Mitteleuropa(3) Volksvreemde elementen

jobbik
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Hongaarse premier Viktor Orban heeft zijn visie op democratie verpakt als een ‘autoritaire niet-liberale democratie’. Dat idee maakt opgang, partijen die met harde hand de nationale waarden verdedigen, hebben van Turkije tot West-Europa wind in de zeilen. Het gedijt volop in Centraal-Europ. Die “autoritaire niet-liberale democratie” heeft een etnische component: streven naar etnische homogene staten waarin “volksvreemde elementen”, de Roma voorop, tweederangs of gewoon ongewenst zijn.

Joden

In Polen stellen zich etnisch gezien weinig problemen. De nazi’s hebben de joden – 3 miljoen waren het er in 1939 – uitgeroeid. Na de oorlog werden de Duitsers verdreven en de grenzen werden zo hertekend dat er  binnen de Poolse staat nog nauwelijks minderheden overbleven. Maar ook al zijn er nog nauwelijks joden, toch is het antisemitisme verre van verdwenen. Vooral katholieke integristen blijven het antisemitische vuur aanwakkeren. Nochtans was het katholieke Polen eeuwenlang bijzonder gastvrij voor joden. Volgens sommige schattingen leefde driekwart van alle joden ter wereld halverwege de 17e eeuw in het Poolse koninkrijk – dat toen wel uitgestrekter was en oostelijker lag dan nu.

Ook tijdens de communistische periode waren er zware antisemitische oprispingen. In 1968 gingen de poppen er aan het dansen: twee joodse studenten, onder wie Adam Michnik, nu uitgever van de krant Gazeta Wyborcza, werden van de universiteit weggestuurd. De studenten kwamen massaal op straat, maar de repressie ook, aangevoerd door generaal Moczar, minister van Binnenlandse Zaken en al langer berucht als antisemiet. Partijleider Gomulka lanceerde een campagne tegen “het zionisme”, maar die campagne kreeg al heel snel pure antisemitische trekken. Van de nog 30.000 joden in Polen trok meer dan de helft weg.

Boedapest

In Hongarije zijn er iets meer joden, rond 100.000, geconcentreerd in Boedapest. Maar ook daar is het antisemitisme bepaald niet uitgedoofd. Tot 1944 telde Hongarije meer dan 800.000 joden, rond 600.000 werden vooral in dat jaar vermoord. Door de Duitsers, zeggen Hongaarse regeerders die zo dictator Miklos Horthy, bondgenoot van de nazi’s, buiten schot willen houden. Want Orban en zijn partij Fidesz zijn bezig Horthy en zijn regime te rehabiliteren. Fidesz onthoudt zich van antisemitisme, maar intussen komen antisemitische auteurs in de leerprogramma’s.  Ook de communistische periode wordt in de schoenen van de joden gestoken. Vooral tijdens de stalinistische periode speelden joden daarin een grote rol.

Het pure antisemitisme wordt overgelaten aan de uiterst-rechtse Jobbik dat bij gelegenheid op straat komt tegen de joodse complotten (zie foto). Die partij maakt op grote schaal gebruik van Internet, opleidingskampen en dergelijke om het “kosmopolititische grootkapitaal” aan te klagen. Het is een boodschap die bij steeds meer jongeren aanslaat. Al zijn de  Roma wel de eerste “doelgroep” van Jobbik.

Roma

De aanwezigheid ongeveer één miljoen Roma in Midden-Europa is veel nationalisten een doorn in het oog. De Roma hebben het niet onder de markt in Tsjechië, Slovakije en Hongarije, gebieden waar ze toch al zeven eeuwen verblijven. Periodes van grote gastvrijheid werden gevolgd door periodes van repressie, gaande tot uitroeiingcampagnes – waarvan geen enkele zo efficiënt was als in Nederland waar ze in de 17e eeuw na enkele “Heidenjachten” verdwenen.

In Centraal-Europa werden de Roma en aanverwanten (benamingen en opdelingen voor de Roma-bevolking zijn erg betwist) lange tijd gastvrij ontvangen. Rond 1420 gaf koning Sigismund, die heerste over een rijk waarvan o.m. Hongarije, Bohemen, Slovakije deel uitmaakten, vrijbrieven waarin ze zijn bescherming kregen. In Europa werden de Roma sinds dan vaak ‘Bohemers’ genoemd, een benaming die in onze gewesten nog vaak wordt gebruikt. 

