De Palestijnse lege doos

Palestijnsmuseum
Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 18 mei werd in het Palestijnse stadje Bir Zeit op de bezette Westelijke Jordaanoever een 24 miljoen $ kostend prestigieus Palestijns Museum (zie foto) plechtig geopend. Een klein detail: in het museum is vooralsnog niets te zien. Niettemin staat het toch open voor bezoekers. Een absurde situatie die tekenend is voor de hele Palestijnse zaak, die na bijna 25 jaar “vredesproces” ook nog altijd nergens staat. Niet alleen het Palestijns Museum is een lege doos.

Nu de Israëlische premier Bejamin Netanyahu van de uiterst rechtse Likoed-partij de nog rechtsere Avigdor Lieberman van Yisrael Beitenu (Israël Ons Huis), een uitgesproken anti-Palestijnse racist, heeft binnengehaald als minister van defensie in zijn coalitie zal de Palestijnse doos niet snel gevuld raken. Als minister van defensie is Lieberman, die zelf in een joodse kolonie op de Westoever woont, verantwoordelijk voor het bestuur van de bezette Palestijnse gebieden. De Palestijnen zullen het snel aan de lijve ondervinden. De Franse inspanningen ten spijt om weer beweging in het “vredesproces” te krijgen.

Staatsopbouw

De bouw van het museum in Bir Zeit is onderdeel van de uitbouw door de Palestijnen van instellingen en infrastructuur die bij elke onafhankelijke staat horen. Een eerste project van wijlen president Yasser Arafat (1929-2004), nadat er een beperkte Palestijnse autonomie tot stand was gekomen door de Oslo-akkoorden van 1993 tussen Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), was de bouw van een internationale luchthaven in de Gaza-strook. Die was klaar in 1998, maar de deels met Europees geld gebouwde luchthaven werd al in 2000 grondig vernield door de Israëli’s. Zonder noemenswaardig protest van Europa.

Toen de Amerikanen en Israëli’s Arafat niet meer konden gebruiken omdat hij weigerde nog verdergaande toegevingen te doen dan hij in Oslo had gedaan, werd de Mukata, de zetel van de Palestijnse regering in Ramallah, zwaar beschadigd bij beschietingen die tot doel hadden Arafat te vermoorden. Nu hebben de Israëli’s er met het museum weer een prachtig doelwit bij gekregen. Gaan ze snel toeslaan of wachten ze nog tot het museum toch vol geraakt met Palestijnse voorwerpen en kunst zodat ze meteen ook een deel van de Palestijnse cultuur kunnen vernietigen? Wie vraagt het aan Lieberman?

Frans initiatief

Optimisten zullen zeggen dat het niet zo ver zal komen nu er weer wordt gesproken over een nieuw initiatief om de vredesbesprekingen tussen Israëli’s en Palestijnen weer op gang te trekken. Parijs speelt daarin een hoofdrol, nadat de Amerikaanse president Barack Obama, met het oog op de nakende presidentsverkiezingen zijn handen aftrok van het Palestijnse dossier. Dat had hij eigenlijk al gedaan enkele maanden nadat hij op 20 januari 2009 de eed van president van de Verenigde Staten had afgelegd.

Eerder had Obama nochtans de hand uitgestoken naar de Palestijnen en de moslims. Hij eiste van Netanyahu, die eind maart 2009 als premier van Israël was aangetreden, dat die onverwijld zou stoppen met de bouw van nederzettingen in de bezette gebieden. Dat was volgens hem de enige mogelijkheid om ernstige besprekingen van Israël met de Palestijnen op gang te kunnen brengen. Netanyahu zei nee en daar kan zelfs een Amerikaanse president niets aan doen, ook al geven de Amerikanen elk jaar ruim 3 miljard $ steun aan Israël. Obama liet in september 2009 de Palestijnen gewoon vallen en Netanyahu bleef rustig voortbouwen. Wel stuurde Obama nog wel gezanten en ministers van buitenlandse zaken, in het begin was dat Hilary Clinton, de huidige Democratische kandidate voor de opvolging van Obama, op pad. Zonder enig resultaat. De schijn werd in 2014 zelfs niet meer opgehouden toen een op voorhand gedoemde poging Israëli’s en Palestijnen weer aan de onderhandelingstafel mislukte. Obama haakte definitief af.

