloppen als een organisatie die vrede en stabiliteit brengt.

 

‘Russische dreiging’

Dat de volgende NAVO-top in de Poolse hoofdstad Warschau plaatsvindt heeft een grote symbolische waarde. Polen wil een versterking van de NAVO aan de oostflank als tegenwicht voor de ‘militaire dreiging’ die van Rusland zou uitgaan – een thema dat heel centraal zal staan op de top. Binnen de NAVO bestaat er eensgezindheid over de noodzaak om de ‘voorwaartse aanwezigheid’ in het oostelijke deel van het bondgenootschap (langs de Russische grens dus) te versterken met meer troepen en militaire infrastructuur. Het zou om een roterende multinationale troepenmacht gaan. Er is sprake van de ontplooiing van een troepenmacht van 4000 soldaten, verdeeld over verschillende bataljons, in Polen en de Baltische staten. Voor de oerconservatieve regering in Polen is dat te weinig. Ze hoopt op meer en bewijst alvast haar NAVO-trouw door de afgelopen jaren te investeren in het eigen defensieapparaat. Polen is een van de weinige NAVO-lidstaten die er tot nu in geslaagd is het defensiebudget op te trekken naar 2% van het bruto binnenlands product (BBP). Op de vorige NAVO-top in Wales werd afgesproken dat de lidstaten er binnen de 10 jaar zouden naar streven 2% van hun BBP te besteden aan defensie. Van dat budget moet dan nog eens 20% voorzien worden voor militaire investeringen. België besteedt op dit ogenblik maar 0,9% van het BBP aan defensie, maar de huidige regering heeft een investeringsplan klaarliggen waarbij het budget naar 1,3% moet worden opgetrokken, wat een stijging van meer dan 3 miljard euro zou betekenen.

De Russische dreiging waar de NAVO het voortdurend over heeft, is een soort van zichzelf vervullende voorspelling, waarbij oorzaak en gevolg worden omgedraaid. In 1990 ging de toenmalige Sovjet-Unie ermee akkoord dat het voormalige Oost-Duitsland na de hereniging opgenomen werd in de NAVO. In 1994 trokken de laatste Sovjet-troepen zich terug uit het oostelijke deel van Duitsland. Zowel de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Genscher als zijn Amerikaanse evenknie Baker beloofden toen dat de NAVO zich niet verder oostwaarts zou uitbreiden. Deze belofte wordt nu ontkend door de NAVO. Maar het Duitse weekblad Der Spiegel maakte eind 2009 op basis van gedeclassificeerde officiële documenten bekend dat er wel degelijk een duidelijk engagement was rond het feit er geen sprake kon zijn van NAVO-lidmaatschap voor landen als Polen, (toen nog) Tsjecho-Slowakije en Hongarije. Desondanks begon de NAVO in 1997 met haar eerste oostwaartse uitbreidingsronde, met de toetreding van Polen, Hongarije en Tsjechië. Luid protest van Rusland en waarschuwingen van diverse prominente diplomaten en politici mochten niet baten. George Kennan, de architect van de ‘containment-politiek’ (het indammen van de Sovjet-expansie) na de Tweede Wereldoorlog, waarschuwde begin 1997 profetisch dat de uitbreiding van de NAVO de grootste fout zou zijn van de post-koudeoorlogsperiode: “Een dergelijke beslissing kan aanleiding geven tot het ontsteken van nationalistische, antiwesterse en militaristische tendensen in de Russische opinie (…)”, zou een “averechts effect hebben op de ontwikkeling van de Russische democratie (…)” en zou ons terugbrengen naar de “atmosfeer van de Koude Oorlog in de Oost-West-relaties.”

 

NAVO aan Russische grens

Er volgden nog verschillende uitbreidingsrondes richting Oost-Europa waardoor de NAVO opschoof tot aan de grenzen met Rusland. Moskou vatte deze NAVO-expansie op als een militaire dreiging met voorspelbaar verslechterde relaties tot gevolg. Vooral het feit dat de NAVO-top van Boekarest in 2008 het vooruitzicht gaf aan Georgië en Oekraïne op lidmaatschap, maakte de Russen furieus. De Russische annexatie van de Krim of de grotere Russische militaire aanwezigheid in de Baltische zee kan dan ook niet los gezien worden van een alsmaar verder oostwaarts uitdeinende NAVO. Rusland ziet ook de toenadering tussen de NAVO en de ‘neutrale’ staten Zweden en Finland (met wie het een lange grens deelt) als een ‘vijandige’ zet. In 2014 tekenden beide landen een zogenaamd ‘host-nation support’ akkoord met de NAVO, dat gezamenlijke militaire oefeningen en NAVO-steun in noodsituaties mogelijk maakt.

