Mitteleuropa (2) Zuid-Tirol en andere omstreden grenzen

Tirol
Facebooktwittergoogle_plusmail

Vipiteno/Sterzing – Hotel Goldenes Kreuz – ook Croce d’Oro genaamd – is een van de tientallen gastverblijven in het lieftallige Italiaanse Vipiteno, ook Sterzing genaamd. Niets herinnert er nog aan het verblijf van enkele nazikopstukken die hier na de Tweede Wereldoorlog op een vals paspoort wachtten waarmee ze naar Latijns Amerika ontkwamen. Vipiteno/Sterzing ligt in het Italiaanse autonoom gebied Zuid-Tirol. Italiaans, maar niet volgens de nipt verslagen Oostenrijkse kandidaat-president Norbert Hofer: “Zuid-Tirol is onlosmakelijk met het vaderland verbonden”, aldus de kandidaat van de uiterst-rechtse FPÖ. Zuid-Tirol, een van de weer opduikende grensbetwistingen, een erfenis vooral van de grensverleggingen na Wereldoorlog I in Centraal-Europa.

Beloning

De Fransen en  Britten hadden tijdens de Eerste Wereldoorlog Italië veel lekkers beloofd als het aan hun zijde de oorlog zou intrekken. Ze beloofden brokken van het Oostenrijks-Hongaarse rijk, zoals de Dalmatische kust en Zuid-Tirol. Dalmatië mislukte omdat Sovjetcommissaris van buitenlandse zaken Lev Trotsky in Moskolu die geheime akkoorden openbaar maakte zodat Kroatië toch maar een Zuidslavische Unie verkoos om beter van zich af te bijten en zijn kust te behouden.

Maar Zuid-Tirol werd in 1919 wel Italiaans. Wat later begon il duce Benito Mussolini de streek te italianiseren, met onder meer inwijking van Italianen. De belangrijkste stad, Bozen, werd meer en meer Bolzano. Maar in de rest van het gebied behield het Duits tot vandaag de overhand. In Sterzing, een boogscheut van Innsbruck, spreken de inwoners Duits onder elkaar.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Zuid-Tirol, onder internationale druk,  een beperkte autonomie. Beperkt, want Rome dompelde het gebied onder in een grotere regio, samen met Trentino, waarin de Duitstaligen een minderheid waren. Met de regionale hervorming van Italië begin van de jaren 1970 kwam er dan een reële autonomie met een drietalig statuut: Duits (ca twee derde van de 520.000 inwoners), Italiaans (25%) en Ladino (5%). Politiek wordt Zuid-Tirol gedomineerd door de SVP, Südtirolse Volkspartei, lang verbonden met de Italiaanse christendemocratie. De SVP is voorstander van de huidige autonomie, hereniging met Oostenrijk staat niet op de agenda.

Referendum

Maar toch is de zaak niet voor iedereen beklonken. Het voorbije jaar is er een debat op gang gekomen over de wens een referendum te houden over het statuut van Zuid-Tirol. Mede onder invloed van de separatistische bewegingen in Catalonië en Schotland, vinden nogal wat jonge Zuidtirolers het niet evident bij Italië te horen. Er is onvrede over “de diktaten van Rome”, Zuid-Tirol zou beter af zijn zonder het “Italiaanse juk”. In 2012 organiseerde de Schützenbund in Bozen met trommels en fakkels een “Vrijheidsmars” onder het motto “los van Rome” waar enkele duizenden Zuidtirolers aan deelnamen (foto).

Nu aan de andere zijde van de Brennerpas, in Oostenrijk, succesrijke politici over “de onlosmakelijke banden tussen Zuid-Tirol en het vaderland” spreken, is het voorspelbaar dat meer en meer Zuidtirolers daar oor naar krijgen. Hofer van de FPÖ heeft al, naar Hongaars model, een voorstel gelanceerd om de dubbele nationaliteit in te voeren. Daardoor zouden Zuidtirolers naast Italiaanse ook Oostenrijkse staatsburgers kunnen worden. De FPÖ voert al jaren campagne rond Zuid-Tirol, in 2007 was er veel heibel rond een videoclip “Freiheit für Südtirol”. Maar nu de FPÖ sterk in de lift zit, klikt dat allemaal belangrijker. Stel u voor dat de FPÖ binnenkort de kanselier in Wenen levert, dan wordt de kwestie Zuid-Tirol ongetwijfeld een heet Europees twistpunt.

Grenskwesties

Zuid-Tirol is niet het belangrijkste mogelijk territoriaal geschilpunt is Midden-Europa. In Duitsland hebben de bonden van (vooral uit Polen en Tsjechoslovakije) uitgedreven Duitsers meer dan 70 jaar na het einde van de oorlog, niet meer het politieke gewicht van vroeger in de Bondsrepubliek.  En in Polen hebben de verwijzingen naar het Poolse karakter van het Litouwse Vilnius of het Oekraïense Lviv geen revendicatieve draagwijdte.

Maar in Hongarije is de afbakening van het grondgebied geen oude koek. Het viel me in de eerste verkiezingen na de ommekeer van 1989 op hoe bij kiesmeetings de kaart van Hongarije van voor “Trianon” prominent aan de muren prijkte. Het verdrag van Trianon van 1920 was na 45 jaar “reëel socialisme” een campagnepunt. Niet dat de verkiezingen rond die kwestie draaiden. Maar diverse rechtse kandidaten, die wonnen, wilden met die kaart graag bewijzen dat ze goede patriotten waren. Dat ze iets zouden doen aan het “onrecht van Trianon”, het verdrag waarbij Hongarije tot zijn huidig grondgebied werd herleid.

Orban

Resultaat was alleszins dat gebieden met grote Hongaarse bevolkingen buiten Hongarije kwamen te liggen. Transsylvanië in Roemenië, Hongaarse dorpen in Servië en Oostenrijk, een regio in Oekraïne, een lange strook in Slovakije. Premier Viktor Orban maakte een politiek thema van die minderheden. Hij trotseerde verscheidene partners van de Europese Unie door het dubbele staatsburgerschap in te stellen, waardoor vooral etnische Hongaren uit Slovakije en Roemenië ook Hongaars staatsburger konden worden. Het werd geen groot succes, zijn beleid verdeelde bovendien de Hongaarse partijen in die landen.

Er is echter ook nog het uiterst-rechtse Jobbik, een zesde tot een vijfde van de kiezers, dat olie op het vuur giet. Jobbik wil de volledige hertekening van de landsgrenzen, als het kan zoals ze voor 1920 waren. Maar minstens met de gebieden waar Hongaren zeer talrijk aanwezig zijn, zodat er een grotere etnisch zuivere staat kan komen. Liefst met uitdrijving van niet-Hongaren zoals de Roma.

Homogeen

Ondanks de Europese Unie en het wegkwijnen van de betekenis van landsgrenzen, zien we – niet alleen in Midden-Europa – dat streven naar etnisch homogene staten. Wereldoorlog I werd meer dan een eeuw geleden gevoed door die nationaliteitenkwesties. Dat niet meer, zegden de overwinnaars. Uit twee grote imperiums – het Habsburgse en het Ottomaanse – ontstonden natiestaten, maar met grenzen die omstreden waren en  na de Wereldoorlog II vaak grondig werden hertekend. Een eeuw later blijven ze ondanks alle Europese eenmaking en Schengen, nog voor muizenissen zorgen. In Midden-Europa – en op de Balkan waar onder meer de “Albanese kwestie” nog voor explosies kan zorgen.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.