Van droom naar drama? Een ontnuchterde kijk op het Brexit-debat

Brexit
Facebooktwittergoogle_plusmail

Wat de uitslag van het Britse referendum ook wordt, we weten al dat het resultaat eens te meer een kloof tussen stad en platteland, tussen hoger- en lager opgeleiden zal laten zien. En we weten dat de Europese Unie, met of zonder het VK, in heel slechte papieren zit. De dood van Jo Cox is een ‘wake-up call’.

 

Voor Nigel Farage, de bruingeblakerde voorzitter van de Onafhankelijkheidspartij in het Verenigd Koninkrijk, kan de Europese Unie best vergeleken worden met Nazi-Duitsland. Niets vrijheid, niets democratie, gewoon een dictatuur. Boris Johnson, vroeger burgemeester van Londen en auteur van enkele vurige pro-Europese pleidooien, pleit er nu voor om de EU vaarwel te zeggen. Maar David Cameron, huidig premier en initiatiefnemer van dit referendum over in of uit de Europese Unie, stelt dat er weer oorlog kan komen als het VK de EU verlaat. Jeremy Corbyn tenslotte, de linkse Labour-leider, doet zijn best om zo weinig mogelijk bij de campagne betrokken te worden, maar legt af en toe mooie verklaringen af over waarom het VK er inderdaad moet bij blijven. Tot voor kort was hij een notoir euroscepticus.

Tel daarbij de vele cijfers die het gelijk van zichzelf en het ongelijk van de ander moeten aantonen – allemaal zuiver speculatief, zoniet flagrant onjuist – en men begrijpt dat een kat er haar jongen niet meer in vindt. Het debat dat wordt gevoerd gaat dan ook lang niet over de toekomst van de Europese integratie en de rol van het Verenigd Koninkrijk daarin. Voor de voorstanders van een Brexit gaat het wel over migratie en ‘controle over onze grenzen’, voor de tegenstanders over de financiële belangen van de City. Met op de achtergrond de machtsstrijd tussen Cameron en Johnson voor het voorzitterschap van de conservatieve partij, en bijgevolg het premierschap van het VK.

Men zou als reactie een keer kunnen zuchten en de schouders ophalen bij zoveel contradicties. Dit referendum is totaal irrelevant. Tot op 16 juni Labour-afgevaardigde Jo Cox werd vermoord door een aanhanger van extreemrechts. ‘Dood aan de verraders. Vrijheid voor Groot-Brittannië’ …

De voorwaarden

De Britse conservatieve partij is altijd erg verdeeld geweest over de EU. Na de eerste rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement hadden ze een aparte fractie, met bovendien een chartervlucht weer terug naar huis van Straatsburg naar Londen op vrijdagmiddag, zodat ze in de voormiddag, toen bijna het hele Parlement al weer in de auto of de trein zat, alle stemmingen met glans konden winnen. Daarna sloten ze zich aan bij de christen-democratische fractie, die zo de grootste werd in het EP, en later gingen ze er weer weg.

De niet meer zo jonge lezers zullen zich herinneren hoe Margaret Thatcher begin van de jaren ’80 het concept van de ‘juste retour’ introduceerde. ‘I want my money back’ zei ze en zowat alle dossier werden geblokkeerd zolang Mevrouw haar zin niet kreeg. Het probleem werd uiteindelijk geregeld en het VK kreeg een flinke korting op zijn begrotingsbijdrage. Bij de goedkeuring van het Verdrag van Maastricht kreeg het VK een ‘opt-out’ voor de economisch-monetaire unie, de gerechtelijke samenwerking en het vrij personenverkeer. Het in 1989 aangenomen ‘handvest van sociale rechten’ werd altijd geweigerd door het VK.

Labour was in het verleden vooral eurosceptisch, tot Tony Blair aan de macht kwam. Hij zag een lidmaatschap aan de Euro wel zitten, maar het is uiteindelijk niet gelukt.

