Congo, “le glissement” van Kabila

kabila
Facebooktwittergoogle_plusmail

Trekken de Congolezen op 27 november naar de stembus? Geloof het maar niet. Als u toevallig stemgerechtigd bent, schrap dan gerust die datum in uw agenda en plan die zondag iets anders.  Op 19 maart verzoekt CENI, de commissie die de verkiezingen organiseert, het Grondwettelijk Hof om uitstel. Er zijn daarvoor valabele redenen. Het kiezersregister is niet bijgehouden. Dode Congolezen hebben stemrecht, jonge Congolezen niet. En waar moet het geld vandaan komen?  De kosten zijn op 900 miljoen $ begroot, tien procent van het overheidsbudget. Het verzoek van CENI is een meer dan precieze aanwijzing waar het met de stembusslag naartoe gaat.

Op 11 mei heeft het Hof een verdict klaar: als er geen verkiezingen komen, blijft de huidige president zitten. Zo zet het Hof een punt achter een discussie die pas van start gegaan is, met name hoe het moet op het einde van Joseph Kabila’s tweede en grondwettelijk laatste ambtstermijn, na 19 december 2016. Wie er als argument aanhaalt dat het grondwetsartikel, dat erin voorziet dat bij gebrek aan verkozen president de zittende aanblijft, niet van toepassing kàn zijn – het maakt het voor Kabila spotgemakkelijk om op zijn stoel te blijven zitten -, moet zijn mening herzien. Het Hof geeft Kabila de pap in de mond: hou geen verkiezingen, doe gewoon niets en je verzekert jezelf op die manier ervan dat je nog een tijdlang de teugels in handen houdt. Want daar ligt hem de échte reden voor het gedraal: de onwil van Kabila om een stap opzij te zetten. Het Grondwettelijke Hof schaart zich met zijn beslissing aan zijn kant.

Kabila kan nu in alle rust vorm geven aan “le glissement”, de zoveelste creatieve term uit de Congolese politiek, die recent mondgemeen geworden is. We kunnen hem vertalen als stilzwijgende en aanhoudende verschuiving. In de praktijk wil dat zeggen dat Kabila de grondwettelijke datum voor het einde van zijn mandaat achteloos voorbij laat gaan en op die manier kwansuis president blijft. Hij neemt m.a.w. geen concrete maatregelen maar laat alles op zijn beloop, laat dus het idee vallen om bv. met behulp van een grondwetswijziging een derde ambtstermijn wettelijk te maken of met veranderingen in de kieswet de verkiezingen op de lange baan te schuiven.  Neen, hij doet gewoon niets.  Hoe lang? Wie zal het zeggen, het Grondwettelijke Hof, Ceni, wie maalt erom?

Niets doen gaat Kabila goed af, het is misschien zijn grootste kwaliteit. Het heeft ooit een jaar geduurd voor hij een aangekondigde herschikking van zijn regering ten uitvoer legt.  Uiteindelijk baart de berg een muis en is de vaart die van zo’n beslissing uit kan gaan tot een sukkeldrafje teruggebracht. Idem dito voor de politieke dialoog die Kabila maanden geleden aangekondigd heeft. Samen met alle betrokkenen overleg plegen hoe het moet met die verkiezingen, dat was het plan. Ook al heeft de Afrikaanse Unie sindsdien een bemiddelaar aangewezen om dat proces op gang te brengen, van de dialoog is er tot dusver niets in huis gekomen.

Kabila is geen krachtdadig politicus en spreekt zich raar of zelden uit. Over een derde ambtstermijn als president zwijgt hij als vermoord. Uit de manoeuvres die zijn naasten opzetten, kun je een scenario afleiden, dat van “le glissement” nota bene, maar een uitspraak van hém in die zin hebben we niet gehoord. We zijn veroordeeld tot goed gedocumenteerd giswerk. Kabila gedraagt zich als een sfinx, die vergelijking past hem als gegoten. Laten we proberen om de evolutie in Congo in kaart te brengen.