Twee eeuwen lang genoten de ‘Bohemers’ in Centraal-Europa gastvrijheid, hun inbreng – gaande van ketellapperij tot waarzeggerij – werd gewaardeerd. Tot het tij keerde en o.m. de Habsburgse keizer Karel VI de jacht opende en grootgrondbezitters toestemming gaf Roma als slaven op de landerijen in te zetten. Het duurde tot Maria-Theresia en Jozef II eer daar verbetering in kwam, maar dan wel in de vorm van pogingen tot assimilatie.

Slovakije

De naziperiode was een absoluut dieptepunt, de Roma waren nu officieel een “minderwaardig ras”, al hadden de nazi-experts het lastig met de waarschijnlijk Arische origine van de Rome. In de nazigebieden werden minstens 250.000 Roma uitgemoord. Degenen die de kampen overleefden, werden nadien nog jarenlang zwaar gediscrimineerd in Duitsland. Niet zo in de staten waar het Sovjetleger de nazi’s had verjaagd.

Tsjechoslovakije wou vooral een einde maken aan het nomadisme, de Roma moesten zich vast vestigen, het doel was assimilatie. De Roma kwamen in nieuwe wijken terecht, de overheid trachtte met scholen en jobs die assimilatie aan te moedigen. Na de implosie van het communisme in 1989 kwamen de verwijten los dat de Roma veel te veel gepamperd waren.

De reactie heeft niet lang op zich laten wachten. Discrimatie bij werk en behuizing nam overhand toe, groepen Roma werden uit stadscentra en andere wijken weggepest, bijstand werd drastisch ingekort. Politieke partijen deden aan opbod in Roma-haat, met voorop de Ludová Strana Nase Slovensko (LSNS) van de fascist Marian Kotleba. Die partij haalde bij de recente parlementsverkiezingen 8 % en 14 van de 150 zetels. Maar Kotleba is eerder al verkozen tot voorzitter van de oostelijke regio Banska Bystrica waar hij zijn anti-Romabeleid ook in de praktijd brengt. En waar hij verder al wat ook maar van ver ‘dissident’ is, het leven onmogelijk maakt.

Kotleba is zoals andere Slovaakse nationalisten een bewonderaar van Jozef Tiso, een katholieke priester die in de naziperiode president werd van een zelfstandige Slovaakse staat. Kotleba’s partij doet het vooral goed bij jongeren tussen 18 en 25 jaar en geniet nogal wat steun bij katholieke clerus die heimwee heeft naar de tijd van Tiso.

Slovaakse nationalisten zitten ook in hun maag met de Hongaarse minderheid, ca 500.000, in de grensstreek. Daar botsen ze dan met de Hongaarse nationalisten. De Hongaarse regering verleent die Hongaren Hongaars staatsburgerschap, daartoe onder druk gezet door het fascistische Jobbik. (Zie ook Mitteleuropa 2 over de grenskwesties in Centraal-Europa).

Jobbik

De Hongaarse zusterpartij van LSNS, Jobbik, doet het ook zeer goed bij jongeren die daarin een proteststem zien. Jobbik is groot geworden met campagnes tegen de Roma, met inbegrip van geüniformeerde marsen door zigeunerdorpen en wijken en van echte moordpartijen. Ze is volgens peilingen goed voor ca 20 % (bij een opkomst van 45 %), wat van haar virtueel de grootste oppositiepartij maakt. Na de implosie van het communisme in 1989 was ook in Hongarije de klaagzang te horen dat “de communisten die zigeuners altijd veel te goed hebben behandeld, allemaal moeite voor niets”.

Waar Jobbik lokaal al de macht heeft, worden de Roma tot een soort gemeenschappelijke dwangdienst verplicht die herinneringen oproept aan  de slavernij die ze in de 17de eeuw kenden. Roma worden dagelijks afgeschilderd als profiteurs, onbetrouwbare lieden, criminelen.

Jobbik heeft dus zeker geen migranten nodig voor een racistische campagne. De partij zet de regerende radicaal rechtse Fidesz van Viktor Orban ernstig onder druk om te volharden in zijn weigering ook maar één migrant op te nemen, en ook om op te komen voor de etnische Hongaren in de buurlanden.

Migranten

Xenofobie en racisme in volle opmars zonder migratiestromen. Orban heeft de Groep van Visegrad (Polen, Tsjechië, Slovakije, Hongarije) weer leven ingeblazen om één front te vormen tegen ‘Brussel’, de EU,om elke migratie vanuit Afrika en Azië te weren.

Visegrad is het erover eens dat er in deze staten van Centraal-Europa geen plaats is voor nog meer volksvreemde elementen. Hun etnische homogeneïteit is hen zeer dierbaar, ze zouden het zeker in Hongarije en Slovakije nog wat homogener willen hebben… Hongarije, geregeerd door een  partij van de EVP, Slovakije met een sociaaldemocratische premier…

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.