Bij het uitblijven van enig perspectief geraakten de Palestijnse gemoederen weer verhit, en kwam er een reeks aanvallen, vooral met messen, op Israëli’s op gang. In maart zorgde zo’n aanval tot beroering toen bleek dat een al gewonde Palestijn door een Israëlische soldaat koelbloedig werd afgemaakt, blijkens een filmpje dat van de actie werd gemaakt. Onder de verdedigers van de soldaat bevond zich ook Lieberman.

Derde intifada

Enfin men begon zich in Europa zorgen te maken over een mogelijke derde Palestijnse intifada en een escalatie van geweld, die Israël grote schade zou kunnen berokken en  die eventueel zelfs tot een grotere gewapende uitbarsting in het Midden-Oosten zou kunnen leiden. Dat was de aanleiding voor het Frans initiatief, waarin minister van buitenlandse zaken Laurent Fabius – in maart vervangen door Jean-Marc Ayrault – het voortouw nam. Van in het begin liet de Israëlische eerste minister Netanyahu weten niet geïnteresseerd te zijn. Hoe zou hij? Het programma van zijn Likoed-partij verwerpt in haar programma nog altijd een tweestatenoplossing, waar Europa en de VS officieel voorstander van zijn. De Palestijnse president Mahmoud Abbas toonde zich voorstander en toonde zich zelfs bereid, als gebaar van goede wil, het Palestijnse plan voor een resolutie bij de Verenigde Naties, waarin de Israëlische kolonies zouden worden veroordeeld, op te schorten.

De Fransen zetten door ondanks de Israëlische afwijzing. Hun plan hield in dat er op 30 mei in Parijs een conferentie van geïnteresseerde ministers van buitenlandse zaken zou worden gehouden. De Israëli’s en Palestijnen zouden niet worden uitgenodigd om te verkomen dat een Israëlische weigering al direct tot een mislukking zou leiden. In het najaar zou er dan een internationale conferentie volgen waarop de krijtlijnen voor een op te richten Palestijnse staat zouden worden uitgetekend.

Maar het plan gaat nu al de klassieke weg van uitstel op. De datum van 30 mei is al geschrapt. Officieel omdat de Amerikaanse minister John Kerry dan niet aanwezig kan zijn. Volgens de Franse president François Hollande is de bijeenkomst verschoven naar “de zomer”. Daarmee komt ook de conferentie “in de herfst” op de helling, waar de Amerikanen niet echt van willen weten. Op 8 november hebben immers de Amerikaanse presidentsverkiezingen plaats en Obama wil de kansen van zijn Democratische kandidaat opvolger, of in dit geval opvolgster, Hilary Clinton, niet schaden door verzet van Israël tegen de conferentie. Die zou dus pas na 8 november kunnen plaats hebben en moeten eindigen vóór 20 januari 2017, de dag dat Obama’s opvolger de presidentseed aflegt. Het is echter waarschijnlijk dat Obama die netelige kwestie liever aan zijn opvolger zal overlaten.

Doodgeboren voorstel

In het kort gezegd, het Franse voorstel lijkt een doodgeboren voorstel. En de vraag is of het wel ernstig was en is. Om Israël enigszins onder druk te zetten zouden de EU-landen, Frankrijk op kop, in geval van mislukking automatisch tot de erkenning van Palestina als staat overgaan. Dat idee is inmiddels al geschrapt. Wat niet mag verwonderen. Het idee van Frankrijk iets te willen organiseren is op zichzelf al bizar. Al de Franse hoofdrolspelers in het verhaal – Fabius, zijn opvolger Ayrault, premier Manuel Valls en president Hollande zijn overtuigde vrienden van Israël. Of zijn dit in de loop van de jaren geworden. Premier Valls, zoals Le Monde onlangs schreef (22-23.05), begon zijn carrière als pro-Palestijnse burgemeester van Evry, waar hij aan verschillende manifestaties voor Palestina deelnam. In 2002 pleitte hij voor de opschorting van het associatie-akkoord tussen de EU en Israël. In 2006 zorgde hij ervoor dat Evry verbroederde met het Palestijnse vluchtelingenkamp Khan Younès in de Gaza-strook.

Naarmate zijn politieke ambities stegen, veranderde zijn instelling in de richting van de onvoorwaardelijke pro-Israëlische westerse consensus. In 2010 viel hij uit tegen de boycot van Israëlische producten en het jaar daarop sprak hij zich uit tegen de erkenning van Palestina door de Verenigde Naties. Inmiddels is pleiten voor boycot van Israëlische producten in Frankrijk een misdrijf geworden. Groot-Brittannië overweegt dat ook.