Afkalving van de presidentiële macht

In januari 2011 keurt het Congolese parlement op een drafje een grondwetswijziging goed.  Voortaan verlopen de presidentsverkiezingen in één ronde. Het geeft Kabila quasi zekerheid op een tweede mandaat. Vanwege de verdeeldheid binnen de oppositie kan niemand hem in de eerste ronde bedreigen en een voor hem mogelijk noodlottige tweede ronde tegen de beste oppositiekandidaat is van de baan. Een slimme zet. Vijf jaar later durft Kabila het niet meer aan om een mouw te passen aan de beperkingen die de grondwet hem oplegt. De Rwandees Kagame is daarvoor sterk genoeg, Kabila niet. De Burundees Nkurinziza heeft een burgeroorlog ervoor over om de grondwet naast zich neer te leggen, Kabila niet. In het vlak tegenover Kinshasa, aan de overkant van de Congorivier gelegen Brazzaville, kan Sassou Nguesso het zich veroorloven om de grondwet aan te passen voor zijn derde mandaat en protest tegen fraude aan zich voorbij te laten gaan, Kabila niet. In Burkina Faso wil Compaoré graag nog enkele jaren voortregeren, afzetting is zijn lot. Reken maar dat Kabila uit die gang van zaken lering getrokken heeft.

In januari 2015 gooit Kabila het over een andere boeg. De regering komt met een herziene kieswet op de proppen, die een volkstelling voorschrijft. Een dergelijke operatie vergt tijd, zodat ze automatisch tot uitstel van de verkiezingen leidt. Repressief beteugeld straatprotest in Kinshasa en enkele provinciesteden brengt minstens 42 doden met zich mee. Deze keer liggen niet de politieke partijen aan de basis van het verzet maar jongeren die zich beginnen te organiseren. De Senaat besluit om het omstreden ontwerp in te trekken. De politiek buigt voor het ongenoegen van de bevolking, dat is zonder voorgaande. Du jamais vu.

Verenging van de politieke elite

Afgelopen najaar is het smeulende ongenoegen in de schoot van de coalitie rond Kabila ontvlamt. In een brief eisen zeven partijen respect voor de grondwet, wat inhoudt dat voor hen een derde mandaat uit de boze is, en dringen ze aan op stappen om de verkiezingen op tijd door te laten gaan. De president reageert fel. Hij zet de zeven uit de regering. Een nieuwe oppositiegroep, G7, is geboren. In april vragen ze de voormalige gouverneur van Katanga, Moïse Katumbi, ooit sterkhouder van het regime maar werkloos sinds zijn provincie in stukken opgedeeld is, om als hun kandidaat-president te fungeren. Enkele weken later aanvaardt hij het aanbod. De rijke zakenman heeft geld genoeg om een campagne te voeren over heel Congo. Dat maakt hem levensbedreigend voor Kabila.

Drie jaar geleden overleed Kabila’s rechterhand, Katumba Mwanke, in een vliegtuigongeluk.  Met hem en Katumbi zijn Kabila’s gidsen in financiële aangelegenheden uit zijn omgeving verdwenen. Blijft over: zijn tweelingzus Jaynet.

Hergroepering van de oppositie

Afgelopen december vinden opposanten en militanten van maatschappelijke organisaties elkaar terug op het eiland Gorée, voor de kust van de Senegalese hoofdstad Dakar. Op de G7 na tekenen alle oppositiepartijen present, van Katumbi over Vital Kamerhe –  nog een figuur uit Kabila’s omgeving, die vijf jaar terug het lekkende schip verliet – tot de zoon van de historische Etienne Tshisekedi, nog altijd overtuigd dat hem in 2011 alleen door fraude het ambt van president door de neus geboord is.

Ook van tel is de aanwezigheid, naast oude sociale bewegingen als Voix des sans Voix en de mensenrechtenorganisatie Asadho, van recente initiatieven als Lucha (Lutte pour le Changement) en Filimbi (fluitje, in het Swahili). Zij bouwen voort op het elan van de protestgolf van januari 2015 en blazen de ingedutte société civile nieuw leven in. Enkele kopstukken van Lucha, Fred Bauma en Yves Makwambala, beschuldigd van samenzwering, moeten dat met hun vrijheid bekopen.  In maart, een jaar na hun aanhouding, hebben ze in de gevangenis een week lang een hongerstaking gehouden.