Het is ironisch vast te stellen dat het VK niet gebonden is door het vrij personenverkeer en dus niet deelneemt aan Schengen, maar wel het eerste land was dat zijn grenzen wijd open zette voor arbeidskrachten uit Midden-Europa. Terwijl in Frankrijk hard werd gebikkeld rond de ‘Poolse loodgieter’, kwamen duizenden Polen de arbeidsmarkt onder druk zetten in het VK. Toen het uiteindelijk te veel werd, sloot het VK een akkoord met Frankrijk dat voortaan – tegen een bescheiden vergoeding – de Britse grens aan de Franse kant van Kanaal zou dicht houden. Vandaar de kampen in Calais en Duinkerke.

Even ironisch is het dat het VK, waar nu wordt gepleit voor een herstel van de nationale soevereiniteit, er al die tijd wel in geslaagd is de belangrijke dossiers voor de integratie te blokkeren, van sociale zaken – zoals de beperking van de arbeidstijd en het handvest van fundamentele rechten – tot fiscaliteit – zoals de financiële transactietaks die uiteindelijk via een ‘versterkte samenwerking’ moest worden behandeld en vandaag op sterven na dood is. Ook het verguisde Begrotingspact werd door het VK niet ondertekend.

Voor het referendum van 23 juni moest Cameron onderhandelen met de Europese Raad. Als zijn voorwaarden niet werden aanvaard, zo zei hij, zou hij de bevolking aanraden om voor een Brexit te stemmen. Hij kreeg uiteindelijk zijn zin, maar veel hebben die voorwaarden niet om het lijf. Niet alle lidstaten zien de euro als hun officiële munt, wat de bevestiging is van een feit; het VK is niet verplicht zich te scharen achter de ‘ever closer Union’ die in alle Verdragen staat ingeschreven; de regels voor de inspraak van nationale parlementen – opgenomen in het Verdrag van Lissabon – werden ietsje aangescherpt. De Europese Raad beloofde nog te zullen werken aan een vereenvoudiging van de wetgeving, een punt dat al hoog op de agenda staat van de Europese Commissie. Tenslotte wel één belangrijke toegeving die nog zware gevolgen kan hebben: het vrij verkeer van werknemers mag in bepaalde voorwaarden worden ingeperkt, sociale uitkeringen kunnen gedurende een periode van vier jaar worden beperkt voor buitenlandse werknemers, zowel als de gezinstoeslag voor kinderen die in het land van oorsprong wonen.

Much ado about nothing?

Zo lijkt het, en toch. Wat de uitslag van het referendum ook is, het zal gevolgen hebben voor het VK én voor de rest van de Europese Unie.

Het wordt gezegd en tot in den treure herhaald dat de EU in eerste instantie een economisch project is. Alles wat er is gebeurd sinds de neoliberale kentering van 1986-1992 lijkt dat te bevestigen. Toch klopt het niet helemaal, de EU heeft veel verschillende vaders – net zoals in de mythologie – en één ervan wilde wel degelijk een politieke Unie. Dat is slechts in heel beperkte mate gelukt, maar mocht de EU in de nabije toekomst uiteen vallen – een risico dat door een Brexit nog groter en reëler zou worden – dan zou dit wel degelijk gevolgen hebben voor de mensen in deze regio. Een oorlog tussen het VK en Frankrijk zit er niet meteen aan te komen, wel zullen verschillende Lidstaten zelf onder grote druk komen te staan. Het VK zelf, om te beginnen, met een Schotland dat al een nieuw referendum over onafhankelijkheid aankondigde in geval Brexit wint, en Noord-Ierland dat zich nauw verwant weet met de Republiek. Spanje, uiteraard, als Catalonië zich kan optrekken aan Schotland. Maar ook en vooral Hongarije en Roemenië, Tsjechië, Italië en Oostenrijk, met telkens regio’s en bevolkingen die zich meer tot de ene dan tot de andere lidstaat aangetrokken voelen (zie de artikelen in Uitpers van De Pauw over Milleleuropa). Dat hier inderdaad conflicten kunnen ontstaan wanneer de grenzen opnieuw worden opgetrokken en bestendigd, is helemaal niet denkbeeldig. Het nationalisme kan zijn lelijke kop weer opsteken, en de uiterst rechtse partijen staan klaar. Dit risico zal niet verdwijnen als het VK in de EU blijft, maar een oplossing ervoor zal makkelijker te vinden zijn als de EU één blijft en de onlangs opgetrokken muren weer kunnen afgebroken worden. 