Er valt een parallel te trekken met de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) in België, die niet alleen opkwam voor de Vlaamse emancipatie maar ook die van andere volkeren zoals de Palestijnen. Nu zit de N-VA in de regering, is ze reactionair (heimwee naar Arm Vlaanderen?), belgicistisch en anti-Palestijns geworden. Ook Griekenland kent hetzelfde fenomeen. Het officieel pro-Palestijnse Syriza van premier Alexis Tsipras sloot, vermoedelijk op vraag van de EU en de VS, en in de hoop op meer Europese en westerse steun in het algemeen, in juli 2015 een akkoord met Israël voor verregaande militaire samenwerking. Als doekje voor het bloeden stemde het Griekse parlement in december voor de erkenning van Palestina als onafhankelijke staat. Niet verwonderlijk, want hoe minder er van Palestina overblijft hoe meer eer het krijgt. Zo zijn door alle Europese staten de vertegenwoordigers van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) eerst tot “algemeen Palestijns afgevaardigde” gepromoveerd na de Oslo-akkoorden. Sedert november 2012 mogen ze de titel “ambassadeur” dragen.

Steeds meer steun voor Israël

Ondertussen gaat de samenwerking met en de steun voor Israël crescendo. De EU geeft zo bv. financiële steun aan universiteiten die samenwerken met Israël aan de ontwikkeling van moordtuig, dat wordt getest op de Palestijnse bevolking. In de loop van de jaren zijn miljarden euro gespendeerd aan projecten als het in 1995 gelanceerde “Barcelona-proces” voor Euromediterrane Samenwerking met als enige bedoeling de Arabische landen Israël te doen erkennen zonder oplossing voor de Palestijnen, zonder stopzetting van de Israëlische kolonisatie. Geen wonder dat dit een grandioze mislukking werd. De Franse president Nicolas Sarkozy probeerde in 2008 de zaak te redden door de oude truc van een nieuwe naam: de Mediterrane Unie, waarvan maar weinigen nog het bestaan – via een aantal projecten – kennen en die politiek gezien niets meer betekent.

Dergelijke organisaties maken deel uit van een geheel van procedures om de Palestijnse kwestie te laten aanslepen tot Palestina helemaal is opgeslorpt door Israël terwijl men de indruk wil geven aan de kwestie “te werken”. We hebben dit al van het begin gezien. De eerste keer dat Israël met Palestijnen wou beginnen onderhandelen was op de eind oktober 1991 in Madrid geopende “Conferentie over het Midden-Oosten”, die een doekje voor het bloeden van de Arabieren was na de Golfoorlog van begin 1991 tegen Irak. De toenmalige Israëlische eerste minister Yitzhak Shamir, die er slechts onder zware Amerikaanse druk mee instemde, verklaarde achteraf dat het zijn bedoeling was gewoonweg  te blijven en te blijven onderhandelen zonder naar een oplossing te streven.

De Noorse valstrik

Dat was niet nodig want eens de conferentie uiteengegaan kwam ze nooit meer samen. Yasser Arafat had zich laten vangen om in de Noorse hoofdstad Oslo, los van de conferentie in Madrid,  geheime onderhandelingen te beginnen met de Israëli’s. De Noorse “bemiddelaars” blijken achteraf onder één hoedje te hebben gespeeld met Israël, systematisch de Palestijnse delegatieleden te hebben bespioneerd, de gegevens te hebben gedeeld met Israël en samen onderhandelingsstrategieën te hebben uitgewerkt. Het resultaat zijn de nefaste Oslo-akkoorden  van 1993, nochtans bekroond met Nobelprijzen voor de vrede, waarin niet eens de stopzetting van de kolonisatie werd bedongen en die enkel tot beperkte autonomie op een beperkt deel van de bezette gebieden hebben geleid.

Bij elke onderhandeling werd telkens werd er een termijn vooropgesteld voor de oprichting van een Palestijnse staat. Eerst 1999, daarna onder het zogenaamde “kwartet” (de VN, de VS, Rusland en de EU) 2005, onder president Bush 2008 enz. De staat is er nog altijd niet. Palestina bijna niet meer. Het “kwartet”, de EU etc. passen nog altijd de strategie van Shamir toe: blijven onderhandelen maar tegelijk voorkomen dat er enig resultaat wordt bereikt.

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.