De 27 deelnemers aan de ontmoeting op Gorée stichten er het Front Citoyen. Er staat geen politicus aan het hoofd maar Floribert Anzuluni van Filimbi, een nieuwkomer van 33, van wie de vader onder Mobutu parlementsvoorzitter was. Het Front stelt een agenda op voor de komende maanden maar de vooropgestelde data gaan voorbij zonder dat er iets gebeurt.  Afwachten hoe duurzaam de alliantie is. Een eerstvolgende test volgt op 26 mei. Dan organiseren het Front Citoyen én de G7 samen protestmarsen in het hele land.

Aan de basis van het treffen ligt de Konrad Adenauer Stiftung, de denktank van Merkels CDU, die instond voor de financiering. Maar een geloofwaardige bron fluistert me in dat achter de schermen de Amerikanen aan de touwtjes trekken, in het vooruitzicht van Kabila’s opvolging.

Toegenomen repressie

De behandeling die militanten van Lucha ondergaan, is één voorbeeld. Wat Katumbi te beurt valt, zo gauw hij zich kandidaat stelt, spreekt boekdelen over de aanpak van het regime. Hij krijgt prompt de beschuldiging op zijn bord dat hij huurlingen aangetrokken heeft, onder wie gewezen Amerikaanse militairen, in een poging om gewapenderhand Kabila omver te werpen.

In de week van 9 mei komt het voor het gerechtsgebouw in Lubumbashi, waar Katumbi’s ondervraging plaatsvindt, drie keer tot een confrontatie tussen de politie, die traangas inzet, en zijn aanhangers, die stenen gooien. Het weekend daarvoor was de voormalige gouverneur gaan buurten bij de Belgische consul – of ging hij zijn bezorgdheid uiten over wat hem vanaf maandag te wachten stond? – en telefoneerde hij daar met minister van Buitenlandse Zaken Reynders, met het verzoek om eerste minister Matata te bellen. Een stap die kennelijk weinig succesvol geweest is.

Gewijzigde internationale relaties

Wekt het geen verbazing dat een interventie van een Belgisch minister geen effect sorteert, minder vanzelfsprekend is dat ze in Kinshasa ook signalen vanuit de Verenigde Staten in de wind slaan. Toch gebeurt het. Een waarschuwing enkele weken geleden van secretary of state Kerry tijdens een ontmoeting met Kabila in New York, dat zijn mandaat in december ten einde loopt en de tijd dringt voor verkiezingen, haalt niets uit.  De Amerikaanse ambassade in Kinshasa legt haar laatste troef op tafel: er dreigen sancties tegen wie er de democratie in het gedrang brengt. Het verhaal van Katumbi’s Amerikaanse huurlingen valt slecht in Washington. Alsof Kabila de Verenigde Staten in hun gezicht uitlacht. Ook Groot-Brittannië denkt aan sancties.

Een en ander geeft aan dat het westen minder gehoor krijgt in Kinshasa en minder vat heeft op de gang van zaken in Congo, dat economisch in zee gegaan is met heel andere partners, Chinese staatsbedrijven en Zuid-Afrikaanse ondernemers bv. Vooral in de mijnsector is die evolutie duidelijk. Begin mei komt Katanga’s grootste koper- en kobaltmijn, Tenke Fungurume, in handen van China Molybdenum. De Amerikaanse gigant, Freeport-McMoran, heeft de Chinezen zijn aandeel van 56% verkocht. Een betere illustratie van de economische verschuivingen in Congo is er niet. Uiteraard hebben ze impact op de internationale geopolitieke verhoudingen.

Onzekere financiële toekomst

De Panama papers brengen twee sterkhouders uit de omgeving van Kabila in opspraak. Zijn zus Jaynet o.a., die het media-imperium van de familie beheert. Volgens de onlangs gelekte documenten is ze eigenaar van de helft van Keratsu, met zetel op het eiland Niue. Via via controleert die holding 9,6% van Vodacom Congo, de grootste mobiele telefoonoperator, een geldmachine vanwege het elke dag aangroeiende telefoonverkeer en het gebruik van mobieltjes voor bankverrichtingen. Niue, een zelfstandig gebied, geassocieerd met Nieuw-Zeeland, telt minder dan 1500 inwoners. Buiten landbouw en aanverwante verwerkingsbedrijven is informatietechnologie de enige noemenswaardige economische activiteit.

Toen de Amerikaanse onderzoeker Jason Stearns van de Congo Research Group in een e-mail aan het persagentschap Bloomberg gewag maakte van de informatie over Jaynet wees de Congolese overheid hem meteen het land uit.

Een groter gewicht dan Kabila’s zus legt de Israëlier Dan Gertler in de weegschaal. Over zijn ondoorzichtige bedrijvennet weten we meer dankzij de Panama papers. Twee van de daarin genoemde ondernemingen, Foxwhelp en Caprikat, gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, een van ’s werelds belastingparadijzen, maken deel uit van Oil of DR Congo, houder van olieconcessies aan het Albertmeer. Dat is een dochter van het in Gibraltar gevestigde Fleurette, de groep die Gertlers mijnbelangen bundelt. Via een ondernemingsfonds op de Kaaimaneilanden, stichtingen in Liechtenstein en trusts in Gibraltar komt de naam van Clive Zuma, neef van de Zuid-Afrikaanse president te voorschijn. Verstrengeling van economische en politieke belangen zijn in Zuid-Afrika een wezenlijk onderdeel van het politieke landschap, evengoed als in Congo.

In Congo is Gertler op dat terrein een sleutelfiguur voor Kabila. Hij draait zijn hand niet om voor een schimmige operatie, zoals de aanschaf van exploitatierechten op olie of een delfstof tegen een lage prijs en vlak daarna de verkoop ervan met een astronomische winst. De cruciale vraag is in welke zakken ze terechtkomt. Gertlers juridische constructies in belastingparadijzen zijn bijna ondoorgrondelijk. Als Congo en meer bepaald de stilaan uitgeklede staatsonderneming Gécamines weer eens kroonjuwelen verkoopt, staat hij op de eerste rij. Hij is de spin in Kabila’s financiële netwerk.

Er zijn aanwijzingen dat de klad in hun verhouding zit. Ook met Katumbi is Gertler goede maatjes, o.m. omdat ze allebei joodse ouders hebben, en dat wekt wantrouwen in de omgeving van Kabila. Net in een periode dat de president zijn schaapjes op het droge wil hebben, mocht hij verplicht zijn om afscheid te nemen van de politieke macht.

Aanslepende oorlog

Het oosten van Congo blijft een conflictgebied. Tientallen milities en gewapende groepen zijn er bedrijvig.  Sommige hebben een politiek project, andere zijn uit op geldgewin, controleren mijnsites, winstgevende teelten of handelsstromen, of leggen heffingen op, weer andere doen aan moderne struikroverij. Allianties veranderen voortdurend. De controle op grondstoffen en de smokkel ervan blijven de motor van het conflict.

Dé stoorzender is het leger. Onlangs heeft de Congo Research Group een rapport gepubliceerd, waarin ze aangeeft wie er verantwoordelijk is voor het al bijna twee jaar durende geweld in de noordelijke strook van Kivu, rond Béni. De regering schuift gemakshalve de moordpartijen, ontvoeringen en verkrachtingen in de schoenen van ADF/Nalu, uit Oeganda gevluchte moslimrebellen. Het onderzoek zet de betrokkenheid van het leger in de verf. Een rapport dat Kabila in deze instabiele momenten slecht uitkomt en waarschijnlijk een bijkomende reden waarom Stearns stante pede het land moest verlaten.

Een toemaatje

Een interessante commentaar onlangs van Jean Omasombo, onderzoeker aan het Afrikamuseum. Hij keek terug op moeilijke overgangen in het verleden. Zo stevent Congo in 1965 af op een tweestrijd tussen zittend president Kasavubu en zijn populaire premier Tshombe. Maar er komen geen presidentsverkiezingen, want in november pleegt generaal Mobutu een staatsgreep.

In de vroege jaren negentig moet de oude, zieke Mobutu gedogen dat de Nationale Conferentie zijn aartsrivaal Tshisekedi tot eerste minister verkiest. Maar uiteindelijk loopt in 1997 Laurent Kabila na een gewapende opstand van acht maanden als derde hond met het been weg.

Dezer dagen lijkt het erop dat zijn zoon Joseph met Katumbi als belangrijkste uitdager te maken krijgt.  Omasombo sluit geen enkel onverwacht scenario uit.  Natuurlijk verloopt de geschiedenis niet volgens vaste patronen maar in een onzekere situatie als in Congo vandaag kan het alle kanten op.