Een tweede belangrijke punt is de rol van de linkerzijde. De Britse Labour-partij stelt vandaag zeer duidelijk dat men met de rest van de linkerzijde in de EU aan progressieve hervormingen wil werken. Dat is zeer goed nieuws en men moet hopen dat er na het referendum inderdaad een ernstig debat op gang komt over welke EU men nu eigenlijk wil. Een kleine extreem-linkerzijde blijft stellen dat er niets te hervormen valt en men enkel van nul af aan opnieuw kan beginnen. Ze vergeten daarbij dat de neoliberalen al twintig tot dertig jaar lang de EU, de instellingen en de verdragen aan het hervormen zijn, het beste bewijs dat er met de juiste machtsverhoudingen wel degelijk iets kan veranderen. Daar schort het natuurlijk aan: de radicaal linkerzijde haalt vandaag in de Europese Unie géén 10 % van de stemmen, véél minder dan uiterst rechts, en zolang er niet gewerkt wordt aan versterking en verbreding van de achterban, is de hoop op echte verandering zeer klein.

Velen blijven pleiten voor meer nationale soevereiniteit, hoewel het besef dat in deze gemondialiseerde wereld geen enkel land nog veel kan bereiken op z’n eentje toch sterk is gegroeid. Wat dringend nodig is, is een beter begrip, een betere kennis van hoe de instellingen werken, van hoe het beleid tot stand komt en van wat voor marge de nationale regeringen nog steeds hebben. Het VK zelf, dat nu zo luid roept om ‘meer controle’ is het beste bewijs dat het ook anders kan. Niet de EU, Europese Raad of Commissie, zetten een rem op beter sociaal of fiscaal beleid, wel een neoliberale ideologie waar de meeste nationale regeringen zich mee verzoend hebben. Het wordt erg dringend dat de linkerzijde die al zo lang pleit voor een ‘ander Europa’ nu eens eindelijk zegt wat ze daarmee bedoelt.

Niet de uitslag van het referendum, er in of er uit, maar het referendum zelf kan zware gevolgen hebben. Verliest Cameron, dan kan de al zwaar gehavende EU – na de eurocrisis, Griekenland, de vluchtelingen … – nog meer legitimiteit verliezen en uiteindelijk, al dan niet langzaam, uit elkaar vallen. Wint Cameron, dan kunnen andere landen, waaronder in de eerste plaats Duitsland, de zelfde sociale uitzonderingen vragen als het VK, met eveneens een verlies aan legitimiteit en geloofwaardigheid voor de EU.

De kloof

Wat de uitslag ook wordt, we weten al wat er zeker zal te zien zijn: een kloof tussen stad en platteland, tussen hoger en lager opgeleiden. De publieke opinie die het moet stellen met de anti-EU berichtgeving van de tabloïds, weet weinig van wat er in de rest van Europa gebeurt. Het is duidelijk dat de EU een belangrijke rol speelt voor de City – hoewel die City zich aan de wetgeving kan onttrekken – en dat voor de bevolking in het algemeen de voordelen van het lidmaatschap moeilijker te berekenen zijn. De angst voor migratie is begrijpelijkerwijs zeer groot geworden, mensen voelen zich kwetsbaar. Maar de verantwoordelijkheid voor die migratie, net zoals voor het harde snoeien in de sociale uitkeringen, ligt volledig bij de Britse regering zelf.

De linkerzijde heeft het idee van de ‘utopie’, van de ‘Europese droom’ altijd weg gelachen. Vandaag wordt echter duidelijk dat die utopie zeer reëel was en belangrijk blijft. Het is niet met een continent van straks dertig tot veertig landen dat er meer samenwerking en meer wederzijds begrip kan komen. Want dat is het verschil met vroeger, met de periode dat het historisch besef nog levendig was, met de periode vóór de neoliberale kentering: er was een bereidheid, een politieke wil om samen te werken en om te streven naar solidariteit. Er waren – beperkte – herverdelingsmechanismen en elke crisis kon worden opgelost en leiden tot inderdaad een sterkere Unie. Vandaag is er enkel concurrentie en een botte weigering van solidariteit. Het is ieder voor zich. In zo’n context is geen enkele Unie levensvatbaar, met of zonder het VK. De dood van Jo Cox is een wake-up call.

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.