De Russische president Poetin reageerde al even furieus op de ontwikkeling van het antiraketschild in Roemenië en Polen en waarschuwde voor tegenmaatregelen. Het argument van de NAVO dat het schild niet tegen Rusland is gericht, maar bedoeld is tegen agressies van landen als Iran, klinkt in de actuele politieke context weinig geloofwaardig. De aankondiging dat op de komende top in Warschau beslist zal worden om op permanente basis NAVO-troepen te stationeren in Polen en in de Baltische staten, gooit verder olie op het vuur. Volgens Rusland is het plan in strijd met de NAVO-Rusland Stichtingsakte waarin beide militaire blokken afspraken om geen extra troepen te stationeren in Oost-Europa. Volgens de NAVO is er geen vuiltje aan de lucht en is het Rusland dat de afspraken heeft geschonden met de annexatie van de Krim.

 

Wapenwedloop

In zijn recente toespraak in Warschau benadrukte Stoltenberg dat de NAVO geen confrontatie zoekt met Rusland, geen nieuwe Koude Oorlog wil en ook geen nieuwe wapenwedloop. Maar in de praktijk doet de NAVO net het tegenovergestelde. In het hypothetische geval dat Rusland zijn militair grondgebied westwaarts zou uitbreiden, zouden de westerse landen dit zonder enige twijfel als een bedreiging van hun veiligheid beschouwen. In werkelijkheid schuift de NAVO op tot aan de grenzen van Rusland, maar is het toch Moskou dat systematisch afgeschilderd wordt als de bedreiging.

De NAVO is geen louter politieke entiteit maar een militaire alliantie. Dat de NAVO geen nieuwe wapenwedloop nastreeft is de waarheid geweld aan doen. De NAVO-normen met betrekking tot de defensiebudgetten van de lidstaten (2% van het BBP) en tot de militaire investeringen (20% van het defensiebudget) zijn immers bedoeld om te komen tot een performanter en beter bewapend legerapparaat. De uitbouw van het NAVO-raketschild langs de Russische grens geeft Moskou het ideale argument om werk te maken van de modernisering van zijn kernwapenarsenaal – iets waar ook de nucleaire NAVO-staten volop mee bezig zijn. En dan is er ook nog het stijgend aantal militaire oefeningen van de NAVO in Oekraïne, dat geen lid is van het trans-Atlantisch bondgenootschap. Alles samengeteld is het duidelijk: de NAVO voert een confrontatiebeleid en participeert actief aan een wapenwedloop. Wat ook het oordeel is over de regering in Moskou, de NAVO doet in elk geval haar uiterste best om op gevoelige Russische tenen te trappen en versterkt op die manier het Russisch militair establishment in plaats van het te verzwakken.

 

België wil maar kan niet

Ondertussen kampt België vanuit militaristisch oogpunt met een probleem. Ons land riskeert in Warschau een uitbrander omdat het er maar niet in slaagt om het defensiebudget op te trekken. België doet daarom zijn uiterste best om Washington en het NAVO-hoofdkwartier dan maar op een andere manier ter wille te zijn. De Belgische ‘gebrekkige defensie-inspanningen’ worden gecompenseerd door zoveel mogelijk deel te nemen aan de buitenlandse militaire missies van de NAVO. Zo werden eerder Belgische gevechtsvliegtuigen ontplooid in Afghanistan, Libië en Irak en binnenkort ook in Syrië (in deze laatste twee gevallen aan de zijde van Washington). Ook participeert België substantieel aan de NAVO ‘Response Force’ (NFR) een snelle militaire reactiemacht waarvan in Wales is afgesproken dat ze 40.000 snel in te zetten manschappen moet omvatten – met een 930 man sterke infanterie, inlichtingen-, bewakings- en verkenningstroepen (220 militairen), een eenheid speciale troepen, zes gevechtsvliegtuigen (nog eens 200 militairen) en een mijnenveger (40 mariniers). Dat is een behoorlijk grote inspanning voor het ‘kleine’ Belgische leger. De NRF is bovendien niet enkel in militair opzicht gevaarlijk. De snelheid waarmee en het niveau waarop de beslissing zal worden genomen om de NRF in te zetten, maakt het nog moeilijker dan vandaag om de inzet van Belgische troepen in het buitenland aan democratische controle te onderwerpen. Het is de Noord-Atlantische Raad (waarin hoge permanente vertegenwoordigers zetelen, soms ook de betrokken ministers) dat het besluit kan nemen om de NRF te ontplooien voor “collectieve veiligheidsmissies of crisisbeheer zonder geografische beperkingen.”

Volgens Stoltenberg heeft de geschiedenis van de NAVO aangetoond dat we solidair zijn bij het maken van beslissingen en het handelen, en dat alles gebeurt op basis van de waarden die onze eenheid vormen: vrijheid, democratie en het respect voor de wet. Mooie woorden, maar de praktijk ziet er toch wel helemaal anders uit.

 

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers